Maandag 21/06/2021

walter pauli praat met Frank Vandenbroucke over goed onderwijs in tijden van krappe begrotingen

'Effici�ntie van vervangingspool moet omhoog, het mechanisme moet men reserveren voor domeinen waar er nog noden zijn''Ik denk dat er veel stress in het onderwijs veroorzaakt wordt door overdreven regelneverij'

'Stielkennis leerkrachten verdient meer respect'

'Crisissen zijn uitdagingen', ooit was het de titel van een boek van André Leysen, vandaag zou het de lijfspreuk kunnen zijn van Frank Vandenbroucke, de socialistische vice-minister-president in de Vlaamse regering, tevens minister van Onderwijs en Werk. Goed, de Vlaamse regering heeft de voorbije periode moeten besparen, ook in onderwijs. Maar Vandenbroucke maakt zich sterk dat de veelbesproken 'vervangingspool', indien op kleinere schaal georganiseerd dan nu, zelfs 'doelmatiger' kan werken, en dus beter. En de talloze inspecties van de scholen, of het papierverkeer tussen de scholen en het departement: wie daarop verstandig bespaart, krijgt misschien wel beter onderwijs.

Hoewel de federale begroting vandaag alle aandacht krijgt, is de budgettaire operatie die de Vlaamse regering doorvoerde evenmin te onderschatten. Vice-minister-president Frank Vandenbroucke (SP.A) spreekt van een "zeer zware besparingsoperatie' waarin bijwijlen zelfs duchtig "gesabeld" werd. "Enkele dagen geleden waren wij nog geconfronteerd met een kloof van 340 miljoen euro tussen de doelstellingen die we wilden bereiken en de cijfers die voorlagen. Toch is het ons gelukt." Alleen gebeurde dat "zeer evenwichtig", en met de nodige ernst.

En dat hoort zo, legt Vandenbroucke uit: "In deze begroting merkte je toch een stijlbreuk. Als het de buitenwereld misschien niet opvalt hoe groot onze besparing is, komt dat omdat we bijvoorbeeld geschrapt hebben in een aantal nieuwe initiatieven die nog uitgevoerd moesten worden. Zo heeft het Vlaams Parlement wel decreten zoals die op de seniorenparticipatie en op lokaal sociaal beleid gestemd, maar voor de uitvoering daarvan kunnen we nu echt geen geld beschikbaar maken. Dat ligt anders voor de gehandicaptensector. Ook daar is de stijging van de uitgaven een vrij nieuw fenomeen, maar dat is niet te wijten aan onzorgvuldig beheer. Dat komt door een nieuwe dynamiek die nu eenmaal op gang gekomen is en waar we onze verantwoordelijkheid moeten opnemen."

En dat zal zo blijven. Deze begroting heeft de toon gezet voor wat moet volgen: "Een minister die nog initiatieven wil nemen, zal voortaan eerst op zijn eigen departement moeten zien dat er geld voor is. Eerst zelf je huiswerk maken, en er pas dan mee naar de regering komen."

Ook Vandenbroucke heeft moeten besparen op onderwijs, al voegt hij er meteen zelf aan toe dat de andere ministers het hem niet moeilijk gemaakt hebben. "Gelukkig toonden mijn collega's veel begrip voor onderwijs. Van de echte, structurele besparingen wordt een tiende gedragen door onderwijs, terwijl ongeveer de helft van het totale Vlaamse budget naar onderwijs gaat."

Maar ook onderwijs heeft moeten inleveren, al beklemtoont Vandenbroucke dat daarom niet elke recente innovatie wordt teruggeschroefd. "Het is niet omdat er geen geld is voor alles, dat ik een aantal engagementen niet zou nakomen. De CAO inzake fietsvergoeding voor leerkrachten is bijvoorbeeld een zeer groot succes. Alleen kost die dubbel zoveel als oorspronkelijk begroot. Daarom krijg ik steeds meer klachten van scholen die niet worden terugbetaald door het ministerie van Onderwijs. Dat willen we tegen 2005 in orde brengen.

"De helft van de 23,5 miljoen euro besparingen in onderwijs bestaat uit een verzameling van kleine initiatieven en projecten die zich vooral situeren binnen het departement onderwijs. Veel van die projecten zijn op zich waardevol, maar je moet ergens beslissen. De scholen merken er weinig van. De andere helft bestaat vooral uit 'bevriezingen van uitgaven'. In het secundair onderwijs is er een belangrijke aangroei van het aantal leerlingen. Toch voeren we in het schooljaar 2005-2006 een globale bevriezing door van het totale lesurenpakket. Gedurende één jaar wordt geen rekening gehouden met de aangroei van het aantal leerlingen. Dat is geen dramatische besparing, er vallen alleen een paar bijkomende lesuren weg. Omdat ik in de toekomst een en ander wil veranderen in het volwassenenonderwijs, wil ik dit ene overgangsjaar het aantal lesuren bevriezen, hoewel ik weet dat het aantal cursisten zal stijgen."

Het is niet alleen in het volwassenenonderwijs dat Frank Vandenbroucke op een grondige reorganisatie mikt. Ook met de veelbesproken 'vervangingspool' wil hij een andere koers varen. Het moet straks anders en beter - en vooral "veel doelmatiger" - ook al omdat de omstandigheden vandaag anders zijn dan toen Marleen Vanderpoorten met die pool begon. Vandenbroucke: "De vervangingspool is opgezet om mensen beter te kunnen inzetten bij vervangingen. Je neemt ze in het onderwijs op, wijst ze aan een ankerschool toe, betaalt ze een volwaardig inkomen en hoopt vooral dat ze zoveel mogelijk vervangingen doen. Toen het systeem begon, had men gehoopt dat de leerkrachten uit de pool 80 à 90 procent van hun tijd effectief zouden besteden aan vervangingen. Dat blijkt nu maar 61 procent te zijn. De inzettingsgraad van de mensen in de pool is dus te laag, de efficiëntie van dat systeem moet omhoog."

Hoewel Vandenbroucke nog werkt aan zijn concrete hervorming, staan de krijtlijnen wel vast. "In het begin was de vervangingspool een antwoord op de schaarste aan leerkrachten. Mensen die in het onderwijs waren beland, wilde men zo vasthouden en vermijden dat ze een ander beroep zouden zoeken. Vandaag is de schaarste aan leerkrachten al iets minder, heb je hier en daar alweer een beetje overschot. Ik denk dus dat je het mechanisme van de vervangingspool in de toekomst moet reserveren voor de domeinen waar er nog noden zijn. Je moet dus toespitsen: op regio's, op onderwijsrichtingen of op bepaalde vakken, eerder dan het algemeen te willen organiseren. Ik koppel dit aan een bredere discussie over vervangingen in het onderwijs. Ik heb begrepen dat ook de vakbonden hun eisen hebben. Zij vinden het niet goed dat een vervanging pas kan plaatsvinden als een leerkracht tien dagen afwezig is, en vragen zich af waarom een leerkracht geen vaderschapsverlof kan opnemen. Daarover kan best gepraat worden, op voorwaarde dat de vervangingen goed en doelmatig georganiseerd zijn."

Een van de principes die Frank Vandenbroucke hanteert als hij over onderwijs praat, is "de autonomie van de school": "Dat is een kostbaar goed. Dat het Vlaamse onderwijs zo goed is, komt onder meer omdat scholen in belangrijke mate zelf kunnen kiezen wat ze doen." Die autonomie wil de minister verder versterken. "In deze begroting zit een beperkte besparing inzake het omkaderend personeel in de scholen. Maar die ingreep gaat gepaard met een beslissing waardoor de scholen veel vrijer mogen beschikken over hun middelen. Vandaag geven we de scholen wel erg veel 'gekleurd' geld. We geven hen geld speciaal voor ict, en we verplichten hen dat alléén maar voor computers te gebruiken. We verstrekken budgetten voor administratief personeel, maar alléén voor wat we van hogerhand daarover hebben vastgelegd. Ook wat de lesuren betreft, bestaan er sterk gekleurde pakketten.

"Dat moet minder. Ik denk dat er veel stress in het onderwijs veroorzaakt wordt door overdreven regelneverij en rapporteringsverplichtingen. Die 'organisatiestress' moet weg. Veel van die papierstromen kun je vandaag achterwege laten, omdat ze voor weinig dienen. Op dit ogenblik gaan er bijvoorbeeld duizenden en duizenden papieren van de scholen naar de zogenaamde 'werkstations' op het departement van onderwijs voor de reaffectatie van personeel. Die zijn niet nodig.

"Of neem het Gok-decreet (Gelijke Onderwijskansen). Een heel goed decreet, daar niet van. Maar waarom bestaat er een aparte Gok-rapportering, met aparte Gok-inspecties? Eigenlijk zou de inspectie het Gok moeten opvangen in haar gewone bezoek. Speciale inspecties om te zien wat een school doet met die Gok-uren zijn niet efficiënt."

Er is nog een andere reden waarom de adminstratieve controle op scholen en leerkrachten naar beneden moet. Frank Vandenbroucke kan zijn eigen verleden als minister van Sociale Zaken niet loochenen: hij maakt een bruggetje naar de leerkrachten via de situatie van de huisartsen. "De oorsprong van de malaise bij de huisartsen is gelijkaardig aan het onbehagen bij veel leerkrachten. De moderne huisarts voelt zich gesandwicht tussen mondige patiënten, die zich overal - internet, tv - over hun gezondheid informeren en met heel concrete eisen bij hun dokter binnenstappen, en een vooral door de media gecreëerd super-beeld van de geneeskunde, met veel hightech vooral, waaraan een huisarts nooit kan voldoen. Leerkrachten kennen dat gevoel. Ze zitten geprangd tussen ouders en leerlingen die - gelukkig maar - veel mondiger zijn dan vroeger, en een overheid die traditioneel wat wantrouwig toekijkt naar wat op scholen gebeurt, en daarop reageert met veel regeltjes en inspecties. Wat huisartsen nodig hebben, en leerkrachten eveneens, is dat wij hun professionele competentie wat meer moeten respecteren. De overheid moet dat doen, maar ook de ouders. Wij moeten de leerkracht erkennen als een professional. Noch de overheid, noch de ouders moeten alles beter willen weten dan de leerkracht. Als hij of zij een advies geeft over een kind, dan moeten de ouders erkennen dat die man of vrouw wel weet wat hij of zij zegt. Leerkrachten hebben daarvoor gestudeerd, ze zijn ook dagelijks met die kinderen bezig. Ze hebben, in één woord, stielkennis. Neen, ik wil niet terug naar vroeger, toen de meester alles te zeggen had. Natuurlijk zullen ouders vandaag meer vragen stellen en een betere argumentatie eisen dan toen. Daar moet de moderne leerkracht dan weer tegen kunnen."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234