Donderdag 08/12/2022

Wallimage, motor van de Waalse filmindustrie

'Het heeft geen zin een prachtige filmstudio te bouwen zonder te weten of er wel klanten zijn', zegt Philippe Reynaert, die sinds februari 2001 aan het hoofd staat van het Waalse investeringsfonds Wallimage. En dus wordt er eerst in films geïnvesteerd om producenten naar Wallonië te lokken. Deze manier van werken lijkt te slagen. Een bericht uit filmstad Bergen.

Jan Temmerman

De Franstalige Belgische film zit duidelijk in de lift, en dan hebben we het niet alleen over de gebroeders Dardenne en hun respectieve Cannes-triomfen met La Promesse, Rosetta en Le Fils. Als we het voorbije decennium snel overlopen, waren er ook de Oscar-nominaties voor Le Maître de Musique en Farinelli van Gérard Corbiau en de succesfilms Toto le Héros en Le Huitième Jour van Jaco Van Dormael; er waren de acteurs en actrices die internationaal (of om te beginnen in Frankrijk) doorbraken, zoals Marie Gillain, Benoît Poelvoorde, Natacha Regnier, Olivier Gourmet, Emilie Dequenne en Jérémie Rénier, en er waren ook de talrijke debuutfilms die meteen de weg vonden naar een of ander internationaal festival, zoals Les Convoyeurs attendent van Benoît Mariage, Ma Vie en Rose van Alain Berliner, Une Liaison Pornographique van Frédéric Fonteyne en Thomas est amoureux van Pierre Paul Renders. Binnenkort zullen behalve Le Fils van de gebroeders Dardenne nog een aantal Belgische films hun carrière in onze bioscopen beginnen, zoals de Dogma-film Strass van Vincent Lannoo, Une Part du Ciel van Bénédicte Liénard, Hop van Dominique Standaert en Un Honnête Commerçant van Philippe Blasband. Tenslotte blijft men ook op het vlak van de documentaire erg actief aan de andere kant van de taalgrens, met getalenteerde filmmakers zoals Manu Bonmariage (Amours Fous), Thierry Michel (Mobutu, Roi du Zaïre) en Anne Lévy-Morelle (Le Rêve de Gabriel).

Kortom, het moet daar wel een paradijs voor filmmakers zijn! Wel, niet helemaal, want in juni vorig jaar demonstreerde een boze en ontgoochelde Franstalige filmsector (waarvan de diverse beroepsverenigingen zich toen gegroepeerd hadden in het Collectif 2001), gewapend met lege filmblikken en ander percussiemateriaal, voor de ministeriële kabinetten van de Communauté Française. "Les miracles ont un temps", stond te lezen in hun perscommuniqué en ook: "Er wordt gejuicht bij de internationale successen van Belgische films, maar men vergeet erbij te vertellen in welke, steeds beroerder omstandigheden die films gemaakt worden." Hun eisen impliceerden onder meer een verhoging van de subsidies en van het coproductiebudget van de RTBf, de invoering van een waarborgfonds en een tax shelter om meer privé-investeringen aan te trekken. Aan het ministerie werden toen ook enkele 'aangepaste' filmaffiches opgehangen: Le Cauchemar de Gabriel in plaats van Le Rêve de Gabriel, Une Liaison Catastrophique in plaats van Une Liaison Pornographique, Thomas est malheureux in plaats van Thomas est amoureux, enzovoort. Enfin, de Franstalige filmsector was boos, maar ze verloren er hun gevoel voor (sarcastische) humor niet bij. Op hetzelfde moment zat Philippe Reynaert in Bergen over een stapel filmdossiers gebogen. De man die bij het grote publiek vooral bekend werd als 'l'homme aux lunettes blanches' door zijn filmpresentaties op de RTBf, was in februari 2001 aangesteld als eerste directeur van Wallimage, een gloednieuw investeringsfonds van het Waalse Gewest, waarmee de Waalse overheid de audiovisuele industrie wil stimuleren.

"Het is een economisch fonds", preciseert Reynaert meteen. "Want het Waalse Gewest heeft geen enkele culturele bevoegdheid. Net zomin als het Vlaamse Gewest, maar dat valt niet op omdat in Vlaanderen de Gemeenschap en het Gewest samenvallen. Net als de Vlaamse Gemeenschap is de Communauté Française bevoegd voor de zogenaamde persoonsgebonden materies, zoals onderwijs, gezondheid én cultuur. Bij de - overigens niet zo talrijke - mensen die zich in Wallonië met film bezig hielden, heerste sinds langs een soort 'centralistische' perceptie, namelijk dat de Communauté Française zich hoofdzakelijk tot Brussel beperkte. Met andere woorden: als men zich in Franstalig België met film wou bezighouden, moest men in Brussel zijn. Dat zorgde hier en daar voor de nodige frustraties. Toen ik bij Wallimage begon, had ik niet de tijd om eerst een uitgebreide marktstudie te doen, maar het volstond om even de fichiers van de Communauté Française te raadplegen. Gedurende de voorbije vijf jaar had men daar samengewerkt met of dossiers ontvangen van zo'n 200 productiefirma's. Slechts acht daarvan waren in Wallonië gevestigd. Dat is uiteraard niet de schuld van de Communauté Française, maar het resultaat van een historische evolutie, waarbij de grote infrastructuurbedrijven - de labs, de mixagestudio's - zich door de jaren heen in Brussel hebben gevestigd om voor de twee Gemeenschappen te kunnen werken. Het was dus logisch dat ook de productiehuizen zich in de hoofdstad installeerden. Neem het voorbeeld van Saga Film, het bedrijf van producent Hubert Toint. Die is zelf afkomstig uit Namen, maar toen hij zijn bedrijf oprichtte, heeft hij dat in Brussel gedaan. Patrick Quinet, de producent van Une Liaison Pornographique en nu ook van Un Honnête Commerçant, is afkomstig uit Hoei, maar zijn productiefirma Artémis Productions bevindt zich in Brussel."

"Er is natuurlijk ook altijd sprake geweest van een soort résistance, filmmakers die steeds geprobeerd hebben om in hun eigen streek te blijven werken, zoals Jean-Jacques Andrien, die indertijd met Le Grand Paysage d'Alexis Droeven een soort film fondateur heeft afgeleverd voor het idee van een Waalse filmcultuur. Ook iemand als Thierry Michel, die documentaires gedraaid heeft in Zaïre en nu ook in Iran, heeft zijn productiestructuur steeds in Luik gehouden. En natuurlijk zijn er ook de gebroeders Dardenne."

De Gouden Palm voor hun film Rosetta heeft in 1999 het nodige in een stroomversnelling gebracht. Er was toen al enkele jaren een beweging actief, onder de naam Cinéma Wallonie, die zich inschreef in een regionaliseringstendens, die toen ook in Frankrijk merkbaar was, waar filmmakers uit de streek van Marseille, Lille en Lyon zich tegen het Parijse centralisme van de Franse filmindustrie gingen afzetten.

"Het Waalse Gewest wou toen weliswaar een inspanning doen, maar mocht zich wettelijk gezien niet met cultuur inlaten", vervolgt Reynaert. En dus liet men zich inspireren door de oude, bekende uitspraak van de Franse schrijver-cultuurminister André Malraux, namelijk: 'Par ailleurs, le cinéma est une industrie'.

"Zo eenvoudig is het inderdaad. Film is een culturele materie, maar daarnaast is het ook een industrie, die bijvoorbeeld voor werkgelegenheid kan zorgen. Voor een regio als Wallonië, met al zijn reconversie-problemen, is het dus niet zo idioot om de audiovisuele sector te beschouwen als een industrie met groeipotentieel."

Toen Serge Kubla (MR), als gewestminister bevoegd voor economie, het Wallimage-dossier op zijn bureau kreeg, werd daar snel voorrang aan gegeven en er werd meteen een bedrag van 400 miljoen frank (ongeveer 10 miljoen euro) vrijgemaakt, gespreid over een periode van vier jaar.

"Het uiteindelijke doel is duidelijk: steun aan de industriële ontwikkeling van audiovisuele structuren in het Waalse Gewest", legt Reynaert uit. "Het geld is afkomstig van de SRIW (Société Régionale d'Investissement Wallonne), die gespecialiseerd is in het investeren in industrieën. De SIRW is een sterk bedrijf, dat winst maakt. Voor mij is dat een zeer nuttige en belangrijke omkadering.

"In het begin verliepen de discussies niet altijd even makkelijk. Hun redenering was: 'Aan welke audiovisuele structuren heeft Wallonië behoefte? Wij zullen dan aanbestedingen uitschrijven en die projecten cofinancieren.' Ik heb hen gelukkig kunnen uitleggen dat het geen zin had om bij voorbeeld een prachtige filmstudio te bouwen, zonder te weten wie die zou gebruiken. Ik heb daarbij gewoon de marktlogica gevolgd: als het niet bestaat, dan is het omdat er - vandaag - geen klanten voor zijn. Ik heb hen dan ook het voorbeeld gepresenteerd van de Duitse investeringsfondsen, zoals dat van Nordrhein-Westfalen, die op dat terrein echt de Europese voorlopers zijn geweest. Tussen haakjes, die regionale cultuur-opzet daar is een gevolg van de Tweede Wereldoorlog, toen de centrale overheid in Duitsland bewust werd afgezwakt door de geallieerden, en de verschillende Länder verregaande bevoegdheden hebben gekregen."

Wat Philippe Reynaert uiteindelijk aan de SRIW voorstelde, was een investeringsplan dat via twee lijnen zou verlopen. Er zou inderdaad geïnvesteerd worden in audiovisuele structuren - zo wordt er bij voorbeeld momenteel in Bergen gewerkt aan de installatie van de klankstudio API - maar ook en vooral in audiovisuele producties, in films dus. Zo'n investering moet wel aan zeer precieze voorwaarden beantwoorden: voor elke euro die Wallimage in een welbepaald filmproject investeert, moet de producent telkens anderhalve euro uitgeven in het Waalse Gewest.

"Dat levert ons geen halve euro op, maar wel degelijk anderhalve euro", preciseert Reynaert, "want voordien werd er gewoon niets uitgegeven in het Waalse Gewest." En er is meer: het betreft hier geen subsidies, maar wel degelijk 'avances sur recettes', met andere woorden: voorschotten. Die moeten dus wel degelijk terugvloeien naar het investeringsfonds."

Na anderhalf jaar Wallimage-werking kan directeur Philippe Reynaert al een indrukwekkend palmares presenteren: er werd geïnvesteerd in zestien projecten, die samen voor zes miljoen euro bestedingen in het Waalse Gewest hebben gezorgd. De projecten behelzen twaalf langspeelfilms, waarvan er reeds verschillende werden afgewerkt, zoals Le Fils, Hop en Un Honnête Commerçant (met in één van de hoofdrollen de Franse steracteur Philippe Noiret), drie documentaires en één videospel (zie Kopstuk).

Voor elke euro die Wallimage in een filmproject investeert, moet de producent telkens anderhalve euro uitgeven in het Waalse Gewest

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234