Donderdag 29/10/2020

Was het nu '80,'83 of '85?

De vintagemarkt van vandaag is één grote jaren 50-, 60- en 70-show. Nochtans hebben de jaren 80 heel wat in petto. Een eigenheid die veel anderen meestal doet gruwelen. Op bezoek bij drie bijzonder grote liefhebbers.

'EEN MEMPHIS-KAST BEGRIJPEN, KOST TIJD'

Ben van den Haute, Memphis-verzamelaar

Huurders hebben al eens iets gebroken, ja. Mijn Carrot-vaas van Nathalie Du Pasquier. Dat was jammer." Ben van den Haute heeft ondertussen zo veel Memphis verzameld dat hij er een apart Airbnb-appartement mee gevuld heeft. In de woonkamer van het huurappartement staat de monumentale Park Lane-salontafel van Sottsass, omringd door enkele andere Memphis-stoelen. In de keuken prijkt een Duplex Bar Stool van Javier Mariscal en de eettafel wordt versierd met de alombekende Shiva Vase van Sottsass, de vaas die verdacht hard lijkt op een penis.

Achter de eettafel ontwaren we een monumentale kast die tot tegen het plafond reikt. "Het is een staande klok van George Sowden", zegt Ben. "Hij staat hier misschien wat vreemd, maar dat vind ik wel iets hebben." De kast blijkt met de hand getekend. "Er bestaan er maar vijf van. Ik denk dat de andere vier in musea staan."

Even voor alle duidelijkheid: Memphis is de meest schreeuwerige - maar boeiende - designstroming uit de geschiedenis, opgericht door Ettore Sottsass in 1981, en ziet eruit alsof Keith Haring onder de invloed van amfetamines op een dag besloot meubels te ontwerpen.

"Memphis was vooral een statement tegen het designestablishment", zegt Ben. "Dure materialen zoals marmer werden gemengd met plastic. Het is right in your face. Mij brengt het aan het lachen."

"Van Sottsass heb ik vijftien stuks", zegt Ben. "Vooral vazen, bijzettafels en lampen waaronder de Callimaco-vloerlamp die naast de deur staat." Thuis heeft Ben ook een Carlton staan, het iconische boekenrek van Sottsass dat lijkt op een futuristisch afgodsbeeld. Heel wat Memphis-meubels ogen naast speels ook mysterieus. Zo lijkt de Sowden-kast van Ben op een zuil van een Azteekse tempel. "De naam Memphis slaat terug op de historische stad in Egypte (zo'n 3.000 jaar geleden, gelegen ten zuiden van Caïro; red.). De ontwerpers hebben best wat inspiratie gehaald uit de oude culturen van Egypte en Zuid-Amerika".

Zeldzame parels

Memphis verzamelen is niet eenvoudig. "Het is echt zoeken, zoeken en zoeken. De queeste maakt deel uit van het spel. Ik koop online, maar vervolgens moet ik het meubel wel zelf ophalen. Ik ben al tot in Zuid-Frankrijk gereden." Het verzamelen wordt de jongste jaren nog bemoeilijkt. Steeds meer mensen wagen het erop te investeren in design. "Sinds enkele jaren zijn er ook meer geïnteresseerden voor Memphis, wat de prijzen doet stijgen." Komt nog bij dat Sottsass en ontwerpers liever niet en masse produceerden. "Er zijn vazen waarvan slechts 33 stuks zijn geproduceerd. Die worden nu verkocht voor 7.000 euro."

Het Carlton-boekenrek gaat vandaag de deur uit voor 15.000 euro. "Ik wist hem op de kop te tikken voor een vijfde daarvan, wat haalbaar is. Meestal verkoop ik een aantal andere designstukken om iets nieuws te kopen. Ik ben al vijftien keer van zetel geswitcht." (lacht)

Haters

Duizenden euro's sparen voor een 'ding' dat eruitziet als speelgoed, het gros van de design-goegemeente heeft er geen schik in. Op Vintage Market, een onlineplatform - lees: Facebook-groep - voor vintageliefhebbers krijgt Ben soms de wind van voren. Als hij er een jarentachtigstuk plaatst, verschijnen er wel eens reacties van mensen die heel beleefd zeggen 'het maar niks te vinden'.

"De comments zijn al even grappig als het design zelf", relativeert Ben. "Mensen volgen uiteindelijk gewoon een trend. Bij een jarenzeventigkast hoef je niet na te denken. Een Memphis-kast begrijpen, kost tijd."

'DE POËZIE VAN DAT REK!'

Alain Hens, galerist

Ken je deze lamp? Hij heet Arc en Ciel. Van Andrea Bellosi, uit 1979." (zet de lamp aan) "Zie je het? Het licht vormt een regenboog tegen de muur." De Antwerpse galerist Alain Hens woont in een jaren-50-appartement dat ingericht is met enkele bijzondere stukken uit de eighties. Zoals dus een lamp die de regenboog nabootst, maar ook een stalen rek dat scheef staat en wordt rechtgehouden door een stalen opgespannen kabel - Verspanntes Regal van Wolfgang Laubersheimer. Tel daar nog twee brutale zigzagstoelen van Gerard Kuijpers bij waarvan het zitvlak uit steen bestaat. "Die stoelen zijn echt disturbing", zegt Alain. "Ze nodigen niet uit om te gaan zitten, maar jagen een mens weg. Erop zitten is een spartaanse ervaring. Erg poëtisch."

Alain heeft een boontje voor de zonderlinge designstukken uit de verguisde jaren 80. Al past hij er - als galerist - wel mee op: excentrieke eightiesmeubels verkopen niet altijd even vlotjes. "Ik heb in mijn stockruimte een sofa van Gaetano Pesce staan. Die heeft de vorm van de skyline van New York met op de achtergrond de rijzende zon. Het is niet bepaald een gezinszetel."

Daarmee legt Alain de vinger op de wonde: disfunctionaliteit. Zo'n skyline-zetel leent zich niet om gezellig naar de tv te gapen. In de eighties bekeek men het meubel dan ook eerder als sculptuur dan als functioneel object. "De betere meubels van de jaren 80 werden gewoonweg niet voor de middenklasse ontworpen. Het zijn dure objecten die vaak pas tot hun recht komen in een ruime living."

Foltermuseum

Alain Hens: "Terwijl de jaren 50, 60 en 70 de democratisering van het meubel hebben ingeluid, werd in de jaren 80 het meubel opnieuw gearistocratiseerd. Meubels werden objecten."

Met als gevolg: erg beperkte oplages en heel bizarre vormen. Eighties-design is ook heel mannelijk. "Alles draaide toen om de persoon. Designers werden echte sterren, mediafiguren zelfs." Personencultus en yuppiedom zijn eigen aan het decennium. Vele meubels ademen een gevoel van rauwheid en mannelijkheid. Mattia Bonetti is daar een goed voorbeeld van. Zijn Chaise Barbare lijkt wel de stoel waar Dzjengis Khan of de gemiddelde vorst uit Game of Thrones zijn staalharde bips op zou plaatsen: een stalen art-nouveau-achtige constructie belegd met een dierenhuid. De stoelen van Gerard Kuijpers ademen ook mannelijkheid, en lijken wel parafernalia uit een foltermuseum.

Alain houdt vooral van het sculpturale en het constructivisme achter de jaren-80-meubels. Het blitse Memphis staat niet in zijn huis, wel het donkere werk van Laubersheimer. "Het rek is een sterk staaltje ambacht. De verticale spijlen buigen door, maar toch staan de schappen perfect horizontaal. Het geheel wordt staande gehouden door een stalen draad. Zie je het? Het rek staat onder constante spanning. De poëzie daarvan!"

Zeker poëtisch, maar de gemiddelde bezoeker loopt het rek zonder verpinken voorbij. Moest er een fiftieskast van een onbekende Scandinaviër staan, dan zou hij wél schouderklopjes krijgen. "Ach, dat soort vintage is te hard een bubbel geworden. Zelfs slechte stukken uit de jaren 70 die er ietwat Deens uitzien worden aan woekerprijzen verkocht. Als winkel betaal je duizend euro voor een omhooggevallen Brabantia-tafel. Dergelijke inkoopprijzen zijn de norm geworden. Eens de hype van grootmoederskast-uit-de-jaren-60 gaat liggen, zullen heel wat consumenten van zulke kasten verlies maken, want vaak zijn dat geen goede investeringen. Ik ga alleszins intuïtief de andere kant uit."

'DOORGEWINTERDE COLLECTIONEURS WETEN WEL BETER'

André Van Schuylenbergh, kunstschilder/verzamelaar

Kijk: Pieter De Bruyne, Niki de Saint-Phalle en deze kast is van Michele De Lucchi." André grijnst terwijl wij verwonderd staren naar de blitse Atlantic-kast van De Lucchi. Wie heeft er in godsnaam zo'n Memphis-parel gewoon in zijn gang staan? "Ik." Weer een grijns. "En de meeste mensen lopen er zó aan voorbij."

André Van Schuylenbergh, kunstschilder en geboren Ajoin, heeft zijn bescheiden woning in het centrum van Aalst volgestouwd met kunst. Waar je ook gaat of kijkt ten huize André, er staat altijd wel iets. "Ik houd ervan tussen de dingen te leven."

De 'dingen' waartussen André leeft dateren uit de door vele designliefhebbers immer verguisde jaren 80. Het begint in de gang en stopt niet in de woonkamer, waar de Palace-stoel van George Sowden staat, en een fauteuil van Toshiyuki Kita die lijkt op een zetel uit een Japanse racewagen. In de eetkamer: een buffetkast van Pieter De Bruyne, een absolute voorloper van de jaren 80-esthetiek.

André verplicht ons met een dwingende glimlach om heel zijn huis te doorlopen. In de kelder staan rekken en rekken gevuld met keramische vazen van Amphora en Perignem, de twee bekendste keramiekhuizen van België die in de jaren 50 en 60 op wereldniveau avant-gardekeramiek produceerden. De vazen sluiten zowel op vlak van kleur als van vorm perfect aan bij de sfeer van de eighties. Geen pastelkleurtjes maar penetrant rood, donkerblauw of zwart.

Een mens vraagt zich af hoe de bescheiden André aan zo'n collectie komt. "Als broekventje kwam ik terecht bij een verzamelaar die twee huizen verder in de straat woonde", zegt hij. "Hij nam me mee op sleeptouw naar andere verzamelaars." Tijdens die Indiana Jones-eske zoektochten naar antiek kwam hij een gotische retabel (geschilderde en gebeeldhouwde achterwand boven de altaartafel) tegen en werd hij verliefd.

De synthese van een lang verhaal: André spaarde, kocht het onding voor 15.000 frank, moest het van zijn ouders meteen wegdoen en verkocht het voor 30.000 frank aan antiquair Muller. De winst werd het startkapitaal voor alles wat in zijn huis staat.

Onbekende pionier

Langs een grijze tapis-plaintrap komen we op de eerste verdieping terecht waar drie kamers en een zolder tot de nok gevuld zijn met kunst en design. Een bureautafel van Sottsass ligt onder de rommel. Uit een lade haalt hij een schilderijtje. "Dat is een Raoul De Keyser. Even kijken. Uit 1982. Ik moet je nog mijn atelier tonen. Daar staat een prachtige Pieter De Bruyne."

De oorsprong van Andrés eightiesmanie heeft een naam: Pieter De Bruyne. De Aalsterse ontwerper (1931-1987) ontwierp in de jaren 60 en 70 kasten en meubels in een stijl die later door de flashy Memphis-beweging opgepikt zou worden. Hij was een goede vriend van vader Van Schuylenbergh.

"De Bruyne was een postmodernist die in de jaren 70 veel gelakte meubels ontwierp", verklaart André. Hij toont foto's uit een boek: de Chantilly-kast, een ontwerp uit 1975. Een hoek van het meubel lijkt verwijderd en vervangen door een uitsnede van een gulden schrijn. De Blauwe Kast uit 1969 is erg blauw, op het fluorescerende af.

Zo'n pionier, die De Bruyne, en toch kent amper iemand hem. "Omdat de meeste kasten unieke stukken waren", zegt André. "De Bruyne is heel zeldzaam en zij die er iets van hebben, doen het absoluut niet weg. Bij doorgewinterde collectioneurs is hij een gegeerde ontwerper." Het meeste is in het beheer van de familie Van Schuylenbergh.

André Van Schuylenbergh op de Palace-stoel van George Sowden, met achter hem een Pieter De Bruyne-buffetkast waarop een groepje Sottsass-vazen staat.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234