Vrijdag 21/01/2022

'Wanneer stort de kunstmarkt in?'

Rose Tremain houdt onze maatschappij een spiegel voor

140 miljoen voor een stel conceptuele kunstwerken van Damien Hirst en Wim Delvoye die voor 3,3 miljoen een kasteel koopt. Voor de Britse schrijfster Rose Tremain, onlangs nog gelauwerd met de Orange Prize, zijn het redenen genoeg om vragen te stellen bij de ziel van de hedendaagse kunst en de rechtvaardigheid van onze maatschappij.

Het leven van Rose Tremain werd lang overschaduwd door de afwezigheid van haar vader. Toen ze tien was, liet deze haar en haar moeder in de steek om even verderop een nieuw gezin te stichten, waarna kleine Rose bleef zitten met een hoop vragen en zelfverwijten. De man was schrijver, wat haar aanzette om ook met papier en inkt aan de slag te gaan, maar voor die toenaderingspogingen viel hij niet. Hij wou niets meer met zijn verleden te maken hebben en deed bijzonder schamperend over Tremains eerste publicaties. Die afwijzing werd de vijftien daarop volgende jaren een steeds zwaardere last op haar schouders, tot ze de druk beu was en besliste er een einde aan te maken. "Van de ene dag op de andere nam ik me voor om niet meer te treuren om die afwijzing", aldus Tremain. "Ik wou het verleden vergeten en heb volledig met mijn vader gebroken. Ik heb hem nadien nooit meer gezien. Vijf jaar later stierf hij en ik ben zelfs niet naar de begrafenis geweest. Om vooruit te kunnen moest ik de link met het verleden doorsnijden, en dat is me gelukt. De menselijke wil is daar perfect toe in staat."

Dit breken met het verleden en opnieuw beginnen is een constante geworden in het werk van Tremain. In praktisch al haar boeken gaat de hoofdpersoon op reis naar een ander land, waarna hij probeert een nieuw en zinvol leven op te bouwen. Zo ook in haar nieuwe boek, het met de Orange Prize bekroonde De weg naar huis, waarin ze focust op de Oost-Europese Lev, die naar Londen reist om er het geluk en de rijkdom te vinden. Hij hoopt vlug weer naar zijn vaderland te kunnen, maar stelt al gauw vast dat er op het einde van de week niet veel meer overblijft van wat hij verdient als bordenwasser in een chic restaurant. Geleidelijk aan klimt hij echter op in de keukenhiërarchie, tot hij genoeg geld bij mekaar heeft om thuis zijn eigen restaurant op te zetten, maar dan ontdekt hij dat hij geleidelijk aan veranderd is en dat hij de draad niet weer kan oppakken waar hij hem een paar jaar voordien losgelaten heeft.

"Zodra ik wist waar De weg naar huis over zou gaan, wist ik dat herinneringen en dromen heel belangrijk zouden zijn", zegt Tremain. "In een roman moet je weten waar een personage vandaan komt, en niet alleen waar het naartoe gaat. Als je een boek schrijft over verlies - en Lev verliest zowat alles, vrouw, thuis en manier van leven - moet je ook tonen wat er verloren is gegaan. Je moet terug naar het verleden. Dat is ook wat ik tegen mijn studenten zei toen ik nog Creative Writing doceerde aan de University of East Anglia, en dan gaf ik hen het voorbeeld van Brideshead Revisited, waarin Charles Ryder in het begin van het boek teruggaat naar het huis waar hij zoveel geluk en verdriet heeft ervaren. Vandaag lijken we steeds minder bereid te aanvaarden dat we door ons verleden gevormd zijn. We kunnen er wel mee breken, maar het ontkennen lukt ons nooit. Hoe ouder ik word, hoe belangrijker mijn jeugd en kindertijd voor mij blijken te zijn."

Een zware en door geldgebrek getekende jeugd trouwens. Vandaar het duidelijke engagement in uw romans?

"Misschien komt dat wel doordat ik nooit personages kies die op de voorgrond staan. Ze kijken altijd een beetje toe vanuit de coulissen, waardoor ze een beter zicht hebben op wat er gebeurt. De enige romans die ik nog wil schrijven gaan over belangrijke en universele thema's. Het kleine huiselijke drama heb ik gehad. Vandaag wordt er in Groot-Brittannië veel te veel oppervlakkige literatuur geschreven over kleine leventjes die langzaam voorbij dobberen. Dat soort boeken schreef ik dertig jaar geleden al en het interesseert me niet meer. Volgens de recentste schattingen wonen er ongeveer 600.000 Levs in Groot-Brittannië. Wat mij verontrust is dat ze als groep geen eigen gezicht hebben. We kunnen het onderscheid niet maken tussen Russen, Polen en Roemenen en daardoor worden zij een gezichtsloze massa, wat alleen maar angst en onbegrip in de hand werkt. Ik krijg weleens de opmerking dat ik door over Lev te schrijven de Oost-Europese migranten een gezicht heb gegeven. Het zijn niet langer abstracte wezens, maar mensen met noden en gevoelens. Ik vind dat heel belangrijk, want het is zo moeilijk mee te leven met een groep. Sympathie voel je alleen voor individuen. Op de tv zien we hoe hele delen van Afrika door droogte of burgeroorlog geteisterd worden, en we merken hoe moeilijk het is om mee te voelen met die honderdduizenden die erdoor getroffen zijn. Maar vertel ons het verhaal van een van hen, zoals Dave Eggers deed in Wat is de wat en we zijn veel sneller bereid om met hulp over de brug te komen. Zo'n verhaal begrijpen we immers, want die arme sukkelaar zouden we zelf kunnen zijn."

Londen beschrijven vanuit het gezichtspunt van een migrant laat u ook toe uw landgenoten een spiegel voor te houden. Lev vindt Britten bijvoorbeeld helemaal niet lijken op Alec Guinness in Bridge on the River Kwai. Op de metro zitten ze de hele tijd vette frieten in hun mond te stouwen en ze stinken als een vuilnisbelt.

"Dat waren de leuke passages om te schrijven. Ik wou de Britse maatschappij tonen hoe de rest van de wereld haar ziet, en dat is niet altijd zo positief. Door Lev kan ik bakken kritiek spuien op de hedendaagse kunstwereld, die vooral op zelfingenomenheid, loze kreten en heel magere ideetjes teert. Lev kan ik gechoqueerd laten zijn door de decadentie ervan en de luiheid die er veelal uit spreekt. Kunstenaars lijken wel bang te zijn om hun handen vuil te maken tegenwoordig. Neem nu Damien Hirst, die de laatste weken zo in het nieuws is geweest. Hij bedenkt conceptuele kunst en laat het maken ervan aan zijn assistenten over. Hij ontwerpt een schedel vol diamanten, maar het zijn wel anderen die het ding in elkaar zetten. Ik heb het daar moeilijk mee. Voor mij is kunst nog altijd iets wat door de kunstenaar gemaakt is. Bovendien herhaalt de man zichzelf ook constant. Je kunt een koe op sterk water zetten, en een haai en een schaap, maar ergens heb je het dan wel gehad, vind ik. Maar Hirst gaat maar door, het is absoluut krankzinnig, en verzamelaars betalen er fortuinen voor. Wat er vandaag gebeurt, is vooral sneu voor degenen die nog steeds met doek en verf werken, want zij worden volledig over het hoofd gezien. Talent speelt in de hedendaagse kunstwereld geen rol meer. Hoeveel het waard is, daar draait het om. Mensen kopen geen kunst meer omdat ze een bepaald stuk in hun huis willen hebben, of omdat ze het mooi of betekenisvol vinden, maar wel omdat het een investering is die over een aantal jaar goed zal opbrengen. Kunst is geworden als huizen. Die koop je ook niet meer om er in te wonen, maar wel omdat ze in prijs zullen stijgen. Hirst heeft er al veertien. Hoeveel heeft hij er nog nodig? Alleen blijft dat niet eeuwig duren natuurlijk. Wat de huizenmarkt betreft, weten we dat al een tijdje in Groot-Brittannië. Wanneer zal die kunstmarkt in elkaar zakken, vraag ik me weleens af. Ik geef toe dat ik stiekem hoopte dat Hirsts spectaculaire veiling van een paar weken geleden een flop zou worden, maar dat gebeurde dus niet. Ik kan me echter best voorstellen dat mensen door de kolossale bedragen die daar betaald zijn zich vragen stellen bij de rechtvaardigheid van onze maatschappij. Zijn die kunstwerken werkelijk 140 miljoen euro waard? Als je dagelijks moet werken voor de kost kun je je dat moeilijk voorstellen. Niet dat de maatschappij ooit rechtvaardig geweest is natuurlijk, dat is een vals idee, maar er zijn wel gradaties, en wat we nu meemaken is extreem. Mijn moeder verzamelde antiek. Ze was helemaal niet welgesteld en toerde het hele land af op zoek naar koopjes. Haar kennis was fenomenaal en ze zag meteen of iets waardevol was of niet. Uiteindelijk had ze een mooie collectie bij elkaar. Af en toe verkocht ze iets om geld vrij te maken voor iets anders. Daar had ik geen enkel probleem mee, omdat het kleinschalig bleef. Ze kocht antiek omdat ze het mooi vond staan in haar huis en niet omdat ze dacht er rijk mee te kunnen worden, wat niet wegneemt dat ze heel trots was als ze een slag had geslagen natuurlijk. (lacht)"

Marnix Verplancke

@5 UIT-NIEUW-INFOTEKST:

De Geus, 447 p., 24,90 euro.

Rose Tremain

De weg naar huis

Voor mij is kunst nog altijd iets wat door de kunstenaar gemaakt isTalent speelt in de hedendaagse kunstwereld geen rol meer

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234