Donderdag 20/02/2020

Wagens met een warme persoonlijkheid

De digitale animatiefilm Cars is het zevende wagentje in de ononderbroken rij van Pixarkaskrakers (Toy Story I en II, A Bug's Life, Monsters Inc., Finding Nemo en The Incredibles), die ook hoog scoren bij de filmkritiek. Zelfs Walt Disney himself kan daar niet tegenop. Vanaf vandaag in de Vlaamse bioscopen . Door Charles Solomon

"Eigenlijk zouden we opzettelijk eens iets slechts moeten uitbrengen om van die druk af te zijn", grapt Darla K. Anderson, de producer van Cars. De regisseur is deze keer niemand minder dan John Lasseter, die ook al beide Toy Story-films en A Bug's Life op zijn palmares heeft staan.

Dat Lasseter voor autootjes gekozen heeft voor zijn vierde lange animatiefilm heeft alles te maken met een oude fascinatie van hem. "Ik ben altijd gek geweest op auto's. Dat ideetje van auto's die tot leven komen, kreeg ik toen ik A Bug's Life aan het maken was", zegt hij in een telefonisch interview vanuit de Pixarstudio in Emeryville. "Een van mijn favoriete Disneyfilmpjes is Susie, the Little Blue Coupe", voegt hij eraan toe.

Maar een ander soort nostalgie speelde ook mee. "Ik had precies de juiste leeftijd toen de Hot Wheelsautootjes uitkwamen", verklaart Lasseter, 49 inmiddels. Hij heeft het over de legendarische speelgoedautootjes van Mattel. "Ik kocht mijn eerste twee Hot Wheels met mijn zakgeld, en was meteen verkocht."

Cars vertelt het verhaal van Lightning McQueen, een ambitieuze, arrogante jonge racewagen die op het punt staat zijn eerste Piston Cup in de wacht te slepen. Als hij toevallig strandt in het kleine dorpje Radiator Springs leert hij van de excentrieke inwoners hoe belangrijk vriendschap, liefde en discipline zijn.

Lasseter gebruikte voor Cars een combinatie van animatie en modellen om volwassen wagens om te toveren tot personages met herkenbare persoonlijkheden, die niettemin nog altijd aanvoelen als zware machines van staal en glas. De traditionele animatie gaf de auto's een rubberachtig uitzicht en de gebruikelijke manier om een machine een gezicht te geven leverde evenmin bevredigende resultaten op.

"De natuurlijke ogen van een auto zijn de lichten", legt Lasseter uit. "Als je de ogen in de richting van de voorruit verplaatst, dan scheid je ze van de rest van het gezicht; de motorkap wordt de neus en de mond hangt ergens ter hoogte van het radiatorscherm. In ons geval wordt het koetswerk het hoofd van het personage. Je kunt dus gebaren maken met de voorwielen als hij praat. Dat ontwerp gaf de animators meer mogelijkheden tot acteren, want als het chassis over de wielen beweegt, heb je min of meer hetzelfde gevoel als bij een hoofd dat beweegt ten opzichte van de romp. Maar om het echt geloofwaardig te maken, moesten we auto's op zo'n manier laten bewegen dat ze ook echt auto's bleven. Ik bleef er maar op hameren bij de animators: ze zullen eruitzien als echte auto's, zorg er dan ook voor dat ze bewegen als gedrochten van 1.500 kilo."

Het was verschrikkelijk moeilijk om de autopersonages te laten bewegen en realistische weerspiegelingen en andere details toe te voegen. "Cars was in technisch opzicht een bijzonder moeilijke film", zegt producer Anderson. "Het is de meest complexe film die we ooit gemaakt hebben."

Zelfs met een batterij computers die vier keer sneller werkten dan die van The Incredibles duurde het voor Cars gemiddeld 17 uur om een frame te maken.

Met Radiator Springs, het nukkige woestijngehucht langs Route 66, roept Lasseter het minder gehomogeniseerde Amerika op dat hij zich herinnert uit zijn kinderjaren.

"Zo zagen heel wat van onze vakanties eruit: mijn broer, zus en ik dicht tegen elkaar aan op de achterzetel van de auto, en mijn ouders die vanuit Los Angeles Route 66 begonnen af te rijden", zegt hij. "Toen ze de snelweg begonnen aan te leggen, gebruikte ook mijn vader hem voor onze reizen. Hij zei: 'Nu winnen we een hoop tijd'. Maar die snelweg was zo vlak. Je had geen besef meer van waar je was. Als je Route 66 nam, dan voelde je echt het land. Je wist waar het heuvelachtig was en waar vlak. Op de snelweg was alles vlak."

De melancholische beelden van het vergeten dorp contrasteren met de snelle racescènes en de uitgebreide komische sequenties. Volgens Lasseter heeft hij daarvoor inspiratie gevonden in de films van zijn grote idool Hayao Miyazaki, de Japanse animatieregisseur.

"In elk van zijn films zijn er mooie, rustige scènes", zegt Lasseter. "Bij onze vroege films deden we er net alles aan om de 'dode vlekken' weg te gommen, omdat de bazen voortdurend zeiden: 'Ik ga een beetje popcorn halen' of 'Nu ben je me kwijt'. Na een poosje begon ik te beseffen dat we niemand van het publiek zouden kwijtraken. De bazen zijn het gewoon die films te zien, maar het publiek niet. Ze zullen wel degelijk bij ons blijven tijdens die momenten."

In augustus vorig jaar kreeg het team achter Cars een flinke dreun te verwerken toen Joe Ranft, de coregisseur van de film, omkwam bij een auto-ongeluk. Hij leverde de stemmen van Heimlich de rups in A Bug's Life en van Red de brandweerwagen in Cars, en werd in de animatie-industrie alom gerespecteerd als een van de beste verhaalspecialisten van zijn generatie. Cars is opgedragen aan Ranft. Lasseters energieke stem wordt zacht als zijn vriend en medewerker ter sprake komt.

"Joe was aan mijn zijde bij elke film die ik gemaakt heb. Hij was zo'n fantastische, innemende man. Hoe mijn humeur ook was, hij kreeg me altijd onmiddellijk aan het lachen. Joe was grappig, niet door taalgrapjes of spitse opmerkingen, maar doordat hij een personage werd. Het genie van zijn verhaalwerk in elk van onze films vloeit voort uit de kracht en de individualiteit van de personages die hij ontwikkelde. Zijn hart is voelbaar in de hele film."

De overname van Pixar door Disney kostte 7,4 miljard dollar en werd aangekondigd toen Lasseter de laatste hand aan Cars legde. Zowel binnen als buiten de animatiewereld werd er hevig gespeculeerd over hoe hij het zal bolwerken: regisseur blijven, Pixar leiden én de animatiestudio van Disney nieuw leven inblazen.

"Bij Pixar heb ik altijd twee petjes gedragen. Ik ben het creatieve hoofd van de studio en ik ben filmregisseur", zegt Lasseter. "Ik heb de eerste drie films van de studio geregisseerd, maar tegelijkertijd was het belangrijk dat ook andere regisseurs bij Pixar hun ding konden doen, en ik ze alleen wat zou helpen. Na Monsters Inc., Finding Nemo en The Incredibles was het opnieuw aan mij. Andrew Stanton, nu vicedirecteur van het creatieve departement, hield toezicht op de andere projecten terwijl ik met Cars bezig was. Zijn volgende film komt er aan en dus is het nu opnieuw mijn beurt om directeur te spelen. "

Dick Cook, voorzitter van Walt Disney Pictures, heeft een geruststellende boodschap aangaande Lasseters vooruitzichten als filmmaker. "Ik denk dat John in het begin zijn handen vol zal hebben. Maar als alles eenmaal loopt zoals hij het wil en als hij zich goed voelt, dan hopen wij dat hij snel weer een film zal regisseren. John heeft te veel fantastische verhalen om nooit meer te regisseren. Dat deel van hem is te belangrijk om te verwaarlozen. Ik denk dat iedereen erbij gebaat is dat hij het doet."

© The New York Times

Zie ook Encore, pagina 2

Ik bleef er maar op hameren bij de animators: ze zullen eruitzien als echte auto's, zorg er dan ook voor dat ze bewegen als gedrochten van 1.500 kilo

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234