Vrijdag 06/12/2019

Ware liefde is chemische reactie van dertig maanden

Verliefde paartjes die elkaar eeuwige trouw beloven, liegen of zijn zwaar verdoofd door een aantal chemische reacties in hun lichaam. Dat blijkt althans uit een studie van professor Cindy Hazan van de Cornell University in New York, die zich al jaren specialiseert in het romantische gedrag tussen mensen. Na maximaal dertig maanden is de chemische cocktail in de hersenen die ons verliefd maakt definitief uitgewerkt. Koppels die daarna bij elkaar blijven, doen dat uit gewoonte én meestal voor de kinderen.

Brussel.

Eigen berichtgeving

Cindy Hazan is niet meteen een derderangsfiguur die in de komkommertijd een aardige theorie over de liefde lanceert. Deze professor sociale psychologie is al meer dan tien jaar actief op het terrein van de romantische liefde tussen mensen en de ontdekker van het attachment proces tussen volwassenen.

In 1987 al ontwikkelde professor Hazan een theorie over de romantische liefde, waarbij ze vertrok van psychologische processen die verantwoordelijk zijn voor de band tussen ouders en kinderen. In een recente studie toont Hazan aan dat wat wij als liefde ervaren, een wervelwind van chemische processen is die maximaal 30 maanden duurt. Dat is wellicht de reden waarom de meeste koppels na een tijdje op elkaar zijn uitgekeken.

Echt nieuw is de theorie niet. Desmond Morris sprak enkele decennia geleden al over 'paarvormende' en 'paarbehoudende' seks. De eerste vorm zou dan de heftige seksualiteit betreffen die bijna alle koppels in het beginstadium van hun relatie ervaren. Deze intense vorm van seksualiteit moet er voor zorgen dat het paar een stevige band ontwikkelt waaruit kinderen kunnen voortspruiten. Paarbehoudende seks is een rustigere vorm van seksualiteit die het paar in stand houdt en er verantwoordelijk voor is dat het kind in een stabiele omgeving kan worden grootgebracht. Deze theorie ging er al van uit dat de heftige vorm van verliefdheid die bij jonge koppels aanwezig is, slechts tijdelijk is.

Ook de Amerikaanse antropologe Helen Fisher ontwikkelde in The Anatomy of Love een theorie die er van uitging dat heftige seksuele emoties tijdelijk van aard waren. Zij bestudeerde echtscheidingsstatistieken in de hele wereld en kwam tot de conclusie dat de meeste paren na een periode van vier jaar uit elkaar gaan. Die periode zou overeenstemmen met de periode van spenen, namelijk de tijd dat een kind in primitieve samenlevingen nodig heeft om van borstvoeding over te stappen op vast voedsel.

Volgens Fisher is het proces wat de meeste mensen als 'liefde' omschrijven eigenlijk een middel om kinderen effectief groot te kunnen brengen. Want prehominide vrouwen konden het zich miljoenen jaren geleden niet permitteren om voedsel te verzamelen én een kind te zogen. Tijdens de periode van het zogen waren vrouwen dus afhankelijk van het voedsel dat de vaders leverden. Vanaf het ogenblik dat het kind niet meer gezoogd werd, konden vrouwen hun onafhankelijke status opnieuw opeisen en de vader van hun kind dumpen.

Ook de nieuwe theorie van Hazan gaat uit van een tijdelijke 'eenheid' tussen man een vrouw. Hazan baseerde haar conclusies op enquêtes bij 5.000 mensen in 37 culturen en op medische tests bij paren. Volgens Hazan zijn mannen en vrouwen biologisch voorbestemd om slechts 18 tot 30 maanden verliefd te zijn. En dat is precies de periode die noodzakelijk is om een paarband te smeden, te paren en kinderen voort te brengen. Na die periode is er geen evolutionaire noodzaak meer om de paarband in stand te houden. Daarom breken heel wat relaties af na anderhalf tot drie jaar, zegt Hazan. "Er is steeds meer bewijs dat wat wij liefde noemen eigenlijk een chemische cocktail in de hersenen is, die in gang wordt gezet door sociale conditionering."

Eenvoudigweg betekent dit dat liefde een chemische reactie is, die afhankelijk is van een toevallige ontmoeting met een geschikte partner. Deze 'wijsheid' is gekend bij biologen in dierentuinen, die al langer weten dat een mannetje en een wijfje van eenzelfde soort het makkelijkst paren als je ze gewoon samen in één kooi zet. De chemicaliën die invoed hebben op het proces dat we liefde noemen, zijn dopamine, fenylethylamine en oxytocine.

"De cocktail heeft een kortstondig effect, dat na een tijdje afneemt, en de hersenen na een tweetal jaar weer de nodige rust toelaat", zegt Hazan. Op het eind van die periode zijn verliefde koppeltjes uit elkaar gegaan of hebben ze beslist dat ze elkaar voldoende kunnen luchten om samen te blijven. Samen blijven heeft dan weinig met liefde te maken, maar met gewenning. De liefde wordt een gewoonte, vooral als er kinderen in het spel zijn. Het paar probeert zo goed mogelijk de kinderen op te voeden en is in staat om zonder te veel kleerscheuren de paarband te overleven. Maar, zo zegt Hazan, de chemische reactie die verantwoordelijk was voor de paarband, keert nooit meer terug, zelfs niet als er meer kinderen geboren worden in de relatie.

Sommige mensen raken echter verslaafd aan de chemische reactie in hun hersenen. Dat zijn de onverbetelijke romantici die de ene na de andere liefde verslijten. "Deze mensen zijn echt verliefd, of liever, de chemicaliën in hun hersenen laten hen geloven dat ze echt verliefd zijn, wat eigenlijk op hetzelfde neerkomt." Mannen zijn gevoeliger voor de chemische cocktail dan vrouwen", zegt Hazan. Ze zwichten makkelijker voor de verlokkingen van vrouwen. Vrouwen daarentegen zijn, omdat de chemicaliën minder invloed hebben, makkelijker in staat om een relatie af te breken. In werkelijkheid worden de meeste relaties ook beëindigd door de vrouwelijke partner.

Hazan begon haar studie van de romantische liefde zo'n tien jaar geleden met de attachement theory. Die theorie was gebaseerd op de moeder-kindband, maar toegepast op de genegenheid tussen romantische partners. Ze deelde mensen in drie groepen in. Elke groep zou volgens de theorie een andere invulling geven aan liefde. De evenwichtigste partnerrelaties zijn te vinden bij mensen die zich 'veilig' voelen bij hun partner. Dat geldt voor ongeveer 56 procent van de mensen. Ongeveer 25 procent van de mensen voelt zich echter 'nietig' tegenover de partner. Ze vinden het moeilijk anderen te vertrouwen en worden zenuwachtig als anderen emotioneel te dicht in hun buurt komen. Een derde groep (19 procent, de zogenaamde angstige groep) vreest dat anderen hen niet mogen, hoewel ze behoefte voelen tot intimiteit.

De essentie van de theorie is dat mensen die zich op jonge leeftijd veilig voelden bij hun ouders, zich ook comfortabel voelen in romantische relaties. Mensen van het nietige of angstige type zouden meer moelijkheden ondervinden in de romantische liefde.

Jan de Zutter

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234