Donderdag 17/10/2019
Hans Vandeweghe. Beeld Bob Van Mol

Anderlecht

“Wantrouw de trainer die naar de gezondheid van de hamster of schoonmoeder van de linksback vraagt”

Hans Vandeweghe is sportjournalist bij De Morgen.

Het zegt niks dat Fred Rutten (56) tweede, of derde, of vierde, dan wel vijfde keus was voor Anderlecht. Alsof maar één mens afkomstig uit deze windstreken en in het bezit van een trainersdiploma geschikt zou zijn om die dertig of meer contractspelers van paars-wit aan het voetballen te krijgen. Alsof die spelers eerste keus zijn.

Over Fred Rutten zijn al veel verhalen verschenen in de landelijke media. Hij komt uit het oosten, las ik, een tukker. Dat klopt niet. Hij heeft bij Twente gevoetbald, maar dat maakt je nog geen tukker. Rutten is geboren ‘op’ Alverna. Wij zouden zeggen ‘in’ Alverna, want Alverna is geen eiland. Wel een redelijk gesloten kerkdorp in de buurt van Nijmegen – op een hoogte gelegen, vandaar ‘op’ – genoemd naar La Verna, de berg waarop Franciscus van Assisi het licht zag. Eigenlijk is Alverna deel van Wijchen, maar dat willen de locals niet geweten hebben. Tot zover deze les sociale geografie.

Dus: schrik niet als Rutten niet veel van zeg is en gesloten lijkt. Weet dan: alles is wat het lijkt. Een befaamde Alvernase spreuk luidt: je kunt de jongen uit Alverna halen, maar Alverna niet uit de jongen. Rutten verliet Alverna toen hij al 15 was, onmiskenbaar beïnvloed/getekend voor het leven. Hij trok als voetballer naar Enschede, ook al niet bepaald een wereldstad, en al evenmin een plek waar hoog van de toren wordt geblazen. In Enschede, zo dachten de Hollanders lang, spreken ze niet alleen raar, ze lopen er ook allemaal godganse dagen met hun handen in de broekzakken. Boerenwerkvolk, om op neer te kijken. Met die on-Hollandse levensloop past hij erg goed in België. Hij wordt ongetwijfeld de minst grootsprakerige noorderbuur die hier ooit is gepasseerd.

Geen palmares

Ook dat zegt natuurlijk niks over zijn kunnen. Wat de fans van paars-wit willen weten, is of hij dat overbetaald en doodgepamperd zootje van hen weer aan het voetballen krijgt. Liefst nog wel op heel korte termijn. Analist Youri Mulder zag het wel zitten met Rutten bij Anderlecht. Anderen gaven hem ook het voordeel van de twijfel. Eén probleem: hij heeft geen palmares, een Hollands bekertje niet te na gesproken.

Maar! Fred Rutten is wel een echte peoplemanager. In de clubs waar hij was gepasseerd, spraken de spelers nog steeds vol of over hem. Een zachtmoedige man, die ook hard kon zijn, die ook tegen het bestuur in kon gaan. Feyenoord, Schalke 04, Twente, allemaal waren ze vol lof. Alleen – klein detail – bleef hij nergens lang.

Fred Rutten leidt de training van Anderlecht in stageoord San Pedro del Pinatar, Spanje. Beeld BELGA

Hoe clubs spelers rekruteren, is bekend: hoe groter de potentiële meerwaarde, hoe interessanter. Hoe ze dat met trainers doen, is minder bekend.

Zo zou ik als voorzitter denken:

1. mijn trainer moet veel winnen en weinig verliezen en daarom;

2. moet mijn trainer de spelerscapaciteiten goed kunnen inschatten

3. moet mijn trainer de spelers op hun juiste positie kunnen zetten

4. moet mijn trainer voor al die spelers samen – dat heet de ploeg – een juiste tactiek verzinnen en als het even kan ook een reservetactiek. (Geen drie spelsystemen want drie is al te lastig voor voetballers, zoals u kunt lezen in het Zeno-dubbelinterview Leko-Gjergja.)

5. moet mijn trainer de tegenstander goed kunnen inschatten en diens sterke punten neutraliseren zonder dat onze sterke punten eronder lijden

6. moet mijn trainer spelers technisch, tactisch en fysiek beter maken

7. moet mijn trainer voor alles wat hiervoor staat de juiste oefeningen kunnen bedenken

8. moet mijn trainer desgevallend een speler een schouderklopje geven zonder hem overdreven te pamperen

9. moet mijn trainer een pint/glas wijn met mij kunnen nuttigen

10. moet mijn trainer, ook al veegt hij er zijn voeten aan, mij alvast de indruk geven dat mijn input wordt gewaardeerd.

Van Fred Rutten weten we niet of hij dat allemaal kan. Wel dat hij een goede peoplemanager is, maar nergens iets over goede oefenstof. Evenmin over trainingen waarbij dertig man continu bezig zijn op een klein veld en zich het pleuris trainen terwijl ze toch lol hebben en bijleren, nog steeds de essentie van training geven.

Schouderklopjes

Waar ergens in het grote trainersboek staat geschreven dat je een peoplemanager moet zijn? Ja oké, een voetbalbondscoach, die wel, maar we hebben het over clubtrainers, echte coaching, niet over verkapte bezigheidstherapie.

Trainers moeten niet zachtaardig zijn. Wantrouw de trainer die naar de gezondheid van de hamster of schoonmoeder van de linksback vraagt. Trainers horen te denken als Hein Vanhaezebrouck, die ik ooit vroeg:

U bent ook niet de trainer die eieren legt onder spelers die dat nodig hebben?

Hij antwoordde: “Neen, wat heeft dat voor zin? Hoor je dan bij een topclub thuis? Bemoederen doen we wel, als het nodig is.” Vanhaezebrouck had/heeft onwaarschijnlijke oefenstof maar was/is geen peoplemanager. Hij heeft het dus niet gered. Weer niet. Weer hebben de spelers voortijdig afgehaakt. Te weinig bemoederd, te weinig schouderklopjes.

De laatste die zijn paars-witte rijk bouwde op schouderklopjes en bemoederen was John van den Brom. Benieuwd welke haptonoom straks komt barbecueën en dansen op de middenstip. En vooral of dat wat oplevert.

Verdediger James Lawrence kopt de bal terug naar zijn coach. Beeld Photo News
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234