Zondag 25/08/2019

Wagner op zijn (on)zuiverst

Na een opknapbeurt van vijf jaar eindelijk heropend: het Richard Wagner Museum in het Beierse stadje Bayreuth. Rond Haus Wahnfried is een krachttoer verricht, met aantrekkelijke kantjes voor hardcorefan en dagjesmens. Zelfs het bruine verleden komt aan bod.

Wahnfried ligt te blinken in de julizon. Zo stralend kan de villa in Bayreuth er maar één keer eerder hebben bijgelegen: in 1874, toen de 60-jarige componist Richard Wagner zijn zelfontworpen woning betrok met vrouw en drie jonge kinderen.

Deze week opent Wahnfried na vijf jaar opnieuw zijn deuren. Eindelijk kunnen Wagner-fans weer op bedevaart naar de plek waar de meester zich boog over opera's als Götterdämmerung en Parsifal. Waar hij zijn schoonvader Franz Liszt en andere prominenten ontving. Waar hij in een tuingraf begraven ligt.

Aan geen componist kleeft zoveel controverse als aan Richard Wagner - bij leven, na zijn dood, en nu. Smelt de een weg bij een Wagner-akkoord, de ander gruwt van het gebral. Hoor je hier de lof zingen van zijn Gesamtkunst, daar klinkt hoongelach over zeurende Germaanse goden.

Als kunst de enige kwestie was, dan had het Wagner Museum in Bayreuth een overzichtelijke taak. Maar kunst was in het leven van Richard Wagner (1813-1883) nooit de enige kwestie. De klankmagiër publiceerde even gretig over godsdienst en politiek, als over Duitse identiteit en Jodendom.

Al twee eeuwen kronkelt Wagner als een veelkoppige slang door de historie. In Bayreuth luidt dan ook de vraag: welke Wagner krijgen we te zien, na een renovatie van 20 miljoen? Bedient het museum alleen wagnerianen die elk leidmotief kunnen fluiten, of lonkt het ook naar de toevallige passant? En komt er eindelijk aandacht voor Wahnfrieds bruine verleden?

De kassa is verplaatst naar nieuwbouw die schuilgaat achter het voormalige tuinhuis. Lage façade, veel glas: concurrentie met het zandsteen van Wahnfried wordt nadrukkelijk vermeden. Een trap voert de diepte in. In de kelder wordt de geschiedenis van de Bayreuther Festspiele getoond. Wagner stichtte ze in 1876 en ze vinden nog elke zomer plaats.

Wagner-boekhouders halen hier beneden hun hart op. Een parade van operakostuums; toneelontwerpen zonder eind; alle Bayreuth-dirigenten op een rij. Voor wie het gaat duizelen zijn er luisterplaatsen met koptelefoon. Je kunt er door Wagner browsen met zicht op de kiezels van een inpandige zentuin.

Rassenleer

Publieksvriendelijker is een wisseltentoonstelling op de begane grond. Hij draait om Wahnfried en zijn bewoners. Familiekiekjes, blik op de moestuin, de eerste auto. En kijk, daar hebben we Houston Stewart Chamberlain. Deze Brit stuurde Bayreuth definitief de verkeerde kant op. Toen hij in 1908 trouwde met Wagners dochter Eva, stond op zijn conto een boek waarin hij munitie aandroeg voor de rassenleer van de nazi's.

Natuurlijk, de man viel in een voorverwarmd nest. In het schotschrift Das Judenthum in der Musik had Wagner al in 1850 de Joodse componisten Mendelssohn en Meyerbeer besmeurd. Historici relativeren: antisemitisme was in 19de-eeuws Duitsland alomtegenwoordig; Wagner was al dood toen het nationaalsocialisme nog moest worden geboren.

Maar op Wahnfried was de toon gezet. In 1915 verscheen Winifred Williams. Dit Britse weesmeisje trouwde op haar 18de met Wagners zoon Siegfried, de homoseksuele stamdrager die ze tot opluchting van de familie vier kinderen schonk.

Taaie dame. In een geruchtmakend filminterview herinnert Winifred zich "de mooie dag" dat Adolf Hitler voor zijn eerste Wagner-pelgrimage over de drempel stapte. Het onthutsende gesprek werd gedraaid in 1975, pal naast Wahnfried. Daar, in het Siegfried Wagner Haus, sleet Winifred zonder wroeging haar laatste dagen.

Nu trekt de schande van Bayreuth er op grafkistachtige beeldschermen voorbij. Nazi's marcheren op de oprijlaan. Winifreds kinderen spreken de Führer aan als 'Onkel Wolf'. Het duo 'Wolf und Wini' spant de Bayreuther Festspiele voor het karretje van völkisch gedachtegoed.

Winifreds eetkamer ligt in volle jaren 30-glorie te pronken. Aan die tafel schoven ze dus aan, mannen als Hitler en Goebbels. Voor de rest zijn de art-decokamers leeg. Geen vitrines, geen voorwerpen, geen foto's. De schuldige vertrekken spreken voor zich.

In 1945 werd Wahnfried getroffen door een afgezwaaide bom. Het was, schrijft het museum, alsof de geestelijke springstof die vanaf deze plek was verspreid, terugviel op de bron. In 1973 droeg kleinzoon Wieland het slordig opgelapte familiehuis over aan de stad. Drie jaar later ging het open als museum.

Wahnfried toen: rommelige stoelenrijen en een morsige atmosfeer. Bij Richards strohoed en Cosima's naaigarnituur lagen getypte kaartjes. Uit speakers kwam de ouverture Tannhäuser. Bezoekers sloten devoot de ogen.

Wahnfried nu: een statige hal met karmozijnrode wanden, teruggebracht in de staat van 1874. Een oogverblindende salon, met de originele Steinway-piano die Wagner cadeau kreeg uit New York.

De meeste meubels zijn overtrokken met witte beschermhoezen, alsof het gezin een paar maanden buitenshuis bivakkeert. Het blijkt een museaal statement. Hier is gerestaureerd, vertellen de hoezen. Alleen de spullen die zichtbaar zijn, hingen of stonden er in Wagners tijd.

Op de eerste verdieping oogt de villa nog het meest als een ouderwets componistenmuseum. Portretten, brieven en partituren staven Wagners productieve en invloedrijke leven. Hé, daar ligt zijn flamboyante baret. Ha, op die sofa is hij in Venetië gestorven. Hartaanval na een ruzie met Cosima, over een jonge sopraan die de meester wilde bezoeken.

Dweepzucht

En zo verricht het Richard Wagner Museum in Bayreuth een krachttoer. Het doopt drie verschillende gebouwen in drie verschillende sferen, met aantrekkelijke kantjes voor hardcorefan en dagjesmens. De complexe Wagner wordt met zoveel museale zuiverheid getoond, dat zelfs de dweepzucht niet wordt vergeten.

Die kant van het Wagner-verhaal komt met een emotionele paukenslag. Daal via het trappenhuis af naar de onderverdieping, bewonder miraculeus gespaard 19de-eeuws stucwerk - en sta perplex. 'De schatkamer' noemt het museum deze schemerruimte. 'Heiligdom' is een beter woord. Alleen de bidstoeltjes ontbreken.

In een vitrine zweeft de handgeschreven partituur van het liefdesdrama Tristan und Isolde. Daarachter fonkelt een goudkleurige, halfronde wand. In het midden hangt de kop van Richard Wagner, de magiër van Bayreuth. Het is een recent ontdekte buste uit 1874. De componist zat er boven in de salon voor model, toen Wahnfried zijn onschuld nog niet had verloren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden