Zondag 17/11/2019

Warm & aaibaar

Zachte stoffen duiken massaal op in het interieur. Vooral tapijten zien we weer overal: van het oosterse bommatapijt tot nieuwere varianten. Ongetwijfeld heeft dit te maken met onze grimmige tijdgeest. Woontextiel is tastbaar en zacht, iets waar we meer dan ooit nood aan hebben.

Een van de mooiste beelden uit de Parijse modeweek was de show van de zomercollectie 2015 van Dries Van Noten. Niet alleen de modellen, maar ook hun originele catwalk stalen de show. Van Noten liet hen lopen op een speciaal ontworpen tapijt van de Argentijnse kunstenares Alexandra Kehayoclou. Op het einde vleiden alle modellen zich neer op dat meterslange, handgetufte tapijt.
Als een trendsettende ontwerper als Van Noten zijn collectie op tapijt presenteert, dan is dat een stijlstatement van jewelste. Ook op de internationale beurzen noteren we een terugkeer van interieurtextiel. Een van de mooiste nieuwe collecties op de Milanese Salone del Mobile was de tapijtencollectie van het Spaanse merk Nanimarquina, ontworpen door het Londense designduo Doshi Levien, zij Indiaas, hij Brits. Ze lieten zich inspireren door een Indiaas nomadenvolk, de Rabari, vergrootten hun tekeningen uit en lieten er tapijten van maken in het Indiase naaiatelier van Doshi's tante.
Het textiel van dit moment is bij uitstek schatplichtig aan traditie. Motieven worden als basis genomen, oude weef- of borduurtechnieken wordt nieuw leven ingeblazen. Het is zoals Amy Azzarito van de New Yorkse trendwatchblog DesignSponge het formuleert: "We lijken te vallen voor kleurrijk, traditioneel textiel van over de hele wereld, van Turkse kelims tot Peruviaanse tapijten over handgeweven kussens met Mexicaanse motieven."
Een andere trend op textielgebied is de aandacht voor de textuur. In het toonaangevende Britse interieurmagazine Elle Decoration van september was dat woord zowat de rode draad. Zo zegt de Deense ontwerper Mats Nilsson: "Mijn grootste must-have in huis is textuur. Dat vind ik veel belangrijker dan kleur." De verschillende tactiliteit van de textuur is eigen aan textiel: bouclé-wol, breiwerk, weefsels, handgeknoopte tapijten, zijden kussenovertrekken: allemaal hebben ze een andere uitstraling door de manier waarop ze zijn vervaardigd.
Het leuke aan woontextiel is dat het uitnodigt tot creativiteit en persoonlijkheid. Zelf naaien, borduren, weven, breien... het is allemaal goed. Alleen kantklossen is nog niet meteen geadopteerd als the next big thing, maar dat is waarschijnlijk maar een kwestie van tijd.
Duiven-gevangenis
Meer weten over textiel? Ga naar het Vlasmuseum in Kortrijk, dat vorig weekend na twee jaar sluiting werd heropend. Het heet nu Texture en werd ingericht door NOA-architecten.
Van bij de start betrekt het museum creatief talent bij de werking. Zo leren leuke filmpjes van Lieven Scheire de bezoeker een en ander bij over de vlascultuur. Wim Opbrouck ontwierp samen met linnenbedrijf Verilin een tafellaken dat in een beperkte oplage van 82 stuks - knipoog naar het openingsjaar - te koop is. Voor de heropening deed het museum een beroep op de Nederlandse ontwerpster Christien Meindertsma, bekend van wollen ontwerpen zoals een tapijt in de vorm van een extragroot breiwerk of een poefje dat gelijkt op een enorme bol wol. Zij baseerde zich op de geschiedenis van het gebouw waarin Texture is gevestigd. In WO II maakte de Duitse bezetter van de vlas­loods een duivengevangenis, zodat niemand nog luchtpostgewijs een boodschap de wereld in kon sturen. Samen met het lokale bedrijf Secrets of Linen ontwierp Meindertsma 200 getufte duifjes, die door het hele museum verspreid zijn.

www.texturekortrijk.be

Het textiel van Nathalie Van der Massen, Vera Vermeersch en Thibault Van Renne is te ontdekken op de Biënnale Interieur.
Vera Vermeersch, Kortrijk Xpo, hal 1, stand 120.
Thilbault Van Renne, Kortrijk Xpo, hal 2, stand 222.
Nathalie Van der Massen, Ventura Interieur, Budafabriek.

Vera Vermeersch
'Schilderen met wol'

Vera Vermeersch woont en werkt in Gent en startte in 1986 met haar atelier. Ze is afgestudeerd als kunsthistorica, maar wilde liever creatief werken, net als haar vader José Vermeersch en oom Rik Vermeersch. Ze volgde opleidingen voor tapijtweefkunst in Gent en in Brussel.

Hoe komt je werk tot stand?
"Samen met mijn collega tuft ik wol op canvas. Tuften is wol stikken met behulp van iets dat lijkt op een boormachine. We werken op vraag van designers of kunstenaars en maken een werk van hen in beperkte oplage, bijvoorbeeld vijf exemplaren. Het begint met een tekening en dan maken we stalen. Dit vind ik een van de leukste aspecten van mijn werk. Het kiezen van de kleuren, het hertalen van het werk of doek in tapijtvorm. Het is tegelijk het lastigste, maar dat geeft net de meeste voldoening. Wat ik doe, is schilderen met wol. Ik werk met zeven fijne draadjes in verschillende kleuren.
Ik maak zowel vloer- als wandtapijten. Af en toe werk ik ook in bamboe of zijde. Soms is een ander soort draad nodig om schakering in de tekening te krijgen, zeker als je met veel donkere tinten werkt. Soms maak ik ook eigen werk. Toen de kinderen klein waren, maakte ik tapijten op basis van hun kindertekeningen. Recent ben ik beginnen samen te werken met het architectenbureau Doorzon: samen met hen heb ik een tapijt ontworpen voor een van hun klanten."

Hoe lang werk je aan een tapijt?
"(lacht) Dat is een vraag die ik nooit beantwoord wegens te onbemoedigend. Het is een passie waar ik al mijn energie in steek, we zullen het daar op houden."

Je werkt al lang in deze sector, hoe evolueert die?
"Ik heb al van alles meegemaakt, laten we zeggen: 'De aanhouder wint' (lacht). In het begin deed ik veel restauratie en daarnaast de wandtapijten. Het ene hield het andere recht. Sinds 2008 ben ik me beginnen te focussen op de wandtapijten omdat er meer en meer vraag naar komt. Toen het minimalisme hoogtij vierde, deed iedereen zijn tapijten weg, maar intussen is dat weer helemaal anders. Nu mag het allemaal weer warmer en eclectischer. Dat heeft allicht met de tijdgeest te maken: in een sfeer van crisis verlangen we naar iets warms, tastbaars, aaibaars."

Wie zijn bekende tapijtkunstenaars van het moment?
"Er zijn er weinig, al houden veel beeldende kunstenaars van tapijten. Er zijn er wel wat die tapijten laten maken en verwerken in hun installaties zoals Enrico David, die hier een tapijt liet maken voor zijn werk op de Biënnale van Venetië."

www.veravermeersch.be


Thibault Van Renne
'Opgegroeid tussen tapijten'

Thibault Van Renne laat zich inspireren door oude motieven en maakt op basis daarvan nieuwe tapijten. De productie gebeurt in ateliers in India. Hij heeft zijn eigen winkel in Gent, maar verkoopt veel in het buitenland sinds hij heeft deelgenomen aan internationale beurzen als Domotex in Hannover of de Rug Show in New York. Op zijn 33ste runt hij een van de sterkst groeiende internationale bedrijven in de markt van handgeknoopte tapijten.


Waar leerde je het vak?
"Ik heb een paar jaar marketing gevolgd, maar leerde verder alles van mijn vader, Luc Van Renne, die een showroom had in Mullem bij Oudenaarde. Ik ging als kind al met hem mee om te gaan aankopen in onder meer Turkije. Nu is dat een normaal vakantieland, maar toen was dat echt heel exotisch. Ik ben met mijn vader ook meegeweest naar Iran, onder andere naar Isfahan, een prachtige stad, de bakermat van onze cultuur. Het oudste gevonden tapijt was Perzisch, dat dateerde uit 3.000 voor Christus. Iran is een echt tapijtenland, ik denk dat een op de tien mensen daar van de tapijten leeft. Maar onder economische druk is die cultuur aan het verdwijnen. Daarnaast ging ik ook nog mee naar bijvoorbeeld Kaboel in Afghanistan of Peshawar in Pakistan."

Wat neem je mee van die tapijtculturen in je werk?
"Ik kies voor de Perzische knooptechniek, omdat die gedetailleerder en fijner is. Bij Perzische geknoopte tapijten zie je geen horizontale knooplijnen. In Nepal gebruiken ze een snellere knooptechniek, maar daar zie je wel lijnen in de tekening. Ik werk met Bikanèr-wol, dat is een bekende kwaliteit van wol. Wij kaarden de wol met de hand. Kaarden is de wol kammen. Dat maakt dat je tapijt minder pluist en zo soepel wordt als een zakdoek. Ik bespaar niet op afwerking, knoopmethode of wassing, alles moet top zijn. Ik ben geobsedeerd door kwaliteit. Ik vergelijk het soms met een kok, die kan ook niet werken met inferieure ingrediënten. Voor mijn werk leerde ik ook Perzisch, om te kunnen begrijpen wat de handelaren onder elkaar zeggen."

Welke trend zie je in de tapijtensector op dit moment?
"Modern meets classic, oude patronen die opnieuw uitgevonden worden. Een klassiek patroon bovenop een modern. Dat doe ik zelf ook, maar daar ben ik niet uniek in. Ik ben wel de enige die een klassiek patroon mengt met een ander en dat dan weer afschuurt."

www.thibaultvanrenne.be


Nathalie Van der Massen
'Textiel is mysterieus en concreet'

Nathalie Van der Massen studeerde net af als textielontwerpster aan het Gentse LUCA. Na een selectieprocedure kreeg ze een plaatsje in de tentoonstelling Ventura Interieur, dat een platform biedt aan ruim 70 designtalenten. "Ik droom ervan om een eigen ontwerpstudio te kunnen oprichten, om stoffen te ontwerpen voor fabrikanten of architecten."


Waarom koos je voor textielontwerp?
"Ik heb eerst grafische vormgeving gestudeerd. Ik deed een stage bij Zoo Magazine, een blad uit Duitsland dat uitgegeven wordt door rockster Bryan Adams. Daar leerde ik over de stoffen uit de modewereld en daarom ben ik textielontwerp gaan doen. Voor mijn afstudeerproject trok ik naar het Tilburgse Textiel­museum om mijn ontwerpen uit te weven. Ik deed ook stages, onder andere in een textielfabriek in de buurt van Como, die werkt voor Balenciaga. Ik werkte als stagiair voor tricotontwerpster Hilde Frunt en modeontwerper Christian Wynants. Voor die laatste ben ik in september meegeweest naar de modeweek in Parijs om te helpen bij de show. Op dit moment werk ik als verkoopster in de modewinkel Renaissance, maar in mijn vrije tijd zet ik alles op alles voor Ventura Interieur."

Wie waren je mentors op LUCA?
"Marie Mees, de textielontwerpster die samen met Cathérine Biasino het merk Alfred heeft en Carina Diepens, beeldhouwster."

Wat heb je al ontworpen?
"Ik heb een kleurrijke deken geweven met brede en smallere strepen. Verder maakte ik een ontwerp in papier, dat ik zie als een room divider, en ook een stuk geweven stof met een digitale print van een landschap erop."

Wat vind je het leukste aan textielontwerp?
"Dat het voor verschillende toepassingen dient. Je kunt zowel interieurstoffen als modestoffen ontwerpen."

Wie of wat vind je inspirerend?
"Voor mijn afstudeerproject heb ik veel gekeken naar werk van de Wiener Secession, zoals Gustav Klimt, en naar Japan. Japanse kimono's met open rug vind ik prachtig. Het zijn twee uitersten samen, dat pure van dat Japanse, samen met het gedecoreerde glanzende. Ik hou ook van het werk van twee Duitse kunstenaressen van Das Institut en van Madame Vionnet, de Parijse modeontwerpster."

Merk je dat textiel in opmars is in het interieur?
"Als tegenbeweging tegen de consumptiemaatschappij is er nood aan kwalitatieve, tastbare objecten. Velen gaan zelf aan de slag, denk aan de breihype. Het is aaibaar, het doet deugd. Textiel is tegelijk mysterieus en concreet. Je ziet niet hoe het gemaakt is, maar het is wel heel bruikbaar."

www.nathalievandermassen.com

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234