Vrijdag 27/11/2020

Walter Pauli in La Mongie: Oog om oog, hand in hand

In helse omstandigheden, mist, duisternis, kou en tussen drommen toeschouwers door, banen de onafscheidelijke Andy Schleck en Alberto Contador zich een weg naar de top van de steile Tourmalet.Beeld UNKNOWN

Ze gaven elkaar geen seconde toe, Andy Schleck en Alberto Contador. Ze sprintten zelfs niet voor de ritzege. Contador probeerde welgeteld één keer aan te vallen, een uithaal die Schleck meteen counterde. Was de koninginnenrit naar de barre hoogten van de Tourmalet dus een sof? Toch niet. De tijdsverschillen waren groot, de renners verkleumd, doorweekt, uitgeput, soms zelfs gesloopt. De Tourmalet was zoals deze hele Tour: misschien niet spectaculair, maar wel spannend, vermoeiend en hard.

"Alberto was te sterk." Die ene zin, die publieke biecht, die sportieve bekentenis van ritwinnaar Andy Schleck vatte de koninginnenrit van deze Tour gebald samen, en wellicht ook deze hele Ronde van Frankrijk. Andy Schleck en Alberto Contador zijn renners van hetzelfde niveau. En binnen die superklasse is Andy Schleck dit jaar niet in staat gebleken om afstand te nemen van Alberto Contador. Net zoals Contador niet meer vermocht wat hij vorig jaar nog kon: als enige renner excelleren.

Wiel aan wiel, schouder aan schouder, kilometer na kilomer, elkaar in de ogen kijkend, loensend naar elkaars versnellingen, loerend naar de lichaamstaal van de ander, luisterend naar zijn adem- stoot, zo dicht bij elkaar klommen Alberto Contador en Andy Schleck de Tourmalet op. De laatste col van de Ronde van Frankrijk, de zwaarste en zo werd toch verwacht de beslissende. Dat was het dus niet en toch weer wel. Niet omdat Andy Schleck zijn zo stoutmoedig uitgesproken voornemen niet kon waarmaken. Op de rustdag te Pau had hij verkondigd aan wie het horen wilde (en reken maar dat het kamp-Contador van een afstand meeluisterde): ik wil de gele trui pakken op de Tourmalet. Met eender welk tijdsverschil, maar liefst met een minuut, zo voegde hij eraan toe. Wie die ambitie als norm nam, bleef op zijn honger zitten.

Verschil tussen woord en daad
Want er was een verschil tussen woord en daad. Zoals er ook een verschil was tussen het weer en de temperatuur van de rustdag woensdag en de laatste Pyreneeënrit donderdag. Het begon woensdagavond al een gestage slagregen en het ging in de loop van de nacht crescendo. Onweders zoals alleen bergstreken die kennen, met bliksemflitsen die hele valleien tot de einder oplichten, en donders die in één klap dorpen en steden uit hun slaap halen.

Aan de start in Pau was er bepaald geen uitgelaten sfeer aan de rennersbussen. Nog voor de start spraken renners hun vrees uit dat er "velen buiten de tijd zouden aankomen", en hoorde men fluisteren over opgeven. (Dat zou uiteindelijk meevallen: alleen de Sloveen Simon Spilak stapte in de bezemwagen). In Pau moest het al vermoeide peloton de door stortregens verzopen en door dichte mist onzichtbare Pyreneeën in. Een bergrit bij dag en ontij.

Vooraf had het kamp-Schleck laten verstaan dat het niet wijs zou zijn om al aan te vallen op de nochtans lastige Marie Blanque of de ook niet van steile stroken gespeende Soulor, twee cols van eerste categorie. De Tourmalet is lang en indrukwekkend genoeg, wie vroeger al energie verspeelde, betaalt dat op de slotklim. Zeker met het slechte weer. Kou en nattigheid vreten aan de paraatheid van de renners, hun conditie en weerstand. En het natte wegdek maakte de sowieso als 'technisch' omschreven afdalingen van de eerste cols link en gevaarlijk. Samuel Sanchez, derde, maakte in het begin van de rit eenkwade schuiver, vier Euskaltelploegmaats waren nodig om hem terug te brengen. Contador gaf het consigne om niét te rijden. Het peloton is sinds de 'affaires' naar Spa en op de Port de Balès bezeten door de kwestie 'rijden of niet rijden'. Ook nu hielden alle renners de benen stil, behalve Carlos Sastre. De Tourwinnaar van 2008 had een aanval gepland, had al een ploegmaat vooruit gestuurd, waarom zou hij zijn kans niet mogen gaan?

Carlos Sastre zou in deze Tour de France een voetnoot blijven. Een dappere renner, die bij herhaling probeerde om te doen wat hij vroeger kon: een bergrit winnen. Sastre jaagde zijn eigen verleden na, een reis terug in de tijd. Hij zou meer dan een kwartier na Andy Schleck de top van de Tourmalet bereiken. Moegestreden, afgemat. Zoals bijna alle andere renners.

Want zelfs al beperkte de echte strijd zich tot één col, en zelfs tot de laatste tien kilometer, dat is in deze Tour, en voor het wielrennen van vandaag, al meer dan genoeg. Ten eerste omdat de Tourmalet niet zomaar bediend wordt van epitheta als 'legendarisch' of 'historisch'. De Tourmalet is een van de schaarse tweeduizenders in de Pyreneeën. Boven de 2.000 meter groeien er geen bomen, zelfs amper gras. Boven de 2.000 meter staat er nauwelijks mos. Boven de 2.000 meter stopt de aarde stilletjes met leven. Boven de 2.000 meter is ook elke sportieve strijd op en zelfs over de rand. De aankomst op de Tourmalet (2.117 meter) is nog wat anders dan die op Hautacam (1.560), Plateau de Beille (1.780), zelfs l'Alpe d'Huez (1.860 meter) of Mont Ventoux (1.912 meter). Er zijn nog wel aankomsten die tot boven de 2.000 meter reiken, maar dat zijn skioorden Sestrières, Arcalis met een aangelegde weg erheen die gemaakt is om beklommen te worden. De Tourmalet is een col, een door de mens op de natuur bevochten en gevonden doorgang, ergens in een oksel van het hooggebergte, van de ene vallei naar de andere. Het ene klimmen is het andere niet. Renners rijden naar boven op Hautacam of La Plagne, maar 'bestijgen de ijle hoogten' van de Tourmalet.

Bar, koud en donker
En het was gisteren wel erg bar en koud bovenop de Tourmalet. Het was nat niet door de slagregen die eerder de rennersruggen had gegeseld, maar door een dichte, zware mist die mens en kledij doorweekte. Het was donker voor de tijd van het jaar, ook voor het uur van de dag. Wagens en motors reden met ontstoken koplampen, om toch maar niets te missen.

Het zou niet juist zijn dit bevreemdende schouwspel dantesk te noemen. Het meest tot de verbeelding sprekende deel van Dantes Divina Commedia is de afdaling naar de Hel "Laat alle hoop hier varen, gij die hier binnentreedt." Hoop was precies wat het peloton vooruitdreef, omhoogdreef: hoop op sportieve roem, op eer en succes, op ritwinst en een Tourzege.

De vergelijking loopt,dus mank, al stond er op de Tourmalet een stoet van wezens die moeiteloos nog vreselijker, extatischer, wilder en duivelser leken dan de figuren die de oude Tolkien had laten opstaan uit de diepten van de mijnen van Moria. Pruiken in geel, groen, rood, paars, zwart en alle combinaties. Billen en borsten in alle maten, kleuren en staten van beharing en blootheid, mannen en vrouwen vermomd als reuzenbanaan, een horde Hollanders, helaas verkleed als Hollanders, vrouwen in bikini, gelukkig met het topje nog aan, een hele brigade Borats, een gele superheld, die met zichtbaar nichterige pasjes huppelt en spurt alsof het WK van zijn kunne hier straks zijn beslag krijgt, schreeuwerds met vlaggen, met Baskische, Vlaamse, Luxemburgse, Italiaanse, Finse Franse, Duitse of Moldavische opdruk, kerels met baarden en buiken, schreeuwend en rennend, en steeds één blik op de tv-camera gericht. Waar is de tijd dat de verschijning van de Tour-duivel nog nieuws was?

Lees het volledige verhaal vandaag in De Morgen.

Beeld UNKNOWN
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234