Vrijdag 21/02/2020

Wachten op Marcel

De nieuwe documentaire Ne me quitte pas, die woest en ook mild is, verplaatst Wachten op Godot van Samuel Beckett naar het Waalse dorpje Le Mesnil. 'Zonder verhaal beland je hier niet.' Spil van het verhaal is Bob Spaenhoven. Ooit schreef hij gedichten met Hugo Claus, nu broedt hij op een Occupy Belgium.

Alleen jammer dat Marcel niet komt. Of komt hij toch? Helemaal duidelijk is het niet. Marcel zit in een ontwenningskliniek in de buurt van Doornik, hij sport veel, eet gezond, krijgt weer grip op het leven. En weet nog niet of hij komt. "Ik heb hem daarnet nog gebeld. Hij nam niet op. Ik zal het vanavond nog eens proberen."

Het regent in Le Mesnil. De geur van brandend hout stroomt door de straten. Bob Spaenhoven (71) stapt Chez Mémène binnen, een café dat ook een kruidenier is, en bestelt un petit Chimay rouge. "Elke keer dat ik de film zie, ontdek ik iets nieuws."

Hij heeft het over Ne me quitte pas, de film waarin hij de hoofdrol speelt. Hij doet dat samen met Marcel Meijs, een man waarmee hij niet enkel het dorp maar ook de zucht naar drank deelt, de humor en de eenzaamheid, de kracht om de dingen te relativeren. Samen komen ze de dagen door. Ze drinken, wenen, lachen, dreigen met zelfmoord, houden elkaar recht. En ze drinken. Rum en rode wijn.

Ze zijn Vladimir en Estragon, hoofdrolspelers in Becketts Wachten op Godot. Ook volgens Wikipedia, want de encyclopedie schrijft over Vladimir: "De intellectueel en estheticus. Hij schijnt meer te weten dan Estragon, is lang en mager maar is enorm gehecht aan Estragon." En over Estragon: "Hij is zinnelijk, kort en dik, heeft soms last van capriolen. Dan wil hij Vladimir plots verlaten, maar uiteindelijk bedenkt hij zich altijd weer." Bob en Marcel ten voeten uit.

Perte totale

Op verstilde toon vertelt Ne me quitte pas over mislukking, over levens die niet altijd over rozen gaan, vaak doelloos, ja zelfs nutteloos zijn. Makers Sabine Lubbe Bakker (35) en Niels van Koevorden (29) wilden het ook over vriendschap hebben, over liefde, en over dood. De veters van elk leven.

Lubbe Bakker: "De relatie tussen twee mensen die veel voor elkaar voelen is vaak interessanter dan iedere persoon op zich, vind ik. We hebben de informatie dus bewust zeer beperkt gehouden. Het is geen portret van hun leven, wel een beeld van een bepaalde fase in hun leven. Marcel is zijn vrouw kwijt, Bob zijn levensboom. En dan begint het."

Van Koevorden: "Of het moeilijk was om niet in te grijpen? Soms. We stopten Marcels kinderen in bed als hij weer eens ladderzat was en als ze hun auto tegen een boom perte totale reden, gingen wij ze halen. Veel meer konden we niet doen. We zien hen doodgraag, maar het zou arrogant zijn om te denken dat je de problemen van andere mensen kunt oplossen."

Bij de Belgische première van Ne me quitte pas, afgelopen dinsdag op het Docville-festival in Leuven, had Spaenhoven Robbe De Hert omarmd, een vriend van vroeger. Hij had familie begroet, schimmen uit het verleden. Na afloop had hij voor een volle zaal verteld: "Van mijn overgrootouders heb ik enkel twee kleine foto's, in zwart-wit. Mijn nakomelingen zullen binnen dertig, veertig jaar een hele film over hun maffe voorouder hebben. Maar dat is niet de voornaamste reden waarom ik mee heb gedaan."

Heel even had hij gezwegen, met de rechterhand de rafels van zijn zwarte hoed gestreeld. "Het heeft er vooral mee te maken dat iedereen in zijn leven tegenslag kent. Een echtscheiding, depressie, zin om zelfmoord te plegen, alcoholverslaving. Dat is wat de mensen raakt. Ook mij."

Zwervend door Le Mesnil, een gat in het woud, schetst Spaenhoven de contouren van een leven. Hij spreekt over Hugo Claus, Frie Leysen, Anne-Sophie Van Neste, Paul Goossens, Guido Fonteyn, Walter De Bock en Ludo Martens. Mensen die hem liefgehad en beïnvloed hebben. Zegt dat hij in Vilvoorde geboren is, drie kinderen bij drie verschillende vrouwen heeft. "Wat ze gemeen hebben? Hun feminisme." Dat hij trotskist was, nog steeds eigenlijk, en in Afrika heeft gewerkt. Eerst als leraar in Kisangani, Stanleystad, midden jaren zestig, later als verkoper van steenpersen, oliepersen, dat soort dingen. Dat hij daarna in Kuregem sociaal werker is geweest, en nog daarna bloemenverkoper bij Delhaize. Hoeveel levens kan één mens leven?

Over Marcel Meijs zegt Spaenhoven: "Mijn relatie met Marcel is hard. We hebben geen gram compassie voor elkaar. Geen gram. Maar samen kunnen we goed spotten met onze miserie."

Ook dat is wat Ne me quitte pas vertelt, onbewust misschien, dat we met zijn allen soms vreemd omgaan met elkaar, met tegenslag, met dat rare leven. Dat we soms te snel oordelen dat Bob en Marcel om te lachen zijn, ook al zijn wij allemaal Bob en Marcel. Niet eens in het diepst van onze gedachten.

Lege grootwarenhuizen

Langs de Rue de la Folie rijdt de groene bus van Lubbe Bakker en Van Koevorden naar dorpjes met namen als Vierves, Nismes en Oignies. Straks, op de dag dat deze krant verschijnt, wordt Ne me quitte pas in het dorp vertoond en dus wil Spaenhoven vrienden inviteren. Jean-François, Ginette, Catherine. Telkens is de vraag of Marcel komt. Komt Marcel? Misschien.

In Le Petit Mesnil, een café dat ook restaurant dat ook hotel is, vloeit plots Eels de radio uit. "Life is hard", zingt hij, "but so am I." Met de neus haaks boven de koffie onthult Spaenhoven een van zijn vele plannen. "Occupy Wall Street, maar dan in België. Op een vrijdagnamiddag, wanneer er in de regio van Couvin maar vijftien politieagenten aan het werk zijn, overvallen we vier kleine supermarkten. Aldi, Lidl, Spar et encore un autre. We mobiliseren honderd vrienden, kunstenaars, tegenliggers en vullen onze winkelkarren. Aan de cassière geven we een bloemetje maar we betalen niet. Onze actie wordt gefilmd en komt 's avonds in alle journaals. Het hele weekend worden we uitgenodigd door alle praatprogramma's van het land, waardoor we ook in andere steden navolging krijgen. Tegen het einde van de week zijn alle grootwarenhuizen leeg. Geef toe, een mooi plan toch?"

Le Mesnil is het laatste dorpje voor Frankrijk. Het is afgeleid van het Latijnse woord mesnillium, wat 'klein huisje' betekent. Even verderop ligt Le Trou du Diable, het geografisch middelpunt van de Europese Unie. Toch is dit vooral een streek van buitenstaanders en aangespoelden. Hier hebben de mensen, net als de auto's, krassen en builen. "Typisch voor bosmensen. Zonder verhaal beland je hier niet."

Driehonderd verhaaltjes

Spaenhovens huisje staat op de pelgrimsroute naar Santiago de Compostela. Op zijn brievenbus hangt een sticker: 'Anti-raketten'. De voordeur heeft hij in de tweeëntwintig jaar dat hij hier woont nog nooit op slot gedaan. Buiten is het stil.

"Ik heb een boeiend leven gehad. En ik heb nergens spijt van. Ik zeg altijd, ik heb nog tien jaar. Hoelang ik dat al zeg? Al tien jaar. Wat mij in leven houdt? Verleden maand heb ik een kleindochter gekregen, mijn vierde kleinkind, en na de filmheisa ga ik een boek schrijven, driehonderd verhaaltjes die aan mezelf moeten uitleggen waarom ik ben wie ik nu ben. En daarna zien we wel weer." Stilte. "Zeg eens, wat kan ik je aanbieden: rum of rode wijn?"

Ne me quitte pas wordt vanavond vertoond op de slotdag van Docville, om 21.30 uur in Kinepolis Leuven. Woensdag komt de film in Belgische roulatie, met vertoningen in Cinema Aventure (Brussel), Cinema ZED (Leuven), Budascoop (Kortrijk), Z33 (Hasselt) en Sphinx (Gent). www.facebook.com/ Nemequittepas/defilm

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234