Zaterdag 20/07/2019

WAT BRACKE SCHREEF

‘Eind van de jaren 80 hebben we dan nog eens een staatshervorming gehad, en een paar jaar terug het Sint-Michielsakkoord. En het zal allemaal zonder twijfel nodig en belangrijk geweest zijn, maar het heeft ons eerlijk gezegd niet echt beziggehouden.’ Dat Siegried Bracke als Wetstraatjournalist veertien jaar lang lid was van SP, wisten we. Dat hij af en toe wat schreef voor het partijblad, wisten we. Vandaag laten we u ontdekken wát de actuele N-VA-topman onder de pseudoniemen Han Vermeer en Valère Descherp schreef. Gaat u vooral eerst even zitten. door Douglas De Coninck

r kwam geen speurwerk bij kijken. Eén telefoontje naar het Amsab, Instituut voor Sociale Geschiedenis van de socialistische beweging in Gent, en daar lagen ze voor ons uitgespreid in de leeszaal: alle jaargangen van Doén, het maandblad van de Socialistische Partij (SP), later sp.a. Het nulnummer (juni 1992) brengt op de voorpagina een foto van een rennende kleuter en titelt: ‘Een partij onderweg’. Het blad luidt een nieuw tijdperk in, zegt het hoofdartikel: “Omdat deze partij meer wil zijn dan een kiesvereniging. Omdat ze haar honderdduizend leden wil raadplegen en nauwkeurig en eerlijk informeren. En daar is een blad voor nodig. Volwassen, modern, informatief en, niet vergeten, leesbaar.”

In de colofon treffen we de namen aan van mensen uit het vak, zoals Philippe De Coene (ex-journalist De Morgen, nu sp.a-mandataris), Fons Van Dyck (partijwoordvoerder), Bob Van de Voorde (ex-hoofdredacteur Vooruit) en Mario Verstraete, de medewerker van Johan Vande Lanotte, bij wie later MS zal worden vastgesteld en die in 2002 - 39 jaar oud - op grond van de euthanasiewet voor de camera van Telefacts uit het leven zal stappen. Maar er is nog geen sprake van paars of van euthanasiewetten, we schrijven 1992.

Twee namen die maandelijks in de colofon terugkeren zijn overduidelijk pseudoniemen. H.F. van Muysen is het alter ego van Herman Verheyden, in die tijd directeur programmering bij de VRT-radio (en ook al overleden). Dat hij in 1992 na de uren zijn expertise als mediaman ten dienste stelt van de SP mag niet verbazen, hij was van 1977 tot 1980 woordvoerder van minister van Economische Zaken Willy Claes. De tweede naam is Han Vermeer. Die lijkt te verwijzen naar de 17de-eeuwse Nederlandse schilder, wiens werk na zijn dood massaal werd vervalst. Op 9 januari van dit jaar kwam Bracke in De Pappenheimers op Eén heel toevallig naast de privéchauffeur van Johan Vande Lanotte te zitten, die beweerde hem te kennen “van toen u nog een lidkaart had van de sp.a”. Repliek van de N-VA-topman: “Die heb ik nooit gehad.”

Drie dagen later verklaarde Bracke in Knack dat SP niet hetzelfde is als sp.a: “Ik heb ooit gedurende een korte periode een lidkaart van de SP gehad. Dat heeft niemand ooit geweten. Dat was toen ook dankzij de voorzitter, Karel Van Miert, mede vanwege zijn houding in de rakettencrisis.” Van Miert was SP-voorzitter van 1978 tot 1989. Humo onthulde vorige week dat Bracke veertien jaar lang een lidkaart had, van 1987 tot 2001. Oké, hij was lid. Af en toe schreef hij iets voor het partijblad. Dit is wat ons werd gevraagd voor waar aan te nemen. Over nu naar de leeszaal van het Amsab.

over overlopers, november 1992

In 1992 vormt Guy Verhofstadt de PVV om tot VLD. In het novembernummer pakt Doén uit met een agressieve voorpagina. Verhofstadt wordt afgebeeld als vrijheidsbeeld met in zijn ene hand een goedendag en in de andere een kapitalistenhoed. Titel: ‘De burgerkrijg’. Verhofstadt, zo wordt de SP-militant verzocht te onthouden, zal de kleine man beroven van zijn centjes. In de cartoon herkennen we ook Jaak Gabriëls en André Geens, twee VU-politici die kort daarvoor zijn overgelopen naar de VLD. Het bijbehorende omslagverhaal wordt geschreven door Han Vermeer, Siegfried Bracke dus. Hij heeft het niet zo begrepen op overlopers:

“Verhofstadt en de zijnen laten overal en zo vaak mogelijk weten dat de resultaten nu al spectaculair zijn, het aantal ‘overlopers’ zou nauwelijks nog te tellen zijn (...). Het zou natuurlijk kunnen. Maar wat er tot nu toe bekend is maakt weinig indruk. Er is natuurlijk Jaak Gabriëls, vooralsnog de enige nationale mandataris. Voor de rest worden alleen maar wildweg namen genoemd, die nog nooit ergens zijn bevestigd. Dat Humo-interview van Gabriëls, waarmee hij definitief de Volksunie verliet, was overigens niet slecht. Vooral dan de passages waarin hij zijn vroegere partij beschrijft... Maar tegelijk was er iets schokkends aan. Want iemand die op zo’n vernietigende wijze zijn eigen politieke verleden de grond inboort, maar dan toch tot de conclusie komt dat hij naar een andere partij gaat, daar is iets onfatsoenlijks aan. En dat terwijl uitgerekend de vernieuwers het voortdurend hebben over een nieuwe politieke stijl, meer politiek fatsoen dus. Het spreekt natuurlijk vanzelf dat iedereen, dus ook een politicus, na jaren tot het inzicht kan komen dat hij het totaal verkeerd voor had. En dus het recht heeft van mening te veranderen. Maar dan alleen maar van partij veranderen en voortdoen, dat is niet fatsoenlijk.”

over de staatshervorming, februari 1993

Op elke redactie heerst een hiërarchie. Als De Morgen de premier gaat interviewen, dan is dat meer een taak voor Yves Desmet dan voor pakweg de jongen van de schaakrubriek. Als Doén in 1993 Europees commissaris Karel Van Miert interviewt, stuurt de redactie Han Vermeer. Hij vertolkt in zijn vragen de verzuchtingen van de militant: “Maar kan u er niet inkomen dat mensen ook en tegelijk dat sociale Europa willen?”

In hetzelfde nummer verschijnt de eerste column van Valère Descherp, de tweede alias van Siegfried Bracke. Valère krijgt een eigen rubriek, ‘Rare Tijden’ op pagina 31, en zal de lezer vanaf nu maandelijks meenemen naar de coulissen van politiek en media. Valère pretendeert een politieke partycrasher te zijn, hij weet overal binnen te dringen en schrijft dingen als: “Onze zeer geheime apparatuur waarmee we u al vele keren verslag hebben gedaan van belangrijke partijbureaus staat nu op een plaats die wij niet zullen noemen. Maar eens te meer konden wij getuige zijn van een belangrijke staatszaak.”

Aflevering 1 van ‘Rare Tijden’ gaat over hét Vlaamse journalistieke icoon van de openbare omroep, Maurice De Wilde. Die is na zijn pensioen opgedoken in een commercial van De Oorlogskranten, een in die tijd razend populaire reeks heruitgaven van kranten van 50 jaar geleden. Valère vindt dat een schandelijke vorm van commerciële uitbuiting van het sérieux dat De Wilde bij de openbare omroep opbouwde:

“Het gaat om de duurste spot uit de geschiedenis van de reclame. Maurice is zelf al niet goedkoop, maar naar verluidt is nog veel meer uitgegeven aan zijn turbo-gebit. Maar dat is de kost waard. Maurice spreekt nu drie keer sneller dan op de BRT. Waren ze daar bij de openbare omroep ook op gekomen, dan had men daar serieus mee kunnen besparen (...). Ook wij willen wel eens iets anders lezen dan begrotingen die uit de hand lopen, overlopers naar de VLD, de staatshervorming, Somalië; dat kan ons maar weinig boeien.”

Bracke looft Bracke,

zomer 1993

In het zomernummer van Doén ergert Valère Descherp zich aan politici die zich verstoppen achter “ingewikkelde wetten”, en aan zijn collega Tony Van den Bosch. Dat is de politieke moderator van De zevende dag. Volgens kwatongen is hij lid van de CVP. Politici moeten niet zeuren over slechte wetten, zo betoogt Valère. Ze maken toch zelf de wetten?

“Dat is bijna even sterk als senator Cooreman van de CVP. In het parlement sinds 1958. En toch heb ik die onlangs in een debat vreselijk horen afgeven op ‘de politiekers’. Je moet het maar doen! Toen de moderator vroeg of hij dan zelf ook geen ‘politieker’ was, zei Cooreman dat ‘ze’ in de partij nooit naar hem hebben geluisterd. En toen dan de vraag kwam - de moderator was dus niet Tony Van den Bosch - waarom hij dan niet was opgestapt, zei ie dat hij het zich zelf ook afvroeg. Dat was weer lachen.”

(We belden Etienne Cooreman. Volgens de nu 82-jarige oud-senator gaat dit over een debat aan de Gentse universiteit, “begin de jaren negentig”. De moderator, herinnert hij zich, was Siegfried Bracke.)

over Vlaams-nationalisme, september 1993

In september 1993 is Han Vermeer terug. Zijn schuilnaam prijkte de hele eerste jaargang lang wel in de colofon als vast lid van de redactie, maar kennelijk voelde Bracke zich gaandeweg beter thuis in de rol van columnist. Bij het begin van jaargang 2 besluit Doén elke maand vier tot vijf pagina’s in te ruimen voor een interview met een partijkopstuk. Partijleden kunnen via de rubriek ‘Harde Aanpak’ vragen insturen, die daarna door de interviewer worden voorgelegd aan het kopstuk. De redacteur die deze ergens toch een goede verstandhouding veronderstellende taak op zich neemt, is Han Vermeer.

Zijn eerste gast is Louis Tobback. In de vragen zoals Vermeer ze formuleert, valt de we-vorm op (“Eerst zijn we radicaal tegen privatisering, zeggen we dat je je stoof niet mag verkopen om kolen te kopen. Maar als de regering beslist de ASLK te verkopen, dan zwijgen wij”). Tobback en de interviewer wisselen in het interview van gedachten over het nut van profilering, of juist niet:

Han Vermeer: “Tussen ’88 en midden ’91 waren de socialisten wel degelijk geprofileerd?”

Tobback: “Is het dan daarom dat we in ’91 zo verloren hebben?”

Han Vermeer: “Dat weet ik niet. Maar in de loop van ’91 is met het wapendossier (waarbij de VU de regering Martens VIII deed vallen over FN-wapenlicenties, DDC) de profilering inderdaad opgehouden.”

Tobback: “De Volksunie heeft zich wél geprofileerd op het wapendossier. Ze is ook afgegaan.”

Han Vermeer: “Maar dat zou ook kunnen te maken hebben met het achterhaalde gedachtengoed van de VU dat heeft afgedaan.”

over Guy Verhofstadt, november 1993

Gaandeweg passeren alle grote partijkopstukken de revue: Freddy Willockx, Luc Van den Bossche, Norbert De Batselier, Willy Claes en Frank Vandenbroucke. Han Vermeer levert maandelijks vier tot vijf pagina’s kopij voor Doén. Hij blijft ook lezersvraagjes voorleggen aan de SP-ministers. Han Vermeer stelt confronterende vragen of verpakt ze in poneringen, zoals zijn alter ego vaak doet op de VRT:

“Veel mensen noemen hem een bedrieger.” (over Guy Verhofstadt)

“Ander onderwerp: de media. U bent niet gelukkig met de gang van zaken daar.” (tegen De Batselier)

“Moet je als socialist naast een goed programma ook niet aan de mensen kunnen laten zien dat je ze graag ziet?” (tegen Vandenbroucke)

“78 procent van de leden zeggen neen tegen coalities met het Vlaams Blok. Dat is tegelijk 22 procent mensen die minstens zeggen: ik weet dat nog zo niet. Ik vind dat eigenlijk verontrustend. (idem)

“Is Europa voor de SP niet een soort taboe-onderwerp? We zijn daar voor, en daarmee uit?” (tegen Willockx)

“In tegenstelling tot vele andere ministers ben jij in Gent geen kandidaat-burgemeester. Waarom niet? (tegen Van den Bossche)

Valère ziet alles, januari 1994

Valère Descherp schept er plezier in zijn lezers te doen geloven dat hij een durfal is, een kleine deugniet voor wie geen deur gesloten blijft. De column gaat nu over Johan Van Hecke, die bij zijn verkiezing tot nieuwe voorzitter van de CVP een legendarische speech heeft gegeven: “Le nouveau CVP est arrivé!” Geloof het of niet, Valère had zich tussen de CVP-top gemengd: “We zijn er zelf geweest, en we kunnen dus de geruchten bevestigen: in het Oost-Vlaamse Oosterzele is het er soms wild aan toegegaan. Nogal wat CVP’ers hebben gedronken op de gezondheid van de nieuwe voorzitter, en de gevolgen bleven niet uit. Er zijn aan de toog vele godslasterlijke woorden gesproken (...). En dat het dit keer menens is, hebben ze aan al wie er bij was in Oosterzele ook bewezen: bij het naar buiten gaan heeft Tindemans naar Martens geknipoogd. Vele waarnemers zagen daarin een teken dat dat van die nouveau CVP nog waar is ook.”

de Agusta-affaire, maart 1994

In het maartnummer van Doén is Valère Descherp geschokt door de attitude van Het Laatste Nieuws. De krant heeft bericht dat Luikse speurders in de nasleep van het onderzoek naar de moord op André Cools ook de Vlaamse socialisten viseren. Er is sprake van smeergeld van de Italiaanse helikopterbouwer Agusta, en van Willy Claes. Volgens Valère zijn we getuige van commercialisering, van journalistiek die alleen nog “plezant” wil zijn:

“De rel van Claes met Het Laatste Nieuws over Agusta - of ging dat nu over iets anders? wij weten het al niet meer zo goed - was in die zin op den duur niet meer plezierig. En dat is voor ons een ander belangrijk punt: informatie moet naast snel tegelijk plezant zijn. Want er mag toch ook al eens gelachen worden (...). Zo heeft Het Laatste Nieuws een stuk moeten laten vallen over een nieuw document dat merkwaardig genoeg niet is terug te vinden in de bundel van onderzoeksrechter Ancia. Waarom dat er niet inzit, laat de krant in het midden, maar we moeten daar allicht geen tekening bij maken (...). Want uiteindelijk is dit een principiële kwestie: de nieuwsgaring moet vrij zijn. En plezant ook. En het mag zeker niet te lang duren allemaal.”

(Enkele dagen later breekt de Agusta-hel los en neemt minister van Buitenlandse Zaken Frank Vandenbroucke ontslag.)

Valère undercover bij VLD, juli 1994

De verkiezingen van juni 1994 zijn die van Verhofstadt versus Tobback. Van een campagne waarbij Tobback de schade na het Agustaschandaal moet zien te beperken en naar de kiezer stapt met de slogan: “Uw sociale zekerheid”. En het lukt. De VLD wint de peilingen, maar boekt een irrelevante vooruitgang van 1 procent. En wie heeft dit alles in het hol van de leeuw zien gebeuren? Wie stond daar opeens naast Pierre Chevalier, ex-SP-staatssecretaris, logebroeder en in 1992 overgelopen naar de VLD? Valère:

“Uit nieuwsgierigheid was ik zondagavond 12 juni afgezakt naar de Melsensstraat, hoofdkwartier van de Vlaamse Liberalen en Democraten. Kwestie van wat sfeer te proeven. En champagne. Nou, die vloeide rijkelijk. Toch zeker tot omstreeks 21 uur. En toen, heel bizar, sloeg de sfeer compleet om. De gezichten stonden plotseling op onweer, het werd bijzonder stil. Vreemd, want de VLD had toch de verkiezingen gewonnen? Eén procent vooruit, één zetel winst. ‘Da’s toch geen reden om te klagen’, vroeg ik een witgetrokken Pierre Chevalier. Hij mompelde iets van ‘er is geen zekerheid in ’t leven’. Gelukkig nog sociale zekerheid, probeerde ik om de stemming er wat in te houden.”

cryptisch stukje, november 1994

Onder de titel ‘Het Complot’ steekt Valère de draak met de commentaar van Johan Van Hecke, na de voor de CVP niet zo best verlopen gemeenteraadsverkiezingen en de paarse coalities in enkele steden. Van Hecke had het over “de georganiseerde vrijzinnigheid”, de loge dus. De column is nogal cryptisch. We lieten hem lezen door mensen die in 1994 echt wel goed thuis waren in de Wetstraat, maar niemand lijkt de column te kunnen decoderen. Elio Di Rupo is in die dagen nog niet zo bekend. De vlinderdas is het handelsmerk van één man: Siegfried Bracke zelf. Valère schrijft:

“Als de CVP ergens uit een coalitie viel, dan was dat volgens hem (Johan Van Hecke, DDC) het werk van - en nu moet de lezer eens diep ademhalen - de georganiseerde vrijzinnigheid, een complot van socialisten, liberalen en de duivel zelf natuurlijk (...). God zelf was heel even kandidaat-lid van de liberale vakbond, maar ze hebben Hem daar geweigerd omdat Hij niet kon bewijzen dat Hij regelmatig was ingeschreven. Het is tussen haakjes toen dat Hij een hekel aan papieren heeft gekregen. Maar, en Van Hecke heeft dus gelijk, dat is allemaal fameus verkeerd gelopen, omdat (diep ademhalen) de georganiseerde vrijzinnigheid de duivel zelf niet heeft zien binnenkomen, en die draagt nochtans altijd een vlinderdas en is wél lid van de liberale vakbond. En dan zat het spel op de wagen. Die met zijn vlinderdas heeft natuurlijk geprobeerd de Grote Baas een loer te draaien. Daar waar Hij de opdracht had gegeven om de CVP overal in de coalitie te steken, liefst met een volstrekte meerderheid, deed de vlinderdas precies het omgekeerde.”

(Door ons gecontacteerd, zei Bracke gisteren: “Dat sloeg niet op mezelf. Op wie dan wel ga ik niet zeggen.”)

over het Sienjaal, januari 1995

Opnieuw publiceert Doén een interview met Louis Tobback, en opnieuw is dat een taak voor Han Vermeer. Voorzitter en interviewer hebben het over het Sienjaal, de poging van oud-VU-coryfee Maurits Coppieters om alle progressieve krachten te bundelen, ook vanuit Vlaams-nationalistische hoek.

Han Vermeer: “Je hoort heel dikwijls zeggen dat het politieke landschap in beweging is. Denk je dat dat juist is?”

Tobback: “Aftakeling is ook beweging.”

Han Vermeer: “Dat is iets anders. Er wordt gepraat over herverkaveling: wat aan politiek nu bestaat, zal er over tien jaar niet meer zijn.”

Tobback: “(...) Ik zal waarschijnlijk een van de laatste Mohicanen zijn die zijn hele leven voor dezelfde partij heeft gestemd.”

Han Vermeer: “En er was ook nog dat spectaculaire artikel over de poging tot herverkaveling van Coppieters. De SP was de enige partij die daar een beetje positief op heeft gereageerd. Voor de rest was dat een begrafenis.”

het Agusta-gedicht, april 1995

Tegenover zijn ondervragers heeft ex-SP-penningmeester Etienne Mangé bekentenissen afgelegd. Jawel, de SP kreeg smeergeld van Agusta. Mangé wordt opgesloten in de gevangenis van Lantin, en met hem ex-partijtopman Luc Wallyn en zakenadvocaat Alfons Puelinckx. De crisis voor de SP is nu totaal. Onder de titel ‘Klaagzang’ spreekt Valère de militanten moed in met een (hier ingekort, maar op demorgen.be in zijn totaliteit terug te vinden) gedicht:

“Leg dat eens uit, vroeg Landuyt

Dat zijn schandalen, zei Van der Maelen

Dit is kanker, zei Van Lancker

’k Sta ervan te kijken, zei Derycke

Heer, wil ons verlossen, zei Van den Bossche

’t Is van de botten, zei Van de Lanotte

’t Is om te vloeken, zei Vandenbroucke

We zitten in de zak, zei Tobback

Juist, en toch niet fair, vindt Valère”

over staatshervorming, april 1996

Op 29 februari 1996 pakt de Vlaamse regering uit met de ‘schrikkelnota’: een reeks voorstellen voor een nieuwe staatshervorming. De nota bepleit meer samenhangende bevoegdheidspakketten, de overheveling van de voogdij over provincies en gemeenten, de splitsing van het gezins- en gezondheidsbeleid en meer fiscale autonomie. We geven de column van Valère zo goed als integraal weer:

“Er is een tijd geweest dat onze vaderlandse politiek eigenlijk niets anders was dan de staatshervorming. De jaren 70, toen op televisie Jan Schodts en Jan Ceuleers, en op de radio Marc Platel, het volk opvoedden over de tribulaties rond, en het belang van artikel 59 bis van de grondwet. Ook de artikels 107 ter en quater zijn toen trouwens in korte tijd wereldberoemd geworden. Veel later hebben we vernomen dat uitgerekend rond die tijd de staatsfinancies de soep zijn ingelopen. Maar Schodts, Ceuleers en Platel hadden dat toen kennelijk niet in de gaten. Over de begroting werd toen met geen woord gesproken. Het lijkt of de begroting pas midden van de jaren 80 is uitgevonden. Eind van de jaren 80 hebben we dan nog eens een staatshervorming gehad, en een paar jaar terug het Sint-Michielsakkoord. En het zal allemaal zonder twijfel nodig en belangrijk geweest zijn, maar het heeft ons eerlijk gezegd niet echt beziggehouden, en de indruk is wat we daarmee niet alleen waren.

Onze spontane reactie bij de nota over de verdere staatshervorming van de Vlaamse regering was dan ook iets in de stijl van ‘Het gaat toch weer niet beginnen zeker?’. Een gedachte die nog werd versterkt toen we, op het moment dat de nota nog niet eens koud was, via VTM kennis mochten nemen van de opgewonden reactie van Brusselaar Picqué. Picqué zei dat hij altijd al geweten had dat de Vlamingen de Belgische staat naar de knoppen wilden helpen, maar dat ze nu dermate veel pretentie hebben gekregen dat ze het nog op papier hadden gezet ook.

Jammer alleen maar dat er na al die staatshervormingen nog zoveel te vinden zijn die in dat waanzinnig vijand-discours meestappen. Het idee dat het gaat om strijdende partijen, om het gevecht over morzels gronds, om het toedienen, krijgen of voorkomen van Vlaamse kaakslagen, om het Vlaams blazoen, om het redden van de eer van moeder Vlaanderen. Uitgerekend dat soort overwegingen heeft ons alvast doen afhaken. Want ze zorgen ervoor dat elk gesprek over staatshervorming noodzakelijkerwijs moet uitdraaien op een compromis om de vrede te bewaren. Of dat ook goed is voor beter bestuur, voor de democratie of de mensen, is vaak niet eens aan de orde. Niemand stelt zelfs nog maar de vraag.”

over nationalisten, mei 1996

In het meinummer van 1996 verschijnt een politiek dubbelinterview met Norbert De Batselier en Maurits Coppieters, en dus wordt Han Vermeer van stal gehaald. Het interview moet de militanten doen inzien dat het de partijtop menens is met het Sienjaal: herverkaveling en progressieve frontvorming. Han Vermeer lijkt het lastig te hebben met het idee dat hij als socialist straks een kamer moet delen met een Vlaams-nationalist. Hij lijkt ze een beetje vies te vinden:

Han Vermeer: “En nog zoiets, de voorkeur voor het eigen volk, proper geformuleerd, het regionale. Merkwaardig is dat ook jullie zeggen dat het regionale verschrikkelijk belangrijk is.”

De Batselier: “In onze beweging heeft men jarenlang verteld dat Vlaanderen gelijk stond met collaboratie en dat de Vlaamse beweging gelijk stond met zwartzakken. Maar als je de geschiedenis leest, dan merk je dat de Vlaamse beweging én een sociale strijd én een taalstrijd is. Je merkt zelfs dat de socialistische beweging ongelijk had daar niet aan deel te nemen. Daar moest ze in feite een voorvechter van geweest zijn.”

Han Vermeer: “Dat stuk geschiedenisvervalsing was er in uw beweging toch ook?”

Coppieters: “Daar zit een merkwaardige gelijklopendheid hé (...). Ik vind het een formidabele verdienste van de VU van toen en van Frans Vanderelst als persoon, dat ze in plaats van voort te doen met marsen op Brussel, hebben kunnen aanbrengen dat een correcte federale staat eigenlijk de enige democratische weg is als men het heeft over zelfbestuur.”

Han Vermeer: “En dat blijft zo?”

over overlopers, oktober 1997

Mensen die van partij veranderen, Valère moet ze niet. Hij maakt zich vreselijk druk als ex-De Morgen-hoofdredacteur Paul Goossens opduikt als moderator in de uitzendingen voor derden van de CVP en weet met zijn cynisme helemaal geen blijf meer als Johan Van Hecke na zijn ontslag en zijn vlucht naar Afrika terugkeert en meteen een verkiesbare plaats krijgt op de Europese lijst van de VLD. En in een interview op VTM ook nog natrapt naar de CVP, waar hij na de breuk met zijn echtgenote te horen kreeg dat hij “de deugd van de hypocrisie” moest leren beoefenen:

“Stevig bijten in de hand waaruit men eet, is een aloude christelijke deugd (...). De papenvreters onder ons die dat nu nog leuk vinden ook, vergissen zich. Want Van Hecke, die zichzelf tot boegbeeld had geproclameerd van de vernieuwing, bevestigt het beeld van de politicus die van geen kanten gelooft wat ie zegt, op de meest cynische wijze gewoon pakt wat ie krijgen kan, maar daar wel een uitleg aan weet te geven. En er is nog. Europa dient niet om alle afdankertjes die niet bij het grof huisvuil kunnen aan een beter inkomen te helpen (...). Jongens en meisjes, het geloof is naar de kloten.”

Nederlandse verkiezingen, juni 1998

In zijn latere periode wordt Valère milder. Hij lijkt de polemiek te mijden. Is Siegfried Bracke zich in alle stilte aan het losmaken van de partij? Niet volgens zijn column de week na de Nederlandse verkiezingen:

“Nog zoiets. Kamerleden die gaan of komen krijgen een interview op de roltrap waarmee ze respectievelijk dalen of stijgen. En wat blijkt? De meesten slagen erin om in die luttele dertig seconden hun verhaal te doen. Er is ook niet meer over te zeggen. Maar wat het meeste opvalt is de bescheidenheid en de vriendelijkheid van Wim Kok. Ook als hij in vele interviews al eens vragen krijgt die hem niet zinnen. En hij mag dan al een vader des vaderlands zijn, een staatsman boven de partijen, het heeft niet belet dat Kok een heel duidelijk en kennelijk geloofwaardig socialistisch programma te bieden heeft. Ondanks paars is hij rood gebleven. Hartstikke mooi is dat!!!”

100 jaar ABVV, december 1998

De op één na laatste aflevering van ‘Rare Tijden’ verschijnt in december 1998 en laat een ingetogen Valère zien, en in elk geval niet iemand die ooit zal toetreden tot een partij waarvan het ABVV zijn leden enkele jaren later expliciet oproept om er onder geen beding op te stemmen: “We zijn naar Gent geweest, naar de viering van 100 jaar ABVV. Was interessant, maar een beetje raar. Een bloeiende tentoonstelling is er daar te zien, over de geschiedenis van de vakbond. Die is met bloed en tranen geschreven, zo blijkt. ‘Waarom men ze de rooden noemt’ staat bij een affiche, en daarboven liggen lijken op de straatstenen. Bloedige stakingen, voor een menselijk bestaan. Je wordt daar stil van. Net zoals het debat dat daar in Gent aan voorafging, over het sociaal Europa. Met de twee vakbonden, de patroons en Karel Van Miert. Je wordt daar stil van.”

over de politiek, januari 1999

De laatste column verschijnt in januari 1999. Een maand later ondergaat Doén een restyling, waarbij alle vaste rubrieken sneuvelen. Later zal het blad zijn oude vorm weer aannemen, maar zonder Bracke of zijn alter ego’s. In zijn laatste column schiet Valère Descherp met scherp op het fenomeen van de BV’s in de politiek: “Uit een onderzoek blijkt dat de Kerk in Vlaanderen niet zo’n sterk imago heeft: ze is schuw, conservatief, afhankelijk en nog veel andere lelijke woorden. Merkwaardig genoeg blijkt uit datzelfde onderzoek dat het imago van kardinaal Danneels heel sterk is en zowat het omgekeerde van zijn kerk (...). Het is een probleem waar de politiek ook mee blijkt te zitten. Een paar sterke figuren, maar het bedrijf zelf doet het niet goed. Al gaan ze daar soms nog een stap verder: de BV’s worden gewoon ingevoerd, rechtstreeks van de televisie. (...) Het feit dat de BV’s er zijn lijkt genoeg.”

n De cover van Doén, november 1992. Guy Verhofstadt heeft de PVV omgevormd tot de VLD. Verhofstadt, zo wordt de SP-militant verzocht te onthouden, zal de kleine man beroven van zijn centjes.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden