Dinsdag 26/05/2020

Wat begon in '68, stopt op 68

Nu hij over anderhalve maand 68 kaarsjes mag uitblazen, mag het stoppen voor Daniel Cohn-Bendit. Het icoon van de studentenrevolte van mei '68 en de meest gepassioneerde aanbidder van Europa stapt uit de politiek. 'Ik ben zelf een soixante-huitard geworden!'

Daniel Cohn-Bendit behoort tot de veeleer zeldzame groep van mensen die met grote zekerheid kunnen zeggen op welke dag ze geconcipieerd werden en wat er verder zo bijzonder mag zijn geweest aan die dag. Die dag was D-Day, 6 juni 1944. Dag van de geallieerde invasie in Bretagne. Dat was het moment waarop zijn ouders zich realiseerden dat het einde van nazi-Duitsland in zicht kwam. Dat de wereld opnieuw een toekomst had en dat het de moeite waard kon zijn om er een nieuw mensje aan toe te vertrouwen.

Zijn Joodse ouders waren in 1933 Berlijn ontvlucht, meteen na de machtsgreep van Hitler. "Mijn vader was advocaat en socialist", zei Cohn-Bendit zelf. "Nadat de Rijksdag was afgebrand, kreeg hij een tip dat hij gearresteerd zou worden. Bovendien waren mijn ouders Joods, al deden ze daar niet veel aan." Het paar kwam de oorlog door in het Zuid-Franse Montauban, waar maarschalk Pétain de scepter zwaaide. Zijn moeder hielp er Joodse kinderen onderduiken bij boeren. En toen kwam dus het bericht. De geallieerden waren geland.

De kalender bevestigt. Daniel Cohn-Bendit is geboren in Montauban, op 4 april 1945. Dat is op twee dagen na heel exact negen maanden na D-Day. "Hij ziet zichzelf in de meest letterlijke zin als kind van Europa", zegt Bart Staes, die de afgelopen dertien jaar met Cohn-Bendit in de groene fractie van het Europees Parlement zat. "Hij noemt Europa altijd de beste oefening in conflictpreventie ooit. En dat is daar begonnen, bij het einde van de Tweede Wereldoorlog, het einde van de eeuwenlange conflicten tussen Frankrijk en Duitsland."

Cohn-Bendit groeit met zijn moeder en zijn negen jaar oudere broer op in Parijs. Zijn moeder is er directrice van een gymnasium geworden. Aangezien zijn vader, advocaat, als Duitser niet wordt toegelaten tot de balie, keert die rond 1950 terug naar Duitsland. Hij vestigt zich in Frankfurt. "Van toen af aan leefden mijn ouders min of meer gescheiden. Ik bleef met mijn broer en mijn moeder in Parijs. Daar ging ik naar de basisschool en het gymnasium. In 1958 werd mijn vader erg ziek: kanker. Mijn moeder ging naar Frankfurt om voor hem te zorgen. Ik ben meegegaan, en kwam daar op mijn dertiende in een internaat. Een jaar later is mijn vader overleden en ging mijn moeder terug naar Parijs. Ik ben in het internaat gebleven."

De minister en het witboek

Zijn eerste manifestatie beleeft hij op zijn elfde, als hij zijn broer vergezelt tijdens een demonstratie tegen de Russische inval in Hongarije. Zijn broer is actief bij de communisten, maar zelf krijgt hij van jongs af een hekel aan ze. "Het internaat in Frankfurt is ook belangrijk geweest", blikt Cohn-Bendit later terug. "Het was voor die tijd heel democratisch. Het had een schoolparlement, en op mijn zestiende ben ik daar voorzitter van geworden."

Het leven van de jonge Cohn-Bendit is een onafgebroken pendelbeweging tussen Frankrijk en Duitsland. Hij gaat sociologie studeren aan de universiteit van Nanterre, een voorstad van Parijs. Op 8 januari 1968 heeft de Franse minister van Jeugdzaken François Misoffe het onzalige idee om daar het nieuwe zwembad in te huldigen. De studenten klagen er al langer over tal van ridicule regeltjes, zoals het uitdrukkelijke verbod op het betreden van de studentenwoningen van meisjes. Misoffe heeft een jaar eerder het behoorlijk paternalistische boek Livre blanc sur la jeunesse gepubliceerd. Tijdens de opening komt hij oog in oog te staan met een boze, roodharige jongen, die zegt: "Ik heb uw witboek gelezen. Honderd pagina's onkunde. U spreekt zelfs niet over vrije beleving van hun seksualiteit bij jongeren." Waarop de minister: "Als u dergelijke problemen hebt, dan moet u in het zwembad springen."

Niemand die het op dat ogenblik beseft, maar dit is de prelude van de studentenrevolte van mei '68. Op 22 maart wordt de universiteit van Nanterre door studenten bezet, een maand later breidt de onrust zich uit naar de Sorbonne. Op 3 mei valt de politie de Sorbonne binnen, maar de tijd waarin een groepsgevoel kon worden gebroken met vertoon van matrak en traangas is voorbij. Op 10 mei volgt de nacht van de barricades. De golf van protest slaat over naar de arbeiders van de Renaultfabrieken, die het werk neerleggen. Op 13 mei betogen 800.000 Parijzenaars tegen het regime van president Charles de Gaulle. Op 21 mei zijn 10 miljoen Fransen in staking. Even lijkt de verbeelding aan de macht te kunnen komen, maar De Gaulle weet het tij te keren met vervroegde verkiezingen, die hij ook zal winnen.

Cohn-Bendit, 'de Duitser', wordt het land uit gezet. Hij krijgt te horen dat hij zijn geboorteland, staatsgevaarlijk individu zijnde, nooit meer binnen mag.

Bart Staes: "Ik zat ten tijde van mei '68 nog op de lagere school. Het waren de jaren van leerlingenraden, van inspraak. Het recht op gemengd onderwijs, het recht op een schoolkrant. Scholierenstakingen, scholierenparlementen. In die jaren is ook heel veel veranderd. Dat hele oubollige, autoritaire onderwijsmodel werd in vraag gesteld. Overal om je heen veranderden de dingen."

Dat de beweging, beginnend bij een discussie over seksuele vrijheid, zo snel kon groeien, heeft Cohn-Bendit op zich niet verbaasd, zegt hij in 2000 in een gesprek met de Volkskrant: "In die tijd waren de studenten overal sterk in beweging. Door de oorlog in Vietnam waren veel jongeren teleurgesteld in het westerse politieke systeem. In Frankrijk prikkelde het gaullisme nog eens extra tot verzet. Maar ik geef toe dat het me wel verraste dat het tot een algemene staking is gekomen. Ik hoorde tot een heel klein groepje libertaire anarchisten dat eigenlijk maar weinig voorstelde. Plotseling werden wij, werd ik, doordat ik goed kon communiceren, het symbool van die revolte, van een nieuwe politiek, een nieuwe manier van spreken over politiek."

Verboden te verbieden

Hoe meer revoluties Cohn-Bendit in de jaren zeventig zag volgen, hoe minder hij er het nut van zag: "De meeste mensen willen niet permanent met politiek bezig zijn. Ze willen kunnen reageren als iets hen niet bevalt, ze willen over hun eigen leven kunnen beslissen. Maar niet over dat van de hele samenleving. Dat delegeren ze liever aan politici. Dat hebben wij toen niet begrepen. Het democratische politieke systeem heeft dat beter begrepen dan wij."

Wanneer hij tot dat inzicht is gekomen? "Begin jaren zeventig, geloof ik. Door de confrontatie met het opkomende linkse terrorisme. Daardoor werd me duidelijk hoe waanzinnig het is dat iemand het recht opeist om andere mensen dood te schieten. Om in naam van de revolutie de doodstraf te voltrekken. Ik zag in dat je met een beroep op de revolutie de ergste dingen kunt goedpraten. En als je dan ook nog keek hoe het toeging in de communistische landen, dan moest je tot de conclusie komen dat de politieke democratie het enige systeem is dat past bij de mens, dat vat vol tegenstrijdigheden."

Cohn-Bendit koos voor een Duits paspoort, dat hem meteen ook van de verplichte legerdienst verloste. Hij vestigde zich in Frankfurt, werd er actief in de linkse scene, woonde in diverse communes en leidde een tijdlang een 'anti-autoritaire crèche'. Verboden te verbieden, was het credo, ook in de omgang met peuters. Hij gaf een eigen undergroundblaadje uit, Pflasterstrand. Begin jaren tachtig sloot hij zich met onder meer de latere Duitse minister van Buitenlandse Zaken Joschka Fischer aan bij de groenen.

In 1986 publiceert hij het boek Nous l'avons tant aimée, la révolution. Hij neemt zo finaal afstand van mei '68 en kiest voor een uitgesproken Europees engagement. "Wat ik het meest bewonder, is zijn manier om altijd weer uit te dagen en het vanzelfsprekende ter discussie te stellen", zegt Bart Staes. "Hij is een provocateur. Hij heeft altijd de gave behouden om met een paar opmerkingen een debat op gang te brengen en de passies te doen oplaaien. Danny heeft zich nooit opgesloten in zijn eigen wereldje. Want je moet het toch maar doen, dat blijven pendelen tussen Frankrijk en Duitsland, ook in verkiezingen."

In 1994 wordt Cohn-Bendit verkozen als lid van het Europees Parlement voor de Duitse groenen. Vijf jaar later steekt hij de grens over en leidt hij in Frankrijk Les Verts naar 9,7 procent. In 2004 kiest hij opnieuw, nu als tweede op de lijst, voor Duitse verkiezingen. "En altijd weer raakte hij verkozen", zegt Staes. "Hij heeft zich nooit echt gezien als een vertegenwoordiger van dé Duitse groenen of dé Franse groenen. Wij trokken naar landen waar er amper een groene beweging was, zoals Hongarije of Griekenland. En dan zie je dat het hem lukt om de beweging daar op de kaart te zetten. Hij heeft wel altijd gezegd: als ik 68 word, stop ik er definitief mee. Velen dachten dat het een boutade was."

Niet dus.

Voetbalcommentator

Eind vorig jaar publiceerde Cohn-Bendit samen met Guy Verhofstadt in 23 talen, alle in de EU gesproken talen, het boek Voor Europa. Het is een bijna agressief pleidooi voor de vorming van een Europese natie. Veel symbolischer kon het niet, de fractieleiders van groenen en liberalen in het Europees Parlement, één in de strijd tegen de eurosceptici. "Terwijl de wereld onherroepelijk globaliseert, plooien de Europeanen zich paradoxaal genoeg op het versleten concept van de natiestaat terug", aldus Cohn-Bendit toen. "Deze strategische fout komt neer op zelfmoord."

Guy Verhofstadt leerde Cohn-Bendit in 2009 kennen in het Europees Parlement. "Dat was eigenlijk onmiddellijk een maat, van bij het eerste gesprek", zegt hij. "Het idee voor dat boek is eind 2011 gegroeid. Het werd tijd dat we gewoon eens samen onder woorden brachten hoe wij over Europa denken. Hij had al eerder aangekondigd dat hij op zijn 68ste zou stoppen, maar ik geloof dat er een kans is dat we hem nog kunnen overtuigen om daarop terug te komen. Hij speelde ooit met het idee om in 2014 aan de Europese verkiezingen deel te nemen als groene lijsttrekker in Griekenland. Ik vind dat hij dat gewoon moet doen."

Helaas voor Verhofstadt lijkt zijn coauteur weinig ruimte open te laten.

"Ik word dit jaar zelf een soixante-huitard!", zo liet hij in de Franse media dit weekend optekenen. "Ik heb nog tien jaar voor me om iets te bedenken. Ik wil ten dienste staan van het debat voor de democratie, in de publieke ruimte. Op televisie, in het theater. Ik wil stoppen met debatten waar zij die discussiëren doen alsof ze elkaars vijanden zijn. Er zijn overal ideeën. De politiek, dat is ideeën verdedigen en risico's nemen. Ik zal doorgaan met praten, maar niet meer als Europees Parlementslid voor de groenen. Zij vinden het ook niet fijn dat ik hen raad geef, en ik heb geen zin om hen raad te geven."

Voor Bart Staes klinkt dat als een meer dan affirmatief vaarwel. "Cohn-Bendit is trouwens een man van heel veel passies", merkt hij op. "Van schaken, van eindeloze discussies met zijn zoon over een bepaalde zet en uiteindelijk een nachtelijk telefoontje met Garri Kasparov. Hij is vooral ook gepassioneerd door voetbal. Weinigen weten dat, maar hij is in zijn vrije tijd voor een kleine Duitse commerciële tv-zender voetbalcommentator. Ik weet dat hij ervan droomt om in 2014 een documentaire te draaien over de betekenis van het WK voor Braziliaanse straatvoetballertjes."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234