Zaterdag 08/08/2020

War, drugs & rock-'n-roll

WITTE MUZIKALE RAAF. De 'war on drugs' een verloren zaak? Niet in het geval van de gelijknamige band. Die rijdt met succes een smokkelpaadje af, langs muzikale dealers als Bruce Springsteen en Dire Straits. Sinds wanneer is classic rock kattenkruid voor hipsters?

Als je afgaat op het euforische oordeel van de internationale pers, stelt The War on Drugs deze zondag "mogelijk de beste plaat van 2014" voor, in een lang uitverkochte AB. Eind mei bleek de Rotonde van de Botanique al enkele maten te klein voor de groep. Dat was twee maanden nadat Lost in the Dream de maximumscore had gekregen van gerespecteerde kranten en onlinepublicaties als Time Out, The Irish Times, The Evening Standard, Consequence of Sound, Music OMH en The Line of Best Fit. Woorden als hymnes, tijdloos, dromerig en vlekkeloze triomf waren schering en inslag in zowat elke recensie wereldwijd. Ook De Morgen bedacht de plaat met vier sterren. Op Pukkelpop en Best Kept Secret werden 'Under the Pressure' en 'Red Eyes' binnengehaald als onbetwiste hoogtepunten van het weekend.

The War on Drugs leek nochtans al lang opgegeven. Eerdere platen als Wagonwheel Blues (2008) en Slave Ambient (2011) sloegen nauwelijks gensters, zelfs niet in hun thuisland Amerika. Maar met Lost in the Dream (2014) kreeg de groep uit Philadelphia eindelijk zijn gouden ticket te pakken. Vorige zaterdag schopte die plaat het in midprice zelfs tot een eerste plaats in de Ultratop. Verder kon de langspeler ook in Scandinavische landen en Nederland rekenen op een notering in de top 40.

Een popgroep die vandaag in alle stilte kan groeien én sterker wordt, mag gerust een witte raaf heten. In een entertainmentwereld die beheerst wordt door de here today, gone tomorrow-gedachte, naast een verplichting om instant te pieken, nam The War on Drugs ruim de tijd om een fanbasis op te bouwen, en zijn geluid te perfectioneren.

Rock-'n-roll

Maar wat is nu de grote muzikale aantrekkingskracht van Lost in the Dream? Net zoals War-hoofd Adam Granduciel zélf aangeeft in de titelsong: "It's always hard to tell." De Amerikaanse artiest jongleert namelijk niet bepaald met de hipste referenties voor jongelui. Lost in the Dream klinkt zelfs eerder als een slinkse update van classic rock. Dat genre stond Adam Granduciel en Kurt Vile sowieso voor ogen, toen ze hun band in 2005 begonnen. Hoewel Vile de groep intussen heeft verlaten, knielt de derde langspeler War On Drugs nog altijd eerbiedig voor alle americana-helden van weleer: Bruce Springsteen en Tom Petty leiden de dienst.

Daarnaast tekent ook de uitgesponnen gitaarstijl van Mark Knopfler present, hoewel die sinds de eeuwwisseling als terminaal belegen wordt beschouwd. Verder schurkt Granduciel zijn songs aan tegen een roestlaagje van The Cure uit het Disintegration-tijdperk. Die oudmodische invloeden geven mysterieus genoeg een unieke gestalte aan de flanellenhemdenrock van The War on Drugs. Alsof americana een Europese ziel ingeplant kreeg, en drie decennia rock in één korset gewurmd werden. Een generatie van veertigers vindt heel wat aanknopingspunten, en voor jonge muziekfans gaat een hele gitaarwereld zonder grenzen open.

De titel Lost in the Dream verwijst dan ook onder meer naar de ultieme droom van Granduciel, om ooit zijn eigen favoriete rockplaat aller tijden te maken. "Tot nu toe waren het altijd anderen die er met die plek in mijn hart vandoor gingen." Met die gedachte in het achterhoofd lonkt Lost in the Dream opzichtig naar alle lichtende voorbeelden: je hoort Bruce Springsteens Born in the U.S.A. (die synths!), maar ook Love over Gold van Dire Straits (die uitgesponnen solo's!) of Blood on the Tracks van Bob Dylan. Deze legendarische Dylan-plaat wees Granduciel dan ook de weg als songschrijver. "Geen zoetsappig sentiment, maar de keiharde waarheid, verpakt in poëtische zinnen."

War

Werd de sfeer op zijn vorige twee platen vaak herleid tot "mistige snelwegen", dan wilde de frontman nu meer zijn dan de zoveelste landschapsartiest in de americana. Dat Lost in the Dream dieper onder de huid kruipt, ligt allicht ook aan de lijdensweg die aan dit werkstukje vooraf ging. Hartenpijn en gewetensonderzoek werden zorgvuldig in een kroniek gegoten. Granduciel klinkt hoogst persoonlijk in zijn ontboezemingen, al staart hij zich niet blind op de eigen navel. Elke muziekfan die ooit zijn hart gebroken zag, of door een diep dal trok, voelt instinctief aansluiting bij de donkere beschouwingen op Lost in the Dream.

Een gitzwarte periode ging dan ook vooraf aan die plaat. Twee jaar geleden gaf Granduciel plots doelbewust weerwerk aan alle zondes en verlokkingen. Hij stopte met roken, at niet langer vlees, en zwoer koffie en alcohol af. Maar ook uitgaan zat er ineens niet meer in. En hij zette bruusk een punt achter een jarenlange relatie. Toen Granduciel dat louteringsproces wilde verderzetten, door élke vorm van vast voedsel af te zweren, moest zijn bassist Dave Hartley zelfs ingrijpen. Die mentale meltdown gaf de aanzet tot isolement, en tijdens interviews bekende Granduciel zelfs dat hij paniekaanvallen kreeg. Tijdens een aflevering van Breaking Bad zou hij plots zijn beginnen hyperventileren, en overtuigde hij zichzelf ervan een hersentumor of hartaanval te hebben. Die waanbeelden dreven hem zelfs tot zelfmoordgedachten.

In de titel van de nieuwe plaat legt hij de vinger op de wonde. Zijn hele leven stond tot twee jaar geleden in het teken van dromen najagen. Relaties, muziek maken, de toekomst: in zijn hoofd waren het vage spookbeelden waar hij nauwelijks vat op kon krijgen. Pas toen hij de laatste hand aan Lost in the Dream legde, besefte hij dat de zaken helemaal niet zo scherp gedefinieerd hoeven te zijn.

Drugs

De beladen groepsnaam past opmerkelijk genoeg in datzelfde idee van vage definities. Adam Granduciel haalde de naam bij de drugsstrijd die Richard Nixon 43 jaar geleden in gang zette. Dat beleid blijkt de Amerikaanse belastingbetaler nog jaarlijks zo'n 40 miljard dollar te kosten. "In de regeringsperiode van George W. Bush stond de war on drugs voor repressie en een falend beleid", vertelde de frontman aan nrc.next. "Wij wilden dat relativeren door te zeggen dat je ook oorlog kunt voeren terwijl je 'on drugs' bent. Bovendien werd de bandnaam al snel afgekort tot The Drugs. Cool, ook al zijn we geen grote gebruikers. Wat je ook doet als rockband: het mag nooit zo worden dat je er de lol niet meer van inziet."

Dat geen oorlog passeert zonder weerstand, mocht Granduciel evenwel ook merken. Zo kwam er onlangs scherpe kritiek uit onvermoede hoek. Mark Kozelek van Sun Kil Moon sneerde op een concert dat hij een hekel had aan "that beer commercial lead-guitar shit". Later schreef Kozelek ook een open brief aan de frontman, waarin hij hem uitdaagde om samen te werken aan het duet 'War On Drugs: Suck My Cock/Sun Kil Moon: Go Fuck Yourself'. Dat weerhield Kozelek er niet van om de song zélf alvast te posten op zijn website. "The whitest band I've ever heard is War On Drugs" zingt hij onder meer in dat schelmenlied. Via Twitter reageerde Granduciel ontgoocheld op Kozeleks pesterige provocatie: "Het is bedroevend voor mij als fan. We're just doin' what we do."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234