Donderdag 23/01/2020

Suïcide

Wanneer je kind niet langer wil leven

Beeld Thinkstock

Een kind hebben dat aan zelfdoding denkt. Voor ouders is dat zwaar om dragen. Ze voelen zich schuldig, angstig, verdrietig. Een nieuwe onlinetool moet hen beter begeleiden

"Misschien gaat de angst ooit weg. Maar ik vrees er voor. Ik denk dat het is als voor een kankerpatiënt: ook al ben je al jaren genezen, de schrik om toch ooit een nieuw knobbeltje te ontdekken blijft." Zo omschrijft een moeder haar leven met een dochter die verschillende suïcidepogingen ondernam. Ook al is het meisje aan de beterhand, de schrik om haar alsnog te verliezen ebt maar niet weg. 

Voor heel wat ouders moet het een herkenbaar gevoel zijn. In Vlaanderen heeft 7,5 procent van de jongens en 10 procent van de meisjes tussen 12 en 24 jaar immers ooit een zelfdodingspoging ondernomen. "Aan deze doelgroep wordt behoorlijk veel aandacht besteed", stelde docent en onderzoeker Alexandre Reynders (Kenniscentrum Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen – Odisee) vast. Zowat alle wetenschappelijke literatuur en preventiecampagnes die hij natrok, focusten op de suïcidale jongeren zelf. "Maar voor hun ouders is er minder aandacht." 

Nochtans gaan die ouders erg gebukt onder de problemen van hun kind, zo stelde Reynders vast na er 26 geïnterviewd te hebben. "Een kind hebben dat aan zelfdoding denkt of een poging daartoe ondernam, heeft een enorme impact. Niet alleen emotioneel of psychisch, omdat ouders zich angstig, verdrietig of schuldig voelen. Ook zowat elk ander domein in hun leven wordt ernstig aangetast." 

Lees hier getuigenisssen van kinderen met suïcidegedachten en hun ouders: "Ik weet dat ik haar op een dag kwijt kan zijn. Daardoor durf ik ook de zwarte kant van het leven met haar bespreken." 

Problematisch

Reynders hoorde hoe ouders hun sociale contacten terugschroefden omdat ze zich schaamden of omdat ze hun kind niet alleen durfden laten. Sommigen gingen om die reden ook minder werken, wat dan weer een invloed had op hun financiën. De relatie met andere gezinsleden – broers, zussen of partners – stond eveneens onder druk. "Al deze factoren maakten deze ouders heel erg kwetsbaar. Toch bleken ze zelf minder snel geneigd om hulp te zoeken. Alle energie en middelen gingen naar het suïcidale kind." 

Begrijpelijk maar problematisch, vindt hij. "Ouders zijn een belangrijke bondgenoot in het herstelproces van hun kind. Het is belangrijk dat ze ook voor zichzelf blijven zorgen." Gebeurt dat niet, dan riskeren ze zelf allerlei fysieke en psychische klachten. "Die kunnen op hun beurt ook tot zelfdodingsgedachten leiden." Omdat niet alleen de ouders zelf maar ook de hulpverleners dat vaak vergeten, wordt vandaag een nieuwe site gelanceerd onder de noemer 'Help! Mijn kind denkt aan zelfmoord'. Die onlinetool, een project met financiering van de Vlaamse Overheid, biedt onder meer informatie over suïcide en het hulpverleningsaanbod aan moeders en vaders aan, maar ook oefeningen om met een kind in gesprek te gaan en getuigenissen van lotgenoten. 

Een goeie zaak, vindt kinderpsychiater Peter Emmery (UZ Leuven). In zijn praktijk ziet hij regelmatig ouders van kinderen met zelfmoordgedachten. "Het is het laatste wat een ouder wil horen, denk ik. Ouders reageren daar erg uiteenlopend op. De een wil dat zijn kind hier en nu geholpen moet worden, een andere denkt dat het een schreeuw om aandacht is. Feit is dat de boodschap an sich een heel brede lading kan dekken bij jongeren. Er kan van alles achter zitten."

Om dat te achterhalen, is het belangrijk dat er open over wordt gesproken. "Actief luisteren, bevragen, steunen… Daar kunnen ouders een belangrijke rol in spelen", zegt Emmery. "Vooral omdat we weten dat praten een beschermende factor is."

Een ouder moet niet bang zijn om letterlijk naar zelfdodingsplannen en gedachten te polsen, zegt Reynders. "Mensen denken vaak dat ze iemand zo op ideeën brengen, maar daarvoor is geen enkel bewijs."

Volwassen

Reynders merkte ook op hoe moeilijk ouders het vinden om hun depressieve zoon of dochter af te grenzen. "Ze durven hen bijvoorbeeld maar moeilijk een avondje uit te verbieden of nog maar eens te vragen rommel op te ruimen, uit angst voor de reactie. Ze willen geen risico's nemen." Alles toelaten heeft evenwel geen zin. Integendeel: het ondermijnt volgens Reynders je ouderlijke rol. Hij raadt ouders aan om manieren te zoeken om toch aan te geven wat kan en niet kan. "Daar bestaan bepaalde communicatietechnieken voor, die onder meer op de site zullen staan."

Eveneens problematisch is volgens experts de dag waarop een suïcidaal kind achttien wordt. Op dat moment worden veel ouders nog minder betrokken door de hulpverlening. Als meerderjarige beland je dan immers in een ander zorgtraject. Een waarin ouders niet meer automatisch ingelicht worden. "Dat traject strookt niet met de realiteit. Veel twintigjarigen wonen immers nog thuis en de zorg en verantwoordelijkheid van ouders is dan vaak nog dezelfde", zegt Reynders. 

Emmery beaamt. "Eigenlijk is het onzinnig dat je de ene dag nog samen met je ouders op consultatie komt en dat je na je achttiende verjaardag zogezegd je plan moet trekken. Als ik een jongere lang heb behandeld, dan volg ik die ook nog na zijn achttiende. En ik probeer ook nog, met hun goedkeuring natuurlijk, de ouders te betrekken. Maar ik merk dat dit bij een verwijzing naar de volwassenenpsychiatrie soms moeizaam loopt. Nochtans bieden ouders, en de omgeving in het algemeen, een enorme rijkdom als het gaat over suïcidaliteit. Qua ondersteuning zijn zij een beschermende factor."

De nieuwe website is te bereiken op zelfmoord1813.be/ouders. Wie vragen heeft rond zelfdoding kan terecht op de Zelfmoordlijn via het gratis nummer 1813 of op zelfmoord1813.be

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234