Maandag 09/12/2019

Wanneer je als journalist plots verslag uitbrengt over je eigen ramp

Clifford Krauss is verslaggever bij The New York Times. Hij woont in Houston.

Ik heb als journalist vijf oorlogen op twee continenten verslagen, en toch was ik totaal verrast toen het grote verhaal ineens dat van mij en mijn gezin werd.

Terwijl ik dit schrijf, loopt het huis waarvoor ik mijn hele leven gespaard heb vol met water. Mijn vrouw, mijn twaalfjarige dochter Emilie en ik zijn naar de tweede verdieping gevlucht met wat waardevolle spullen, voedsel, water, en natuurlijk ook onze drie jaar oude hond, Sweetie, die wild aan het blaffen is van de schrik. Het is nog maar een kwestie van tijd voor onze piano eraan gaat. Een van onze auto's staat onder water, de andere staat geblokkeerd in de garage, dus het ziet ernaar uit dat we hier nog wel een tijdje zullen zitten.

Waar zouden we ook naartoe rijden?

Mijn dochter heeft net het bericht op haar telefoon gekregen dat we moeten schuilen voor een mogelijke tornado. We zijn klaar om in een ingebouwde kast te kruipen.

Ik denk dat er momenteel geen gevaar dreigt. We zijn kalm en putten moed uit de kranigheid van de buren.

Wij zijn bij de gelukkigen. Toen ik vanochtend door het raam keek, zag ik de plaatselijke brandweer zwangere vrouwen en mensen die vastzaten in hun huis ontzetten. Onze rustige Mildred Street is een kolkende rivier. De medische hulpteams gebruiken kajaks om mensen naar hun trucks te brengen. Ik hoor in de verte auto's claxonneren, wat een griezelig accent geeft aan de striemende regen die op de ramen bonkt.

Bellaire

Ik woon in een compact bakstenen huis met twee verdiepingen in een bladerrijke wijk genaamd Bellaire. Veel mensen hier werken in het nabijgelegen Houston Medical Center. Het is een buurt met heerlijke parken, waar de bewoners vaak kleine kinderen en een hond hebben, en de hond het bindmiddel is waardoor mensen met elkaar praten en elkaar leren kennen. Er is hier ook een actief e-mailplatform, waar je normaal gezien gebruik van maakt om een pianoleraar of tuinman te vinden. Vandaag staat het vol steunberichten en onheilstijdingen.

De meeste mensen houden zich sterk. Anderen zijn radeloos, vooral mensen met jonge kinderen. Er zijn er ook die dringend om kano's vragen om hun huis uit geraken of anderen te helpen dat te doen.

De berichten geven vooral aan dat we een poosje niet meer hetzelfde leven zullen leiden. Waarschijnlijk een hele poos.

Vroeg vanochtend belde ik met een vriendin. Ik was verbaasd hoe moedig ze was toen ze uitlegde dat zij, haar dochter en haar hond naar de tweede verdieping gegaan waren toen het water binnen begon te stromen. "Ik kan niets doen. Ik ben boven", zei ze. "Ik ga ervan uit dat het water nog wel een tijdje zal blijven binnenstromen. We hebben voedsel en water boven. We kunnen nergens naartoe."

Ik vond het een verontrustend gesprek, maar vijftien minuten later zaten wij in exact dezelfde situatie. Er staat 15 centimeter water in ons huis, buiten minstens 30.

Toen de eerste paniek weg was, vermanden we ons en zetten we ons aan het werk. Paolo bakte al ons vlees. Anders zou het toch maar bederven, en vroeg of laat gaan we honger krijgen. Emilie en ik vulden vuilniszakken met cd's met klassieke muziek en jazz. Ik pakte een mooie antieke lamp in die ik erfde van mijn vader. Emilie griste een paar flessen wijn, vermout en gin mee, wetende dat ik mettertijd dorstig zou worden naar meer dan water en fruitsap alleen. We lachten wat af en gingen in overlevingsmodus. Dit is een karaktervormende ervaring voor haar, en ik moet kalm blijven en het goede vaderlijke voorbeeld geven.

Zonet is de elektriciteit uitgevallen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234