Dinsdag 26/01/2021

Wat baten gangmakers of brommertjes, als Cavendish meedoet?

Maar wat in een langere tijdrit. Laten we de Dauphiné Libéré als graadmeter nemen. Daar was Contador ook de snelste in de proloog. Daar kwam hij ook aardig door de bergen in zijn laatste test in de cols: hij won op L’Alpe d’Huez. Maar: in diezelfde Dauphiné was zijn laatste grote tijdrit een sof. Janesz Brajkovic won die, Contador eindigde pas als zesde. Is het een teken dat hij in het langere werk tegen de klok zo mogelijk nog meer pluimen verloor dan in de cols?

Hoe dan ook blijft het koffiedik kijken. Of in het geval van deze tijdrit: turen in de droesem van de wijn. Na duizenden kilometers koers, na dagen gereden te hebben door wind en regen, over Jura, Alpen en Pyreneeën, van de kasseien van het noorden tot de hitte van de Languedoc, staan twee renners van elkaar gescheiden door welgeteld acht seconden. En vandaag komt daar eindelijk iets bij, of - in de traditie van deze Tour - gaat er onverwacht toch wat af.

Maar het maakt natuurlijk dat de zenuwen gespannen staan. Dat renners er gisteren met hun hoofd niet bij waren, zich niet ten volle concentreerden op de voor velen onder hen wat overbodige rit naar Bordeaux, dwars door Les Landes, een streek die dingt naar de titel van meest desolate, en in elk geval meest monotone uithoek van Frankrijk. De eindeloos rechte en vlakke wegen staan er nochtans vol vakantievolk. En allemaal met een petje op het hoofd. Petjes zijn voor wielerliefhebbers wat sjaals zijn voor voetbalfans: een teken des onderscheids. Waarbij het volk aan de Tourwegen niet in de smiezen heeft - of wil hebben - dat de renners zelf het al een paar jaar, sinds de pothelm, zonder petje doen. Maar dat deert dus de toeschouwer in Les Landes niet. Samen zouden ze best de wereldconventie van de ‘dragers der teensletsen’ en andere vorm van slippers kunnen vormen, al die gezinnen met kinderen, en meestal ook met mémé en pépé, zwaaiend naar elke wagen, wachtend tot de groep renners voorbijzoeft. We durven te wedden: er ligt minder dan acht seconden tussen de kop en de staart van het Tourpeloton. Net voldoende om hartstochtelijk toegejuicht te worden door duizenden mensen die hun congé payé doorbrengen in een van de vele vale cabanes die her en der neergepoot zijn tussen eindeloze rijen pijnbomen. En waar er eens een open vlakte is zonder pijnbomen, zie je hoge stapels gekapt hout liggen. Vandaar namelijk die pijnbomen: om gehakt te worden.

Pijnbomen als metafoor voor de gemiddelde sprinter in eender welke Ronde van Frankrijk waarin Mark Cavendish aan de start komt. Ook vrijdag was het zelfs niet eens echt spannend, de eindsprint in de nochtans ‘legendarische’ aankomstplaats die Bordeaux toch is. Op het spel stond zogezegd de groene trui, zogezegd het eretricot van de snelste man van het peloton. De strijd gaat dit jaar tussen de Noor Thor Hushovd en de Italiaan Alessandro Petacchi. Hushovd was bij de start in Salies-de-Béarn drager van die groene trui, maar het waren andere sprintersploegen - Lampre, Columbia, zelfs Milram - die in de finale veel werk opknapten om de klassieke vroege vlucht ongedaan te maken. Tot in Bordeaux zelf, toen zijn Cervélo-makkers er alles aan deden om Hushovd in ideale positie de laatste rechte lijn in te loodsen, met Lancaster als laatste gangmaker.

Maar wat baten gangmakers, wat helpen zelfs brommertjes als Mark Cavendish meedoet? Wat kunnen andere sprinters anders doen dan ‘Take A Chance On Me’ van Abba neuriëren, en op het aanstekelijke tempo van dat vrolijke deuntje gezellig-vrijblijvend meedoen aan de sprint. Zoals de vier Zweden zongen: ‘Gonna do my very best and it ain’t no lie’, maar tegelijk goed weten dat ze eigenlijk geen faire kans maken. Hushovd is een sterke atleet, een gewezen winnaar van Parijs-Roubaix, een man die tot nu toe al twee groene truien en zeven Touretappes won. Maar in een reguliere sprint geen maat voor Cavendish. Terwijl Hushovd gegangmaakt werd, met zijn nemesis Petacchi in het wiel, trok nog wat verder Mark Cavendish zich op snelheid.

En vanaf dat ogenblik was de sprint voorbij. Cavendish lag zo snel zo ver voor, dat het haast meelijwekkend werd voor de andere sprinters. Hij had de luxe om een paar keer over zijn schouder te kijken, zo van: ik ben niet meer op honderd procent aan het doorsprinten, maar neem ik dan toch geen risicootje? Dat nam hij niet. Een paar dagen terug werd nog voorspeld dat Mark Cavendish het niet onder de markt zou krijgen in de komende sprints, toen na de aankomst in Bourg-lès-Valances zijn vaste locomotief, kamergenoot en vriend Mark Renshaw wegens te veel en te opzichtige kopstoten uit de koers gezet was.

Maar Mark I kan ook winnen zonder Mark II. En ver achter hem nam Petacchi de groene trui over van Hushovd, die zelfs de top tien niet haalde. Maar zoals de bollentrui dit jaar ook niet de beste klimmer bekroont, is de kans groot dat de groene trui ook niet de snelste sprinter tooit. Dat is de laatste drie jaar al niet het geval, want sinds zijn Tourdebuut in 2008 won Cavendish al veertien etappes, allemaal in de sprint: vier in 2008, zes in 2009, en nu ook al vier. Pas dit jaar werd hij voor het eerst geklopt in een reguliere sprint tijdens de Tour waar de dagzege de inzet was. Maar na die ene nederlaag sloot hij terug aan bij zijn eigen, nu al onnavolgbare traditie. Mark Cavendish wint immers in een hoger tempo ritten dan legendarische ‘veelwinnaars’ als André Darrigade of ‘fast Freddy’ Maertens ooit deden - we spreken dan niet eens over andere historische namen, zoals een Rudi Altig, een Jean-Paul van Poppel, een Erik Zabel of een Mario Cipollini, wiens palmares of minder is of veel langer uitgesmeerd in de tijd. In 2008 had Cavendish geen zin om de Alpen te beklimmen en gaf hij voortijdig op, zodat er weinig op af te dingen viel dat Oscar Freire met het groen ging lopen. En vorig jaar volstond één deklassering, niet eens voor de eerste plaats, om Thor Hushovd in Parijs als winnaar van het groen te laten huldigen. Cavendish had toen al zijn gram gehaald, en niet eens zo subtiel, eerder right in your face, volgens de working-class ethiek die hij zo goed kent: op de Champs Elysées sprintte hij van zo ver zo hard, dat het peloton bij wijze van spreken nog rond de obelisk voor het Louvre aan het draaien was toen hij al zijn handen omhoog kon steken. Hushovd de beste sprinter? Yeah...

Ook dit jaar zal Cavendish zondag, op diezelfde Champs Elysées, de dagzege nodig hebben (dat zou dan zijn vijfde rit zijn) en eventueel de tussensprints moeten winnen, wil hij de groene trui kunnen halen. Hij heeft een waterkansje, maar het hangt niet echt van hem af. Wel van de anderen. En daar hoort Hushovd niet bij. Die was tenminste eerlijk, zeker toen hij zag dat hij in Bordeaux, ondanks het werk van de ploeg, als groene trui pas op de veertiende plaats over de streep reed: “Het is voorbij voor mij. Ik ben blijkbaar niet snel genoeg.” Dat wellicht tot wanhoop van de Noorse kolonie, een hardnekkige groep landgenoten die zich haast dagelijks vol bier giet en dan na de rit een tijd staat te hossen in de buurt de autocar van de ploeg van hun held. “Thor / Hus /hovd, Thor / Hus / hovd”, maal vijftig, maal honderd als het moet. Dit jaar hielp het niet. Thor is oorlogsgod af.

In Bordeaux werd namelijk duidelijk dat het groen voor een ander renner zal zijn.

Petacchi leidt het sprintersklassement met tien punten voorsprong op Hushovd en zestien op Cavendish. In de wetenschap dat Cavendish alleen in Bordeaux al negen punten van zijn achterstand goedmaakte (het verschil tussen nummer één in de rit en nummer drie) heeft hij nog een kans. Een kansje. Cavendish: “De achterstand is groot. Het enige wat ik kan doen is sprinten. En hopelijk winnen. En dan zien we wel.” In het kamp-Petacchi maakt men zich sterk dat de eigen sprinter niet meer zal falen. Het is voor het groen als voor het geel: Petacchi mag gerust de laatste sprint in Parijs verliezen, als hij maar voldoende overhoudt om het groen te winnen.

Het was tot nu toe een spannende Tour, maar ook een Tour met kleine verschillen. Een Ronde met door iedereen verwachte winnaars die eigenlijk van zichzelf weten dat ze niet zomaar de beste zijn. Een Ronde van Frankrijk die dus sportief in de gevarenzone zit. In die zin is de Tour dit jaar in het rood aan het gaan, uitgerekend in Bordeaux.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234