Zaterdag 16/10/2021

'Ware kunst stinkt naar pis'

Alvis Hermanis, een van de grote jongens in de theaterwereld, regisseert voorlopig alleen nog opera's. Zijn honger naar schoonheid kreeg hij niet langer gestild in het teksttheater. 'Het is een radicale verandering, maar ik voel mij wel plots weer een studentje.'

De Letse regisseur Alvis Hermanis ziet er vervaarlijk uit: kale kop, ogen zo grijsblauw als de Noordelijke IJszee. Maar in het gesprek blijkt hij een zachte, rustige, bedachtzame man. Het is een combinatie die je eerder van Scandinavische vissers kent dan van operaregisseurs. "Ik heb in mijn leven altijd één regel gevolgd: doe alleen dingen waarvan je niet weet hoe je ze moet doen. Je moet je eigen regels durven breken.

"Niet dat ik principieel genoeg had van het teksttheater, in mijn gsm zit nog altijd een lijst van zo'n twintig stukken die ik zou willen regisseren. Maar ik doe dat nu al dertig jaar, dan is het niet gemakkelijk om de tonus hoog te houden. Uiteraard is de overstap naar opera een radicale verandering. Maar het heeft het voordeel dat ik mij plots weer een studentje voel."

In het teksttheater werd hij geconfronteerd met een aantal frustraties. "Als een acteur te veel zelfvertrouwen krijgt, is hij voor mij een dode acteur. Als alles perfect is maar er is geen breekbaarheid op de scène, dan is de voorstelling doods. In de opera ben ik een nieuwkomer, ik heb nog geen trukendoos. Daar ben ik de kwetsbare. Ik heb die zelfingenomenheid niet meer nodig.

Popcultuur

"Weet je, in de goede oude tijd, toen schilders nog alcoholisten moesten zijn, heeft iemand eens gezegd: echte kunst moet een beetje naar pis stinken. Dat is wat ik bedoel. Steriliteit is dodelijk voor kunst."

Met een aantal vooroordelen over het verschil tussen theater en opera ruimt Hermanis nochtans op, zo met het idee dat de muziek in opera de tijd voorgeeft, terwijl je in het theater veel vrijer bent: "Of het nu muziek is, of tekst, of dans: timing is altijd iets van het zichtbare niveau. Op het onzichtbare niveau is er manipulatie van energie. Muziek, tekst of stilte zijn instrumenten om het publiek te hypnotiseren."

Veel daarvan blijft mysterieus: "Hoe kun je de geest van de muziek respecteren? Het is gemakkelijk om een libretto te verplaatsen naar een andere tijd en plaats. Maar kun je dat zonder de geest van de muziek te verraden? De opera's die we spelen zijn meestal een of twee eeuwen geleden gemaakt. Het is onmogelijk te communiceren met die muziek zonder rekening te houden met haar historische context, hoe de mensen toen leefden, hun alledaagse rituelen, hoe zij dachten, etcetera.

"Die informatie is tamelijk hermetisch. Van buiten uit kun je ze nauwelijks vatten, ze is te complex. Dit jaar herdenken we de Eerste Wereldoorlog. Er komen tonnen boeken uit, waarvan de informatie puur theoretisch is, gebaseerd op foto's, geschriften, enkele filmpjes, enzovoort. Zo ook is het benaderen van een opera van Janácek iets als een detectiveverhaal."

Dus ging Hermanis op zoek naar sporen in Moravië en verwerkte hij het resultaat daarvan in de voorstelling. "Je kunt Janáceks werk niet begrijpen zonder zijn gevoel voor lokale traditie. Die leeft in Moravië nog altijd voort, bijvoorbeeld in de traditionele kledij. Het publiek zal misschien denken dat onze kostuumontwerper onder invloed van drugs heeft gewerkt, maar in werkelijkheid zijn in de kostuums gewoon elementen van de Moravische traditie verwerkt."

Ook in de speelstijl gebruikt Hermanis dergelijke elementen: "Het tweede bedrijf spelen we in een hyperrealistische stijl, het eerste en derde volgens heel andere spelregels. Voor dat tweede bedrijf heb ik de repetities aangepakt zoals ik dat ken uit de Russische school: erg psychologisch, met improvisaties en om te beginnen zonder te zingen. Voor het eerste en derde bedrijf hebben we een eerder formalistische acteerstijl genomen, die we 'Moravisch Kabuki' noemen.

"Net in de tijd van Janácek werden vele modernisten zoals Stravinsky sterk beïnvloed door de volkskunst. Dat proberen wij - geïnspireerd door de schaduw van de Ballets Russes - ook visueel weer te geven."

Hermanis zelf balanceert ook op de rand tussen modernisme en 'oude school'. "Ik kom uit de oude school. In Oost-Europa was de humanistische en artistieke vorming meer dan in het Westen geworteld in traditie en geschiedenis. Je moest het metier van je leermeester leren. Je eigen ideeën kon je pas ontwikkelen na de opleiding. In het Westen lag - zeker in de opleidingen beeldende kunst en theater - de nadruk veel sterker op je unieke persoonlijkheid. Dat is een radicaal verschillend uitgangspunt."

Maar hij is niet zeker of er van die oude school iets zal overblijven. "Onze club wordt kleiner en elitairder. Antiek meubilair zal altijd duurder zijn dan Ikea en je kunt het niet aan iedereen geven. Zullen er in de volgende generatie genoeg weldenkende mensen zijn die intuïtief op zoek gaan naar die kennis? De popcultuur is daar geen garantie voor. Maar het kan verkeren. Waar er geen traditie is, kan soms veel flexibeler op iets nieuws worden ingespeeld. En wie weet wat daaruit ontstaat."

Jenufa van Leoš Janácek, om 19.30u in première in De Munt, Brussel. www.demunt.be

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234