Donderdag 29/10/2020

Walter Pauli: Spurters: met de helm geboren

Mark Renshaw is uit de tour gezet na een reeks kopstoten tijdens de sprint.Beeld UNKNOWN

Derde sprintzege voor Cavendish, maar de winnaar was in grote rouw. Zijn vriend en onovertroffen gangmaker Mark Renshaw werd na een tumultueuze sprint, met drié kopstoten van Renshaw aan Julian Dean, uit de koers gezet. Toen 'Cav' verhaal wou halen bij Jean-François Pescheux, gebruikte de corpulente koersdirecteur eerst zijn duidelijkste lichaamstaal (hij imiteerde met zijn imposante tronie de kopstoten) en dan zijn beste Engels: 'No! No! No!' Vertaal: geen gezeik, kopstoten horen niet in de Tour. En dus Renshaw ook niet.

"It is always 'us people' they are looking for." Mark Cavendish was tegelijk boos, wanhopig, verongelijkt, pruilend, uitleggend en solidair met zijn vriend. Maar zelfs een dertienvoudige ritwinnaar bijgelovigen zullen in dit getal natuurlijk een bewijs zien kan niet op tegen 'Communiqué 13.2 du jury des commissaires': "Après visionnage des images du sprint d'arrivée par le jury des commissaires, le coureur RENSHAW Mark, équipe HTC-Columbia, est mis hors compétition pour cas particulièrement grave.' ('Na onderzoek van de de beelden van de sprint door de jury van commissarissen, is de renner RENSHAW Mark, ploeg HTC-Columbia, uit de wedstrijd gezet om bijzonder zwaarwichtige redenen.')

Case closed, ondanks protest van Cavendish. Renshaw kreeg nog een boete van 200 Zwitserse franks. Geen vol kwartier voor de uitsluiting toen ze bij Columbia nog leken te denken aan een boete of zo, of terugzetting van Renshaw in de uitslag sprak ploegleider Rolf Aldag de pers toe: "We zijn al vaker geconfronteerd met een beslissing van de jury. Soms is die juist, soms fout. Soms is die fair of wijs, soms helemaal niet, soms dom of onrechtvaardig. Maar: wat wij ook vinden van de beslissing van de jury, wij hebben die altijd aanvaard en zullen dat ook doen."

Het is Columbia ten voeten uit: een zakelijke, intelligente uitleg, welbespraakt gebracht door mensen die daarvoor betaald worden, zeker in crisismomenten. Mark Renshaw mocht aan de aankomst wat commentaar geven ("Ik gebruikte trucjes van de piste. Ik werd belaagd en had dus het recht mij te verweren"), maar aan de ploegbus werd de communicatie verzorgd door de ploegleiding, niet door de renners. Maxime Monfort: "Ik weet van niets", met een glimlach van hier tot ginder. Even later Mark Renshaw zelf: zonder één woord te zeggen het trapje op, de bus in. Waarna tot buiten het triomfantelijke gebrul te horen was, the boys vrolijk onder elkaar. Well done Mark, en laat die reglementzuigers maar zagen. Helaas, nog geen vijf minuten later ging het eerst van mond tot mond, en werd het daarna officieel: Mark Renshaw is uitgesloten. Zelden zal het doorslikken van een verdict in het kamp-Cavendish zo bitter gesmaakt hebben als gisteren.

Om het dispuut te begrijpen, eerst de feiten.

Op 450 meter lanceert Bernhard Eisel zijn maat Mark Renshaw. Tegelijk komt Julian Dean ernaast, die wijkt (licht) af van zijn lijn, en zet (fors) zijn schouder. Renshaw voelt zich naar eigen zeggen bedreigd. Geeft een kopstoot. En nog een. En nog eentje. Voor dat opzichtig maneuver krijgt hij de steun van zijn ploegleiding. Aldag: "Dean dringt Renshaw naar links, de dranghekken in. Renshaw voelde zijn leven bedreigd en heeft zich verdedigd. Hij had twee keuzes: zijn handen gebruiken om Dean af te duwen, of zijn hoofd. Met 65 kilometer per uur verkies ik dat hij zijn handen aan zijn stuur houdt en zijn hoofd gebruikt." Als was het een verstandige beslissing. Aldag: "Ik herhaal: Renshaw zou niets gedaan hebben als er niet eerst het maneuver van Dean was. Daar ligt de oorzaak: wij werden unfair aangevallen en hebben ons vervolgens gewoon verdedigd."

'Hij kan niet in lucht opgaan, hè'
Dat is niet de visie van de Inter- nationale Jury. Jurylid Luc Geysen: "Wie tot vier keer toe een kopstoot uitdeelt, hoort hier niet thuis in een sportief evenement. Renshaw werd niet geprovoceerd. Julian Dean deed zijn ding en Renshaw geraakte er niet voorbij. Dus: uitsluiting en een boete. We hebben er niet eens over gediscussieerd."

Op 350 meter is er door het gekopstoot van Renshaw vs. Dean een opening langs links gekomen (in plaats van naar links gingen de kemphanen dus naar rechts). Cavendish duikt erin. Farrar wil mee, in het wiel van 'Cav', maar daar is Mark Renshaw weer. Hij 'doet de deur dicht'. Farrar licht één hand van zijn stuur en houdt zich zo tegen Renshaws zij in evenwicht. Aldag: "Een renner die de sprint aantrekt, kan als hij zijn job heeft gedaan niet in de lucht opgaan, hé. Hij is er en moet ergens naartoe. Frédéric Moncassin heeft me in de Dauphiné ooit een gebroken neus geslagen omdat ik me rechtzette nadat ik onze sprinter Lombardi had gelanceerd. Maar na elf keer de tv-beelden bekeken te hebben, zag iedereen dat ik niets verkeerd had gedaan. Dat is nu ook zo met Renshaw."

Jean-François Pescheux: "Van die uitleg klopt niets. Renshaw laat Cavendish door en doet daarna de deur dicht, waarna hij iedereen naar links dwingt, dus de balustrade in. Ook dat kan niet."

En zeggen dat de rit tot de laatste rechte lijn zo voorspoedig verlopen was. Tot voorbij het rode vod van de laatste kilometer viel de elfde rit in de Tour de France in één zin samen te vatten: een saaie rit voor het publiek, een perfecte etappe voor de sprinters. Na de doortocht van de Alpen ging het van Sisteron naar Bourg-les-Valence: een rit naar het noorden door de Rhônevallei, een vlakke rit in dalende lijn, een rit om het vermoeide peloton wat rust te gunnen, een etappe waarvan je voor de start rustig enkele duizenden euro's had kunnen inzetten op de vraag: wordt het een massasprint ja of neen? De bookmakers wagen zich natuurlijk niet aan zo'n gok, maar misschien hadden ze toch een schijntje kunnen verdienen als ze langsgegaan waren bij Cofidis, La Française des Jeux en Fotoon, drie ploegen waarvan toch een renner in de aanval ging: José Benitez (Fotoon), Stéphane Augé (Cofidis) en Anthony Geslin (Française des Jeux). De drie bleven ongeveer de hele rit op minder dan twee minuten hangen, en maar rijden rijden rijden. Tot groot genoegen van de ploegen van de sprinters, die geen trap te veel moesten doen om de drie in het vizier te houden, en niet eenmaal één andere renner tot de orde moesten roepen of een tegenaanval neutraliseren. Na de aankomst toen hij nog geen wetenschap had van de draagwijdte van de incidentrijke sprint was de Oostenrijker Bernhard Eisel, 'nummer drie' in de trein van Mark Cavendish, één en al lof voor de vluchters: "Met grote dank aan die Fransen. Zo mogen ze elke dag rijden! Ze maakten het werk wel érg gemakkelijk."

Maar toen Eisel zijn uitleg gaf, was De Sprint al verlopen. Die gebeurt, sinds Mark Cavendish terug 'tot de levenden' behoort, volgens hetzelfde stramien. Er zijn een aantal ploegen die een 'trein' vormen voor hun sprinter: een aantal ploegmaats in een (vast) rijtje: om de sprinter naar voren te loodsen, hem daar te houden, en om hem zo ideaal mogelijk te gangmaken en af te zetten. Twee ploegen werken met een klassieke trein: de ploeg van Mark Cavendish, dus Columbia (officieel heet het team HTC-Columbia, maar de naam zou mogen veranderen in HST-Columbia, zo'n hoge snelheid houdt die trein aan), alsook Garmin, de ploeg van de gehandicapte Tyler Farrar. Ploegen als Lampre (Petacchi), Garmin (Hushovd), Katusha (McEwen) of, als ze meedoen, Rabobank (Freire) werken intuïtiever: ze brengen hun sprinter naar voor en die zet zich dan in het wiel van een trein, of ze desorganiseren zelf de trein van een ander Danilo Hondo (Lampre) toonde dat kunstje in de rit Cambrai-Reims, waar Petacchi op die manier Cavendish ringeloorde.

Bloedbroeder
Cruciaal in die trein is de voorlaatste man. Voor Mark Cavendish is dat zijn bloedbroeder Mark Renshaw, een bijna 28-jarige Australiër. Bij Garmin is dat Julian Dean, een 35-jarige Nieuw-Zeelander. Misschien dat hun nationaliteit enige relevantie heeft: het aantrekken van sprints is een van de 'dirty jobs' in het peloton. Elke ploeg is op zoek naar zo'n ruige rouwdouwers, mannen met een helm op het hoofd en eelt op hun ziel. Want zeker, sprinten is gevaarlijk. En toch gebeuren er weinig ongelukken, zelfs niet als Tom Steels in volle sprint met een drinkbus gooit, zoals in Marennes in 1997 waarvoor hij terecht werd uitgesloten. Sprinters zijn met de helm geboren ze hebben haast van nature het geluk aan hun kant. En dus wagen ze oneindig meer dan u of ik. Uit ervaring weten ze dat ze het wel overleven.

Tegelijk zijn moderne sprinters echte vedetten (geworden), met alles wat daar vandaag bij hoort: ze moeten weliswaar snel en explosief zijn, maar liefst ook clean en sportief en welgebekt, misschien niet sexy maar toch sympathiek en fotogeniek sprinters worden immers geacht het podium te halen. Dus moet het vuile werk vandaag opgeknapt worden door de krachtigste knecht, een persoonlijke lijfwacht die zich met gevaar op eigen leven naar voren vecht en daar De Sprinter in ideale omstandigheden lanceert. Idealiter is de moderne sprinter De Schone, de voorlaatste man Het Beest.

Een Oezbeekse worstelaar
Er valt wat voor te zeggen dat de foeilelijke en bijzonder smerig sprintende Oezbeek Djamolidine Abdoesjaparov de laatste sprinter van de vorige eeuw was, van de uitgestorven generatie: de mannen die zichzelf een weg banen voor, naast, en als het moest over en door alle concurrenten heen. Abdoesjaparov was de laatste sprinter die niet alleen respect afdwong, maar vooral angst opwekte: hij duwde en kwakte en stootte tot hij won. En hij won ritten en puntenklassement in Tour, Giro en Vuelta. Abdoesjaparov combineerde het lijf van een Oezbeekse worstelaar met de gebroken neus van een bokser. Geen statige, atletische bokser zoals Joe Louis, Mohammed Ali of Sugar Ray Leonard, maar een potige handlanger van Al Capone of een Oost-Europese uitbater van cabardouzes.

Abdoe was de laatste topper van die school (Robbie McEwen misschien uitgezonderd), maar niet de enige. De Italiaan Marino Basso, een sprinter uit de jaren zeventig die in 1972 zelfs wereldkampioen werd. Basso klopte in de sprint van het WK Gap 1972 onder meer Cyrille Guimard ook een man met boksersneus en Eddy Merckx. In zijn indrukwekkende zwart-witte Scic-trui terroriseerde hij menige sprint in de Giro. Het was een tijd dat de valhelm nog lang niet verplicht was. Af en toe liet Basso zich dan ostentatief uitzakken tot bij de volgwagen, om opzichtig mét valhelm (toen nog zo'n riempjesmodel) op vooraan in het peloton terug plaats te vatten. De concurrentie wist dan: vandaag gaat Basso als het moet over lijken. Als antwoord op deze fysieke intimidatie, kwam er 'de aantrekker': een kolossale man met snelle benen die de echte sprinter moest lanceren. Roger De Vlaeminck bediende zich van een reus genaamd Ercole Gualazzini de voornaam (Italiaans voor Hercules) verraadt al hoe gigantisch die kerel als pasgeboren baby moet geweest zijn en Freddy Maertens had in zijn glorieperiode Marc Demeyer. Demeyer hield ervan te poseren terwijl hij Flandriaploegmaats Freddy Maertens en Michel Pollentier tegelijk omhoog stak: een vrolijke variant van Jerom op de achterflap van de Suske en Wiske-albums. Zij moesten hun kopman naar voren brengen, de sprint lanceren en terugduwen als Basso zijn ellebogen, lijf, kont, hoofd, vuisten en tanden gebruikte in plaats van alleen zijn benen.

In die zin is de hele 'trein' van de sprinter dus een evolutie-verhaal: het begon bij de aantrekker, de 'nummer twee', en het keert daar uiteindelijk ook naar terug: zonder die essentiële functie van voorlaatste man is de trein niet meer dan een tram. De Columbia-trein staat afgesteld op Renshaw, en Renshaw lanceert dan Cavendish. Dat is zo met super-korte treinen, zoals Gert Steegmans, voorlaatste man, die in de Tour van 2006 in Saint-Quentin Robbie McEwen zo spectaculair lanceerde dat de Lotto-sprinter in de laatste honderd meter leek te ontsnappen uit het peloton, in plaats van gewoon de sprint te winnen. En hoe Renshaw vorig jaar op de Champs Elysées eerst zichzelf en dan, in tweetrapsraket, Mark Cavendish lanceerde, zo majestatisch, zo autoritair, zo onwerelds: dat beeld geldt sindsdien als een van de meest klassieke eindsprints uit de Tourgeschiedenis: de waardigste afsluiter van de Ronde van Frankrijk waarvan de Champs Elysées tot nu toe getuige mocht zijn. Dat was vorig jaar. Dit jaar is er geen Parijs voor Mark Renshaw. En zit Mark Cavendish, ondanks zijn drie ritoverwinningen, met een probleem.

Hushovd is groen kwijt
Maar had de jury wel een andere keuze dan uitsluiting? Veel renners vrezen dat de grens van wat (niet) kan echt wel is bereikt. Thor Hushovd, nochtans een Noor van stevig gabarit: "Er gebeurden beangstigende zaken in de sprint. Ik had echt schrik om me voluit in dat gevecht te mengen." Met slechte afloop trouwens, want Hushovd is zijn groene trui, die een paar ritten terug nog bijna zeker rond zijn lijf zat, met een paar punten kwijt aan Alessandro Petacchi. Tyler Farrar: "Het was zo gevaarlijk om te sprinten." Maar klacht wordt niet ingediend: "Dat doen we niet: Mark Cavendish zelf spurtte wel correct."

"Een sprint is geen kindergarten", schokschouderde Columbiasportdirecteur Rolf Aldag na de aankomst. "De tandem Renshaw-Cavendish is onklopbaar. Blijkbaar stoort dat. We vinden de jury-beslissing dus niet juist, zeker omdat Julian Dean helemaal vrijuit ging en geen straf krijgt."

Pescheux: "Team Columbia moet eens leren dat ook andere teams recht hebben om te sprinten. De weg is breed genoeg voor iedereen. Voor mij is de beslissing tot schorsing excellent. Rien à dire."

En de autocar van Columbia vertrok. Deuren dicht, renners stil. Niets meer te zeggen. Tenzij straks in Bordeaux of Parijs, of wie weet nog eerder, als er een antwoord komt van Mark Cavendish himself. Met de benen.

Beeld UNKNOWN
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234