Maandag 25/10/2021

Walvisslachter IJsland zet de traditie voort

De walvisslagers in IJsland hebben er zin in. Ze gingen dinsdag aan de slag met de tweede walvis die het land heeft gevangen sinds de jacht is hervat. 'Het is onze traditie.'

door Michael Persson, de Volkskrant

HVALFJÖRDUR l De walvisvaart op IJsland wordt geen kwestie van drijvende fabrieken, waar de beesten aan de ene kant met hun 80 ton ingaan en aan de andere kant in blikjes uit komen. Het zal kleinschalig blijven.

Twee uur voordat ze met grof geweld een verse walvis aan stukken hakken, snijden de slachters keurig met mes en vork een stukje gerookt lamsvlees doormidden. Ze hebben beleefd hun schoenen uitgetrokken en lopen op kousenvoeten door de lunchzaal van hotel Grymur, aan de Walvisfjord op IJsland. Wanneer ze praten, praten ze zachtjes. Ze dragen geen baarden maar brillen, en drinken water in plaats van bier. Voor walvisslagers en afstammelingen van Vikingen zien ze er teleurstellend beschaafd uit.

Af en toe kijken ze door het raam naar de horizon, waar elk moment de Hvalur 9 (Walvisjager 9) kan opdoemen. Om halfdrie moet het schip aanmeren aan de steiger van het walvisstation aan het einde van de fjord.

Deze dinsdagmiddag gaan de mannen de tweede walvis villen die IJsland heeft gevangen, sinds de hervatting van de jacht vorige week, internationale protesten of niet.

Zondag zaten de mannen hier ook. Toen bracht de Hvalur 9 voor het eerst sinds 1989 weer een walvis naar de Walvisfjord, een 40 kilometer diepe inham 50 kilometer ten noorden van Reykjavik. Voor het eerst in bijna twintig jaar was er weer iets te doen op het oude walvisstation, dat nog stamt uit de eerste helft van de vorige eeuw.

De meeste slachters ook. Het zijn mannen met dunner wordend grijs haar, verwaaid in de poolwind. Nu mogen ze weer laten zien hoe het moet. Er zitten een paar jongens om hen heen, de leerlingen. "Het is een traditie die ik moet voortzetten", zegt Snorri Engilbertsson, een twintiger. "Mijn vader heeft nog gevochten voor de walvisvangst. Het hoort bij IJsland."

Dan verschijnt in de verte een vlekje op de spiegeling van de baai. De mannen staan op en stappen in hun terreinwagens. Ze hebben er zin in.

De Hvalur 9 is een stoomboot. Een klassiek scheepje, met een opbouw in het midden, een hoge boeg en een dot roet uit de schoorsteen. Een Sinterklaasboot. Maar dan eentje met een harpoen op de voorplecht. Het scheepje helt zwaar naar stuurboord, en dat komt niet door de wind. Hier hangt iets aan de reling dat bijna even zwaar lijkt als de kotter zelf.

Deze vissers zijn een etmaal op de oceaan geweest en hebben een vinvis van een meter of twintig geharpoeneerd. Vanavond vertrekken ze opnieuw, dit seizoen willen ze er negen vangen.

Om kwart voor drie meert de Hvalur 9 af aan de houten pier. Er staan honderden eilandbewoners naast de glijbaan waarlangs de vinvis straks omhoog moet.

'Hé, Moby Dick!', roept een toeschouwer. Op het dek balt een grijze matroos zijn vuisten. De kapitein laat zich gewillig fotograferen door de vele tientallen camera's.

Op de foto's die de afgelopen dagen de wereld rondgingen, leek het alsof een heel vissersdorp was uitgelopen om de terugkeer van hun dagelijks brood te begroeten. Maar er is hier helemaal geen dorp, de krakkemikkige huisjes en loodsen zijn allemaal onderdeel van het walvisstation. De toeschouwers zijn gewoon in hun jeeps uit Reykjavik gekomen voor een staaltje van IJslands Glorie.

"Het is een soort patriottisme", bekent Trir Gudmundsson, die vanaf de slachtvloer boven aan de glijbaan staat toe te kijken hoe de walvis met een lier naar de kant wordt getrokken. "We laten de buitenwereld zien: dit is IJsland. Met ons valt niet te sollen." Hij schat dat driekwart van de bevolking voor de walvisvangst is.

Boven aan de glijbaan staan twee wetenschappers in oranje overalls te wachten; zij nemen monsters van de vetlaag. Op zoek naar veranderingen in het walvisbestaan, sinds 1989. Hoeveel zware metalen, hoeveel chloorverbindingen? In zwarte pakken, soms met bivakmutsen, drentelen de slagers ongeduldig rond het lijk, met hun snijgerei als ijshockeysticks in de hand. Ze willen zo graag.

Als ze eindelijk de vetlaag mogen afstropen, balancerend in de blubber, is het grootste deel van het publiek al verdwenen. De primadonna's dansen in een soort gesmolten schuimmassa. Straks worden de brokken vlees op de barbari, een enorme snijplank, in stukken gesneden, waarna ze via een stortkoker verdwijnen in kratten die vervolgens met een vrachtwagen naar het plaatsje Akranes worden gereden.

Daar worden ze in de plaatselijke visfabriek ingeblikt. Waar de reis daarna heenvoert, weet niemand.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234