Woensdag 28/10/2020

10 waarheden

Wannes Cappelle: "Gelukkig zijn is kunnen genieten van de afwas"

Beeld Karel Duerinckx / Gert Van Goethem / Lennert Gavel

Eind deze maand opent Wannes Cappelle (37) met Het Zesde Metaal Rock Werchter. Niet slecht voor een West-Vlaams 'groeptjen'. Al heeft Cappelle zo zijn eigen manier om het succes te relativeren. ‘Succes komt van het Latijnse succedere: navolging krijgen. Terroristen hebben dus ook succes.’

Wat doen pophelden overdag, wanneer de concertzalen nog gesloten, de schijnwerpers nog gedoofd en de mengtafels nog onbemand zijn? Liedjes gaan zingen op een symposium voor zorgverleners in de psychiatrie, zo blijkt. Op de dag van onze afspraak treedt Wannes Cappelle op in het congrescentrum van het Academisch Ziekenhuis Groeninge in Kortrijk. De psychiatrische dagkliniek van het hospitaal bestaat tien jaar en dat wordt gevierd met powerpointpresentaties van deskundigen, nootjes van Duyvis en ­melodieën van Het Zesde Metaal.

In een poging om het nuttige aan het geschnabbelde te koppelen, spreken we twee uur voor showtime af in een van de vergaderzalen van het congrescentrum. Ik ben een kwartier te vroeg en staar koffieslurpend door het raam. Om klokslag 11 uur komt Cappelle aangereden op zijn Brompton-fiets. Dat de man die wielrenner Frank Vandenbroucke onvergankelijk heeft gemaakt, zich op een plooifiets verplaatst, doet me glimlachen. ‘Kijk, hier komt de man / ’t talent druipt er in dikke druppels van.’

Op 29 juni zal hij met gepaste trots de main stage van Werchter betreden. Zijn opdracht: een legendarisch concert spelen en de festivalgangers nog veel plezier wensen met Arcade Fire en Kings Of Leon. Negen jaar geleden hield Het Zesde Metaal een tijdlang teleurgesteld op te bestaan. Vandaag staan Cappelle en co. tussen de grote jongens geprogrammeerd. Bien étonné de se retrouver ensemble.

Dat Het Zesde Metaal de affiche van Werchter heeft gehaald, levert ondersteunend bewijs voor het adagium van een van de bekendste songs van de band: ‘’t Is nog al nie noar de wuppe’. Ik vraag de frontman of dat zinnetje ook een goede samenvatting is van zijn huidige gemoedsgesteldheid. “De wereld is er niet al te best aan toe, maar er gebeuren nog altijd goede dingen. Qua gemoedsgesteldheid schipper ik dus een beetje tussen activisme en gelatenheid. (lacht) Al maak ik me de laatste tijd toch vaak kwaad op de mensheid. De meeste mensen willen pas veranderen als het heel traag mag, zonder dat het opvalt. En dat botst weleens met mijn eigen dadendrang: als ik lees dat vlees eten onze ondergang kan betekenen, word ik gewoon van de ene dag op de andere vegetariër, punt.”

Hij verzamelde zijn tien waarheden terwijl hij thuis de was aan het opvouwen was, vertelt hij. Dat je chocoladevlekken het best verwijdert met ossengalzeep, haalde zijn lijst van levensbeschouwelijke proposities niet. Maar die wijsheid krijgt u er deze week gewoon gratis bij.

1. Hoe sneller je gaat, hoe ongeduldiger je wordt

“De wereld is het mooist als je wandelt. Slenterend neem je rustig de omgeving in je op en stoor je je nergens aan. Als je fietst, ben je al wat minder rustig: je ergert je al eens aan een putje in de weg. Als je met de auto rijdt, wordt de wrevel nog groter: wie te lang op het linkerrijvak blijft hangen, krijgt je middelvinger te zien. Als je het vliegtuig neemt, sta je helemaal op ontploffen: op de luchthaven duurt het wachten zo hemeltergend lang dat je overweegt om met je handbagage het boardingpersoneel te slaan. En als je het even zonder internetverbinding moet stellen, zijn zelfs tien seconden al genoeg om luidop te wensen dat je nooit was geboren. Om maar te zeggen: onze graad van irritatie neemt toe al naargelang we meer snelheid verwachten. Rekenen we niet op snelheid, dan zijn we relaxed. Verwachten we wel snelheid, dan veranderen we binnen de kortste keren in driftkikkers. Conclusie: je moet niet altijd de snelste weg kiezen. (lacht)

“Mijn ouders hadden vroeger geen auto. Als we een dagje naar zee wilden, namen we de fiets. Zestig kilometer heen, zestig kilometer terug. We konden amper twee uur op het strand spelen voor we weer naar huis moesten. En toch bewaar ik aan die uitstapjes de beste herinneringen. Ik kan me de landschappen die we al fietsend zagen nog haarscherp voor de geest halen. Niet alleen de bestemming telt. De weg ernaartoe kan even mooi zijn.”

Beeld Karel Duerinckx / Gert Van Goethem / Lennert Gavel

2. Man en vrouw doen elk 65 procent van het werk

“Een stel wetenschappers heeft ooit de taakverdeling bij getrouwde koppels onderzocht. Beide partners werd gevraagd wat volgens hen hun eigen aandeel is in het huishouden. En wat bleek? Zowel man als vrouw vonden dat ze in hun eentje maar liefst 65 procent van het werk voor hun rekening namen. Eerst verwonderde mij dat, maar nadien vond ik het logisch: je hebt altijd het gevoel dat je zelf meer doet dan je partner. Je ziet namelijk alles wat jij doet, maar slechts een fractie van wat de ander doet. Ik vond dat een baanbrekend inzicht. (lacht) Zodra je beseft dat je partner allicht veel meer doet dan je altijd hebt gedacht, word je in je relatie al een stuk milder.”

3. Luie ouders hebben gelijk. (Tom Hodgkinson, Brits schrijver)

Luie ouders hebben gelijk is de titel van een boek van de Britse schrijver Tom Hodgkinson. ‘Stop met je kinderen voortdurend te entertainen’, schrijft hij. ‘Vervelen ze zich? So what? Uit verveling ontstaat creativiteit. Leer je kinderen om zelf hun problemen op te lossen.’

“Een gouden opvoedkundige regel luidt: doe voor je kinderen niets wat ze zelf ook kunnen doen. We zeggen als ouders veel te vaak: ‘Ik zal het wel even doen.’ Maar daar schiet je kind weinig mee op. Het leert namelijk niets.

“Mijn vrouw en ik hebben onze kinderen leren spelen met twee keer niets. Als ze zich vervelen, reiken we hen hooguit wat ideeën aan. Ze moeten zelf maar een uitweg uit hun verveling zoeken. Ik ken ouders die zich uitsloven om voor hun kinderen waanzinnig originele spelletjes te bedenken. Dat is heel lief, maar niet zo verstandig: als je de regie volledig overneemt, ben je zelf wel creatief, maar je kinderen niet.

“Toen ik vijftien was, ging op een dag onze tv kapot. Mijn ouders besloten hem niet te vervangen. Gevolg: ik speelde meer piano dan ooit tevoren. Mochten mijn ouders destijds wel een nieuwe tv hebben gekocht, was ik vandaag waarschijnlijk geen muzikant.”

Omdat zijn vrouw Alda afkomstig is uit IJsland, kregen zijn zonen IJslandse namen: Ulfur (wolf) en Krummi (raaf). Zes en acht jaar oud zijn ze inmiddels. Ik vraag hun papa of het vaderschap van hem een betere kunstenaar heeft gemaakt. “Het heeft van mij vooral een efficiëntere kunstenaar gemaakt. Vroeger gunde ik me in het begin van elk nieuw project nog een aanmodderfase: een week of twee waarin ik van mezelf wat mocht klungelen tot de muze langskwam. Daar heb ik vandaag geen tijd meer voor. Tegenwoordig ben ik ­creatief op commando.”

4. Kansarmoede is het gevolg van andermans kansrijkdom

“Stel dat ik mijn kinderen later elk 200.000 euro nalaat. En dat ze met dat geld een huis van 400.000 euro kopen. Dat zou heel fijn zijn voor mijn kinderen, maar niet voor de mensen die niet over dat soort bedragen beschikken: hun kansen op een eigen woning zouden door de aankoop van mijn zonen net verkleinen. Want hoe meer mensen een huis van 400.000 euro kunnen kopen, hoe minder goedkopere huizen er op de markt zullen zijn. Ergo: de kansrijkdom van mijn eigen kinderen zou leiden tot de kansarmoede van andere mensen.

“Voor alle duidelijkheid: ik heb niets tegen rijke mensen. Ik weet dat velen onder hen aanzienlijke bedragen aan liefdadigheid besteden. Maar je kunt er niet omheen: zolang kinderen van vermogende ouders met meer middelen aan de start komen dan kinderen van onbemiddelde ouders, zal kansarmoede blijven bestaan. Vraag me niet wat we daaraan moeten doen – ik ben geen politicus – maar het kan geen kwaad om er eens bij stil te staan.”

De meest recente plaat van Het Zesde Metaal – Calais – werd door de recensenten ‘een maatschappijkritisch statement’ genoemd. Ik informeer of Wannes Cappelle de jongste jaren politiek aan het ontwaken is. “Ik ben een kind van de jaren 90. Op de Witte Mars na zag ik tijdens mijn jeugd weinig opstootjes van politieke verontwaardiging. Er was wel een oorlog in het voormalige Joegoslavië, maar hier in Vlaanderen gingen we er toch min of meer van uit dat dat de schuld was van die driftige Serviërs. We konden ons niet voorstellen dat we zelf nog eens in een oorlogssituatie zouden belanden.

“Vandaag zijn er in de wereld zo veel brandhaarden dat het al veel minder denkbeeldig is dat we ooit nog eens de wapens zullen moeten opnemen. Er gaan al stemmen op om de legerdienst opnieuw in te voeren. Dus ja, ik ben op politiek gebied geëngageerder dan vroeger: de nood om me te uiten over de staat van de wereld is groter geworden. Maar ik ben en blijf een kunstenaar. Ik maak liedjes, geen politieke pamfletten.”

5. Wie een leuk leven wil, moet saaie dingen leuk leren vinden

“We moeten in ons leven veel saaie dingen doen. We hebben wel een vaatwasser, maar die moet nog altijd worden gevuld. We hebben wel een wasmachine, maar de was moet nog altijd worden gesorteerd. En we hebben wel een microgolfoven, maar we moeten nog altijd naar de supermarkt om een bereide maaltijd te kopen. Wat we ook uitvinden: de mens zal altijd saaie taken moeten verrichten. De kunst is dat te aanvaarden en ervan te genieten.

“Koken wordt niet leuker door een tv in je keuken te hangen. Je moet het koken zelf ­plezant leren vinden. Door het bewust te doen en er met je volle concentratie bij te zijn. Moeten er groenten worden gesneden? Snijd ze dan zo goed en zo fijn mogelijk. Moet er vlees worden gebakken? Probeer dan voor de beste cuisson ooit te zorgen. En doe dat allemaal niet rap-rap, maar neem er je tijd voor. Voor je het weet, vind je koken heerlijk.”

6. De beste muziek is stilte

“Echte stilte confronteert je met een realiteit die groter is dan jezelf. Je voelt dat ook als je voor de zee staat en ervaart hoe nietig je bent. In de stilte hoor je het universum.

“In IJsland heb ik met mijn vrouw en ­kinderen eens overnacht in een huisje in the middle of nowhere. Als we naar buiten gingen, werden we overvallen door een oorverdovende stilte. Af en toe reed er in de verte een auto voorbij. Die bleven we dan minutenlang horen, zelfs als hij al ettelijke kilometers ­verder was.

“In België is er jammer genoeg altijd lawaai. Alleen door te mediteren, kom ik in de buurt van stilte. Ik heb het daarnet nog gedaan, op de trein van Antwerpen naar Kortrijk: door inwendig een mantra te herhalen kon ik het in mijn hoofd een paar minuten stil maken. De stress gleed meteen van me af. Spiritualiteit is belangrijk voor mij. Toen ik 22 was, ben ik van mijn geloof gevallen. Dat was behoorlijk desoriënterend. Als je 22 jaar in God hebt geloofd en je beseft plots dat hij niet bestaat, stort je wereld in. Door te mediteren, kon ik die spirituele leegte opnieuw vullen.”

Ik vraag wat hem als 22-jarige heeft doen besluiten dat God niets meer is dan de religieuze versie van Sinterklaas. “Ik begon dingen mee te maken die niet in mijn godsbeeld pasten. In mijn naaste omgeving waren er mensen met onverklaarbare suïcidale neigingen. ‘Hoe kan God nu iemand het leven insturen met zulke destructieve gedachten?’, vroeg ik me af. Gaandeweg kwam ik tot de – voor mij – enig mogelijke conclusie: God bestaat niet.

“Toch ben ik niet zo militant in mijn ­atheïsme. In discussies verdedig ik de kerk soms nog. Ik geef er wel kritiek op, maar als iemand anders het doet, schiet ik vaak in de verdediging. Alsof het over mijn ouders gaat: daar mag behalve ikzelf ook niemand anders over klagen." (lacht)

Kan hij zich inbeelden dat hij op een dag ook weer ‘in zijn geloof valt’? Als je een keer je levensbeschouwing bijstuurt, waarom dan geen tweede keer? “Er zijn mensen die na een atheïstische periode opnieuw gelovig worden. Het kan dus. Maar ik denk niet dat het mij zal overkomen. Ik heb geen allesomvattend verhaal meer nodig. Twee keer per dag mediteren, volstaat voor mij.”

7. Geef en je zult krijgen

“Ik verdien evenveel als mijn muzikanten. Dat is in mijn sector vrij ongebruikelijk: in de meeste bands krijgt de frontman veel meer dan de rest. En ik moet toegeven: ook ik hoor soms een stemmetje dat zegt: ‘Allez, Wannes, dat is toch niet eerlijk?’ Jij schrijft toch alle nummers? Jij geeft toch alle interviews? Jij bent toch de enige in de groep die echt niet kan worden vervangen?’

“Maar toch sta ik nog altijd achter onze financiële verdeelsleutel. Dat ik erop sta dat iedereen evenveel verdient, geeft me een goed gevoel over mezelf. En ik krijg er van mijn muzikanten een grote loyaliteit voor in de plaats.

“Je mag ook niet vergeten dat ik als gezicht van de groep de hoogste marktwaarde heb. Als Het Zesde Metaal ooit stopt, kan ik nog altijd solo gaan spelen. Dat zal voor de andere leden van de groep minder vanzelfsprekend zijn. Alleen al daarom is het niet verkeerd dat ze vandaag evenveel verdienen als ik.”

Mag geven opportunistisch zijn? Of moet de gever per definitie onbaatzuchtig zijn? “Er woont in je hoofd geen scheidsrechter die in de gaten houdt of je generositeit wel belangeloos is. Ondernemers die hun werknemers een mooi loon en veel vrijheid geven, doen dat ook omdat ze denken dat ze daardoor meer succes gaan hebben. Dat maakt hun vrijgevigheid niet minder waardevol.”

8. Liefde is de beste raadgever

“In een conflictsituatie moet je je altijd afvragen: wat zou liefde nu doen? Twee jaar geleden schreef ik de novelle Ontferm u. Daarin vertel ik het verhaal van een jonge moeder die een rechtszaak aanspant tegen het ziekenhuis waarin haar dochter is geboren. Door een medische fout had haar dochter tijdens de geboorte te weinig zuurstof gekregen. Resultaat: ze zit voor de rest van haar leven in een rolstoel. Het enige wat die moeder wil, is de dokters horen zeggen: ‘Sorry mevrouw, we hebben een fout gemaakt. Dat vinden we verschrikkelijk, maar we hopen dat u ons ooit kunt vergeven.’ Toch weigeren de artsen hun excuses aan te bieden. Wellicht omdat ze vrezen dat excuses zullen worden geïnterpreteerd als een schuldbekentenis en ze dan een schadevergoeding zullen moeten betalen. Wel, ik ben er zeker van: als die dokters zich zouden afvragen wat liefde zou doen, dan zouden ze zich heel anders opstellen. Dan zouden ze die moeder meteen de erkenning geven die ze verdient.

“Het probleem is niet dat mensen harteloos zijn, het probleem is dat ze bang zijn. Ze zijn bang om te verliezen wat ze hebben. Je afvragen wat liefde zou doen, is een goede manier om die angst te overwinnen. Om menselijkheid te doen zegevieren.”

Ik schakel qua gespreksonderwerp over naar de romantische liefde en vertel hem dat het mij altijd verbaasd heeft dat hij in de teksten van ‘Ploegsteert’ meer begrip lijkt te hebben voor Frank Vandenbroucke dan voor zijn toenmalige echtgenote. 'De woorden ‘’k Wil je nooit meer zien’ klinken hard in iedere taal. / ’t Is dooddoen zonder moorden, ’t is zonder advocaat voor ’t tribunaal. / Dat ze uit de mond kwamen van de moeder van uw dochter – waar had je ’t aan verdiend? Is ’t lot zo nietsontziend?’ Dat is nogal ongenadig ten opzichte van Sarah Pinacci, zeg ik. Misschien had ze wel verdomd goede redenen om haar man nooit meer te willen zien. “Daar ben ik zelfs zeker van. Maar in ‘Ploegsteert’ kruip ik in het hoofd van Frank Vandenbroucke: ik vertaal het verhaal vanuit zijn standpunt.

“Ik heb de biografie van Vandenbroucke gelezen. De tranen stroomden over mijn wangen toen ik las hoe zwaar hij heeft geleden onder het feit dat hij zijn vrouw – en in het begin ook zijn kind – niet meer mocht zien. Ik ben er nog altijd zeker van dat dat hem de doodsteek heeft gegeven. Maar dat zijn verhaal ook een andere kant heeft, klopt natuurlijk. Als ik ‘Ploegsteert’ had geschreven vanuit het standpunt van Sarah Pinacci, zou ik andere woorden hebben gebruikt. Alles is perspectief.”

Beeld Karel Duerinckx / Gert Van Goethem / Lennert Gavel

9. Wie de dood vreest, kan niet van het leven genieten

“Je moet je zo vroeg mogelijk verzoenen met de dood. Als je daarin slaagt, ben je veel vrijer. Als je bang bent om te sterven, leef je met de handrem op. Dood zijn is niet erg. Eens we begraven zijn, worden we verdeeld over andere organismen, dragen we bij tot nieuw leven. De dood is per definitie ook een geboorte.

“Als iemand op jonge leeftijd sterft, vinden we dat onrechtvaardig. Maar er is niemand die ons heeft gezegd dat we recht hebben op tachtig gezonde jaren. Ook een leven dat maar vijftien jaar heeft geduurd, kan heel mooi zijn geweest.

“De mogelijkheid bestaat dat mijn zonen voor mij zullen sterven. Ik ban die gedachte niet uit mijn hoofd. Door af en toe bij hun ­sterfelijkheid stil te staan, geniet ik nog meer van hun aanwezigheid. Ik denk vaak: 'Wat een cadeau dat die gasten hier rondlopen.'”

10. Succes hebben is aanstekelijker dan geen succes hebben, maar niet per se aangenamer (Bas Haring, Nederlands filosoof)

“Ik heb onlangs deelgenomen aan een loopwedstrijd. Ik had me voorgenomen om me niet te forceren. Maar zodra het startschot was gegeven, verloor ik alle controle over mezelf: ik liep de ziel uit mijn lijf en kwam totaal uitgeput over de meet. Hoewel ik bij de eersten was geëindigd, had ik van de wedstrijd geen seconde genoten. En toch kreeg ik voor mijn uitsloverij applaus. Als ik trager had gelopen – wat stukken aangenamer zou zijn geweest – had iedereen gedacht: 'Wat een loser, die Cappelle.' Maar omdat ik me bijna een hartaanval had gelopen, was ik de held. Moraal van het verhaal: snelle mensen zetten we op het podium, slimme niet. (lacht) Een winnaar zal altijd aantrekkelijker zijn dan een meeloper.”

In de 100 op 1-lijst, de Radio 1-hitparade van de beste Belgische nummers aller tijden, stond ‘Ploegsteert’ vorig jaar op 1. Vóór ‘Mia’ van Gorki, vóór ‘Ne me quitte pas’ van Jacques Brel. Ik vraag of die nummer 1-notering voor een opstootje van geluk heeft gezorgd. “Nummer 1 worden was fijn, maar ik ben ondertussen lang genoeg bezig om te weten dat succes niet gelukkig maakt. Succes heeft ook nadelen: de verwachtingen van het publiek worden hoger. Als ik een politieke uitspraak doe, krijg ik de hele Twitter-gemeenschap over me heen... Allemaal dingen waarvan je niet meteen vrolijker wordt. Geloof me: leren genieten van de afwas doen, is een veel beter recept voor geluk." (lacht)

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234