Woensdag 22/01/2020

Wanted: Vlaamse misdaadliteratuur

De Vlaamse misdaadroman boomt. De laatste zeven maanden, van de vorige boekenbeurs tot nu, verschenen er een dertigtal nieuwe titels. In tien jaar tijd is het aantal zowat verdrievoudigd. Ook opvallend is het succes, qua aantal toch, van de historische misdaadroman. En ten slotte blijken Vlamingen meer en meer internationaal te gaan.

Het meest opvallend is Bavo Dhooge. Van Vlaanderen of België is in Sioux Blues al helemaal geen sprake meer. Het verhaal speelt helemaal in de Verenigde Staten. En dan te bedenken dat Dhooge tot voor kort leuke thrillers schreef rond hetgeen in zijn geboortestad Gent allemaal gebeurde. Van het Filmfestival tot de Floraliën via het SMAK en Jan Hoet. Sioux Blues is letterlijk een internationale thriller: spannend, ironisch, origineel, hilarisch, scherp gebekt. Net als het bekroonde en fel geprezen Stiletto libretto. Maar zelfs nog beter omdat de personages zelf de stuwende kracht achter het gekke verhaal zijn. Hoofdpersonage is de mooie Sioux Shappa Crane die wraak wil nemen op de moordenaar van haar man, een flik. Ze doet een beroep op een huurmoordenaar maar die weigert een flik te vermoorden: “Er zijn zo wel genoeg mensen die de schurft krijgen van flikken en het maar graag voor je zullen doen. Verrek, je hoeft ze er zelfs niet voor te betalen, ze willen er soms zélf voor betalen.” Het wordt nog ingewikkelder als de mooie Sioux verliefd wordt op de moordenaar van haar man.

Stukken ernstiger maar wel met een internationale plot is Loutering van Guido Eekhaut. Hij sleepte vorig jaar met zijn debuut, Absint, de Hercule Poirotprijs voor de beste Vlaamse misdaadroman in de wacht. Zijn nieuwe thriller begint hartje Ardennen. Via een anonieme boodschap vinden Alexandra Dewaal en Walter Eekhaut (dezelfde politiemensen die we kennen van Absint) een soort brandstapel met zeven verkoolde, geketende lijken. Ook in Amsterdam worden verbrande lichamen gevonden. En later belanden we in Somalië. Alles wijst erop dat een bizarre internationale sekte aan het werk is. Een veelbelovend onderwerp: godsdienstwaanzin, (bij)geloof, angst, macht. Maar het resultaat stelt teleur. Eekhaut (de auteur) heeft heel veel woorden nodig om weinig te vertellen, is vaak opdringerig belerend en houdt er met moeite enige spanning in.

Met Het Ibrahim-Comité van Koen Verstraeten belanden we in Vaticaanstad met een ommetje naar de Sankt Michaelabdij in Siegburg. Journalist Verstraeten bedacht een inventieve plot rond een plan om alle christelijke kerken in de toekomst te verenigen. Een groepje van veertig mannen met vertegenwoordigers van katholieken, orthodoxen en protestanten onderzoekt in het geheim de mogelijkheid en de wil om dat doel te bereiken. Harry Witters, tot kort redacteur bij een plaatselijk advertentieblad, ziet de kans van zijn leven als hij van dat geheime genootschap hoort en er een verhaal over wil schrijven. Te laat beseft hij dat hij gebruikt wordt door de geheime dienst van het Vaticaan. Soms slaat de fantasie van Verstraeten op hol. Zo komen we te weten dat de opvolger van de huidige paus een halve moslim is en belanden we regelrecht in James Bondtoestanden. Woeste Witters over vrouwen: “Haar decolleté was een keldertje, slechts verlicht door twee peertjes van 25 watt” en “Haar venusheuvel oogde zo nat en weelderig dat hij op de lijst van het Wereld Natuur Fonds hoorde.”

Godsdienst is ook de achtergrond van de nieuwe Pieter Aspe, De vijand. Het verhaal begint braafjes in Blankenberge, waar commissaris Pieter Van In op de pier een jeugdvriendin ontmoet. Kitty Dewinter vraagt hem heel discreet te onderzoeken wat er met haar broer Bruno is gebeurd. Hij is spoorloos. Kitty durft niet meteen naar de politie te gaan omdat ze vermoedt dat Bruno, met wie ze een heel innige band heeft, bij een geheime dienst werkt. Van In is weinig enthousiast. Toch tracht hij samen met collega Versavel bij de ESSE, een startende Europese geheime dienst, wat te weten te komen. De twee belanden in Parijs, het centrum van de ESSE, en vinden er een organisatie die allesbehalve geolied loopt en vooral meer geld wil van de overheid. Angst zaaien is een perfect middel. En daarvoor is een terroristische organisatie als Martelaren voor Allah zeer geschikt. Zoals wel vaker verbergt Aspe achter zijn op het eerste gezicht lichtvoetige verhalen ook ernstige vragen. Wie heeft belang bij het zaaien van onrust? Waarom is een rechtstaat zo mild voor wie haar veracht? Een aspect van Aspe dat onderkend blijft.

De duim van Alva is de derde misdaadroman van het duo Corine Kisling en Paul Verhuyck. Zij is Rotterdamse, hij Antwerpenaar. Ze wonen beiden in Zeeuws-Vlaanderen. Hun jongste roman speelt anno nu op de Sinksenkermis in Antwerpen, maar gaat terug naar de tijd toen de Spaanse hertog Alva het hier voor het zeggen had in naam van de Spaanse vorst Filips II. De Sinksenfoor op de Antwerpse wijk Het Zuid zorgt voor veel geluidsoverlast en stijgende agressie. Dat is althans de mening van een groepje omwonenden die, omdat volgens hen de politie veel te laks is, zelf maar een soort waakzaamheidspatrouille organiseren. De Nederlandse journalist Cornelius Reyziger die in Antwerpen woont, ziet een artikel in de zaak en ontmoet vreemde gesprekspartners. Op de plek van de huidige kermis stond vroeger de folterburcht van Alva. De agressie komt van slechte aardstralen, zo meent een vrouw. Anderen wijzen beschuldigend naar een brullende kermisattractie. Maar er is ook een groepje burgers die de angst en de ergernis in hun voordeel willen gebruiken. De duim van Alva is een beetje griezelverhaal, een beetje romance, een beetje historische misdaadroman. Maar heel weinig thriller en nauwelijks geloofwaardig. Soms wel lachwekkend: “Hij schoot zijn zaad af als zoutzuur”, staat ergens heel beeldend.

“Meer dan driekwart van de moorden werd gepleegd door iemand die het slachtoffer van ver of van dichtbij kende”, overweegt politieman Thomas Berg in Dood in december. Wat vreemd geformuleerd van Jo Claes, want je kunt toch veel korter zeggen “die het slachtoffer kende”? Een detail? Ja, mocht Claes niet al te vaak zijn plot laten verzinken in bladvulling en overtollige info die alleen maar de vaart van het verhaal remt. Daardoor heb je de indruk dat de betere thriller je net ontglipt is. Zoals zijn twee vorige misdaadromans speelt ook Dood in december in het Leuvense universitair milieu. Joke Bielen, een onderzoekster aan een faculteitsbibliotheek, komt via een erfenis in het bezit van een zeldzame incunabel. Iedereen wil die wiegendruk over een legendarische Leuvense figuur wel in de stad houden, maar niemand is bereid ervoor te betalen. Bijkomend probleempje: de broer van Joke is mede-erfgenaam en wil het onderste uit de kan. Als Joke vermoord en met een ongewoon speeltje in haar lichaam in de Dijle wordt aangetroffen, begint het werk van de Leuvense politie.

Helemaal in het verleden blijven we met Lydia Verbeeck en Duivelsgesel. Meteen de vierde historische ‘begijntjesthriller’ van deze scenariste en Lierse stadsgids. Vorig jaar werd ze voor de tweede keer genomineerd voor de Poirotprijs. Een signaal dat haar toch wel atypische krimi’s gewaardeerd worden. Ook al komt er nu en dan een moord in voor, je zou ze ‘gezellig’ kunnen noemen. Wat in de klassieke Engelse traditie. Het afgesloten landhuis van eind 19de eeuw is het begijnhof van Lier in de periode van de godsdienstoorlogen. Een jonge begijn is verkracht en krijgt een baby, een andere gaat trouwen maar haar minnaar doet het ook nog met iemand anders. Dat soort verhalen, maar er is ook de dreigende Spaanse bezetting. Verbeeck blijft bescheiden in het etaleren van haar historische kennis, als ze al googelt dan merk je daar niets van. In Duivelsgesel zorgt ze voor een verrassing die wellicht een nieuwe wending in de reeks aankondigt.

Was Egon Schiele een pedofiele kindermoordenaar? Treintje spelen deed hij nog toen hij al lang volwassen was, hij bootste de geluiden van de trein zo goed als perfect na, had naar verluidt een incestueuze band met zijn zus. De nu alom geprezen Oostenrijkse schilder werd in zijn tijd fel gecontesteerd, onder meer om zijn prenten met masturberende meisjes. Hij raakte daarvoor even in de gevangenis. Maar was hij ook een moordenaar? Als lezer ken je het antwoord al vooraf. Toch weet Mieke de Loof in haar jongste misdaadroman Wrede schoonheid een boeiend portret - meer een schets - te tekenen van Schiele. Alle drie de elegante historische krimi’s die ze tot nu toe publiceerde gaan over Wenen in de meest fascinerende periode van zijn geschiedenis: net voor de Grote Oorlog. Haar vaste held is Ksaveri Ignatz, jezuïet, spion, psychotherapeut, man van de wereld. Ook hij is een verdachte, net als een paar anderen. Maar Schiele is de spil rond wie het allemaal draait, samen met de verwarrende, unieke tijdsgeest.

Misschien wel de meest complexe Vlaamse misdaadroman ooit is Terug naar Hiroshima van Bob Van Laerhoven. Vijftig jaar nadat de Amerikanen Little Boy op de stad gooiden, ontmoeten heel verschillende mensen elkaar toevallig. Heel prominent aanwezig is Mitsuko, een jonge vrouw van twintig. Haar lichaam toont drie generaties later nog de sporen van radioactieve stralen. Ze is op de vlucht voor haar vader, een supergangster. Mitsuko is de enige die in de eerste persoon haar verhaal vertelt. Inspecteur Takeda is de zoon van een Nederlandse die in een kamp door de Jappen is verkracht. Haar eerste kind is door de moeder in de latrine gegooid, hij was voorbestemd hetzelfde lot te ondergaan. En dan zijn er nog Douterloigne en Reizo. De een, zoon van een Belgisch diplomatengezin, voelt zich verantwoordelijk voor de dood van zijn zus. De ander, een aan drugs verslaafde jongeman, heeft Yukio Mishima als groot voorbeeld. Diverse verhaallijnen lopen nu eens parallel, verstrengelen, gaan weer uit elkaar. Ook het oorlogsverleden, met name de fameuze Eenheid 731 waarover de Brit David Peace in Bezette stad schrijft, speelt een belangrijke rol. Van Laerhoven vertelt opmerkelijk koel, maar schreef met deze misdaadroman van internationale allure een magnum opus dat angstwekkend blijft nazinderen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234