Woensdag 21/04/2021

Wallyn kent de weg

In nauw overleg met SP-fundraiser Etienne Mangé en Johan Delanghe, de toenmalige kabinetschef van minister van Economische Zaken Willy Claes, werd de smeergeldconstructie georganiseerd door Luc Wallyn en diens vriend Fons Puelinckx. Via Zwitserland versluisden ze de 'giften' van Agusta en Dassault naar de partijkas. Omdat zij als enigen de weg kenden in de meanders van het geldcircuit, mochten Wallyn en Puelinckx ongestoord hun commissies opstrijken.

Op vraag van toenmalige partijvoorzitter Karel Van Miert nam Luc Wallyn in januari 1980 verlof zonder wedde als ambtenaar bij de Europese Gemeenschap om adjunct-nationaal secretaris te worden van de SP. In die functie was hij de opvolger van Freddy Willockx, die een politieke carrière begon en kamerlid werd. Als 'kabinetschef' van Van Miert was Wallyn, een specialist in overheidsbestellingen, de man van de sociaal-economische dossiers en had hij diverse contacten met bedrijfsleiders, topambtenaren en ministers. Gerrit Kreveld was toen nog nationaal secretaris, maar dat zou niet lang meer duren, want Van Miert was eind jaren zeventig een verhouding begonnen met Carla Galle. Gestart als medewerkster op het secretariaat van de toen nog unitaire BSP rukte Galle in 1984 op naar de positie van nationaal secretaris. Naarmate Galle meer invloed verwierf op de partijbeslissingen, deemsterde Wallyn geleidelijk weg uit het epicentrum van de macht. Uiteindelijk mocht hij zich enkel nog bezighouden met de financiële problemen van De Morgen, de krant die tot het faillissement in 1986 in handen was van de SP. Even werd er gespeeld met de gedachte om hem gecoöpteerd senator te maken, maar dat mandaat ging niet door. Bovendien had Wallyn weinig zin om zijn inkomen en voordelen als Europees ambtenaar op het spel te zetten voor een onzekere politieke loopbaan. Begin 1986 hield Wallyn het voor bekeken, na de zoveelste clash met Galle, en keerde hij terug naar de Europese Gemeenschap.

Als men Mangé mag geloven, speelde Wallyn vooral na zijn terugkeer naar de EG een belangrijke rol achter de schermen als geldinzamelaar voor de SP. Volgens hem was Wallyn in de periode 1980 tot 1990 een grote fundraiser van de partij. "Gemiddeld ging er jaarlijks in totaal ongeveer 30 miljoen frank door mijn handen", verklaarde hij aan het Luikse gerecht. "Ik kan zeggen dat Wallyn de laatste twee, drie jaar werd beschouwd als de belangrijkste aanbrenger van fondsen. In deze periode (...) bezorgde Wallyn me jaarlijks 12 tot 15 miljoen, in verschillende schijven." Wallyn zelf ontkende echter dat hij op een systematische manier was opgetreden als fundraiser voor de SP. "Ik ben maar één keer tussengekomen, voor het bedrag dat Agusta wou overmaken", beweerde Wallyn. "Ik had dit nog nooit eerder gedaan."

Voor iemand zonder ervaring in internationale smeergeldconstructies ging Wallyn nochtans niet bepaald amateuristisch te werk. In samenwerking met zijn vriend, zakenadvocaat Fons Puelinckx, organiseerde hij een behoorlijk professioneel en discreet functionerend smeergeldcircuit (zie schema bij deel 2). Om te beginnen opende de Panamese nepfirma Kasma Overseas een bankrekening in Zwitserland. Puelinckx had daarvoor eerst toestemming gevraagd aan zijn Syrische zakenpartner Bashi, die Kasma en een reeks gelijkaardige vehikels controleerde. Wie er zich achter deze offshorefirma verborg, zou het gerecht wellicht nooit kunnen achterhalen, dacht Puelinckx. Kasma ontving eerst 23 miljoen frank van Agusta, kort daarna 60 miljoen van Dassault en ten slotte nog eens 38 miljoen van Agusta. Telkens, naar goede Zwitserse gewoonte, met de cryptische omschrijving "by order of a client" of "by order of a good friend". Zoals bij een spoorwegoverweg de ene trein de andere kan verbergen, zo camoufleerde hier het ene smeergeld het andere. Waarom zou men tenslotte al die moeite doen om een tweede circuit op te zetten, als er al een perfect functionerend kanaal bestaat?

Omdat de bedragen op de rekening van Kasma door elkaar gemengd werden, viel al snel niet meer te achterhalen welk geld van welke donateur afkomstig was. Voorts openden Wallyn en Puelinckx de Zwitserse bankrekeningen Kater en Kattin - de naamgeving was een vondst van Puelinckx. Kattin werd bovendien opgedeeld in vier subrekeningen: de gewone rekeningen 007 in Franse frank en 008 in Belgische frank, plus de speciale rekeningen 009 in Franse frank en 010 in Belgische frank. Vanuit Kasma werd het geld verdeeld over de Kater- en Kattin-rekeningen, waarbij alles nog eens door elkaar werd gemengd. Terwijl delen van het smeergeld werden afgehaald door Puelinckx en Wallyn, circuleerden tegelijkertijd andere bedragen ogenschijnlijk zinloos tussen de verschillende Kasma-, Kater- en Kattin-rekeningen. Op zijn niveau vermengde Mangé opnieuw de Agusta/Dassault-fondsen met gewone giften van Belgische bedrijven. Zelfs al zou een speurder ooit zicht krijgen op een fragmentair gedeelte van de transacties, dan zou hij al snel het spoor bijster worden in deze wirwar van geldbewegingen.

In maart 1989 liet Wallyn aan Mangé weten dat de eerste storting van Agusta was aangekomen. "Hij heeft er niet bij verteld waar het geld was gearriveerd", verklaarde Mangé. "Ik heb het ook niet gevraagd. Het is mogelijk dat hij een bedrag heeft genoemd, maar dat weet ik niet meer. Ik heb niemand geïnformeerd over de aankomst van het geld." De eerste 1,5 miljoen frank ging Puelinckx in mei 1989 persoonlijk ophalen in Zürich - hij moest sowieso in Zwitserland zijn voor andere zaken. Wallyn bracht het contante geld enkele dagen later naar Mangé.

De tweede afname kon Mangé zich nog precies herinneren. "Ik herinner me dit duidelijk", verklaarde Mangé, "omdat ik een bedrag van 12 miljoen frank had gevraagd aan Wallyn, na een discussie met Galle die me informeerde over een thesauriebehoefte van 12 tot 15 miljoen. Wetende dat Galle altijd meer vroeg dan mogelijk was, heb ik haar het minimum gegeven." Deze keer besloot Wallyn om Hans Doswald, een directeur van ABN Zürich, te benaderen. Hij vroeg hem om het bedrag ter beschikking te stellen bij ABN Luxemburg, ging het geld met de auto ophalen in het Groothertogdom en bracht het naar Mangé. Deze operatie gebeurde enkele dagen voor 18 juni 1989, datum waarop er Europese verkiezingen en verkiezingen voor de Brusselse Hoofdstedelijke Raad plaatshadden.

Een volgende poging van Wallyn om geld af te halen, mislukte. Op vraag van Mangé wou Wallyn 10 miljoen frank incasseren bij een ABN-kantoor in Brussel, kwestie van zich een rit naar Luxemburg te besparen. Daar vroeg men hem echter om een formulier te tekenen, bestemd voor het Belgisch-Luxemburgs Instituut voor de Wissel (BLIW), een instelling die de wetgeving op de wisselcontrole moet toepassen. Een geschrokken Wallyn weigerde te tekenen en liet het geld terugsturen naar Zürich. Een maand later haalde hij ruim 16 miljoen op in Luxemburg. "Het is juist dat ik dit bedrag tijdelijk in mijn kluis bij de ASLK heb bewaard", verklaarde Wallyn, "in afwachting dat ik Mangé kon ontmoeten, rekening houdend met onze respectieve agenda's."

In de jaren 1989 tot 1993 deed Wallyn tientallen afnames van Kater en Kattin. Na verloop van tijd had hij een systeem ontwikkeld waarbij het geld hem in Brussel werd gebracht door René Demoulin, een bediende van ABN Luxemburg. Lange autoritten met grote sommen geld, waarbij twee keer een landsgrens moest worden overschreden, leken Wallyn niet erg aantrekkelijk. Op vraag van Wallyn werd het geld telkens door Doswald ter beschikking gesteld in Luxemburg. Omdat ABN Luxemburg zelf geen kassa had en dus geen geld kon uitbetalen, moest bovendien bij elke afname iemand met een formulier van ABN naar de KB Lux om de cash in ontvangst te nemen.

Puelinckx en Bashi betaalden zichzelf ondertussen vorstelijk voor hun inspanningen en het ter beschikking stellen van hun knowhow. Op de Kasma-rekening had Dassault 90 miljoen frank gestort, waarvan slechts 60 miljoen bestemd was voor de SP. De overige 30 miljoen werd door Puelinckx afgeleid naar zijn Zwitserse rekening, luisterend naar de naam Blind, en deels doorgeschoven naar zijn Syrische partner Bashi. Bovendien haalde Wallyn op vraag van Puelinckx nog eens 6 miljoen frank van Kater en Kattin en stelde het geld ter beschikking van de advocaat. "Ik denk dat het ging om commissies bestemd voor tussenpersonen", meende Wallyn.

Gerechtelijk expert Olivier Deblinde, een Luikse accountant die werd ingeschakeld door het parket, becijferde dat in totaal 116 miljoen frank, via Kasma, op Kater en Kattin werd gestort door Agusta en Dassault en vervolgens werd afgehaald door Wallyn. Die had zelf, ten behoeve van het gerecht, een reconstructie gemaakt van alle financiële operaties die hij had uitgevoerd. Hij kwam op basis hiervan tot het besluit dat hij in totaal 102,6 miljoen frank aan Mangé had bezorgd. Waar was het saldo? Om nog te zwijgen over de intresten die de bedragen in de loop der jaren hadden opgebracht.

In mei 1989, ongeveer tegelijkertijd met de aankomst van het eerste smeergeld in België, had Wallyn zijn oog laten vallen op een villa in het Zuid-Franse dorpje Condorcet, nabij Nyons. Hij kocht de villa in oktober van dat jaar, naar eigen zeggen met een erfenis van zijn vader, en liet in de daaropvolgende jaren belangrijke verbouwingswerken uitvoeren. In totaal bedroegen de verbouwingskosten, inclusief de aanleg van een zwembad, ongeveer 20 miljoen frank. Het gerecht snorde de aannemer op, controleerde de facturen van de werken en stelde vast dat Wallyn grote bedragen in cash had uitgegeven. Waar kwam dit geld vandaan? "Van mijn spaargeld", riposteerde Wallyn.

In dezelfde ASLK-kluis waarin Wallyn het Agusta/Dassault-geld tijdelijk bewaarde in afwachting dat hij het aan Mangé kon geven, zat ook een deel van zijn privé-spaargeld. Daarnaast bevatte de kluis ettelijke miljoenen die Wallyn naar eigen zeggen ontvangen had van privé-bedrijven voor adviezen en consultancy-opdrachten die hij had uitgevoerd. "Ik weiger de namen te noemen van die bedrijven", verklaarde Wallyn in 1989 aan het gerecht, "omdat ik mijn toekomst veilig wil stellen en ook omdat ik meen dat ik een discretieplicht heb ten opzichte van mijn cliënten, een discretie die niet verzekerd kan worden in het kader van dit onderzoek." Later gaf hij toe dat hij die consultancy-opdrachten gewoon had verzonnen om de miljoenen te verantwoorden.

Het geld uit Zwitserland, dat arriveerde in Belgische en Franse frank, stak Wallyn in verschillende enveloppen in zijn safe, om een onderscheid te kunnen maken met zijn privé-geld. Maar het duurde niet lang of het liep toch door elkaar. "Om de aankoop van het gebouw in Condorcet te betalen", verklaarde Wallyn, "heb ik geld in Franse frank uit Zwitserland gebruikt, om te vermijden dat ik geld zou moeten wisselen. Ik heb het equivalent in Belgische frank niet fysiek van de ene omslag in de andere gestoken. Ik bleef natuurlijk dat bedrag schuldig, het bleef in de kluis, in mijn enveloppen." Eind 1989, begin 1990 haalde Wallyn kleinere bedragen van de Zwitserse rekeningen, van een paar honderdduizend frank tot enkele miljoenen, die hij in één keer aan Mangé bezorgde. Voor het eerst behield hij ook 300.000 frank voor zichzelf, bij wijze van commissie. Later volgde een reeks afhalingen door Wallyn van geld dat hij nooit aan Mangé heeft doorgegeven. "Ik heb voor eigen rekening geld gebruikt dat ik heb ontvangen op de rekeningen Kater en Kattin", bekende Wallyn ten slotte in 1996. "Ik ben er zeker van dat u dit vroeg of laat zal ontdekken. Ik moet toegeven dat een gedeelte van de bedragen die ik heb ontvangen, gediend heeft om de verbouwingskosten aan mijn villa in Condorcet te betalen. Ik had het geld om het huis te kopen, maar niet om dergelijke verbouwingen te laten uitvoeren." Wallyn schatte het bedrag dat hij achterover had gedrukt op 15 tot 20 miljoen frank.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234