Donderdag 21/11/2019

'Ware originaliteit is onleesbaar'

De Gentse auteur Bart Koubaa voert in Het gebied van Nevski een schrijver met een hersenbeschadiging op. De roman is een gedetailleerd verslag van diens arglistige pogingen om opnieuw grip te krijgen op zijn taalcapaciteiten. Koubaa bedrijft een ware uitputtingsslag met de 'wiskundige mogelijkheden van woorden'.

Door DIRK LEYMAN

Bart Koubaa (°1968), ooit voorman van Ze Noiz en bedrijvig in tal van artistieke aftakkingen, heeft als schrijver van meet af aan de Vlaamse kerktoren afgezworen. Koubaa haalt in zijn compacte boeken bij voorkeur de hele wereld binnen, al fictionaliseert hij telkens ook zijn woonplaats Gent op een bijzondere manier. Geduldig maar hardnekkig mag hij zich graag buigen over de valkuilen én verlokkingen van de taal. In zijn eersteling Vuur (2000), bekroond met de Debuutprijs en ook bekend gebleven als 20.000-voudig weggeefboek van Bert Anciaux, begaf Koubaa zich in de zigeunerwereld, via de fantasierijke verhalen van grootvader Kuda Bux. Vijf jaar later kwam hij met het veel meer intrigerende én doordachte Lucht. Zijn hoofdpersonage, de dichter Kudo Yamamoto, ondernam er een poging om de volledige kosmos te omspannen, met behulp van zeventien lettergrepen van een haiku. Ooit maakte Kudo als vertaler bij de FBI een minuscule fout, waardoor de atoombommen boven Nagasaki en Hiroshima werden afgeworpen. De vernietigende kracht van taal gaat hand in hand met haar hang naar schoonheid, zo suggereerde Koubaa in Lucht.

Ook in zijn nieuwe, van omvang alweer bescheiden roman Het gebied van Nevski wordt op een bijna obsessieve manier aan taalonderzoek gedaan. Het boek is een soort neurologische ijltocht, waarin een schrijver probeert te achterhalen hoe zijn gehavende hersenen hem van woorden blijven voorzien en hoe zijn geheugen herinneringen deformeert en in mootjes hakt. Het lijkt dan ook even of we in een gevalstudie van Oliver Sacks of Douwe Draaisma zijn beland. Koubaa legt de lat hoog: uiteindelijk gaat het hem om niet meer of minder dan het detecteren van het hersengebied waar de literatuur 'ontstaat'. Toch dreigt de lezer al snel ontmoedigd te raken door zijn gedurfde, maar tegelijk nogal vrijblijvende stelsel van intertekstuele verwijzingen, waarin de intellectuele koketterie te zeer aan insiders appelleert.

"Wat u nu in handen heeft, is geen streekroman of thriller, maar een hersenonderzoek waarin zonder twijfel fouten en ongeregeldheden staan, probeer ze alleen niet te verwarren met ontsporingen als gevolg van mijn aandoening", zo waarschuwt de verteller vroeg in het boek. Er staan inderdaad veel kromme en merkwaardig klinkende zinnen in Het gebied van Nevski. Dat heeft zo zijn redenen: "Ik heb me op een meer van 3.555 vierkante kilometer gewaagd alsof ik de Verlosser zelf was, met alle gevolgen van dien." Als gevolg van zijn fascinatie voor Alexander Nevski, die in 1242 het Duitse leger versloeg op een bevroren meer, is de schrijver de man achterna gereisd. Wanneer hij zich op de Russische ijsvlakte begeeft, komt hij in een wak terecht. Ternauwernood wordt hij door een soldaat uit het dodelijke water geplukt. Na verzorging in een ziekenhuis zet men de gedesoriënteerde man op de trein naar zijn thuishaven Gent. Aan het voorval houdt de schrijver een gedurig opspelende taalstoornis over: zijn 'gebied van Wernicke' is beschadigd. Koubaa heeft daarmee een uitstekend alibi om zijn verteller cryptische frasen te laten debiteren. "Ik bijvoorbeeld schrijf vloeiend maar de zinnen hebben niet altijd betekenis voor iemand met gezonde hersenen", zo verontschuldigt hij zich.

Terug in Gent roept de woordwerker de hulp in van professor Van Nieuwenhuyze, een befaamd neuroloog die hem de raad geeft zijn worstelingen op papier te zetten, om zo de vinger te leggen op de vorm van afasie waar hij mee kampt. De professor is in hoge mate geïntrigeerd door de verwoede woordvindingspogingen van de schrijver: "Je letsel is een godsgeschenk." Ondanks zijn handicap wil de verteller zich immers tegen elke prijs handhaven als auteur, al moet hij voortdurend ook de "zinloosheid van het schrijven" vaststellen.

Omdat houvast en regelmaat essentieel zijn in het genezingsproces besluit hij zesentwintig dagen lang iedere dag een paar pagina's te schrijven. Zesentwintig is het magische getal in dit boek, omdat "Gent een kluwen is van zesentwintig wijken en omdat er zesentwintig letters in ons alfabet zijn". Koubaa ordent de fragmenten volgens het principe van een azertyklavier. Zijn 'onderzoek' verricht hij vanuit de buik van een binnenschip dat aan de Gentse Van Eyckbrug dobbert. Het is zijn uitvalsbasis naar de Gentse archipel, "een netwerk van eigenzinnigheid", dat zich in allerlei gedaanten doorheen het boek mag slingeren. De verteller maakt een dagelijkse tocht naar koffiehuis Mokabon (dat qua product placement niet mag klagen), rijgt kleine geschiedenissen en stadsmythes aan elkaar en rakelt natuurlijk de mysteries over het gestolen paneel van De rechtvaardige rechters op. Zelfs de Jan-van-gent passeert de revue, waarmee Koubaa verwijst naar zijn ooit door zijn uitgever afgewezen roman De val van de Jan-van-gent.

Intussen is het niet denkbeeldig dat de lezer aan het hallucineren slaat vanwege alle erudiete luchtjes die uit de weliswaar gehavende hersenen van de verteller opkringelen. Koubaa geeft in kort bestek de encyclopedische roman een tweede adem. Qua verwerking van Wikipediakennis moet hij recentelijk enkel in Atte Jongstra (die in De tak van Salzburg ook de voetnoot herwaardeerde) zijn meerdere herkennen.

Koubaas exploratie naar de heilige graal van het schrijverschap verzandt nog al eens in een steriele vorm van mindmapping. Te vaak wordt daarbij surplace gemaakt en vervalt Koubaa in herhalingen, autobiografische inside jokes en beuzelarijen - al is dat natuurlijk debet aan het schrijven op de tast dat de verteller noodgedwongen bedrijft. Werpt het 'onderzoek' uiteindelijk zijn resultaten af? In ieder geval puurt professor Van Nieuwenhuyze uit de casestudy een artikel in Nature, waarin hij het creatieve letterbrein lokaliseert en het meteen tot 'gebied van Nevski' omdoopt. Toch zetten verder scans alles weer op de helling. Misschien hebben de hersenen nog het meest weg van het diffuse stratenplan van een stad: "Ik ben een schrijver, dus zijn ze een stad". Niet toevallig is de roman een regelrechte hommage aan Italo Calvino's De onzichtbare steden. "En zoals men beslag legt op het universum of een labyrint moet men zich een stad toe-eigenen. Soms zijn mijn hersenen Firenze of Rome, soms Novgorod of Pskov en soms een onzichtbare stad of Gent. Als ze Gent zijn, hebben ze een haven waarin dit jaar 2.797 zeeschepen aankwamen, waaruit 17.723.537 ton werd gelost en verspreid." Zo smokkelt Koubaa na 'vuur' en 'lucht' ook het element 'water' volop binnen in zijn derde roman. Bestaan hersenen ten slotte ook niet voor 80 procent uit water?

Een Kretenzische doolhof, zo staat er ergens, en dat is misschien een goede omschrijving van dit met referenties volgestouwde boekje, waarin de literaire experimenteerdrift hoogtij viert. Er trekt een illustere rij speelvogels en modernisten uit de wereldliteratuur voorbij. De bewondering voor Jorge Luis Borges, meesterfabulator van de oneindige bibliotheken, is daarbij immens. "Ware originaliteit is onleesbaar", zo citeert hij de Argentijn. Is het meer dan een relativerend grapje van Koubaa? Ook Daniil Charms, Arthur Rimbaud, Raymond Roussel en Julio Cortázar (denk vooral aan Rayuela, een hinkelspel) mogen, al dan niet gemaskerd, opdraven. Helaas doet Koubaa dat te vaak volgens het principe van de omgevallen boekenkast. Omdat zijn verteller taalgestoord is, kun je bovendien zijn stijl moeilijk op zijn merites beoordelen. Je wordt weleens korzelig van de vele zinnen, genre "de dag dat ik mijn lege maag voelde knagen, kwamen mijn hersenen weer op gang om alle onderdelen van de uiteengevallen dinges die ik was in elkaar te steken". Het gebied van Nevski is, kortom, slechts half geslaagd. Als filosofische roman over taalvinding en geheugenfratsen bijt het boek zichzelf in de staart, maar als grillige literaire plattegrond van de stad Gent biedt het dan weer een "klavier van mogelijkheden".

Bart Koubaa,

Het gebied van Nevski

Querido, Amsterdam, 127 p., 16,95 euro

Een Kretenzische doolhof is misschien een goede omschrijving van dit met referenties volgestouwde boekje, waarin de literaire experimenteerdrift hoogtij viert

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234