Woensdag 20/10/2021

Was hij opgeslokt door een van de zwarte gaten uit de muzikale kosmos? Zeker is dat Novastar al in geen tijden meer aan het firmament schitterde. Sinds een ongeval in 2005 hem in een rolstoel deed belanden, zonk Joost Zweegers (37) weg in zijn private hel

Novastar keert na vier jaar stilte terug met het verrassend kwetsbare 'Almost Bangor'

In mijn hart

blijf ik voor altijd een straatmuzikant

DOOR DIRK STEENHAUT

Sinds zijn succesrijke debuut Novastar, dat acht jaar geleden verscheen, is het maken van platen voor Joost Zweegers niet echt van een leien dakje gegaan. Another Lonely Soul uit 2004 volgde op een relationele breuk, een depressie en een slecht verteerde kennismaking met de oppervlakkigheden van de Amerikaanse muziekindustrie. Zijn nieuwe cd, Almost Bangor, liep dan weer een fikse vertraging op omdat de zanger zich, na een ongelukkige val van een podium waarbij een hiel verbrijzeld raakte, veroordeeld zag tot een maandenlange revalidatie. "Je zou haast denken dat ik het ongeluk bewust opzoek", zucht hij. "Leuk is anders. Of de fysieke ongemakken, het tijdverlies en de frustratie de muziek op mijn nieuwe plaat hebben geïnspireerd of gekleurd, valt moeilijk te achterhalen. Ik weet alleen dat al die ellende me twee jaar van mijn leven heeft gekost. Maar goed, het is nu allemaal achter de rug: ik ben weer up and running."

Als het een troost mag zijn: ik vind Almost Bangor je beste en zeker ook je 'Joostste' plaat.

Joost Zweegers: "Dank je. Ik denk dat ik dit keer zeer trouw ben gebleven aan mijn muzikale roots en aan waar ik precies voor sta. Voor een deel ging dat vanzelf, maar Wim De Wilde (voormalige toetsenman van Noordkaap en soundtrackcomponist, DS), die de plaat heeft geproducet, heeft me ook wel in die richting gestimuleerd. Zo'n klankbord heb ik absoluut nodig, wil ik een beetje mijn weg vinden in de chaos. Ik heb altijd al een pure liveplaat willen maken, iets wat me nog nooit eerder was gelukt. Dit keer heb ik echter bewust aan dat idioom vastgehouden. Ik ken Wim al heel lang, van toen ik nog aan de kost kwam als straatmuzikant, en dat hielp. De jongste jaren was ik immers het noorden kwijtgeraakt, verloor ik me te vaak in grandeur en bombast. Wim heeft me geholpen mijn wortels te herontdekken.

"Ik heb nergens spijt van, hoor. Mijn vorige platen waren een prima leerschool. Als artiest balanceer ik voortdurend tussen The Beatles, Neil Young en U2. Maar al dat gedoe met delay en reverb, dat getormenteerde zingen met lange, hoge uithalen, dat ijle en jongensachtige over the top-gevoel... Ik ben het inmiddels allemaal kwijt."

Je hebt als zanger het understatement ontdekt?

"Precies. Simpel uitgelegd: ik ben niet langer op zoek naar een pointe of een climax aan het eind van een song. Live put ik een kick uit improvisatie en schakel ik voortdurend over van het ene instrument op het andere: gitaar, bas, piano, die diversiteit heb ik wel nodig. Maar een en ander zorgde er ook voor dat ik, zeker tijdens grote shows, de weg wel eens kwijtraakte en in pathos en bombast verzoop. Op het moment zelf merkte ik dat niet, maar doordat ik na mijn ongeval een poosje stilviel, besefte ik plots: wat een flauwekul.

"Toen ik, na twee jaar op non-actief, mijn verhaal weer op punt wilde stellen, was het voor mij zo duidelijk als wat: ik moest terug naar de essentie. Natuurlijk kun je niet alles sturen: als de muze je impulsen geeft, komen de songs er vanzelf uitgerold. Maar wat me frappeerde, was dat die liedjes ineens weer helemaal de feel van vroeger hadden. Ze steunden veel meer op de melodie dan op de kracht van mijn stem."

Songs als 'Making Waves' of 'Miles' imponeren vooral door hun soberheid.

"Hmm, al heb ik er bij momenten aan getwijfeld of ik die naakte aanpak wel aan zou durven. We hebben vaak 's nachts opgenomen en er staan nogal wat first takes op de cd, wat de eerlijkheid van de liedjes zeker ten goede komt. Toen ik hoorde dat het werkte, voelde ik me gerustgesteld. Het cliché less is more bleek andermaal te kloppen. Het is wel waar dat ik als songwriter eigenlijk een classicist ben. Ik heb geleerd dat je vooral niet moet proberen met je tijd mee te gaan. Onze eerlijke manier van opnemen is eigenlijk typisch seventies.

"Zo'n song als 'Making Waves' staat helemaal haaks op wat ik vroeger deed. Ik heb het haast fluisterend ingezongen en nu ik vaststel dat ik de mensen ook op die manier weet te raken, ben ik tevreden met mijn keuze. Het effect neemt dus blijkbaar niet af als een liedje ruwer en kleiner wordt gebracht."

In heel wat nummers hoor ik weer echo's van The Beatles en, vooral, John Lennon doorsijpelen.

"O ja, maar ik ben beslist geen copycat, ik zie het veeleer als een hommage. Je moet je invloeden niet uit de weg gaan, vind ik. Die ingrediënten zitten al in mijn muziek sinds ik nog op straat speelde. In de productie kun je ze dan achteraf proberen te verdoezelen, maar eigenlijk vind ik ze juist mooi en eerlijk. We zijn nooit naar een retroklank op zoek gegaan, wel naar een arrangeur die de strijkers een romantische klankkleur gaf. Ik heb eindelijk mijn eigen George Martin gevonden."

Op je vorige cd was de piano nog alomtegenwoordig. Dit keer kies je weer volop voor de gitaar.

"Afhankelijk van het instrument dat je gebruikt, schrijf je een ander soort song. Je krijgt dan andere harmonieën, een andere energiestroom. Ik heb de voorbije jaren een overdosis piano gehad: ik was er dus helemaal klaar mee. Dank zij de akoestische gitaar klinkt mijn muziek nu puurder en transparanter. Bovendien ben ik een enorme liefhebber van open tunings. Die geven aan je songs een wat individueler karakter."

Het Bangor uit de cd-titel is een plaatsnaam die voorkomt in Noord-Ierland, Wales, Frankrijk en de VS. Maar het lijkt me vooral een beeld voor een gebeurtenis uit het verleden die op jou blijft drukken: 'Bangor weighs down on you'.

"Het woord heeft meerdere betekenissen. Het staat voor de verlichting die The Beatles destijds voor het eerst vonden bij de maharishi, in het Welshe Bangor. Het grootste deel van mijn plaat is dan weer geschreven op het Bretonse eiland Belle Isle, waar mijn toetsenman me mee naartoe nam toen het niet zo goed met mij ging. Hij zei: 'Komaan, je moet weer aan de slag.' Ginds zat ik aan de rand van een dorpje dat ook Bangor heette. Tegelijk was het de titel van de eerste song die eruit kwam rollen en op de een of andere manier viel alles samen. De klankkleur van het woord suggereert een dromerige state of mind, maar voor mij symboliseert Bangor ook het gevoel er weer helemaal bij te zijn."

Alleen heet je plaat ALMOST Bangor.

"Ha, omdat ik nooit helemaal aankom: dat is typisch Joost. Ten eerste zat ik net níét in Bangor. En ten tweede zal ik in mijn hart altijd een straatmuzikant blijven. Dat maakt me tot een rusteloze zoeker die per definitie nood heeft aan creativiteit en wordt aangetrokken door het onbekende, het ongrijpbare. Stel dat ik ergens aankom, dan is voor mij misschien wel het einde nabij, omdat ik mijn drijfveer kwijt ben. Ook de strijkers op de plaat suggereren dat alles in het ijle blijft hangen, maar dat vind ik best mooi zo. Voor mij is de reis belangrijker dan de bestemming."

Mars Needs Woman is tekstueel nogal intrigerend. Het begint met een militaire situatie - Mars is niet toevallig de Romeinse god van de oorlog - en eindigt ergens in de ruimte, misschien wel vlak bij de planeet Mars. Is de song een pleidooi voor meer vrouwelijkheid in onze samenleving?

"Ha, die interpretatie moet ik noteren. (lacht) Maar inderdaad, het gaat over de vrouwelijke kant in jezelf opzoeken, wat bij mij ook de muzikale kant is. Eigenlijk is het een sprookje. Fantasie is in mijn liedjes van kapitaal belang: het beeld dat ontstaat als de melodie, de klankkleur en de woorden samenvallen. Het heeft dus niet noodzakelijk iets te maken met de letterlijke betekenis van wat wordt gezegd. Nogal wat losse zinnen in mijn songs slaan op de specifieke situatie waarin ik me bevind op het moment dat ik ze neerschrijf. Dat was bijvoorbeeld het geval in 'Tunnelvision', maar doorgaans dringt zoiets pas veel later tot me door."

Enkele jaren geleden bouwde je, samen met het Brussels Jazz Orchestra, een heel optreden rond het werk van Chet Baker.

"Jammer genoeg hebben we het slechts één keer kunnen doen, tijdens het Blue Notefestival. Zo'n programma hoor je eigenlijk op punt te zetten in een groezelige kroeg, maar dat bleek niet mogelijk. Ik was voor dat project gevraagd en vond het een boeiende uitdaging. Alleen: het klonk te proper, ik kreeg er niet genoeg schuring in, omdat ik niet lang genoeg met dat repertoire had geleefd. Bovendien zijn die muzikanten zo goed dat ze nauwelijks of nooit repeteren. Wie met hen in zee gaat, wordt dus onvermijdelijk voor de leeuwen gegooid."

Je weigert het songschrijven als een louter metier te beschouwen. Ben je daar te veel een gevoelsmens voor?

"Absoluut. Ik maak het mezelf op dat vlak wel moeilijk, maar ik kán niet anders. Wouter Van Belle, met wie ik werkte ten tijde van mijn debuut, zei dat ik moest leren wat pragmatischer te werk te gaan. 'Voor iedere beslissing op je gevoel afgaan is niet gezond, op termijn kan het je je kop kosten', vond hij en hij had gelijk. 'Je moet muziek maken als een baan beschouwen: niet elk concert kan diepgaand zijn, niet iedere actie die je in de muzieksector onderneemt kan voor een kick zorgen.' Die woorden heb ik altijd in het achterhoofd gehouden, maar ik slaag er niet in ernaar te leven. Een gevolg is dat ik het psychologisch soms zwaar te verduren heb, ja. Maar als je tijdens een optreden het zaligmakende gevoel krijgt dat er magie in de lucht hangt, door het samenspel met je groep of de communicatie met het publiek, dan voelt dat aan als een immense beloning."

Paradoxaal genoeg heb je ook de reputatie een perfectionist te zijn. Kost het je moeite de dingen los te laten?

"Soms wel. Maar perfectionisme kan zich ook vertalen in het zoeken naar imperfectie en het streven naar eerlijkheid, iets wat ik op Almost Bangor meer dan ooit heb gedaan. Vaak kozen we voor een first take, ook al zat er een beetje vuiligheid op. Deze plaat baadt van begin tot eind in een welbepaalde sfeer en die is dit keer eens niet gecreëerd door galm of effecten. Wim De Wilde was ervan overtuigd dat het op deze manier ook kon, zonder dat de songs aan impact zouden verliezen. Ik ben blij dat ik naar hem heb geluisterd."

Melancholie is zo te horen je natuurlijke biotoop. Heb je dat gevoel nodig om te kunnen schrijven? Of is het gewoon de aard van het beestje?

"Geen idee. Ik ben wel sfeergevoelig, maar tegelijk ook heel vrolijk en sociaal. Niet dat ik er bewust naar op zoek ga, maar wanneer ik muziek maak, raak ik haast vanzelf in mineurstemmingen verzeild. Lichtvoetige liedjes ga ik niet uit de weg, alleen komen ze nooit voorbij en hoewel ik een veelschrijver ben, is veel van wat ik maak helaas ook troep. Ach, die melancholie... Misschien ligt het gewoonweg aan de kleur van mijn stem. Zelfs wanneer ik aan iets afwijkends begin, betrap ik mezelf er doorgaans op dat ik halverwege een bocht van honderdtachtig graden maak, zodat ik toch weer bij een soort tristesse uitkom. Telkens weer word ik ontroerd door bepaalde harmonische verhoudingen. Zodra ik ze hoor, gebeurt er wat met mij. Erg is dat niet, zolang het geen tearjerkers oplevert."

Je hebt wel eens gezegd dat muziek voor jou een vluchtheuvel is, maar tegelijk kwam die in het verleden soms tussen jou en je relaties te staan. Ben je er inmiddels in geslaagd een werkbare middenweg te vinden?

"Al doende leert men, niet? Het zal altijd wel een pijnpunt blijven, maar het gaat alleszins beter dan vroeger. Mijn muzikale beleving is veranderd. Ik speel nog net zoveel als vroeger, en met dezelfde appetijt. Alleen ben ik minder obsessief geworden. Ik heb mezelf gedwongen wat meer afstand te nemen en blijkbaar is dat productiever. Wanneer ik aan iets werk, kan ik er nu makkelijker uitstappen en er daarna weer induiken."

'Never Back Down', uit je vorige cd, was twee jaar geleden een hit in Italië. Zijn er nog andere landen waar Novastar vandaag een naam van betekenis is?

"In Nederland heb ik vanaf het begin een trouwe aanhang gehad en ook in Frankrijk heeft 'Never Back Down' het op de radio behoorlijk goed gedaan. Maar door mijn ongeval is dat hele buitenlandverhaal een beetje stilgevallen. Zo'n hit in Italië is een leuk avontuur, maar als je al zo lang bezig bent dezelfde cd te promoten ben je hem op den duur zo beu als koude pap. Voor een gevoelsmens als ik kan dat knap lastig zijn. Is het bij mij op, dan is het ook écht op. Als de bezieling er niet meer is, kan ik als artiest niet functioneren."

Wat is, na twintig jaar muziek maken, jouw definitie van succes?

"Een plaat afronden op een manier waar ik zelf trots op ben, zoals Almost Bangor, er vervolgens mee naar buiten treden en een reeks concerten geven die me in staat stelt eenzelfde soort energie op te roepen. Airplay is fijn, zeker als blijkt dat wat je hebt gemaakt bij een hoop mensen in de smaak valt. Want het zorgt ervoor dat je kunt blijven spelen. En dat is waar het voor mij nog altijd om draait."

De cd Almost Bangor verschijnt op 26 september bij EMI. Het eerstvolgende concert van Novastar dat nog niet is uitverkocht vindt plaats op 30 oktober in de Brusselse AB.

Perfectionisme kan zich ook vertalen in het zoeken naar imperfectie of het streven naar eerlijkheidVroeger verloor ik me wel eens in grandeur en bombast. Dat 'over the top'-gedoe ben ik nu gelukkig kwijt

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234