Zaterdag 25/01/2020

Wachten op Godot

Een zot of narr veel vraghen maeckt, daer uyt een wijs man noyt en raeckt. We hadden natuurlijk ook gewoon quaerit delirus quod non respondit Homerus of zoiets kunnen stellen, maar Latijn krijgen we in dit meer dan vlakke land al genoeg in onze maag gesplitst, en iemand moet toch af en toe nog ‘s onze eigen taal verdedigen. Ergo: een zot of narr veel vraghen maeckt, daer uyt een wijs man noyt en raeckt. Of als dat ook al te veel gevraagd is: een gek kan meer vragen dan tien wijzen kunnen beantwoorden.

Met deze zegswijze in het achterhoofd mag het niemand verbazen dat de schrijver dezes door heel wat vragen wordt gekweld. En dat was vorige week vooral de fout van de Vlaamse kwaliteitspers, onder meer van een artikel in een krant waarvan ik de naam niet kan vermelden, omdat ik daarin zelf elke vrijdag een stukje pleeg, en on ne crache pas dans la soupe, u kent dat. Als u zich trouwens tussen neus en soep zou afvragen wat dat eigenlijk is, ‘de kwaliteitspers’, weet dan dat dit vrij eenvoudig is. De kwaliteitspers is de pers die vooral door haarzelf de kwaliteitspers wordt genoemd. In de mediawetenschappen moet je het soms niet te ver gaan zoeken. En de kwaliteitspers is dus ook deze die haar lezer niet enkel geruststelt of informeert, maar tevens bouleverseert. En zo hoort het ook.

Het artikel dus dat mij enige onrustige nachten opleverde, was getiteld ‘Wachten op de Vlaamse Youp van ‘t Hek’. Als lezer van de kwaliteitspers moet ik u niet vertellen dat Youp onlangs een fameuze steen heeft gegooid in de kikkerpoel die T-Mobile heet. Trouwe fans van mijn bijdragen in deze krant (dankuwel, lieve echtgenote) weten dat deze gebeurtenis vorige week mijn volledige aandacht opeiste. Ook het desbetreffende artikel boorde nog even door. De vraag was of dit ‘Youp-fenomeen’ ook bij ons mogelijk was. Een doctoraatsstudent die zich naarstig bezighoudt met de invloed van BV’s in de publieke sfeer wist het in elk geval wel zeker.

“Wat comedians hier missen, als ze al eens maatschappijkritisch uit de hoek komen, is een link naar de media”, luidde het. Na het lezen van deze zin moest ik toch even gaan zitten en vroeg me vervolgens af: heeft deze universitaire kenner al ‘s gehoord van Gili, een comedian die onder meer in De laatste show de vloer aanveegde met het zootje ongeregeld dat zich paragnosten noemt? De laatste show, dat lijkt mij toch de media te zijn? Zou de naam Nigel Williams een belletje doen rinkelen? Een man die voor elke microfoon in Vlaanderen alle godsdiensten al een flinke kopstoot heeft gegeven? Zeggen de namen Philippe Geubels en Alex Agnew nog iets? Twee comedians die met hun forse uitspraken over de joodse gemeenschap en de joodse pers niet weg te branden waren uit de media? Het is maar een vraag, die ik ook graag zou stellen aan de tweede humorkenner die in het artikel mocht opdraven, een meneer die een boekingskantoor runt voor comedians, niet in België maar euh, in Nederland. Maar het was een kenner, dat las je meteen.

“In België is de hapklare humor over zijn hoogtepunt heen”, zei hij. Zo, die zat! En de specialist ging onverstoorbaar verder. “Het is een evolutie die je in alle landen ziet: eerst gestaag groeien, dan een commerciële opflakkering met alles een beetje van hetzelfde (sic), om daarna ruimte te geven voor verschillende stromingen, waaronder maatschappijkritiek.” Alstublieft, zo heeft u meteen het hele Belgische humorlandschap van Wuustwezel tot Arlon samengevat in enkele zinnen. Kijk, daarvoor heb je een Nederlander nodig!

Maar ook bovenstaande uitspraken van een humorkenner roepen bij deze gek enkele vragen op. Ten eerste. Als hij het heeft over ‘alle landen’, spreken we dan ook over de commerciële opflakkering van de humor in Bhutan? Ik zeg maar wat. Maar belangrijker nog: heeft deze kenner van de Belgische humor ooit al ‘s gehoord van ene Philippe Geluck, Belgisch humorist en vooral gekend als de geestelijke vader van de stripfiguur Le Chat/De Kat? Drie weken geleden had Geluck een stevige woordenwisseling met CD&V’er Eric Van Rompuy in de RTBF-uitzending Mise au point. Ze spreken er in Franstalig België nog over. Googel het maar even na. ‘Van Rompuy Geluck’, het is goed voor zo’n 1.160 hits.

En ja, daar zit inderdaad een flink verschil tussen Franstalig en Nederlandstalig België. En ja, daar hebben de doctoraatsstudent en de Nederlandse kenner een beetje gelijk. Er is een probleem tussen de Vlaamse audiovisuele media en maatschappijkritische humoristen. Maar de vraag is bij wie van beiden het kalf gebonden ligt.

Bij onze zuiderburen worden mensen als Geluck, Pierre Kroll, Bruno Coppens en euh, uw dienaar wekelijks uitgenodigd om hun visie te geven in debatprogramma’s op radio en televisie. Ook buitenlandse zenders als Euronews, Arte of NOS kloppen soms aan hun deur. In de eigen regio houden we toch meer van humoristen die gezellig op de bank zitten of al ’s een tong willen draaien met Showbizz Bart of Miet Smet. Kennelijk is dat voor de Vlaamse kijker al polemisch genoeg. Zo’n Johan Anthierens die stevig inhakt op Vader Abraham of Will Tura, we willen daar nog wel ’s van smikkelen in een archiefprogramma, maar het is dezer dagen natuurlijk niet meer voor herhaling vatbaar. Radio en televisie zullen gezellig zijn of zullen niet zijn.

Dus hoe lang moeten we wachten op de Vlaamse Youp van ‘t Hek? Dat lijkt me in de eerste plaats een vraag voor de media zelf, maar ik ga er toch geen geld om verwedden. Laten we het gezellig houden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234