Zaterdag 30/05/2020

'Wat dat is, tussen ons, analyseren we niet, anders verdwijnt het.'

Hij noemt haar Katrien. Zij zegt 'pa'. Kat en Dirk Steppe schilderen. Samen. Met z'n tweeën aan één schilderij werken, het is niet evident. Zij is wild, hij heel secuur. En toch werkt het. 'Nog elke dag maken we elkaar beter.'

Jeroen Meus is een halve West-Vlaming. Zijn moeder komtuit Dadizele. Spreek uit 'Deizel'. Dat is vlakbij Menen. Spreek uit 'Mjènde'. In dat West-Vlaamse stadje aan de Franse grens is Kat Steppe opgegroeid, de vrouw van Frank Vander linden. Je kunt haast zeggen dat haar wortels en die van Jeroen Meus met elkaar verstrengeld zijn.

Meus is fan van haar werk. Niet alleen van Dagelijkse kost, het programma dat ze regisseert, maar ook en vooral van haar documentaires, waarin ze figuren en plekken belicht die ze nog gekend heeft toen ze in Menen woonde. Ze schildert ook. Monumentale doeken waarop gewone mensen op een ongewone manier staan afgebeeld. Mensen die ze graag ziet. Ze schildert ze samen met een man die ze graag ziet. De eerste man uit haar leven, Dirk Steppe.

Hij noemt haar Katrien. Zij zegt 'pa'. Al geeft hij toe dat hij ook wel eens 'Katje' zegt, als hij een goed humeur heeft. Eerder dit jaar exposeerden ze hun staatsieportretten in Menen. De werken waren niet te koop, anders waren ze allemaal van Meus geweest. Fameus van Meus.

"Ik heb mijn hele leven geschilderd. Ik was elf jaar oud en ik trachtte de grote meesters te imiteren. Ik heb academie gedaan, heb lang als reclameschilder gewerkt en tussendoor trachtte ik eigen werk te maken. Maar ik kon niet leven van mijn schilderwerk, dus noodgedwongen heb ik in de loop der jaren ook allerlei andere jobs uitgeoefend. Sinds een jaar of tien kan ik me weer volledig op het schilderen toeleggen.

"Het is ook ongeveer tien jaar dat ik met Katrien samenwerk. Ik was op zoek naar onderwerpen en zij zocht naar een bezigheid om de creativiteit te ontplooien die ze niet in haar filmwerk kwijt kon. Aanvankelijk stond ik niet meteen te trappelen om het samen te proberen. Ik zag vooral de praktische problemen: met zijn tweeën aan één schilderij werken, hoe doe je het dat? De verschillen lieten zich natuurlijk voelen. Alleen nog maar in de keuze van muziek tijdens het werken. Ik hou van klassiek en ik durf ook al eens wat jazz op te zetten. Katrien haat jazz.

"Ik wist dat ze visie had. Dat kon je al zien toen ze nog een kind was. Ze volgde Latijnse hier in Menen, maar op een dag had ze er genoeg van. Ze zei dat ze mode wou gaan studeren. Ik zei: 'Dan zul je toch moeten leren tekenen.' Ze schreef ons toen een brief waarin ze al haar argumenten op een rij zette, en die waren zo overtuigend dat we er niets tegen konden inbrengen.

"Ze heeft altijd goeie argumenten. In een discussie kun je het onmogelijk van haar winnen. Toen dus ook niet. Ze is eerst sierkunsten gaan volgen in Ieper. Uiteindelijk is ze daarna vrije grafiek gaan studeren in Gent. Een jaar voor ze afgestudeerd was, zette ze ook daar een punt achter en besloot ze om aan het RITS in Brussel een filmopleiding te gaan volgen. Er was in heel haar argumentatie weer geen speld tussen te krijgen en dus konden we ons opnieuw alleen maar bij haar keuze neerleggen. Achteraf bekeken is haar studie aan de academie geen verloren periode geweest. Ze heeft er composities leren maken en leren kadreren. Wellicht is ze er een betere filmmaker door geworden.

"Na haar studie is ze eigenlijk niet meer naar huis gekomen. Ze is bijna onmiddellijk met Frank gaan samenwonen. Aanvankelijk kende ik hem alleen van een interview met hem dat ik gelezen had in Humo. De dingen die hij daar zei klonken zinnig en verstandig. De eerste keer dat ik hem zag was op haar kot, de tweede keer was toen ze verhuisde. Dat is allemaal redelijk snel gegaan.

"Ik kom goed overeen met Frank. Het is iemand met wie je over alles kunt praten. Hij is een heel stuk ouder dan Kat, en ik heb wel even stilgestaan bij dat leeftijdsverschil, maar hij had geen kinderen en was niet getrouwd, dus had ik weinig reden tot klagen. En intussen zijn ze elf jaar getrouwd en ik heb de indruk dat het goed met hen gaat. Ik vind hem heel authentiek. En hij gaat omzichtig met andere mensen om. Dat heb ik graag. Ik ben zelf heel gereserveerd.

"Toen Kat en ik begonnen samen te werken, had ze al een hele tijd niet meer geschilderd. Technisch ben ik beter, maar ze vult me wel aan. Katrien is altijd op de ene of andere manier visionair geweest. Alleen nog maar in de manier waarop ze zich kleedde toen ze achttien was, zag je dat ze haar tijd vooruit was. Tegen mij zegt ze vaak: 'Je wilt te veel vertellen.' Dan moet ik gaan schrappen. En dat aanvaard ik. Meestal (lacht). Omdat ik voel dat ze gelijk heeft. Ik zie niet wat zij ziet. Ik wil technisch alles zo goed mogelijk weergeven. Maar zij durft te zeggen: 'Je hebt dat nu geschilderd, ik zal daar eens een flinke streep door zetten.' En dat doet ze dan ook. En dan moet ik dat ook toelaten. Want ik weet dat het werk sterker staat door haar ingrepen.

"Je ziet in alles wat ze doet dat ze een visie heeft. Ook in haar films. Ze zet niet zomaar ergens haar camera neer. Intussen werken we al jaren samen en is ze technisch ook weer beter geworden. Eigenlijk is het voor allebei een proces. We zijn beiden volwassen aan het worden.

"De relatie die we nu met elkaar hebben, was de relatie die ik altijd al had gewild. Maar ik ben er niet altijd geweest, ik ben bij momenten te veel met mijn eigen ding bezig geweest omdat ik het zelf moeilijk had. Ik twijfelde veel te veel aan mezelf. Ik dronk te veel. En ik was te weinig bezig met de mensen rondom mij. Het is intussen twaalf jaar dat ik me heb herpakt en niet meer drink. Dat maakt veel verschil. Ik ben blij dat ik dat inzicht twaalf jaar geleden heb gehad en niet drie dagen voor mijn dood.

"De kentering is gekomen toen ik me afvroeg wat ik al had gedaan dat de moeite was. Toen besefte ik dat ik een andere weg zou moeten inslaan. Ik ben een zoeker, net als mijn andere dochter, Marjan. Met haar praat ik veel over spirituele zaken. Daar moet je bij Katrien niet mee komen aanzetten. Vandaar ook dat ze een hekel had aan mijn vroege schilderijen, die veel meer de surrealistische kant opgingen. Als je een goed schilderij wilt maken, moet je vooral authentiek zijn. Wat is er van jou? Daar ben ik ondertussen ook wel achter gekomen.

"Katrien heeft me helpen vinden wat ik wou vertellen. Zo heb ik een zelfportret geschilderd van toen ik een jaar of acht was, toen ik voetballer was. Ik heb daar met veel plezier aan geschilderd. Er kwam heel veel terug. Katrien zei: 'De reden waarom dat werk aantrekt, is dat er in dat jongetje geen ogen van een kind zitten.' Ik was me daar niet van bewust, maar als je goed kijkt, zeg je: 'Ja, ze heeft gelijk'. Het zit soms in die kleine dingen of iets werkt of niet. En daar heeft zij een veel beter zicht op."

"Toen ik als kind ziek was en niet naar school moest, mocht ik bij mijn papa in het atelier en gaf hij me een doek waarop ik met verf mocht tekeergaan. Jaren later, als puber, wou ik zelf gaan tekenen. Ik dacht dat het mijn eigen studiekeuze was, maar het was pas achteraf dat ik besefte hoezeer hij me wel had gevormd.

"Ik heb hem altijd bewonderd. Vaak stiekem, want als puber kun je niet toegeven dat je naar je vader opkijkt. Ik wist ook heel snel dat ik nooit zo goed zou zijn als hij. Toen ik vrije grafiek deed, kon ik wel heel behoorlijk schetsen. Maar toen ik aan de filmschool zat, hield ik op met tekenen. Met alle gevolgen van dien. In tegenstelling tot fietsen en zwemmen, is schetsen een kunst die je afleert als je niet oefent. Dat besefte ik toen iemand me tijdens de voorbereiding van een tv-programma vroeg om een sombrero te tekenen. 'O, mooi bootje,' zei die persoon toen ik mijn schets onder zijn neus schoof. Toen wist ik dat het tijd was om in te grijpen.

"Toen ik hoorde dat mijn vader thematisch vastzat met zijn werk, dacht ik: misschien kunnen we elkaar helpen. Hij had me leren tekenen toen ik zestien was en ik hoopte dat hij dat nog een keer zou doen. Aanvankelijk was het heel frustrerend om hem bezig te zien. Ik heb nog achter zijn rug staan wenen. Maar ik heb vooral ook gekeken hoe hij het deed. Zo leerde ik het weer, maar zo kwamen ook zijn handicaps aan het licht. Hij is technisch zo sterk dat hij te kampen heeft met de drang om de perfectie na te streven. Ik zag bijvoorbeeld hoe hij aan sommige schilderijen bleef werken tot ze dood waren.

"Hij heeft zijn gave vaak meer als een gif dan als een plezier ervaren. Hij heeft een bepaalde drang, maar hij wordt er niet gelukkig van. Hij is altijd op zoek, maar weet vaak niet waarnaar precies. Daar hebben we uitgebreid met elkaar over gepraat voor we begonnen samen te werken. Voor mij is hij altijd een kunstenaar geweest, precies doordat hij altijd is blijven zoeken. Hij neemt geen genoegen met wat hij kan. Hij had slapend rijk kunnen worden door aan de lopende band stillevens af te leveren waar het Vlaamse doorsneehuisgezin kleine fortuinen aan had willen spenderen.

"Jaren geleden had hij een tentoonstelling met naakten. Er was iemand die een schilderij wou kopen, maar hij vroeg wel om de kleur van het schaamhaar van de afgebeelde dame te veranderen, omdat het niet paste bij de kleur van zijn zetels. Pa weigerde. Nu denk ik: goed zo. Toen dacht ik: daar gaat mijn dure, nieuwe jas. Hij is altijd heel consequent geweest en dat kan ik eigenlijk alleen maar bewonderen.

"Mijn vader werkt niet alleen voortdurend aan zijn schilderstechniek, hij heeft in de loop der jaren ook hard aan zichzelf gewerkt. Ik weet niet of ik dat zou kunnen en of ik het inzicht in mezelf zou hebben om een aantal zaken zo ingrijpend te veranderen, zoals hij dat gedaan heeft. Ik heb hem nu liever dan vroeger. Je kunt beter met hem praten. Ik leer veel van hem bij. Er zijn momenten dat we over iets discussiëren en dat ik voel: er hangt vlees aan de botten.

"Vroeger lag hij heel erg met zichzelf overhoop en was hij echt gesloten. Hij was een muur. Je reed jezelf erop kapot. Ik heb hem toen ooit een brief geschreven om te zeggen: 'Hallo vriend, hoe zit dat hier?' Echt toktoktok tegen zijn ruitje. Zoals hij vroeger was, zou ik nooit met hem hebben willen schilderen. Nu vind ik het aangenaam dat hij niets zegt. Hij staat nu veel positiever in het leven.

"Er zijn veel artiesten die heel goed kunnen spreken over hun schilderijen. Mijn vader kan er heel goed over zwijgen. Ik vind dat ook een van zijn talenten. Hij is natuurlijk te bescheiden om te helpen donderen. Soms, als ik hem bezig hoor, denk ik: pa, alsjeblieft! We zijn aan sommige schilderijen jaren bezig, dat maakt het op zich al waardevol genoeg. Voor hem is dat schilderen ook deels therapie, denk ik. Hij heeft altijd een soort droefheid in zich gehad. Je voelt dat hij van alles meesleurt. Zonder dat hij daarmee andere mensen bezwaart. Maar dat zit wel in hoe hij denkt over de dingen, in hoe hij eruitziet à la limite. Hoe hij kijkt. Om diezelfde reden wellicht was hij vroeger een echte vrouwenmagneet (lacht).

"Intussen zijn we al jaren samen bezig en nog elke dag maken we elkaar beter. Als we met een nieuw doek beginnen, mag ik gewoonlijk de eerste verf aanbrengen. Ik ben veel wilder, ik smeer graag, terwijl hij heel secuur is. Eerst laat hij me tekeergaan en dan verbetert hij me. Als zijn correcties te ver gaan, dan verpest ik zijn aanpassingen weer een beetje. Dat zorgt voor een spanning die voor mij noodzakelijk is.

"We draaien onze doeken om, zoals Francis Bacon het deed. We werken op de zuigende kant van het canvas. Francis Bacon deed dat om puur te werken. En opdat je zou voelen dat elke veeg verf die hij aanbracht uit passie voortkwam. Dat directe, dat onvoorzichtige, dat is tegen mijn vader zijn natuur. Hij doet meestal de koppen. Hoewel, nu gaan we twee enor- me schilderijen maken met een groep mensen erop en het is de bedoeling dat ik dit keer de koppen voor mijn rekening neem. Meestal steek ik mijn tijd in de achtergronden. De kleren doen we samen. We discussiëren over de blikken van de personages, over hun mond, over wat ze moeten uitstralen.

"Op een van die kersttaferelen, op het schilderij Kerst 1969, staat een jongetje dat inmiddels al lang overleden is. Ik vind dat je ziet dat hij dood is. Hij is er niet bij. De anderen kijken in de camera en hij is al ergens anders. Je moet dat niet weten als je ernaar kijkt, maar sommigen voelen het. Jeroen kijkt naar dat schilderij en zegt: 'Brrr, ik vind dat akelig.' Eigenlijk hebben we dat niet zo expliciet geschilderd, maar hij heeft gelijk, het is akelig, want dat jongetje is dood.

"We schilderen heel vaak familieleden. Je kunt langer werken aan iemand die je graag ziet. Het gevaar is natuurlijk dat buitenstaanders daar niets bij voelen. Maar onze tentoonstelling heeft het tegendeel bewezen. Ook Jeroen is zot van enkele schilderijen die heel specifiek aan onze familie gelinkt zijn. Iedereen heeft een familie. De zaken die we schilderen, maken deel uit van het collectief geheugen.

"Eigenlijk gaan mijn films en onze schilderijen over dezelfde thema's: liefde, afscheid en huishoudelijk onheil. Ook in de manier waarop ze tot stand komen zijn ze verwant. De realiteit die voor veel mensen banaal is, film ik altijd als een fictiefilm, met vaste lenzen en juiste kadreringen, zodat de kijker opeens wel de schoonheid ziet die hij met zijn eigen ogen mist.

"Met schilderen is dat een beetje hetzelfde. William Eggleston, die fantastische fotograaf, antwoordde ooit op de vraag waarom hij fotografeerde: 'Omdat ik wil zien hoe iets eruitziet als het gefotografeerd is.' Soms weet ik niet waarom we ervoor kiezen om een bepaald beeld te schilderen. Maar wanneer ik achteraf naar een schilderij van ons zit te kijken, zie ik iets wat niet in de foto zat. Dan denk ik: shit, nu zie ik het, daar gaat het over. Maar daar spreken we niet over, mijn pa en ik. We zijn bang dat wat het is, tussen ons, wat we kunnen, zal verdwijnen als we het gaan analyseren."

• Geboren op 7 december 1974 in Menen

• Haar vader is kunstschilder, haar moeder verpleegster

• Woont met haar man Frank Vander linden en hun zoon John in Brussel

• Studeerde eerst vrije grafiek aan de KASK in Gent, daarna filmregie aan het RITS

• Regisseur bij Dagelijkse kost

• Regisseerde twee langspeeldocumentaires: Bedankt & merci en Ik vergeet u nooit

• Geboren op 16 juni 1950 in Menen

• Studies: KASK, hoger onderwijs voor toegepaste kunsten

• Gehuwd en vader van twee dochters

• Won onder meer: eerste prijs Alfons Blomme in Roeselare; eerste prijs Europese Kunstverdienste, Koksijde

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234