Donderdag 06/08/2020

ToekomstblikIn vijf bedrijven

Wat brengt het leven na corona? ‘Straks staan we weer massaal in overvolle cafés’

Alain Van Hiel, sociaal psycholoog: ‘Als de lockdown niet zorgvuldig wordt afgebouwd, staan we morgen massaal in overvolle cafés.’Beeld Levi Jacobs

Voorlopig blijven we nog enkele weken in ons kot. Maar hoe zal ons land eruitzien zodra deze periode een lang vervlogen herinnering is? Zal ze haar sporen getrokken hebben in onze samenleving, of wordt dit maar een voetnoot? Een vooruitblik in vijf bedrijven.

1) Gedrag: hebben we onze laatste hand geschud?

Kent u het? U zit achteloos thuis op de bank, kijkt tv, en plots is het daar. Een kortsluiting in uw hersenen. Omdat die waaghalzen van De mol – nochtans duidelijk niet behorende tot één gezin – wel geblinddoekt rondspringend met een cactus op hun hoofd een ballon weten te doorprikken, maar precies onmogelijk kunnen uitvogelen hoe ver anderhalve meter is. Omdat Sergio Herman de meest waanzinnige dingen doet in Mijn keuken, mijn restaurant. Zoals daar zijn: met zijn naakte vinger zo maar op de bel duwen bij een duo hobbykoks en hen vervolgens een hand geven. Een hand! Alsof hij niet doorheeft dat hij hier zijn leven riskeert. Om nog maar te zwijgen van die aan-elkaars-lijfplakkers van Temptation Island.

Zo snel gaat dat dus. Zet ons in afzondering, leg ons regels op die ons sociale leven helemaal op zijn kop zetten, en binnen enkele dagen ervaren we dat al als ons nieuwe normaal. Is de ontzetting die we voelen bij het zien van bovenstaande taferelen te vergelijken met de afschuw wanneer we anders iemand een stang in de tram hadden zien aflikken? U weet nog net de neiging te onderdrukken om snel richting badkamer te spurten om even plaatsvervangend uw handen te wassen. En intussen vraagt u zich af: is dit het dan? Is dit het nieuwe normaal? Gaan we dit blijven meedragen, ook wanneer de coronamaatregelen al lang een vervlogen herinnering geworden zijn?

Wel, als het van viroloog Marc Van Ranst afhangt, komen we wel degelijk gemuteerd uit deze tijden. “Wat we nooit meer zullen doen: ziek gaan werken. We weten nu dat we kunnen thuiswerken, en dat je een dagje moet thuisblijven als je verkouden bent”, zegt hij al weken met grote stelligheid op radio en tv. Meestal voegt hij er ook aan toe dat we onze zieke kinderen nooit meer naar hun grootouders zullen brengen wanneer ze niet naar school of de crèche kunnen. Dergelijke gedragsveranderingen gaan blijven, meent Van Ranst.

Bij dat laatste kan sociaal psycholoog Alain Van Hiel (UGent) zich nog iets voorstellen. “Maar dan alleen omdat de schrik bij mensen op leeftijd er nu misschien wel zal inzitten”, zegt hij. En mogelijk zal een werkgever in het vervolg liever skypen met zijn alles onderniezende werknemer dan het risico te lopen dat zijn volledige afdeling een week later loopt te snotteren.

Maar verder? “Als ik experts hoor praten over een leven voor en na corona, moet ik toch telkens de neiging onderdrukken om geen weddenschap aan te gaan. Voor een bak Orval, graag, want ik ga hem winnen ook”, zegt Van Hiel. “Ik geloof namelijk niet dat er veel zal veranderen. We hebben het hier over de essentie van de mens: we zoeken elkaar altijd op. En misschien dat we de eerste weken nog niet meteen handen gaan schudden, maar natuurlijk gaan we – zodra ze mogen plaatsvinden – weer lijf aan lijf staan op festivals.

“Meer zelfs: als de lockdown niet zorgvuldig wordt afgebouwd, staan we morgen massaal in overvolle cafés. We hebben het nu al zo moeilijk om die afstandsregels te bewaren in de supermarkt; wat wordt dat als de teugels gevierd worden?”

Ignace Glorieux, professor sociologie aan de VUB, voorziet al even weinig aanpassingstijd. Met zijn onderzoeksgroep monitort hij via de website dagelijksleven.eu hoe wij ons tijdens deze bijzondere periode gedragen. “Ik geloof ook niet dat onze wereld kleiner zal worden”, zegt hij. “Mensen die graag en veel reisden, gaan dat blijven doen. Zij hebben sowieso doorgaans een sterkere gezondheid. Mogelijk gaan we die reizen wel weer meer boeken bij een reisbureau, omdat je dan toch beter verzekerd bent dan bij onlineboekingen. Maar zodra het kan, zullen wij weer volop genieten van onze herwonnen vrijheid.”

Gigantische babyboom

Zo ben je dus in lockdownmodus, zo ben je er dus wellicht ook weer uit. Hoe wendbaar de menselijke geest is, is in de loop van de geschiedenis al herhaaldelijk aangetoond. Eric Vanhaute, professor economische en sociale geschiedenis aan de UGent, haalt daarvoor graag demografisch bewijs boven. “Wat zag je na de oorlogen en grote hongersnoden? Quasi onmiddellijk was er een sprake van een gigantische babyboom. En niet pas negen maanden na het einde van de crisis, die piek kwam er veel sneller. Als je dan terugrekent, zie je precies wanneer de kentering plaatsvond: op het moment dat mensen weer licht zagen aan het einde van de tunnel dachten ze meteen ook weer aan gezinsuitbreiding.”

Al moet je niet eens zo ver terug in de tijd om te weten dat crisissen ons gedrag wel veranderen, maar dat dat effect ook een beperkte houdbaarheidsdatum heeft. Na de aanslagen van 22 maart 2016 was iedere achtergelaten rugzak verdacht en stapten velen met een klein hartje op trein, bus en metro, duchtig in het rond spiedend en verschrikt opspringend bij elk verdacht geluid. “Maar wie denkt daar nu nog iedere dag aan, wanneer hij of zij de trein naar Brussel neemt?”, vraagt Van Hiel. “Zeer weinig mensen. En gelukkig maar, want met constante angst kun je gewoonweg niet functioneren.”

Zodra die dreiging terugkomt, daarentegen, kunnen we wel weer snel hervallen in die tijdelijke gewoontes. En dat is mogelijk wel het belangrijkste, meent de sociaal psycholoog. “Het is erg moeilijk om gedrag vol te houden wanneer we het nut er niet van inzien. Maar we weten nu wel hoe het moet. Dus bij een eventuele volgende pandemie zullen we met z’n allen wél veel sneller adequaat kunnen reageren.”

Kijk bijvoorbeeld naar hoe het mondmasker in Azië veel meer is ingeburgerd in het straatbeeld dan hier, nadat het continent de afgelopen twee decennia met verschillende virusuitbraken te maken kreeg. “De regels volgen wanneer het echt moet: dat is misschien wel doeltreffender dan een permanente gedragswijziging.”

2) Gezondheid: zullen jobs in de zorg aantrekkelijker worden?

Nog nooit zijn er zo veel kranten- en webpagina’s volgeschreven over de zieken- en ouderenzorg in dit land. Corona toont genadeloos de sterktes en zwaktes aan. “Laat deze crisis het keerpunt zijn”, betoogt Anja Declercq, experte ouderenzorg (KU Leuven). “Meerdere hervormingen zullen hier zeker door versnellen”, voorspelt Lieven Annemans (UGent), professor gezondheidseconomie.

Anja Declercq, experte ouderenzorg: ‘Per ziekenhuisnetwerk zouden er bij een volgende crisis vliegende teams moeten klaarstaan voor de woon-zorgcentra.’Beeld Levi Jacobs

Minstens vier pijnpunten moet de overheid zo snel mogelijk remediëren. Vooreerst: er is te weinig samenwerking in de sector. De zogenaamde ziekenhuisnetwerken stonden in 2014 al in het regeerakkoord, maar zijn nog niet overal gerealiseerd. Bedoeling is dat niet elk ziekenhuis in zo’n netwerk nog alle complexe operaties uitvoert en over alle gespecialiseerde afdelingen beschikt (denk aan geriatrie, pediatrie of een materniteit). Covid-19 heeft nu duidelijk gemaakt dat die netwerken ook best de woon-zorgcentra, huisartsen en apotheken in de buurt omvatten. Die netwerken moeten dus niet per se groter, maar wel fijnmaziger worden. “Spontaan werken nu veel voorzieningen samen”, zegt Declercq. “Dat moet een vanzelfsprekendheid worden. Per netwerk kunnen er dan vliegende teams klaarstaan met artsen, verplegers en ziekenhuishygiënisten voor de woonzorgcentra bij een volgende crisis.”

Wat een zegen lijkt in de coronatijd, is ons hoge aantal bedden voor intensieve zorgen (18 bedden per 100.000 inwoners, wat minder is dan Duitsland, maar veel meer dan Italië). Toch maken we ons best niet teveel illusies dat we al die bedden kunnen behouden in de volgende virusvrije periode. Het Federaal Kenniscentrum voor Gezondheidszorg (KCE) stelde eerder al vast dat het aantal ziekenhuisbedden tussen 2017 en 2025 met 18 procent moet dalen, en experts wijken daar nu niet van af. Wel willen ze de budgetten herzien.

En ze pleiten zeker voor een strategische reserve aan bedden voor de spoeddiensten en intensieve zorgen. Denk aan noodhospitalen die bij een volgende schok, weze het een aanslag of een pandemie, in enkele uren op de parking van een bestaand ziekenhuis kunnen verrijzen. Minder bedden hoeft ook geen slechtere zorg te betekenen. Integendeel. “Stel dat men het aantal bedden vermindert met 10 procent, en de budgetten met 5 procent, dan kan dat extra geld besteed worden aan een betere zorg en de werkbelasting bij het zorgpersoneel verlichten”, zegt Annemans. “Dit is ook geen pleidooi voor een besparing. Ik betoog al langer dat de gezondheidszorg 2 procent per jaar moet groeien. We worden ouder en er komt een golf van medische innovaties op ons af.”

Wat ons naadloos bij het tweede pijnpunt brengt: de onderbemanning en onderfinanciering van het personeel in de zorg. Vijf jaar geleden toonde een studie van het medisch tijdschrift The Lancet al aan dat ons land per verpleegkundige het op een na hoogste aantal patiënten telt in de ziekenhuizen. In de woon-zorgcentra ligt de norm op 2,5 voltijdse zorgkundigen per 15 bewoners, al scoren de meeste woon-zorgcentra wel beter. “Die normen moeten omhoog”, meent Declercq. “Maar als ze omhoog gaan, zullen we al dat personeel nog wel moeten vinden, en dan zal de job aantrekkelijker moeten worden.” In een studie van de SERV uit 2017 zei ruim 46 procent van de zorgmedewerkers in woon-zorgcentra nog dat hun job emotioneel te belastend is. Meer dan de helft klaagde in hetzelfde onder onderzoek over de voortdurende tijdsdruk.

En wat als die onderbezetting toch aanhoudt? Zullen er dan honderdduizenden witte schorten kwaad op straat komen? Annemans: “Ik hoop echt dat een nieuwe Witte Woede niet nodig zal zijn. De levenskwaliteit van het zorgpersoneel moet omhoog, want die verhoogt ook de kwaliteit van de zorg zelf.”

Minder laagjes

Het derde probleem, zo blijkt overduidelijk, is de indeling van onze rusthuizen. In grote woonblokken met cafetaria’s voor tientallen bejaarden kon het virus ongehinderd zijn gang gaan. De Vlaamse regering begeleidt nu al 35 woon-zorgcentra om kleinere wooneenheden te maken. Senioren gaan er op ‘kot’, met 6 tot 15 medebewoners. Ze hebben er een eigen kamer én een gemeenschappelijke leefruimte, waar ze eten, maar ook samen leven. “Hoe kleiner het aantal bewoners, hoe groter de kans om besmetting te voorkomen bij bewoners en hulpverleners”, zegt doctor Lander Vermeerbergen van KU Leuven (Centrum voor Sociologisch Onderzoek). Hij wijdde zijn doctoraat aan de optimale organisatie van woon-zorgcentra, en schreef vorige week een aanbeveling over de wzc’s na corona, samen met professor Geert Van Hootegem. Breekt er een pandemie uit, dan kun je die wooneenheden makkelijk afsluiten. Vermeerbergen: “Ouderen zullen er ook een ‘thuisgevoel’ ervaren, wat hun levenskwaliteit zal bevorderen.” Bij dat ‘kot’ hoort ook een vast team van zorgkundigen, verpleegkundigen en onderhoudspersoneel, wat opnieuw het besmettingsgevaar zal doen verminderen en het welzijn verhoogt.

De uitbraak van COVID-19 maakt dat veel mensen nu het plan opvatten om hun (groot)ouders uit de rusthuizen te halen en hun dierbaren thuis te verzorgen. Hoe nobel ook, experts zien het niet meteen massaal gebeuren. Al was het maar omdat ouderen nu al zo lang mogelijk thuis blijven wonen. De gemiddelde verblijfsduur in het rusthuis is ‘maar’ anderhalf jaar. De woon-zorgcentra gelden dus reeds als een laatste toevluchtsoord.

De laatste weeffout in onze zorg is wellicht de ‘meest Belgische’: de onsamenhangendheid van de bevoegdheden. Als dit niet opgelost raakt, zullen veel van de hierboven vermelde hervormingen onnodige vertraging oplopen. In onverdachte tijden schreef professor Annemans al met elf andere experts een rapport over onze onlogische staatsstructuur. Conclusie? Het maakt niet uit of de gezondheidszorg herfederaliseert of regionaliseert, als het beleid maar minder laagjes krijgt en ondubbelzinniger wordt.

3) Economie: hoe herstellen we van de financiële kater?

Niets zo doeltreffend als een deftige crisis om de samenleving eens goed op te schudden. Dat zeggen wij niet, daar herinnerde de Amerikaanse geschiedkundige Walter Scheidel van de Stanford-universiteit ons vorige week nog eens aan in een opiniestuk in de New York Times. De pest maakte een eind aan het feodale systeem. Na de Eerste Wereldoorlog kregen Belgische mannen het algemeen enkelvoudig stemrecht, de Tweede Wereldoorlog leverde ons de verzorgingsstaat op. Ook de coronacrisis, hoopt Scheidel, heeft wereldwijd potentieel om de kloof tussen arm en rijk te verkleinen.

Economen voorspellen immers dat we voor de grootste recessie in 100 jaar staan. Koen Schoors (UGent) plakt er cijfers op. “Zelfs als alles deze zomer weer zou normaliseren, krimpt de wereldeconomie volgens de voorspellingen dit jaar met 3 procent. In België zal dat heel wat meer zijn. Daar voorzien we een inkrimping van ongeveer 8 procent.”

Koen Schoors, econoom: ‘Er zal helaas een shake-out plaatsvinden. Er zal aan de boom geschud worden en dode spelers zullen naar beneden vallen.’ Beeld Levi Jacobs

Wat dat betekent in nominale cijfers? Dat het gat in de begroting tegen het einde van dit jaar zal oplopen tot mogelijk wel 40 miljard euro. “De tijdelijke werkloosheidsmaatregelen kosten ons 1,7 miljard per maand. Tel daarbij de andere uitkeringen zoals de vervangingsinkomens, de tegemoetkomingen van 4.000 euro voor wie een handelszaak moest sluiten, de overheidsinkomsten die later betaald mogen worden, de belastingen op inkomens en winsten die lager zullen uitvallen en je komt aan een maandelijks tekort van 4 à 5 miljard euro.”

Vermenigvuldig dat met het aantal maanden dat de maatregelen wellicht van kracht zullen zijn, tel er het tekort van 12 miljard euro bij dat al op de teller stond door het gebrek aan regering, weet dat de heropleving niet voor onmiddellijk zal zijn et voilà: we kijken aan tegen een ongezien budgettair gat.

Een lekenhart gaat van minder in een paniekerige galop, maar dat is niet nodig, sust Schoors. Want de vraag die nu zo vaak gesteld wordt, namelijk: wie gaat die coronapremies allemaal betalen?, die is eigenlijk niet relevant. “Die bijkomende 30 miljard te kort zijn het punt niet. Dat leidt tot een eenmalige toename van de schuldgraad die vanzelf weer zal verdwijnen, zolang de rentevoet kleiner is dan de economische groei. Niemand hoeft die terug te betalen.

“Die put van 12 miljard die er al was, die is wel een probleem. Want dat is geen eenmalig tekort, maar een permanent tekort dat de schuldgraad stelselmatig doet toenemen. Dat is het resultaat van een beleid dat consequent jaar na jaar te veel uitgeeft. Dat tekort gaat overigens nog groter worden als er niet snel een begroting komt.”

Terug naar Scheidel dan: kan deze economische crisis zonder weerga de kloof tussen arm en rijk verkleinen? Ive Marx, professor economie en armoede-expert aan de Universiteit Antwerpen is sceptisch. “Als er bespaard moet worden, leert de ervaring dat het niet de rijken zijn die het gelag betalen. Hoe zeer sommigen op zo’n moment ook roepen om solidariteit, als puntje bij paaltje komt, halen de heersende machtsverhoudingen het doorgaans toch. Dat zien we al decennia: de ongelijkheid in ons land blijft ongelooflijk stabiel. Die ligt niet op een ongelooflijk hoog niveau in vergelijking met de rest van de wereld, dat mogen we ook wel zeggen, maar ze beweegt nauwelijks.”

E-commerce

De vergelijking met naoorlogse situaties gaat nu ook niet helemaal op, vindt Marx. “Niet alleen Scheidel, ook Thomas Piketty (de Franse econoom, red.) verwijst graag naar de oorlogen als de grote gelijkmakers tussen arm en rijk. Alleen: zo’n oorlog gaat gepaard met een massieve destructie van kapitaal en infrastructuur. Dat is nu niet het geval. Bovendien heeft België al een sterk uitgebouwde welvaartsstaat. Kijk naar het systeem van tijdelijke werkloosheid: dat bestond al. Het kon onmiddellijk in gang treden. Bij ons zie ik dus niet snel een hele grote shift gebeuren.”

Neem nu de e-commerce, zegt Marx. Het onlineshoppen boomt de afgelopen weken als nooit tevoren. Zelfs mensen die nooit eerder iets kochten via het internet, bestellen er nu hun boodschappen. Het zou best eens kunnen zijn dat we dat blijven doen. “Maar zie je op beleidsniveau iets bewegen, om een kader te creëren rond die e-commerce? Zie je de sociale partners naar elkaar toe bewegen? Nee. Die zitten allemaal nog steeds vast in hun eigen rol.”

Dat corona zal doen voor de economie wat de oliecrisis deed in de jaren 1970, is dus lang niet zeker. Tot dan was de economie nog erg georiënteerd op de oude industrie. Maar de oliecrisis deed inzien dat er nog maar weinig toekomst zat in steenkool. De switch naar de diensteneconomie, die al sluimerde, werd toen op volle kracht ingezet.

“Je weet nu ook al”, zegt Schoors, “dat een stuk van ons economisch weefsel deze schok niet zal overleven. Er zal helaas een shake-out plaatsvinden. Er zal aan de boom geschud worden en dode spelers zullen naar beneden vallen.” De econoom denkt aan slachtoffers binnen de luchtvaartsector, de horeca, het toerisme. Dat die nu in eerste instantie een levenslijn geboden wordt, is een goede zaak, zegt hij. “Maar we moeten wel opletten dat we geen zombiemaatschappij creëren. Je moet niet levend willen houden wat eigenlijk al dood is.”

Anderzijds voorspelt Schoors een heropleving van de lokale, regionale en nationale economie. “Het enige wat je kunt doen bij zo’n wereldwijde schok, is je tijdelijk afsluiten van de rest van de wereld. De grenzen sluiten en je eigen weefsel proberen beschermen. We zien nu hoe gevaarlijk het is, om te veel af te hangen van buitenlandse leveranciers van chemicaliën of mondmaskers. En hoe plukboerderijen meteen profiteerden van de crisis. De hang naar stabiliteit, naar datgene wat minder risico’s inhoudt, dat gaan we nog lang voelen. Jonge mensen leren hier lessen voor het leven.”

Professor sociale en economische geschiedenis Eric Vanhaute (UGent) hoopt dat er effectief goed nagedacht wordt over zulke opportuniteiten. “Een crisis fungeert altijd als een lens. Het is een uitvergroting van trends in een samenleving: je ziet plots waar de zwakke schakels zitten. Tegelijk is het een laboratorium, het is de uitgelezen kans om de zaken op te schudden en iets nieuws te proberen.”

Daarom is zo’n crisis doorgaans ook een stresstest voor de elite, zegt Vanhaute. “Heel vaak winnen ze, maar soms staat er een nieuwe orde op die het anders wil aanpakken en die enorme druk uitoefent. En dan ontstaan de grote revoluties, zoals de opbouw van de verzorgingsstaat, of het stemrecht voor de vrouw. Het zou heel erg zonde zijn als we deze kans niet grijpen om onze huidige samenleving eens grondig onder de loep te nemen. Hoe zijn we in deze crisis beland? En zijn we wel bestand tegen nieuwe, mogelijk nog zwaardere schokken? De geschiedenis leert ons: dit is het moment waarop we erg belangrijke keuzes kunnen maken.”

4) Werk: wordt onze starre arbeidsmarkt dynamischer?

Ja, dat landschapskantoor zal er nu mogelijk echt aan moeten geloven, net zoals de flexplekken. Goed nieuws voor al wie ook voorheen al graag een mondkapje had opgezet bij het verwijderen van dat gore bekertje koffie dat een collega gisteren achterliet op jouw bureau-van-de-dag.

Maar wat gaan de effecten op grotere schaal zijn op onze arbeidsmarkt? Het is een vraag die iets moeilijker te beantwoorden is. Daarvoor moet er eerst een antwoord gevonden worden op andere onzekerheden: zijn we er bijna van af, of wordt dit de eerste lockdown in een lange rij? Kunnen we deze zomer stilaan ons gewone leven hervatten, of duurt dat nog een jaar of twee?

Geert Van Hootegem, directeur HIVA: ‘Ik voorspel een terugkeer van de prikklok, vooral op verzoek van de werknemers. Mensen blijken de neiging te hebben om méér te werken nu ze thuis zijn.’Beeld Levi Jacobs

Sarah Vansteenkiste, coördinator van het Steunpunt Werk, houdt alvast rekening met verschillende scenario’s. “Het aantal mensen in tijdelijke werkloosheid is nu fel gestegen, maar het is niet uitgesloten dat straks ook de werkloosheidscijfers een vlucht zullen nemen. En mensen die al werkzoekend waren voor de crisis uitbrak, geraken nu mogelijk nog meer ontmoedigd.”

Risicopremie

Maar de medaille heeft mogelijk ook een positievere keerzijde. Want wat jaren onmogelijk leek, lijkt nu toch voorzichtig te gebeuren, ziet Vansteenkiste : onze starre arbeidsmarkt is sinds kort ietsje dynamischer. Sectoren wisselen personeel uit, onder meer de land- en tuinbouw hoopt daarvan te profiteren, en tijdelijke werkloosheid kan gecombineerd worden met bijverdienen in een andere sector. “Dat zijn erg belangrijke en leerrijke stappen die nu gezet worden. Hopelijk kunnen we die later verder uitwerken en verfijnen.”

Geert Van Hootegem, directeur van het HIVA, het onderzoeksinstituut voor arbeid en samenleving van de KU Leuven, ziet ze ook. “Plots zie je mensen uit hun silo’s komen, ook binnen één organisatie. Ze werken samen, interdisciplinair. Al meer dan twintig jaar pleit ik daarvoor, nu blijkt het plots te kunnen en nog tot ieders tevredenheid ook. Ik vrees alleen dat we ons straks heel snel allemaal weer terugplooien, want als je dit permanent wilt doen, moeten organogrammen hertekend worden en sneuvelen er leidinggevende functies. Dat ligt altijd moeilijk.”

Nog zo’n evolutie die zich in sneltempo lijkt te voltrekken: telewerk. In 2019 werkte 18,9 procent van de loontrekkenden soms of gewoonlijk van thuis uit, blijkt uit cijfers van het Belgische statistiekbureau Statbel. Een forse stijging ten opzichte van de 7,4 procent twintig jaar eerder, maar wel een pak onder de mogelijkheden. Een studie van de Stichting Innovatie & Arbeid, eveneens uit 2019, toonde namelijk aan dat 41 procent van de jobs van thuis uit uitgeoefend zou kunnen worden. Uit het corona-onderzoek dat de Universiteit Antwerpen samen met de UHasselt en de KU Leuven nu wekelijks uitvoert, blijkt echter dat dezer dagen liefst meer dan 70 procent telewerkt.

Al moeten die cijfers genuanceerd worden, zegt Van Hootegem. “Wellicht is de enquête meer ingevuld door thuiswerkers dan degenen die elders werken. Maar het is dus zeker zo dat we in redelijk groten getale thuiswerk ontdekt hebben. Al zou ik niet durven te beweren dat we dat en masse gaan blijven doen. Het is niet omdat het kan, dat het ook wenselijk is. Mensen missen contacten met hun collega’s, de ergonomie van hun bureau en stoel op de werkplek, de sociale cohesie van een team.”

Wie trouwens hoopte dat de prikklok door al dat thuiswerken nu ineens van de muur gerukt kan worden: helaas. “Ik voorspel zelfs een terugkeer”, verrast Van Hootegem. “Op verzoek van de werkgevers, die niet meer visueel kunnen vaststellen of hun personeel wel degelijk aan het werk is, maar vooral ook op verzoek van de werknemers. Door het telewerken lopen niet enkel onze woon- en werkruimte door elkaar, maar ook onze werktijd en vrije tijd. Mensen blijken bovendien de neiging te hebben om méér te werken nu ze thuis zijn, uren waarvoor ze niet betaald worden en waardoor ze inboeten aan vrije tijd. De enige manier om dat echt af te bakenen, is door weer in- en uit te loggen.”

Het is een probleem waar die 59 procent andere werknemers, voor wie het sowieso onmogelijk is om thuis te werken, niet van wakker ligt. Zij hebben wel andere zorgen: hoe gezond te blijven wanneer er een virus rondwaart en je toch contact moet hebben met anderen, bijvoorbeeld. Hoe gaan we hun jobs op langere termijn organiseren en, zeker voor degenen die werkzaam zijn in sectoren die we vandaag unaniem als essentieel bestempelen, waarderen?

Door apothekers, kassiers en buschauffeur permanent achter plexiglas te zetten, mogelijk. “Of door mensen Tsjernobyl-gewijs beurtelings bloot te stellen”, oppert Van Hootegem. “Wanneer het risico echt groot is, zouden we naar een systeem kunnen gaan waarbij acht verschillende mensen één uur werken, in plaats van eentje acht uur aan een stuk. En je zou met risicopremies kunnen werken. Dat is onze klassieke aanpak voor wie we gevaarlijk werk laten doen. Wie we niet kunnen beschermen, kopen we af met een premie.”

Een belangrijk punt, vindt ook Vansteenkiste, de herwaardering van essentiële beroepen. “We kunnen hen niet missen, maar de financiële compensatie is nu vaak niet navenant. Ook dat kan een positief gevolg zijn van deze crisis. Het is geen makkelijk of evident debat, maar het moet wel echt gevoerd worden. Laten we hopen dat we dat niet vergeten zodra alles achter de rug is.”

5) Wonen en mobiliteit: springen we massaal in de wagen om op het platteland te gaan wonen?

Ligt er een ‘Brave New World’ in het verschiet na deze coronacrisis? Niet de totalitaire staat van Aldous Huxley, maar wel een land waar het beter toeven is?

Sociologen en mobiliteitsdeskundigen koesteren de wens dat onze politici de moed zullen hebben om het leven in de steden en de mobiliteit op onze aardkluit te herdenken. “Ik mag er niet aan denken dat straks de steden weer helemaal vollopen met wagens, met alle luchtvervuiling, lawaai en opstoppingen van dien”, zegt Cathy Macharis, professor duurzame mobiliteit en logistiek (VUB). Maar ook de stad zelf moet er anders, en vooral beter, gaan uitzien. “Alle experts zijn het erover eens dat onze steden niet uitgerust blijken voor gezondheidscrisissen”, zegt Stijn Oosterlynck, hoofddocent sociologie (UAntwerpen). “De overheid zet nu agenten en stadswachten in om die anderhalve meter afstand met boetes af te dwingen. Bij een volgende uitbraak van een coronavirus zouden we echter ook de publieke ruimte zo kunnen aanpassen dat stedelingen zich makkelijker aan de regels kunnen houden.”

Willy Miermans, docent verkeerskunde: ‘De overheid zou nu een chip in de auto moeten durven installeren en 2 tot 4 euro aanrekenen telkens wanneer die auto start.’Beeld Levi Jacobs

Wenen en Berlijn, ook in pre-coronatijden al steden die hoog scoorden qua leefbaarheid en levenskwaliteit, geven het goede voorbeeld. Straten en rijstroken worden er opengesteld voor voetgangers en fietsers, zodat niemand meer moet drummen op die kleine trottoirs of smalle fietspaden. In Wenen worden straten massaal omgeturnd tot woonerven, wat kinderen speel- en ademruimte geeft. In Brussel wordt het idee sinds deze week ook uitgetest, te beginnen met één straat in Elsene, later volgen er mogelijk nog meer. “Bij een volgende opstoot zou je zelfs ‘coronamobiliteitsplannen’ kunnen uitrollen in de grote steden”, stelt Oosterlynck voor. “Corona creeërt immers vanzelf autoluwheid.”

Maar dat zijn snelle ingrepen voor volgende coronapieken, die, zoals de laatste Harvard-studie voorspelt, weleens tot 2022 de kop zouden kunnen opsteken. Gaan steden zich ook langdurig anders organiseren? Professor Macharis: “In deze crisis is groen onontbeerlijk gebleken voor onze mentale gezondheid.” Steden moeten dus meer groene zones krijgen – parkjes, grasvelden, pleintjes – waar mensen kunnen uitblazen. Oosterlynck: “We zullen woningen nog meer in elkaar moeten passen zodat gezinnen hun privacy behouden, maar er toch ook meer ruimte voor groen ontstaat.”

Zullen al die ‘rustplekken’ ook nodig zijn om stadsvlucht tegen te gaan? Verlangt de Vlaming door deze crisis nog meer naar een eigen huis, een eigen tuin, een eigen plek onder de zon? Oosterlynck: “De mensen die er al sceptisch over waren dat we compacter en dichter bij elkaar moeten gaan wonen, voelen zich nu gesterkt in hun mening. Het debat tussen voor- en tegenstanders van ‘stadsinbreiding’ zal zich verder verdiepen.”

Concreet zien experts echter geen massale trek naar het platteland waar we allemaal weer villa’s zullen neerpoten en elk weekend tuinieren. “Al was het maar omdat veel mensen zich dit niet kunnen veroorloven”, meent geografieprofessor Eric Corijn (VUB). “Die vraag zullen alleen middenklassengezinnen en de upper class zich kunnen stellen.”

Lokale Bongo-bonnen

Wie de steden en dorpskernen wil reorganiseren, moet ook het openbaar vervoer een make-over geven. Dat kampte al met een huizenhoog imagoprobleem door de vele vertragingen en overvolle piekuurtreinen (-trams, -metro’s en -bussen). Gaan pendelaars nu nog meer hun auto – toch een stalen harnas – nemen wegens het besmettingsrisico? “Ik verwacht wel enige terughoudendheid in het begin. Net zoals na de aanslagen in de metro. Veel mensen zullen met mondmaskers de tram of de bus opspringen. En openbare-vervoersmaatschappijen kunnen bijdragen door handgels te voorzien aan in- en uitgangen”, meent Macharis. “Dat zal de verspreiding van andere ziektes evengoed tegenhouden.”

Het ‘voordeel’ van deze crisis, zeggen experts unisono, is wel dat er nog nooit zoveel mensen zo vaak en zo lang zullen hebben nagedacht over wat een ‘essentiële verplaatsing’ is.

“Ik vind dat een leuk begrip”, lacht Willy Miermans, docent verkeerskunde (UHasselt). “Kunnen we die term alstublieft behouden?”

Voor de coronacrisis waren een derde van de verplaatsingen kort en met de auto. Naar de bakker, naar de slager, naar de kapper. “Corona zal veel mensen overtuigd hebben van de absurditeit van al dat ‘kerktorenrijden’”, meent Miermans. “De overheid zou nu een chip in de auto moeten durven installeren en 2 tot 4 euro aanrekenen telkens wanneer die auto start. Zo hou je enkel de essentiële, verre ritten over. De files zullen verminderen voor de mensen die echt de wagen nodig hebben en de logistiek zal draaien als een tierelier.”

Tussentijdse conclusie: onze wereld is door deze crisis héél veel kleiner geworden, en blijft dat ook best nog lang daarna. “Laten we daarom ook vooral de lokale voorzieningen steunen via publieke financiering, en niet de mastodontbedrijven”, werpt Eric Corijn op. “Maak lokale ‘Bongo-bonnen’ waarmee je in buurtwinkels terechtkunt, en lokale online-bestelplatformen met pakjesdiensten. Eén en dezelfde fietskoerier kan dan je hemd, je schoenen en je bloemkool tot aan je deur brengen.”

Elke wijk krijgt in Corijns visie een eigen budget, waarbij coöperaties beslissen waar dat geld het best heen gaat. Daarin zitten de handelaars, het middenveld en de dienstensector. “In het opeengepakte Molenbeek zullen de noden post-corona immers totaal anders zijn dan in het lommerrijke Woluwe.” Deze coöperaties zijn een extreme versie van de huidige ‘burgerbegrotingen’ in sommige steden, waar bewoners nu al meedenken over een klein deel van het budget.

Nog een mogelijk uitvloeisel van deze pandemie is de heropleving van de lokale voedselproductie. “Als de havenarbeiders van Antwerpen massaal geveld worden door het virus, hebben wij hier binnen de 2 à 3 dagen honger, dat beseffen we nu allemaal”, schetst Corijn. “Laat dat dé stimulans zijn om de korte keten en de recyclage nog veel meer te ondersteunen.”

Uiteraard zullen politici ervoor terugdeinzen om zulke radicale beslissingen door te voeren. “Ze zullen denken: we gaan het de mensen na corona niet opnieuw lastig maken”, meent Miermans. “Maar juist zij moeten mensen tegen hun zin gelukkig durven maken.

“Een Nederlandse collega zei me ooit: Vlaanderen is één groot smoezenboek. Wij vinden altijd wel een drogreden om verder aan te modderen. Laat deze crisis het begin van het einde van al dat gesmoes inluiden.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234