Zondag 25/08/2019

Voetbal

Walem: ‘Ik mag je toch bellen?’ Martínez: ‘Je hebt mijn raad niet nodig’

Beloftencoach Johan Walem tijdens een training eind mei in Tubize. Beeld BELGA

Hij legt de lat waar hij voor de Rode Duivels ligt: enkel winnen is genoeg. ‘We gaan niet naar Italië om er gewoon bij te zijn’, benadrukt bondscoach Roberto Martínez, zelf aanwezig op het EK. Maar is winst ook realistisch? Wel, beloftencoach Johan Walem sluit een Europese titel niet uit – da’s al iéts. Een dubbelgesprek.

Hoe ‘excited’ zijn jullie dat het eindelijk begint?

Walem: “Ik enorm. Ook al omdat dit meteen een cruciale wedstrijd is met het oog op onze kansen om door te stoten. Weet je, had ik het gewild, dan had ik nu carrière gemaakt als coach in Italië – ik krijg er veel waardering. Maar toch ben ik de uitdaging bij de bond aangegaan. Omdat ik hou van mijn land. En omdat ik het onbegrijpelijk vond dat de U21 zolang niet hadden deelgenomen aan een groot toernooi (het laatste EK met België dateert van 2007, toen in Nederland, PJC). Wel, de voldoening is groot dat het ons nu eindelijk gelukt is.”

Martínez: “Het is ongelofelijk dat we dit zo lang hebben moeten missen.”

Hoe komt dat?

Martínez: “Simpel. De focus lag niet op presteren. Zelfontwikkeling, dat was de prioriteit voor de vorige generaties. Ik vond dat best wel storend. Toen ik in 2016 arriveerde, was het voor mij direct duidelijk dat de beloftenploeg in dat domein vooruitgang moest boeken – het was het meest individuele elftal van België. Net om die reden was er geen enkele speler die me prikkelde om hem bij de A-kern te integreren. Ondanks het immense potentieel.”

Walem: “Ik heb destijds tevergeefs met die jongens (onder meer Musonda, PJC) gesproken. Ze begrepen niet welke impact deelname aan een EK of WK kon hebben op hun carrières. En zelf maakte ik ook fouten. Zo was ik te veeleisend. Ik versmachtte de spelers. Dat werkte averechts. Ik doe het nu anders.”

Martínez: “Johan heeft een topsportklimaat gecreëerd, met respect voor de individuen. Slim gezien.”

Wat houdt dat in?

Walem: “We hebben vooral een team gevormd. Met succes: iedereen wilde het EK echt halen – dat is ooit anders geweest. Koppel dat aspect aan de kwaliteit die in deze selectie huist...”

Is die niet minder dan de voorgaande jaren?

Walem: “Ik ben het daar niet mee eens. Qua mentaliteit is deze groep zelfs veel beter. Het zijn stuk voor stuk werkers met verantwoordelijkheidsgevoel. Neem nu Dimata. In het begin was onze samenwerking moeizaam, omdat hij iets te veel aan zichzelf dacht, maar eenmaal hij de klik gemaakt had, werd hij onze efficiëntste spits. Daarnaast zijn het winnaars. Niet voor niks hebben we in de kwalificaties niks verloren.”

Roberto Martínez. Beeld Photo News

In de oefenmatch tegen Frankrijk gingen jullie wél zwaar onderuit.

Walem: “Dat was niet per se slecht, we staan nu weer met de voeten op de grond. Het verandert onze ambities niet: we gaan naar Italië om Europees kampioen probéren te worden. Of toch zeker om een olympisch ticket af te dwingen – dat is een motivatie.”

Martínez: “Die ingesteldheid juich ik toe. Voor mij als technisch directeur moet het vanaf de U21 om ‘winnen’ gaan – dat maakt het onderscheid tussen een goeie speler en een geweldige speler. We gaan niet naar Italië om er zomaar bij te zijn. De A-ploeg is nummer één op de wereldranglijst, dat zorgt voor een status. Die moeten we respecteren.”

Meneer Martínez, u gaat de interlands straks live bijwonen. Waarom vindt u dat zo belangrijk?

Martínez: “Ik wil zien hoe de beloften omgaan met de omstandigheden. Zeker de match tegen Polen wordt interessant. De Duivels en ik hebben dat zelf meegemaakt op het WK in Rusland tegen Panama: zo een opener is geen normale wedstrijd. Er zijn spelers die onder de indruk zijn en daardoor ontgoochelen, anderen stijgen boven zichzelf uit. Weinigen presteren zoals ze dat gewoonlijk doen. Ik wil die analyse ter plekke maken.”

Zult u er ook tot beschikking staan van de staf?

Martínez: “Neen, Johan heeft me niet nodig.”

Is dat zo? U weet toch hoe het eraan toegaat op zo een groot toernooi?

Martínez: “Johan ook. Hij heeft zelf deelgenomen aan een WK (in 2002, waar hij scoorde tegen Rusland, PJC).”

Walem: “Maar ik kan je wel bellen, toch?”

Martínez: “Zeker. Zonder dat ik daarom in de kleedkamer of bij de tactische bespreking aanwezig moet zijn. Ik weet trouwens toch perfect hoe Johan werkt en denkt. Op de federatie praten we vaak over onze filosofie.”

Is die gelijkaardig?

Martínez: “Absoluut. En dat is van nature uit zo.”

Maakt u dat eens concreet.

Martínez: “Kijk, ik geloof er niet in dat ik als technisch directeur een visie over bijvoorbeeld opstellingen opdring aan de jeugdcoaches. De filosofie van het Belgisch voetbal daarentegen wil ik wel altijd zien. Het moet technisch verzorgd zijn, met hoge druk, vooruit verdedigen en veel diversiteit in de aanvallende patronen. Dat is waar we als voetballand voor staan. En dat moet zo blijven.”

Dus het stoort u niet dat de beloften met vier achterin spelen, op voorwaarde dat ze maar opbouwen?

Martínez: “Juist. Wat hebben we eraan dat Johan elke interland verliest omdat hij geen spelers heeft voor 3-4-3, maar het wel moet spelen omdat ik het toevallig zo doe?”

Walem: “Ik heb het een keer geprobeerd (in de heenwedstrijd tegen Zweden, PJC). Het marcheerde niet, het voelde oncomfortabel. Ach, we spelen misschien sowieso met vier verdedigers, maar dat betekent niet dat we niet kunnen verrassen. Offensief zijn we flexibel genoeg.”

Naar welke Belgen kijkt u uit, meneer Martínez?

Martínez: (twijfelt) “Ik noem niet graag namen...”

Siebe Schrijvers? Lukebakio? Heynen? Leya Iseka?

Martínez: “Hem kan ik wel vermelden, omdat hij geblesseerd moest afhaken: ik verwachtte veel van Zinho Vanheusden. Hij is iemand die ik stilaan klaar acht voor de Rode Duivels.”

Walem: “Ik zal Zinho missen. Hij is een leider.”

Martínez: “Het plan was om hem eerst het EK te laten spelen en nadien eventueel...”

Walem: “De ontwikkeling van Zinho is verschrikkelijk snel gegaan. Hetzelfde geldt voor Nany Dimata, die jammer genoeg óók out is. (zucht) Twee sleutelspelers.”

Stond Dimata ook niet op uw lijst, meneer Martínez?

Martínez: (knikt) “Ik volgde Dimata al bij KV Oostende. Sinds zijn passage bij Wolfsburg en zijn vertrek naar Anderlecht heeft hij veel aan maturiteit gewonnen. Hij was al dichtbij een selectie.”

Walem: “Ik heb met Nany en Zinho gebabbeld. De teleurstelling was groot, wat logisch is, maar ik kan niet te veel bij hun afwezigheid blijven stilstaan. Ik moet oplossingen zoeken. Nu is het aan de anderen om hen waardig te vervangen. Dat kunnen ze, dat ben ik zeker.”

Wat kunt u zeggen over Polen?

Walem: “Ze gaan permanent uit van de organisatie. En ze hebben met Kownacki een sterke spits. Ik verwacht een gesloten partij. We gaan het gaatje moeten vinden en mogen tegelijk niks weggeven.”

Voor de spelers is een EK soms een springplank. Is dat ook zo voor de coach?

Walem: “Normaal gezien blijf ik, als het dat is wat je wil vragen. Roberto en ik hebben er al over gesproken.”

Martínez: (lacht) “En het gevoel is goed. Ik geloof in Johan. Net zoals ik geloof in deze beloften. In Rusland waren er Rode Duivels die mijmerend terugkeken naar de Olympische Spelen in Peking – dáár lag de kiem voor onze bronzen medaille op het WK. Dit kan een gelijkaardig moment worden.”

Walem: “Espérons. Laat ons hopen. Het kán.” 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden