Zondag 04/12/2022

WAT 11 SEPTEMBER VOOR DEISLAMITISCHE WERELD BETEKENT

'Ik was verbijsterd door de enormiteit van de misdaad en verontwaardigd over de rauwe wreedheid van de massamoorden, maar ik was niet verrast. Al weken was ik in Beiroet elke ochtend wakker geworden met de vraag wanneer de explosie zou komen''De duivel begon met een baard en een adres in Afghanistan. Daarna bleek hij een militaire muts te dragen en een zwak te hebben voor gifgas en massavernietigingswapens'

n In zijn democratische bekeringsdriftmeet het Westen voortdurend met twee maten

De Britse journalist Robert Fisk was na 11 september een van de weinige westerse journalisten die de aanslagen en de gevolgen consequent vanuit een moslimperspectief bleef bekijken. Niet voor niets woont Fisk al meer dan een kwart eeuw in de Arabische wereld, waar hij op 11 september 2001 geschokt maar niet verrast de WTC-torens zag instorten.

ROBERT FISK

Elf september heeft de wereld niet veranderd. De eerste maanden kreeg zelfs niemand de kans om vragen te stellen over de motieven van de moordenaars. Je mocht erop wijzen dat het allemaal Arabieren en moslims waren, maar elke poging om een verband te leggen tussen hun daden en hun streek van herkomst, het Midden-Oosten, werd als een vorm van subversie beschouwd. Waarom? Omdat een nadere blik op het Midden-Oosten storende vragen zou oproepen over de regio, over de westerse politiek in die tragische landen en over de Amerikaanse relatie met Israël.

Nu heeft de steeds meer manische regering van president Bush het verband echter zelf gelegd, en trekt ze alle foute conclusies. Naarmate de dagen en de weken voorbijgaan, vind ik het steeds moeilijker om in de woorden van de Amerikanen en hun kranten de regio te herkennen waar ik de voorbije 26 jaar heb gewoond, het gebied dat wij het Midden-Oosten noemen. Ondanks de sussende geruststellingen dat de islam een van de grote wereldgodsdiensten is en dat Amerika alleen oorlog voert met 'terroristen' en niet met moslims, wordt voor de Arabieren een brutaal en wreed lot voorbereid, een wereld waarin meer dan twintig landen met de vinger worden nagewezen als 'terroristen', 'vijanden van de democratie' of 'kernen van kwaad'.

Richard Armitage, de adjunct-minister van Buitenlandse Zaken van de VS, heeft vorige week besloten dat ook de Libanese Hezbollah een vijand is. Met een vage verwijzing naar de zelfmoordaanslag op de Amerikaanse basis in Beiroet, die in 1982 291 Amerikaanse soldaten het leven kostte, kondigde hij aan: "Ze staan op de lijst. Ze zullen hun verdiende loon krijgen, want ze hebben een bloedschuld aan ons." Een lijst? Is er nu een lijst? Zo eindeloos als Bush' zogenaamde 'oorlog tegen de terreur'? Staat Hezbollah nu boven Al-Qaeda op de lijst? Of na Irak? Of misschien na Iran? "Ze hebben een bloedschuld" is een even angstaanjagende als infantiele opmerking. Ze suggereert dat Amerika niet aan een titanenstrijd van goed tegen kwaad begint, maar aan een reeks wraakoefeningen. Je vraagt je af wat Tony Blair daarvan vindt. Denkt hij ook in termen van bloedschulden? En wat vinden de moslims van dergelijke nonsens? Die vraag wordt nooit gesteld.

Als je bijvoorbeeld in Libanon met een Palestijn over de slachting van september zou praten, zou hij aannemen dat je de slachting bedoelde die in september 1982 in Beiroet werd aangericht door met Israël gelieerde milities, waarbij 1.700 Palestijnen om het leven kwamen. Zoals de joodse schrijver Ariel Dorfman heeft opgemerkt, zullen Chilenen 11 september associëren met de elfde september van 1973, toen een door Amerika gesteunde staatsgreep de regering van Allende ten val bracht en duizenden Chileense slachtoffers maakte. Spreek met Syriërs over een slachting en zij zullen aan de moord op 20.000 Syriërs in de fundamentalistische opstand van Hama denken, maar er niets over zeggen. Praat met Koerden over bloedbaden en ze zullen over Halabja beginnen, spreek het woord tegen Iraniërs uit en ze zullen over Kohramsah vertellen, terwijl de Algerijnen aan Bentalha zullen denken en aan de hele reeks andere slachtingen in dorpen die 150.000 Algerijnen het leven hebben gekost.

De waarheid is dat de Arabieren, net als de Chilenen en andere mensen, ver van het nieuwe centrum van de totale wereldmacht, gewoon zijn aan massamoorden. Zij weten wat oorlog is. In de dagen na 11 september, onze 11 september, vroegen vrij veel Libanezen mij of George Bush echt dacht dat Amerika in oorlog was. Ze twijfelden niet aan de aard van de aanslagen. Ze vroegen zich alleen af of de Amerikaanse president wist wat een echte oorlog was.

Vergeet niet dat in Libanon in zestien jaar tijd 150.000 mannen, vrouwen en kinderen werden gedood. Alleen al in de korte zomer van 1982, tijdens de bloedige invasie door Israël van hun kleine land, een invasie die de zegen van de VS had, kwamen 17.500 mensen om het leven, bijna zesmaal het dodental van 11 september en vrijwel allemaal burgers.

In veel gevallen, vooral in Libanon en nog veel vaker in de door Israël bezette gebieden, werden de wapens die de doden maakten bovendien door Amerika geleverd. In de Palestijnse stad Beit Jalla, bijvoorbeeld, waren bijna alle raketten die op Palestijnse huizen werden afgeschoten afkomstig van Boeing. Alleen in de Arabische wereld is men zich bewust van de ironie: hetzelfde bedrijf dat trots al die wapens maakte ('allen voor een en een voor allen' is het logo van de Hellfire-raketten van Boeing) heeft de vliegtuigen gebouwd waarmee de VS werden aangevallen. Nadat ze hadden geleden onder de wapens van Boeing, hebben Arabieren hun vliegtuigen in wapens veranderd.

De bedenking die je in het Midden-Oosten vaak hoort, dat Amerika nu weet wat lijden is, is geen excuus voor de verschrikkelijke misdaad tegen de mensheid van de doders van 11 september. Het is geen suggestie dat de Verenigde Staten die verschrikking hebben verdiend, maar wel een schuchtere hoop dat de Amerikanen nu zullen begrijpen wat het Midden-Oosten in de loop der jaren heeft geleden.

Het is natuurlijk geen les waarvoor de Amerikanen ontvankelijk zijn. Een van de opvallendste, en absurdste, reacties van het Amerika van na 11 september is de manier waarop de regering-Bush de jacht op internationale criminelen systematisch heeft omgevormd tot een bijbelse strijd tegen de vleesgeworden duivel. De duivel begon met een baard en een adres in Afghanistan. Daarna bleek hij een militaire muts te dragen en een zwak te hebben voor gifgas en massavernietigingswapens. En vorige week, toen Armitage beweerde dat Hezbollah misschien het A-team van het terrorisme was (Al-Qaeda is een rang gedegradeerd), waren de duivels blijkbaar van Bagdad naar Beiroet verhuisd. Voeg daar Iran bij en de niet-islamitische Geliefde Leider die in Noord-Korea woont en echt kernwapens heeft (wat verklaart waarom we hem niet bombarderen) en je krijgt een heel bizar beeld van de wereld. Een wereld die meestal, hoe vervormd ook, een moslimwereld is.

Parallel met die transformatie zien we een beleid verschijnen dat de superioriteit van onze westerse beschaving moet aantonen, met als zwaartepunt de noodzaak om de Arabische wereld van 'democratie' te laten genieten. Het is niet de eerste keer dat de Amerikanen de Arabieren met democratie bedreigen, maar voor beide partijen is het een gevaarlijke onderneming. Ten eerste omdat de Arabieren weinig democratie hebben, ten tweede omdat veel Arabieren ze wel zouden willen, en ten derde omdat het verlangen naar die kostbare democratie ook leeft in Saoedi-Arabië, Egypte en andere regimes die de Amerikanen liever beschermen dan met democratische experimenten ten gronde te richten. De Palestijnen hebben democratie nodig, zegt Bush. De Irakezen hebben democratie nodig. Iran heeft democratie nodig. Maar Saoedi-Arabië, Jordanië, Egypte, Syrië en de rest blijkbaar niet. Al die ambitieuze projecten hebben natuurlijk veel inkt doen vloeien in de Arabische wereld; misschien is dat een van de weinige positieve gevolgen van 11 september. Een recente Amerikaanse studie, van de hand van Pippa Norris van de universiteit van Harvard en Ronald Inglehart van de universiteit van Michigan, toont overtuigend aan dat Samuel Huntingtons absurd overroepen 'Botsende beschavingen' nonsens is. De studie stelt vast dat het verlangen van de moslims naar democratie niet moet onderdoen voor dat van de westerlingen (christenen bestaan blijkbaar niet meer) en soms zelfs groter is dan dat van de Amerikanen en anderen. De twee culturen verschillen veel meer in hun standpunt over maatschappelijke kwesties als homoseksualiteit, vrouwenrechten, abortus en echtscheiding. Norris en Inglehart besluiten dat het een grove vereenvoudiging is te stellen dat moslims en westerlingen fundamenteel verschillende politieke waarden belijden.

In de voorbije weken hebben Arabische intellectuelen, vooral in Egypte, hierover gedebatteerd. Ze verwerpen de ideeën van Huntington. Egyptenaren, Marokkanen en zelfs Saoedi's proberen een culturele verdediging van het Arabisme op te bouwen. Ze wijzen zowel het concept van mondialisering af (een woord dat ik verafschuw, maar dat in het Arabisch wordt vertaald als 'awalameh', letterlijk 'wereldomvatting'), net als de idee dat aanhangers van mondialisering per definitie westers gezind zijn en tegenstanders per definitie gekant zijn tegen ontwikkeling.

Ontwikkeling is echter niet hetzelfde als democratie, zodat de vraag onbeantwoord blijft: waarom kent de Arabische wereld geen echte democratie? Hoewel ayatollah Khomeini de theologische machine heeft geschapen om de sociaal-democratie in Iran te ontmannen, waren de verkiezingen in Iran, en de herhaalde overwinningen van president Khatami, ongetwijfeld eerlijk; de uitspraken van Bush over zijn wil om 'democratie naar Iran te brengen' slaan dan ook nergens op.

Het zijn de Arabieren die nooit een moderne politieke staat hebben ontwikkeld. Had 11 september vermeden kunnen worden als ze dat wel hadden gedaan? In het begin heeft Bush dat gesuggereerd: hij vertelde de wereld dat de zelfmoordenaars Amerika hadden aangevallen omdat zij 'de democratie haatten'. Het probleem is dat de negentien moordenaars geen flauw benul hadden van wat democratie betekent.

We mogen de vraag echter niet ontwijken. Waarom kent de Arabische wereld niets dan politiestaten en folterkamers? Een historicus zou eeuwen kunnen teruggaan. Toen de kruisvaarders in de 11de eeuw het Midden-Oosten bereikten, waren de Arabieren de wetenschappers en de westerlingen, de 'Franj', de politieke en technologische stomkoppen. Toen de Arabieren een vorm van sociale orde ontwikkelden onder de restanten van de Abbasieden in het Middeleeuwse Spanje, het Andalusië van El Cid, kenden de Arabieren, samen met hun christelijke en joodse broeders en zusters, een soort van culturele renaissance.

In het Midden-Oosten voelden de Arabieren zich echter onder druk gezet door de militaire en economische macht van het Westen en gingen ze in het defensief. Twijfelen aan je kalief of, nog erger, vooruitgang boeken in de theologische wijsbegeerte, was een vorm van subversie of zelfs verraad. Als de vijand voor de poort staat, trek je het gezag niet in twijfel. Net als in het Amerika van na 11 september, toen vragen stellen over de motieven achter de slachtingen bijna als crimineel werd beschouwd, werd elk intellectueel onderzoek onderdrukt.

Na de oorlog van 1914-18 deden de westerse machten ongeveer hetzelfde met de Arabieren. Ze hakten het Ottomaanse rijk in stukken, bezaaiden het Midden-Oosten met dictators en koningen, en draaiden daarna (onder meer in Egypte en Libanon) elke democratische oppositie tegen het regime achter de tralies. Aangezien democratische oppositie onmogelijk was, kwamen er staatsgrepen. Zo is het in grote delen van het Midden-Oosten gegaan: geen revoluties naar Iraans model maar een opeenvolging van coups, gesteund door het leger, de geheime politie, de folteraars.

Enerzijds was er een patriarchale maatschappij, die geen theologische ontwikkeling heeft gekend die vergelijkbaar is met onze renaissance, anderzijds de westerse steun aan ondemocratische regimes. Een democratisch Midden-Oosten zou misschien niet naar onze pijpen dansen. Daarom hebben wij koningen, prinsen en generaals gesteund die dat wel deden; tot ze opeens het Suezkanaal nationaliseerden, bommen in Berlijnse disco's lieten ontploffen of Koeweit binnenvielen. Als ze dat deden, bombardeerden wij ze.

Het is geen toeval dat Osama bin Laden die ideologische kolen heeft opgerakeld. Hij wil de val van het Saoedische bewind - hij moet dolblij geweest zijn toen iemand van de Rand Corporation Saoedi-Arabië 'de kern van het kwaad' noemde - en hij wil het hoofd van de westers gezinde Arabische dictators.

De Arabieren vragen zich af wat de Amerikanen van plan zijn. Willen ze de kaart van het Midden-Oosten compleet hertekenen? Wordt dit een nieuw experiment in koloniale planning, te vergelijken met de verdeling die de Britten en de Fransen na de Grote Oorlog uitvoerden? Willen wij alle Arabische regimes doen vallen? Met andere woorden, zijn we aan het proberen om Huntingtons derderangsboek in een succesverhaal te veranderen? Is dit het begin van de botsing van beschavingen? Nog nooit zijn de moslims en de westerlingen zo sterk gepolariseerd geweest, nog nooit was het conflict zo scherp en nog nooit heeft men de Arabieren zoveel valse hoop gegeven.

Wij zijn niet van plan de Arabieren democratie te schenken, net zoals we na de oorlog van 1914-18 niet van plan waren om onze beloften van onafhankelijkheid te honoreren. Wij willen de Arabische landen weer stevig onder controle krijgen en ervoor zorgen dat ze loyaal blijven. Het lijkt de Amerikanen niet te kunnen schelen of de dynastie van Saud door haar eigen toedoen ineenstort. Als koning Abdullah van Jordanië niet wil meewerken aan een invasie van Irak, is hij voor de Amerikanen niets meer waard en schrijven ze hem af. Langzaam maar zeker begint de Arabische pers te vermoeden dat 'regimewissel' misschien een eufemisme is voor 'transformatie van het Midden-Oosten'.

We moeten echter twee zaken goed onthouden: de daders van 11 september 2001 waren Arabieren. En het waren moslims. De Arabische wereld rept daar niet over. Er zijn allerlei verhalen geweest om het te logenstraffen: dat de negentien moordenaars voor de Amerikanen of voor Israël werkten, dat honderden Amerikaanse joden gewaarschuwd werden om de dag van de aanslag niet naar hun werk te gaan, of zelfs dat de vliegtuigen op afstand werden bediend en helemaal geen piloten hadden. Veel mensen in het Midden-Oosten geloven die kinderachtige en soms kwaadaardige nonsens. Alles om de schuld te ontwijken, de waarheid te vermijden. Hier is iets eigenaardigs aan de hand. De Amerikanen willen dat de wereld weet dat de doders Arabieren waren, maar willen niet praten over de tragedie van de regio waar ze vandaan kwamen. De Arabieren willen dan weer wel over hun tragedie praten, maar ontkennen de Arabische identiteit van de doders. De Amerikanen hebben een totaal fout beeld van de Arabische wereld geschapen en ze bevolkt met beesten en tirannen. De Arabieren hebben een bijna even absurd beeld van Amerika, geloven wel in zijn beloften van 'democratie', maar beseffen niet hoe woedend veel Amerikanen nog over de aanslagen zijn. Het blijft meten met twee maten. Niet alleen door George Bush, die terecht zegt dat de moord op Israëlische universiteitsstudenten hem 'woedend' maakt, maar het alleen maar 'te doortastend' vindt wanneer een (in Amerika gemaakte) bom van een Israëlisch vliegtuig een bloedbad aanricht onder Palestijnse kinderen, maar ook door hele volkeren. Ik bedoel het volgende: vandaag, op 11 september, overstromen de noodlotsbeelden van de twee torens en hun bijbelse val onze kranten en televisieschermen. Wij herdenken de duizenden doden. Over vijf dagen zullen de Palestijnen echter hun bloedbad van september 1982 herdenken. Zal in het Westen ook maar iemand één kaars voor hen aansteken? Zal er ook maar één herdenkingsplechtigheid zijn? Zal ook maar één Amerikaanse krant het wagen om aan die gruweldaad te herinneren? Zal ook maar één Britse krant de twintigste verjaardag herdenken van een massamoord op 1.700 onschuldige mensen? U kent het antwoord.

© The Independent

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234