Vrijdag 22/11/2019

Zij waren onschuldig

Was het 'pulleken' niet gevallen, dan was er verder vast niks gebeurd

De hoeve in Steendorp. Beeld Stefaan Temmerman

Een toevallige vondst op een rommelmarkt bracht ons op het spoor van Jos Cels (1923-2003), journalist en verbeten strijder tegen gerechtelijke dwalingen. Slot: de gifmengster van Steendorp.

Op 23 mei 1932, nadat ze vijf jaar onschuldig heeft gezeten, staart Clementina Lyssens door het ruitje van de Ford waarmee haar advocaat haar is komen ophalen in de gevangenis van Gent. Ze ziet de velden, vult haar longen en roept: "Oh, wat is de wereld toch schoon!"

Elke justitiële dwaling gaat gepaard met een kantelpunt, een alles bepalend misverstand dat de nietsvermoedende getuige doet transformeren in verdachte. Bij Amanda Knox was het het moment waarop ze in afwachting van een verhoor wat ging stretchen in het politiecommissariaat van Perugia. Bij Bernard Wesphael was het zijn onkunde van het Nederlands tijdens een nachtelijk politieverhoor in Oostende. Bij Clementina Lyssens is het de val van het pulleken.

Was het pulleken niet gevallen, dan was er verder vast niks gebeurd.

Arme Frans Teugels

Het is nog vroeg in de ochtend, zaterdag 9 juli 1927. Vlaanderen kent nog geen vrije zaterdag en ook geen zomerverlof. Er wordt gewerkt, en dus ook bij steenbakkerij Briquetteries Réunies in Steendorp langs de Rupel.

Rosa Teugels verklaart later: “Ik was het die het eten naar mijn vader droeg. Moeder had de koffie opgeschonken. Ik heb zelf, bij het eten, van de koffie gedronken.”

Rosa overleefde de koffie, ze voelde zich op geen enkel moment misselijk. Dat had ergens al een indicatie kunnen zijn.

Jos Cels vat het verhaal hier aan, op de steenbakkerij die erg te lijden heeft onder een regenachtige zomer. Om klei te kunnen bakken, moet het drogen. Er was ook de staking geweest, eind juni: ‘Frans Teugels en Domien Maes waren drukdoende. De ploegbaas had dreigend gezegd dat er moest doorgewerkt worden want de productieachterstand ingevolge de werkstaking diende ingehaald. 'Hebt ge het gehoord Frans', merkte Domien Maes op, over die natte zomer spreekt hij niet. Het is de fout van de stakers.’ Frans Teugels antwoordde niet. Het koude zweet liep hem van het gezicht. 

Clementina met haar twee jongste kinderen Frans en Céline, bij haar vrijlating. Beeld RV

'Voelt ge u niet goed Frans?’'

Later verklaart Domien: “Frans heeft het pulleken, waarin nog koffie was, uitgegoten, het gevuld met water en er nogmaals uit gedronken.”

Jos Cels schrijft het boek in 1985, meer dan een halve eeuw na de feiten. Dit is, wat hem betreft de meest wraakroepende dwaling ooit. Het boek is uitgegeven bij De Roerdomp van Joris Lombaerts. Hij publiceerde in 1979 ook al Jos Cels' boek over Leon Van Huffel, die 31 onschuldig in de gevangenis zat. Auteur en uitgever moeten een goede band met elkaar hebben gehad.

"Het was een eenmansuitgeverij”, zegt dochter An Lombaerts. "Al het werk werd van thuis uit gedaan en alle nieuwe boeken kregen een paar weken lang een plek op de kast. In elk boek kroop heel veel betrokkenheid, aandacht en zorg. Het was iedere keer een financieel risico."

Moeder, is uw geweten gerust?

Op zondag is het kermis in Temse. Frans en Manie, zoals de dan 40-jarige Clementina wordt genoemd, zouden samen gaan, maar Frans voelt zich steeds slechter. Dokter Dierickx schrijft Frans salicylzuur voor, de voorloper van aspirine. Het gaat dag na dag slechter met Frans, en de dokter zegt later: “Ik heb zijn water onderzocht en er albumine in gevonden.” Het eiwit albumine is een indicatie van chronische nierschade.

Op maandag 18 juli 2017 rond drie uur ’s ochtends overlijdt Frans Teugels, 41 jaar oud pas. Dokter Dierickx noemt als doodsoorzaak “uremie door nierziekte”.

Drie dagen na begrafenis, op vrijdag 22 juli 1927, kloppen twee rijkswachters uit Temse aan in het huis van Manie. Er is hen een anonieme brief bezorgd waarin staat dat zij haar man heeft vergiftigd met arsenic. Omdat zij een oogje zou hebben gehad op haar oom Karel, een 59-jarige schipper.

Clementina is niet thuis, alleen dochters Julia (18) en Rosa (16) zijn er. De rijkswachters zijn op zoek naar het pulleken, het metalen kruikje, en dat is onvindbaar. Rosa verklaart: "Gewoonlijk stond het op het schap in de gang, die van de keuken naar het waskot leidt."

Het feit dat twee rijkswachters zo expliciet komen informeren naar het kruikje bezorgt de zussen een onprettig voorgevoel. Na het vertrek van de agenten, blijft Julia koortsachtig zoeken. Ze vindt het kruikje, ondersteboven neergezet op een balk. De rijkswachters worden teruggeroepen. Net dan komt Clementina thuis. En net dan laat, Julia, overstuur, het ding uit haar handen glippen. Het zinkt tot op de bodem van de met water gevulde waskuip. Waarop Julia de fatale woorden uitspreekt: “Moeder, is uw geweten gerust?"

Bokaal met ingewanden

In de volksmond heet arsenicum in die jaren erfgenamenpoeder. Apothekers zijn verplicht om de naam van elke koper te noteren in een boek. Rijkswachters zullen in de regio rond Steendorp 240 huiszoekingen uitvoeren bij apothekers. Nergens enig spoor van Clementina of iemand die het spul in haar plaats kan hebben gekocht. Toch arresteert de Dendermondse onderzoeksrechter Clementina wegens moord.

Jos Cels beschrijft hoe de onderzoeksrechter zich op zaterdag 23 juli 1927 met de wetsdokter naar het kerkhof van Steendorp begeeft en in het dossier noteert: ‘Na het verwijderen van de ingewanden doen wij het lijk in de kist en gelasten de kist opnieuw te begraven. Wij verzegelen vervolgens de twee bokalen met de ingewanden door middel van rode lak.’

De maag, de lever, het hart, de milt, een nier en deel van een long van Frans zijn voor het gemak allemaal in één bokaal gedraaid. Iets wat volgens Jos Cels ook in jaren 20 al diende beoordeeld als ‘in strijd met de allereerste voorschriften van de vergiftenleer’.

Voor het toxicologische onderzoek doet de onderzoeksrechter een beroep op professor Félix Daels van de Rijksuniversiteit Gent. Ook het pulleken wordt aan hem overgemaakt. Daels is de (uitsluitend) Franstalige broer van Frans Daels, legerarts tijdens de Eerste Wereldoorlog, voorzitter van het IJzerbedevaartcomité en eveneens hoogleraar aan de Gentse universiteit.

Beeld Stefaan Temmerman

Heren van stand laten zich in die tijd aanschrijven met initialen. Op een op de universiteit aan Félix Daels gerichte zending schrijft men F. Daels, en op een voor Frans Daels net zo consequent F. Daels. Mogelijk ligt hier de verklaring voor het schrijven van Félix Daels aan de onderzoeksrechter op 5 augustus 1927: ‘Ik heb de ingewanden nog niet ontvangen, zijn ze misschien naar het verkeerde adres verzonden? Mag ik u opheldering vragen, want het is zeer warm.’

Augustus 1927 is bijna net zo verschroeiend als juli 2018. De uitvinding van de koelkast heeft Vlaanderen nog niet bereikt. Sinds het jammerlijke overlijden van Frans Teugels zijn 19 dagen verstreken.

Frans Daels getuigt later in een brief dat zijn broer gewoon een beetje verstrooid was, dat wel eens eerder was voorgekomen dat een bokaal ingewanden met het oog op een lijkschouwing ‘daar drie weken verbleef in weerzinwekkenden toestand vooraleer er aan gedacht werd ze over te zenden’.

Het kan niet beletten dat Félix Daels op 26 augustus 1927 een glashelder verslag aflevert: ‘De ingewanden bevatten 42 milligram arsenicum per kilogram. De dood van Frans Teugels dient toegeschreven aan intoxicatie met arsenicum.’ Op 15 oktober volgt een tweede verslag, al net zo affirmatief: ‘Ik heb grote hoeveelheden arsenik in het wit blikken koffiekruikje, dat nog wat koffie inhield, gevonden.’

Dat is wel erg vreemd, gelet op het feit dat het pulleken volgens de verklaring van Domien Maes eerst door Frans Teugels is leeggegoten en gevuld met water, daarna ondersteboven is neergezet op een balk en Julia het net voor de inbeslagname ook nog eens per ongeluk in een badkuip  liet vallen.

De doses die professor Daels noemt, zijn opmerkelijk hoog. 42 milligram op 1 kilogram ingewanden is genoeg om tien mensen mee te doden. Als dit de dosis was geweest van Frans, dan was zijn doodsstrijd er niet een geweest van dagen, maar van seconden. Volgens een latere tegenexpertise is de kwart gram die Daels in het pulleken zegt te hebben aangetroffen ‘voldoende om al de paarden van een ruiterijkazerne naar een andere wereld te helpen’.

In het boek citeert Jos Cels een verhoor van Clementina: ‘Ik heb stellig mijn man geen vergif toegediend. Ik kwam met mijn man zeer goed overeen. Al wat de mensen thans vertellen is laster. Ik kan niet weten op welke wijze of door wie mijn man zou vergiftigd zijn.’

Als ze begin maart 1928 te horen krijgt dat ze voor het assisenhof zal moet verschijnen, schrijft ze: 'Daarvan heb ik ondanks mijn onschuld toch zo een grote schrik, dat ik het niet kan beschrijven.’

20 jaar dwangarbeid

Twee dagen duurt een assisenproces in die tijd. Als het op dinsdag 8 mei 1928 van start gaat in het oude justitiepaleis van Gent, is de jury uitsluitend mannelijk. Vrouwen hebben in 1928 nog geen stemrecht. Jos Cels beschrijft hoe de juryleden reageren op het pleidooi van Clementina's advocaat: ‘Ze haalden misprijzend de schouders op. De vergiftiging was al te duidelijk bewezen. De bewijzen steunden zich op het onkreukbaar gezag van de befaamde professor Félix Daels.’

Clementina wordt veroordeeld tot 20 jaar dwangarbeid.

Jos Cels publiceert een tweede brief van haar, 8 juli 1928: ‘Onschuldig ben ik. Dit zal ik blijven herhalen tot mijn laatste adem.’

Beeld RV

Vijf jaar lang ondergaat Clementina haar lot in de gevangenis van Gent. En dan volgt opeens het mirakel waar ze zo lang voor heeft gebeden. Ze wordt vrijgelaten. ‘Geheel onverwacht’, schrijft Jos Cels, ‘zonder dat hiervoor enige verklaring werd gegeven’.

Foto’s achteraan in het boek tonen Clementina bij haar afscheid in de gevangenis. Naast de aalmoezenier. Naast moeder-overste, die zegt: “Ik zal mijn beste helpster missen.” Een volgend beeld toont een Ford die halt houdt voor het arbeidershuisje in Steendorp. Manie heeft tijdens de autorit genoten van de bloemen, de velden, de landschappen. Ze roept: “Oh, wat is de wereld toch schoon!"

We zien haar op een laatste foto, tussen haar twee jongsten, Frans en Céline. Het is 23 mei 1932. Manie is terug thuis, in Steendorp, waar de mensen haar nog altijd scheef bekijken.

Ha, die idioot!

Tien maanden later, de correctionele rechtbank van Gent. Félix Daels staat te recht op betichting van fraude. Er is klacht tegen hem ingediend door de universiteit, omdat hij heeft geknoeid met facturen. Op 4 maart 1933 hoort de rechtbank getuige Alfred De Waele, de vroegere assisent van Daels. Hij zegt: “Eens vond ik twee glazen bokalen, waarin ingewanden waren, en waarvoor Daels een deskundig verslag opgemaakt had. Ik stelde vast dat de bokalen nog verzegeld waren.”

Rechter: “Weet gij wel dat dit erge beschuldigingen zijn?”

De Waele: “Ik sprak er over met hooggeplaatste personen, maar die zegden de zaak zo te laten. 'Men zou u niet geloven', zegden ze.

De Waele vertelt over een andere zaak. De door het Gentse parket gevorderde toxicoloog René Goubau moest in ingewanden zoeken naar sporen van strychnine. Die vond hij niet, en dus leek de aanklacht van moord te vervallen. Félix Daels werd gevraagd voor een tegenexpertise. De Waele zag Daels eigenhandig strynchine uit z’n eigen labokastje over de ingewanden uitstrooien, lachend: “Ha, die idioot van een Goubau heeft niks gevonden! Ge ziet wel dat men ongelijk heeft expertisen te laten verrichten door zulke mensen!

Op 4 oktober 1937 zit Clementina opnieuw op de beklaagdenbank, deze keer voor het assisenhof in Brugge. Opnieuw wordt Félix Daels opgeroepen als getuige. Jos Cels schrijft: ‘Met duivelse hardnekkigheid hield hij staande dat er in de drinkbus van Frans Teugels nog ongeveer 20 kubieke centimeter vocht aanwezig was dat naar koffie rook en dat dit vocht een arsenicum bevatte.’

Maar ook Alfred De Waele komt getuigen, en nog enkele andere toxicologen. Na een beraadslaging van 5 minuten wordt Clementina vrijgesproken.

En de professor? Volgens ugentmemorialis.be verbrak de universiteit in 1931 al zijn aanstelling. Toch betekende dat luidens Jos Cels niet het einde van zijn loopbaan: ‘Félix Daels is nog jarenlang de deskundige van het parket gebleven, om op te treden in meestal twijfelachtige vergiftigingszaken. Alfred De Waele zou later zwaar boeten. Hij werd het slachtoffer van een gemeen complot, gebroodroofd en in een krankzinnigengesticht opgenomen om aldaar roemloos te sterven.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234