Woensdag 24/07/2019

Preventie kindermisbruik

Wanneer je kinderen liever ziet dan je lief is

Een op de vijf meisjes en jongens wordt geconfronteerd met seksueel misbruik. Daarom komt er een platform voor daderpreventie: Stop It Now! "De essentie is dat we het gedrag problematiseren, niét de gevoelens, zodat wie ermee zit sneller hulp zoekt."

Dat seksueel kindermisbruik vrij uitzonderlijk is, is een misverstand. Beeld Eiko Ojala

Kindermisbruik is wijdverbreid, maar blijft nagenoeg onzichtbaar. Volgens diverse onderzoeken wordt 80 à 90 procent van het seksueel misbruik niet gerapporteerd. Toen onlangs een advocaat een slachtoffer van Roger Vangheluwe “een fantast” noemde, werden bekende koppen Chris Dusauchoit (tv-presentator) en Valerie Van Peel (N-VA-Kamerlid) zo boos dat ze met hun eigen verhaal naar buiten kwamen over hoe ze als kind werden misbruikt.

Zoals wel vaker volgde een ‘golf’ van andere slachtoffers die getuigden in de media. Als een etterende zweer die even openbarst. Maar daarna gaat iedereen weer zwijgen. Sommigen zullen er nooit over praten. En het misbruik gaat door. 

Wat is seksueel kindermisbruik?

Eigenlijk weten we met z’n allen weinig over kindermisbruik. Dat is problematisch, want wie niet goed weet of wil weten wat het is, hoe het ontstaat en wie verantwoordelijk is, heeft weinig slagkracht om er iets tegen te beginnen.

Volgens de strafwet omvat kindermisbruik alle seksuele handelingen met een kind jonger dan 16, dus ook een kind doen kijken naar seks of op een seksueel getinte manier aanraken of toespreken. Binnen de familie, tussen vader en dochter of oom en nichtje bijvoorbeeld, is het zelfs strafbaar tot 18 jaar. Ook binnen andere gezagsrelaties, tussen leraar en leerling bijvoorbeeld, kan de toestemming van een jongere die ouder is dan 16 in twijfel worden getrokken. Ook kinderporno kijken, bezitten of verspreiden is strafbaar. Bij kinderporno wordt een kind seksueel misbruikt voor de camera, en wie kinderporno kijkt zorgt ervoor dat de kinderporno-industrie floreert en er meer kinderen worden misbruikt. Onschuldige kinderporno bestaat niet.

Kindermisbruik komt overal voor

Een eerste misverstand is dat kindermisbruik vrij uitzonderlijk is. We associëren het, zeker in België, met psychopaten zoals Marc Dutroux of afgesloten universa zoals de katholieke kerk. 

Niets is minder waar. 

Ongeveer een op de vijf meisjes en jongens, zo tonen rapporten van de Raad van Europa en de Wereldgezondheidsorganisatie, wordt direct of indirect geconfronteerd met seksueel grensoverschrijdend gedrag, zoals intimidatie, oneerbare voorstellen en blootstelling aan seksuele activiteiten.

Een op de tien meisjes wordt slachtoffer van fysiek misbruik. Bij jongens is dat een op de twintig. De dader is in de meeste gevallen een familielid of bekende die het kind vertrouwde.

“De mythe van de marginale pedofiel die in het verborgene leeft en enkel tevoorschijn komt om zich kwijlend aan een kind te vergrijpen, maakt velen blind voor het feit dat veel daders mannen zijn die op zondag pistolets halen bij de bakker en op zaterdag netjes hun gras afrijden”, zegt Liesbeth Kennes, oprichter van slachtoffer­organisatie ‘Wij spreken voor onszelf’, en preventie- & beleidsmedewerker seksueel grens­overschrijdend gedrag bij CAW Oost-Brabant/Stad Leuven.

De meeste kindermisbruikers zijn geen pedofielen

Een tweede misverstand is dat alle kindermisbruikers pedofielen zijn.

Een schatting doen is uiteraard erg moeilijk, maar de meeste onderzoeken houden het erop dat zo’n 1 procent van de mannen tussen 18 en 75 jaar pedofiele gevoelens ervaart. In België zou het gaan om ongeveer 40.000 mannen.

De meeste kindermisbruikers zijn echter géén pedofielen, zo toont daderonderzoek. In totaal beantwoordt een minderheid van de daders aan de criteria voor pedofilie. 

Die criteria, vastgelegd in de DSM-5, het internationale handboek voor psychiatrie, zijn: al minstens zes maanden seksuele fantasieën koesteren over een kind, een seksuele drang voelen of seksuele daden stellen met een kind jonger dan 13 jaar, of eronder lijden, en zelf minstens 16 zijn en vijf jaar ouder dan het kind. 

Pedofielen voelen zich aangetrokken tot kinderen die nog geen secundaire geslachtskenmerken vertonen. Het gaat zogoed als altijd om mannen. Vrouwelijke pedofielen bestaan, maar ze vormen een extreem kleine groep waarover weinig bekend is.

De meeste slachtoffers van kindermisbruik zijn ouder dan 13 jaar. De daders zijn dus geen pedofielen, want die vallen op pre-pubertaire kinderen. Neem je enkel misbruik bij de beduidend kleinere groep slachtoffers jonger dan 13 jaar in aanmerking, dan ligt het aantal pedofiele daders ongeveer rond de helft. 

Zo’n 80 procent van alle volwassen hetero- en homomannen voelt zich ooit wel seksueel aangetrokken tot pubers. Als die seksuele interesse zich als een echte seksuele voorkeur ma­nifesteert, spreken we van ‘efebofilie’. Seksuele handelingen met pubers worden strafrechtelijk evenzeer als kindermisbruik beschouwd, maar de psychiatrie ziet wel een psychologisch verschil tussen pedofielen en efebofielen.

De DSM-5 beschouwt efebofilie niet als een seksuele voorkeursstoornis.

“Jongens en meisjes tussen 13 en 16 hebben al secundaire seksuele kenmerken en lijken zo al meer op volwassenen. Seks willen met ie­mand die fysiek nog echt een kind is, is vanuit psychologisch oogpunt echt iets anders en veel uitzonderlijker”, zegt prof. dr. Kris Goethals, directeur van het Universitair Forensisch Centrum (UFC) en forensisch psychiater aan het UZA daarover. 

De grootste groep daders handelt evenwel niet vanuit een exclusieve seksuele voorkeur voor kinderen of tieners. “Incestplegers, bijvoorbeeld, worden doorgaans niet gedreven door een seksuele voorkeur voor kinderen. Op het moment van de feiten is er wel een zekere seksuele interesse, anders zou het misbruik niet plaatsvinden”, zegt Minne De Boeck, criminologe aan het UFC en projectverantwoordelijke van Stop It Now!.

Belangrijke factoren die kunnen leiden tot misbruik zijn alcoholgebruik, relationele en psychische problemen, hechtingsstoornissen, psychopathie, een antisociale persoonlijkheid, machtsmisbruik, de gelegenheid die zich voordoet. Zoals bij Marc Dutroux, in het collectief ge­heugen opgeslagen als schoolvoorbeeld van ‘de pedofiel’. “Dat is hij niet”, zegt Goethals. “Hij is een typische seriemoordenaar die kinderen én volwassenen seksueel misbruikte. Zijn seksualiteit is niet enkel op kinderen gericht.”

De meeste pedofielen plegen geen daden

Het derde misverstand is dat pedofielen per definitie kinderen misbruiken.

Dat is niet zo: de meeste mannen met een stabiele seksuele voorkeur voor kinderen zetten hun verlangens niet in de praktijk om. 

De Boeck: “Iets minder dan een kwart van de pedofielen zou overgaan tot daden. Meer dan driekwart lijdt wel degelijk onder zijn gevoelens, maar wil geen gedrag stellen. De buitenwereld maakt geen onderscheid tussen gevoelens, die niet strafbaar zijn, en daden, die dat wel zijn. Het idee dat gevoelens automatisch tot gedrag zouden leiden, klopt manifest niet.”

Het leven van deze mensen is dan ook zwaar. Ze voelen die aantrekkingskracht, vechten ertegen maar hebben het gevoel nergens terecht te kunnen. Ze beseffen dat de maatschappij hen hoe dan ook als daders beschouwt. “Die mensen leren omgaan met hun gevoelens, en hen leren hoe ze die kunnen controleren, is van groot belang. Doen alsof het probleem er niet is, of pedofielen de rug toekeren, is gevaarlijk”, zegt De Boeck.

Waarom misvattingen over pedofilie schadelijk zijn

Al die misvattingen leiden bovendien tot meer misbruik.

Zo zorgt het beeld van het uitzonderlijke monster voor ontkenning. Wim Huys, klinisch psycholoog en algemeen coördinator van het UFC: “Een huisvader die aan zijn dochter zit en verhalen in de media ziet over boosaardige zonderlingen, kan denken: ‘Als dát een kindermisbruiker is, dan ben ik dat niet, daar lijk ik helemaal niet op.’ Zowel de daders als hun omgeving kunnen makkelijker blind blijven voor het probleem wanneer het dominante beeld is dat misbruikers duivels zijn die willekeurig kinderen van straat plukken.”

Ook zorgt die demonisering van pedofielen ervoor dat de kans op misdaden toeneemt.

Wie zich verworpen voelt, zal zijn ‘verboden’ gevoelens namelijk nog meer verborgen houden. Huys: “En wie veel moeite doet om niets verkeerds te doen, zal zich ook miskend voelen. Door stigmatisering en een repressieve sfeer hebben deze mensen nog veel meer reden om vooral niemand in vertrouwen te nemen.”

Toch is net praten met een vriend of hulpverlener die hen niet bij voorbaat afwijst en die erkent dat hun leven moeilijk is, nodig om te voorkomen dat iemand over de schreef gaat. Enerzijds omdat het probleem delen spanning en zelfhaat wegneemt, anderzijds omdat het risico op misbruik verkleint als een vertrouwenspersoon op de hoogte is en dus alert kan zijn.

“Juist het geheim, het idee dat de gevoelens ‘verboden’ zijn, maakt het gevaarlijk. Als een pedofiel zich slecht voelt en niemand in vertrouwen kan nemen, gaat hij sneller troost zoeken bij een kind dat hem naar zijn gevoel wel begrijpt en aanvaardt”, zegt Huys. Getuigenissen van daders tonen dat aan. ‘Had ik maar kunnen praten met iemand, dan was het zover niet gekomen’, horen hulpverleners. 

Bovendien is er meestal een lange aanloop naar het misbruik.

“Het is doorgaans iets gradueels”, vertelt de Nederlandse forensisch psycholoog Jules Mul­der, pionier in de behandeling van zedendelinquenten. “Pedofielen komen meestal rond hun 20ste tot besef van hun seksuele geaardheid, omdat de kloof met leeftijdsgenoten dan begint op te vallen. De meeste delicten gebeuren pas jaren later. Dat bewijst dat velen er lang mee worstelen voor het fout gaat en er dus een periode is waarin preventie zeer zinvol kan zijn.”

Net daarom is daderpreventie volgens de experts cruciaal. De Boeck: “Je kunt als maatschappij de ogen sluiten tot er weer een slachtoffer is. Of je kunt ervoor kiezen je kop niet in het zand te steken en preventie te organiseren.”

Kinderen weerbaar maken, grensoverschrijdend gedrag opnemen in de seksuele voorlichting en de omgeving aanleren dat je maar beter wel praat over iets wat niet pluis lijkt, zijn natuurlijk ook preventie.

Maar dat volstaat niet. 

“Je kunt het gewicht niet alleen bij de kinderen leggen”, zegt De Boeck. “Dit is een chronisch volksgezondheidsprobleem en daarom is ook preventie bij potentiële daders nodig. De essentie is dat we het gedrág problematiseren, niét de gevoelens, zodat wie ermee zit sneller hulp gaat zoeken.”

Duitsland biedt gratis therapie aan

Duitsland staat het verst in de hulpverlening. Christendemocraat Hermann Gröhe, een getrouwde protestant met vier kinderen en al vier jaar Duits minister van Volksgezondheid, besloot eind 2016 jaarlijks vijf miljoen euro overheidsgeld uit te trekken om wie op kinderen valt te helpen.

Toch is Gröhe nooit bedreigd, gelyncht of politiek koud gemaakt. Dat lijkt verbazend, want ook in Duitsland is de weerzin tegenover pedofilie wijdverbreid. Maar Gröhes voorstel geniet steun bij het brede publiek. 

Dankzij het preventieproject ‘Dunkelfeld’ (letterlijk te vertalen als ‘Donkere Zones’) zijn de Duitsers al twaalf jaar lang vertrouwd met radio- en tv-spotjes die klinken als: ‘Bent u bang dat u kinderen liever ziet dan u lief is? Zoek hulp. Wij bieden gratis therapie in alle vertrouwen.’

Professor Klaus Beier, hoofd van het Instituut voor Seksuologie en Seksuele Geneeskunde van het Charité-ziekenhuis in Berlijn is in 2004 met het project begonnen. Via een grote mediacampagne, met billboards in steden en langs de snelwegen, lanceerde zijn team een oproep aan wie zich seksueel aangetrokken voelt tot minderjarigen en daden wil voorkomen.

De campagne was gebaseerd op onderzoek bij pedofielen die al bij het team bekend waren. Hoe kun je hen aanspreken opdat ze gemotiveerd zijn daadwerkelijk de eerste stap te zetten om hulp te zoeken?

Uit de bevraging kwamen vijf voorwaarden. De boodschap moest empathie voor hun situatie uitstralen, zich afzetten tegen discriminatie wegens hun seksuele voorkeur, de angst voor vervolging wegnemen, gevoelens van schaamte en schuld verzachten, en anonimiteit garanderen. 

Een lastige, controversiële conclusie. Maar Beier en co. gingen de enorme uitdaging aan: hulp bieden aan een van de meest gehate groepen in de maatschappij. 

De slogan van de campagne werd: ‘Je bent niet schuldig voor je seksuele verlangen, maar wel verantwoordelijk voor je seksuele gedrag. Er is hulp. Word geen dader!’ De enige voorwaarde om in het programma te stappen, is gemotiveerd zijn en op het moment van de deelname niet vervolgd worden. 

Uniek is de garantie op totale vertrouwelijkheid. Volgens de Duitse wet hebben therapeuten volstrekte zwijgplicht, zelfs wanneer iemand iets vertelt waardoor hij schuldig zou kunnen blijken aan criminele feiten.

Maar net dat is volgens Beier de sleutel van het succes. Enkel wie niet door angst verlamd is, kan aan een efficiënte therapie beginnen.

Ondertussen is het project uitgegroeid tot een netwerk in elf Duitse steden en kreeg het de naam Kein Täter Werden.org: ‘Geen Dader Worden’. Deelnemers krijgen via groeps- en gedragstherapie meer inzicht in de draagwijdte van hun verlangens en ze leren strategieën om die nooit in daden om te zetten, ook niet door kinderporno te consumeren. Met succes, zo blijkt uit onderzoek.

“Ik voel mijn seksuele voorkeur nog zoals voorheen, maar het is niet langer gruwelijk en het heeft veel aan betekenis verloren”, zo getuigt Sven, een 45-jarige leerkracht over zijn Dunkelfeld-therapie op de site van de organisatie. 

“Nu ik me bewust ben van mijn verantwoordelijkheid, voel ik me zekerder in de omgang met jonge mensen en weet ik waar ik hulp kan vinden wanneer ik voel dat ik de controle verlies. Maar dat soort situaties deed zich ondertussen niet meer voor omdat mijn verlangen naar seks met jonge mensen erg is afgenomen door mijn nieuwe inzichten en overtuiging. Ik ben ook niet langer leraar”, aldus Sven. 

Christian, een 43-jarige ambtenaar concludeert: “Wanneer ik nu gefrustreerd raak, kan ik er zelf mee omgaan. Ik weet dat ik voor mijn daden verantwoordelijk ben en wanneer ik in een gevaarlijke situatie kom, stap ik ervan weg. Ik kan mezelf nu controleren. Het is nog één keer voorgevallen, in de sauna. Ik ben weggegaan. Nadien was ik trots op mezelf.”

Dunkelfeld toont ook dat de nood groot is. Honderden mensen contacteerden de organisatie vanuit onder andere Oostenrijk, Zwitserland en Groot-Brittannië. Een Brit die een reportage zag over het project, was zo wanhopig door de beperkte hulp in eigen land, dat hij naar Duitsland verhuisde om te kunnen worden geholpen.

Aanvankelijk werd het initiatief gefinancierd door de Volkswagenstichting, een van de grootste Duitse organisaties die fondsen verdeelt voor onderzoek (en die niets met de autofabrikant te maken heeft). Maar in 2008, na drie jaar al, nam de overheid het over. 

Sindsdien heeft het netwerk zo’n 1,4 miljoen euro van de staat ontvangen. Gröhe besloot dat nu op te krikken tot vijf miljoen euro per jaar. Als alles volgens zijn plan verloopt, zal de Dunkelfeld-therapie binnen vijf jaar bovendien door de Duitse ziekteverzekering worden gedekt. Ook dat leidt niet tot volkswoede. 

De VS zijn pionier in daderpreventie

In enkele andere landen zijn er eveneens gespecialiseerde organisaties die kindermisbruik willen voorkomen door potentiële daders aan te spreken, al zijn er grote verschillen in aanpak.

Pionier waren de ‘puriteinse’ VS met Stop It Now!, een platform dat “volwassenen wil helpen verantwoordelijkheid te nemen en kindermisbruik te voorkomen”. Opmerkelijk is dat deze organisatie, die online en via een telefoonlijn hulp en advies biedt, in 1992 is opgericht door een slachtoffer van incest: Fran Henry 
(lees ook het interview met Fran Henry in dit dossier).

Henry vond dat er een schrijnend gebrek aan preventie was en ging daders vragen: ‘Wat had jou kunnen stoppen?’

Stop It Now!-USA is nu vooral gericht op educatieve programma’s die kinderen weerbaar moeten maken en volwassenen moeten leren hoe misbruik ontstaat en hoe je erop kunt reageren.

Wie zich zorgen maakt om ‘de buurman’, een bepaalde patiënt of leerling, kan de hulplijn bellen. Ook de potentiële dader kan er terecht. Toch ligt de nadruk op de omgeving ‘beveiligen’.

Ondertussen zijn er ook in Scandinavische landen hulplijnen voor daderpreventie en is er een Brits-Ierse en Nederlandse versie van Stop It Now!. Die reiken de hand naar zowel daders als hun omgeving en krijgen telkens overheidssteun.

Daderpreventie werpt ook vruchten af in Nederland

Op de Nederlandse site zie je een filmpje van een anonieme man die zegt:

“Ik voel me aangetrokken tot kinderen. Ik heb daar niet voor gekozen. Ik doe niets seksueels met kinderen, daar ben ik tegen. Maar omdat ik met niemand over deze gevoelens kon praten, raakte ik steeds meer in de war. Gelukkig hoorde ik van de anonieme hulplijn Stop It Now!. Sindsdien heb ik grip op mijn gedachten en weet ik hoe ik verleidingen kan weerstaan. Ik vraag iedereen die met dezelfde gevoelens zit te bellen met Stop It Now!, want kindermisbruik mag niet bestaan.”

Stop It Now!-Nederland werd opgericht in 2012 en biedt gratis en anoniem telefonische begeleiding aan mensen die zich aangetrokken voelen tot minderjarigen, en aan hun omgeving. Ook hier gaat het vooral om het voorkomen van misbruik, niet om een volledige behandeling zoals in Duitsland. 

“We worden zo’n drie à vijf keer per dag gebeld”, zegt Jules Mulder, bezieler van de Nederlandse Stop It Now!.

De grootste groep zijn mannen die de politie aan de deur hadden en in paniek zijn. Ze hebben bijvoorbeeld kinderporno gedownload. Een andere groep ziet in dat ze verkeerd bezig zijn maar kwam nog niet in de problemen. 

De grootste groep bellers naar het Nederlandse preventieplatform Stop It Now! zijn mannen die de politie aan de deur hadden en in paniek zijn. Ze hebben bijvoorbeeld kinderporno gedownload. Beeld Eiko Ojala

“Ze zijn bang voor zichzelf. Dat ze bellen betekent dat ze fors twijfelen aan hun gedrag. Maar de meesten zijn dus wel al te ver gegaan. Dan zoeken wij met hen uit hoe ze het tij kunnen keren, eventueel met het oog op een behandeling”, zegt de forensisch psycholoog. 

De vraag om preventie kwam van de pedo- en efebofielen zelf. In 2010 werden onze noorderburen opgeschrikt door het nieuws over een zwemleraar die kinderen had misbruikt. 

Mulder: “Als je pedo- of efebofiel bent en je doet helemaal niets verkeerd, dan kun je nergens terecht, zo klaagden enkelen toen aan. Toen kwamen er vragen in de Kamer. Klopte het dat er niets was voor deze groep? Dat klopte.”

Mulder werkte toen bij het Forensisch Centrum De Waag en werd gevraagd om een Nederlandse versie van Stop It Now! op te richten. Vandaag krijgt de organisatie 70.000 euro subsidie per jaar, net genoeg om de werking te garanderen. 

Van bij het begin belden er ook jongemannen die net ontdekten dat pedo- of efebofilie hun seksuele voorkeur is. “Dat is een heel moeilijke fase. Je bent jong en valt op leeftijdsgenoten maar je wordt ouder en merkt dat je op jonge jongens of meisjes blijft vallen. Voor de meesten is dat erg angstaanjagend”, zegt Mulder.

Het aantal depressies en zelfmoorden bij die groep ligt dan ook hoog, zo geven therapeuten aan. In ons land vroeg een pedofiel drie jaar geleden zelfs om euthanasie. Dat verbaast Mulder niet. “Iedere pedofiel die ik in mijn loopbaan sprak, had ooit zelfmoordgedachten. Ze denken dat ze hoe dan ook slecht zijn.”

Bij de groep die niets verkeerds deed, proberen de hulpverleners vooral het isolement te doorbreken, zodat ze er met iemand over kunnen praten. 

Mulder: “De meesten hebben dezelfde normen en waarden en mogelijkheden om zich te bedwingen als u en ik. Je zult het maar hebben, gevoelens die je nooit mag uitleven. Als daar meer begrip voor komt, voelen deze mensen zich veiliger. We helpen hen zoeken naar een vertrouwenspersoon en proberen samen met hen hun identiteit te differentiëren. De kunst bestaat erin te kunnen zeggen: ‘Ik val op kinderen, maar verder ben ik goed in mijn job, hou ik van House of Cards en van klassieke muziek. We willen hun obsessie met hun seksuele geaardheid doorbreken.”

Nog een grote groep bellers zijn partners. Hen begeleidt Stop It Now! Nederland eveneens, onder andere met vijf keer per jaar een lotgenotengroep. 

Mulder: “Kindermisbruikers zijn geen zonderlingen. Het kan gewoon je man zijn. Wat moet je dan?”

Partners zijn doorslaggevend omdat misbruik dus meestal binnen het gezin plaatsvindt. Maar doorgaans zoeken ze pas hulp als er een probleem is waar ze niet meer naast kunnen kijken. “Velen zwijgen en dat is een grote moeilijkheid”, zegt Mulder. “Ze hebben te veel te verliezen, kunnen het demonische beeld dat ze van kindermisbruikers hebben niet koppelen aan hun man of weten niet hoe ze erover moeten praten.

“Wij leren hen dat. Partners die het hoofd koel houden en hun mond opendoen wanneer ze iets opmerken dat niet kan, kunnen voorkomen dat een situatie ontspoort. Maar dat is heel erg lastig. Zeker sinds Dutroux is er vooral hysterie. Men wil pedofielen dood en daardoor is preventie op ieder niveau moeilijker geworden.”

Vlaanderen komt met eigen hulplijn Stop It Now!

Maar nu komt er ook daderpreventie in ‘het land van Dutroux’. Deze maand start Stop It Now!-Vlaanderen voor laagdrempelige interventie. Het project wordt gesteund door minister van Volksgezondheid Jo Vandeurzen (CD&V) die de financiering van de werking en de campagne op zich neemt, het Fonds Gérald Futter, beheerd door de Koning Boudewijnstichting, dat de wetenschappelijke uitwerking en evaluatie financiert en Child Focus, Zorgnet-Icuro en het Steunpunt Algemeen Welzijnswerk, die eveneens in de stuurgroep zitten.

“We verwachten inderdaad ook negatieve reacties. De beerputten van het internet zullen opengaan”, zegt Huys. Het UFC waar hij werkt, trekt het nieuwe project samen met I.T.E.R., een centrum voor preventie, begeleiding en behandeling van seksueel grensoverschrijdend gedrag.

Tot nu worden in het UFC voornamelijk veroordeelde daders behandeld. “Maar we willen meer doen dan bijsturen wanneer het te laat is”, zegt Huys. “Een groot aantal patiënten die hier via justitie belanden, zegt: ‘Was ik hier maar eerder vrijwillig komen praten, dan had ik geen feiten gepleegd.’”

De laatste jaren merkt het UFC dat ook mensen die niet in aanraking kwamen met justitie vrijwillig of onder druk van de omgeving aankloppen. Vaak gaat het om kinderporno en zijn ze nog niet tegen de lamp gelopen.

“Wij bieden hen ook een behandeling, maar enkel een zeer klein aantal durft die stap te zetten, de drempel is nog altijd te hoog, terwijl het preventief veel zin heeft deze groep te begeleiden”, zegt Huys.

Nog een motivatie voor de Vlaamse hulplijn is dat wie wel hulp zoekt via bijvoorbeeld een privé-therapeut of dokter al te vaak het deksel op de neus krijgt. “Er is onder artsen en psychologen doorgaans weinig kennis over pedofilie en hoe ermee om te gaan. Soms vrezen zij ook dat ze problemen kunnen krijgen met zo’n patiënt”, zegt De Boeck. 

“Als iemand al de moed vindt hulp te zoeken en niet op gepaste wijze ondersteund of doorverwezen wordt, maar een afwijzende of beledigende reactie krijgt, worden de psychische worstelingen en dus het risico enkel groter.”

Voldoende redenen dus om een Vlaamse versie van Stop It Now! te lanceren. “Het project komt er in samenwerking met andere Europese landen en de bedoeling is om internationaal samen te werken en expertise uit te wisselen”, benadrukt minister van Volksgezondheid Vandeurzen, die 94.000 euro voor de lancering en startcampagne voorziet. 

Het Fonds Gérald Futter bij de Koning Boudewijnstichting doet daar jaarlijks 40.000 euro bovenop. Het Fonds richt zich op ‘mensen die gestigmatiseerd of uitgesloten worden of aangetast zijn in hun waardigheid, mensen die geen plek in de samenleving hebben en onzichtbaar lijden’.

“Omdat het om een quasi onzichtbare doelgroep van niet-plegers of potentiële plegers aan de rand van de samenleving gaat die vaak kampt met psychisch lijden en isolement, en omdat het project wetenschappelijk onderbouwd is, past het perfect bij het Fonds”, zeggen John Vanacker, voorzitter van het Bestuurscomité van het Fonds Gérald Futter en Tinne Vandensande, senior programmacoördinator van de Koning Boudewijnstichting.

Concreet komt er een website en een anonieme hulplijn die via een gerichte campagne zullen worden bekendgemaakt. 

De telefoontjes naar Stop It Now! zullen niet zichtbaar zijn op de telefoonrekening. “Dat is doorslaggevend”, zegt criminoloog Stijn De Hert, die samen met twee collega’s bij I.T.E.R. voor de begeleiding zal instaan. 

“Wie met een donker geheim zit, moet dat in alle vertrouwen kunnen vertellen. Het is dus zeker geen kliklijn en de anonimiteit en het beroepsgeheim zijn gegarandeerd. Enkel wanneer wij wel een naam hebben en we merken dat iemand in onmiddellijk gevaar verkeert, zijn we verplicht dat aan de politie te melden.”

Wanneer de kortdurende telefonische begeleiding niet volstaat, verwijst de hulplijn door naar gespecialiseerde behandelcentra die in iedere regio van ons land bestaan. 

De drie doelgroepen zijn mensen die worstelen met pedofiele gevoelens, hun omgeving en hulpverleners die met pedofilie of kindermisbruik geconfronteerd worden. “We verwachten oproepen van mensen die kinderporno kijken en ervan af willen, tot ongeruste partners of iemand die op de bus een erectie kreeg toen hij een kind zag en onthutst is”, zegt De Hert.

Een vast protocol is er niet, maar de hulpverleners zullen altijd enkele elementen in het oog houden. De Hert: “Hoezeer lijdt iemand of lijdt een ander? Hoe veilig is de situatie, ook al zegt de man dat hij zeker niet over de schreef zal gaan? Hoe geïsoleerd is hij? Ook zelfinzicht, zelfcontrole en acceptatie zijn thema’s die zullen terugkomen.”

Zoals in het buitenland verwachten de oprichters telefoontjes en mails van zowel pedofielen als niet-pedofielen. 

Huys: “Aan de telefoon worden de DSM-criteria niet overlopen. Natuurlijk lijkt het logisch dat een pedofiel die lijdt eerder zal bellen dan een kindermisbruiker die er niet onder lijdt. 

“Er zal altijd wel een ‘dark number’ zijn bij wie we niet aan preventie kunnen doen.”

Dat zegt ook Nils Verbeeck, psychiater bij het Forensisch Initiatief voor Deviante Seksualiteit (FIDES) van het Psychiatrisch Centrum Sint-Amandus, dat daders van seksueel geweld behandelt.

“Gerichte preventie is moeilijk omdat het meeste kindermisbruik incest is, doorgaans gepleegd door niet-pedofielen. Eigenlijk moet preventie zich op hen richten”, zegt Verbeeck. “Maar we weten dat die groep zeer lastig te bereiken is. Die zie je pas als ze tegen de lamp gelopen zijn. Ook psychopaten en mensen met een antisociale persoonlijkheid stellen grensoverschrijdend gedrag zonder dat ze zich slecht voelen en hulp zoeken.”

Dat neemt echter niet weg dat er vanuit preventief oogpunt nood is aan een hulplijn. “Wie pedofielen die worstelen met hun gevoelens helpt, voorkomt hoe dan ook slachtoffers, en Stop It Now! is ook een signaal naar de buitenwereld”, zegt De Boeck. “Het zal de groep niet-pedofiele potentiële misbruikers en hun om­geving zeker ook alert maken en aanspreken.”

Wim Huys (klinisch psycholoog): 'Mensen met pedofiele gevoelens moeten leren omgaan met het feit dat ze hun seksuele verlangens nooit kunnen realiseren.' Beeld Eiko Ojala

Hoe ziet een therapie eruit?

“De pedofiele voorkeur kunnen we niet veranderen”, zegt Goethals. “De windsterkte neemt af, maar de windrichting blijft dezelfde. De gevoelens blijven bestaan maar worden minder intens door de behandeling. De oorzaken kennen we niet. Het zal een combinatie van biologische, sociologische en psychologische factoren zijn. Wat we weten, is dat pedofielen het ervaren als een geaardheid. Het is een fixatie waar je onder lijdt.”

Een therapie start vaak eerst met uitrazen over hoe vijandig de buitenwereld is, zo ziet Mulder na jarenlange ervaring. In een tweede fase worden, zoals in alle gevallen van kindermisbruik, ‘probleemgebieden’ in kaart gebracht, zoals verslaving, een slechte relatie, conflictvermijding, angsten, gebrek aan een sociaal leven, onverwerkte trauma’s en denkfouten. 

Bij dat laatste gaat het om elementaire voorlichting. Typisch is namelijk dat een misbruiker zichzelf wijsmaakt dat zijn gedrag oké is. ‘Mijn vader deed dit toch ook met mijn zussen’ of ‘Mijn stiefdochter komt toch zelf op mijn schoot zitten?’, horen hulpverleners bijvoorbeeld. 

“Niet zelden zien de daders kinderen als seksuele wezens die wel toestemming geven tot seksuele handelingen. Ze interpreteren bepaald gedrag van de kinderen verkeerd, verzinnen smoesjes, maken zichzelf wijs dat het echte liefde is”, zegt Huys. “Wij counteren dat. Benadrukken waarom hun gedrag fout is en dat een kind nooit toestemming kan geven, ook al lijkt dat zo.

“Tegelijkertijd geven we de boodschap dat je daarom geen onmens bent. Mensen doen soms ‘verwerpelijke’ zaken, maar daarom zijn ze als persoon nog niet ‘verwerpelijk’. Dat je een mens bent die een waardevol leven kan leiden, daar staat of valt alles mee.”

Dan pas kunnen de therapeuten de aandacht verleggen van de pedofiele stoornis naar andere aspecten van het leven, die vaak karig zijn ontwikkeld. Het gaat erom een leven op te bouwen dat zinvol én risicobeperkend is.

Huys: “Ze moeten leren omgaan met het feit dat ze hun seksuele verlangens nooit kunnen realiseren. Sommigen kunnen wel een relatie met een volwassene aangaan, anderen blijven altijd alleen omdat ze exclusief op kinderen vallen. Maar je bent niet alleen je seksuele voorkeur. Bij wie zich meer richt op werk, vrienden en hobby’s verliest de fixatie op de gevoelens voor kinderen aan belang.”

Daarnaast is er cognitieve gedragstherapie om met risicosituaties te leren omgaan. “Kin­de­ren zijn overal, dus je moet jezelf trainen in grenzen stellen. Weggaan als je merkt dat je op­winding voelt, bijvoorbeeld”, aldus Huys. 

Soms kan ook medicatie helpen. In verhoogde dosis remmen klassieke ssri’s, een soort anti­depressiva, het libido af. Nog meer impact hebben anti-androgenen in pilvorm die het testosterongehalte naar een pre-pubertair niveau doen kelderen. Dan heb je geen erecties of lustgevoelens meer. Ook een inspuiting die je libido voor drie maanden stillegt, is een optie. 

Die aanpak is evenwel geen wonderoplossing. 

Zo zijn er soms bijwerkingen en bovendien worden de meeste kindermisbruikers niet alleen door seksuele impulsen gedreven maar bijvoorbeeld ook door een gebrek aan intimiteit, controleverlies of sadisme. Het zelfbeeld van een man aantasten door zijn seksualiteit weg te nemen riskeert ook woede op te wekken waardoor de situatie net gevaarlijker wordt.

Maar lang niet alle pedofielen hebben therapie nodig. Soms volstaat een vriend of familielid die ze in vertrouwen kunnen nemen of trekken ze zich op aan zelfhulpgroepen waar ze hun verhaal kunnen delen en tips uitwisselen. Situaties vermijden waar veel kinderen zijn, nooit fantaseren over een kind dat je kent en je altijd inbeelden dat de ouders van het kind bij je zijn als je met een kind alleen bent, zijn enkele van die adviezen. 

Huys: “Vroeger kwamen mensen soms echt samen in een zelfhulpgroep, maar dat ligt extreem gevoelig. Dankzij het internet kan het nu online en anoniem. Dat helpt duidelijk, alleen al omdat pedofielen die wel een betrekkelijk goed leven leiden dat aan anderen kunnen vertellen. Toch is meer nodig.”

De Boeck: “Als we nog slachtoffers willen voorkomen, is het tijd om de realiteit onder ogen te zien. Wij kunnen alleen maar hopen dat ons land daar ondertussen wel klaar voor is en dat de hulplijn een breed debat op gang brengt, ook op school. Jongeren die met dit soort gevoelens zitten, moeten kunnen horen dat ze niet alleen zijn. Het zou mooi zijn mochten we hen al zo jong kunnen opvangen.”

Worstel je met pedofiele gevoelens of maak je je zorgen over de gevoelens of het gedrag van iemand in je directe omgeving? Bel Stop It Now!, gratis, anoniem en vertrouwelijk op het nummer 0800/200 50
Of mail naar: vragen@stopitnow.be
Website: www.stopitnow.be

Beeld Eiko Ojala

Dit artikel maakt deel uit van het dossier 'Preventie seksueel kindermisbruik'. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden