Zaterdag 04/07/2020

Wachten op de apocalyps

In 1962 werkte Arturo Ripstein als regie-assistent van Buñuel voor diens El Angel Exterminador. Nadien groeide hij uit tot een van de belangrijkste Mexicaanse regisseurs en volgens kenners is hij de enige die beschouwd kan worden als troonopvolger van de grootmeester. Buñuel zelf droeg met volgende frase op zijn eigen, onnavolgbare manier bij tot e mythevorming rond Ripstein: "Op een dag zal ik een beroemd citaat over Arturo Ripstein ten beste geven, dat mysteries zal doen trillen." Mysteries en mirakels vormen ook het onderwerp van Divine, een bizarre film over een apocalyptische sekte.

Ludo Wijnen

Divine is een eigenzinnige film, dat blijkt al uit het verhaal. Mama Dorita (rol van Katy Jurado) en Papa Basilio (gespeeld door Francisco Rabal) staan aan het hoofd van een wereldvreemde sekte die het einde van de wereld verwacht. De jonge maagden worden in een apart kwartier ondergebracht, de volwassen vrouwen staan als moderne Maria Magdalena's hun mannelijke sektegenoten ten dienste. Hun riten en kledij zijn rechtstreeks geïnspireerd op de bijbelse films van de jaren vijftig. Papa Basilio is immers van mening dat god zijn wil in het medium film kenbaar maakt. Vooral De Tien Geboden met Charlton Heston draagt zijn voorkeur weg.

Mama Dorita is stervende en stelt een opvolgster aan die de voortekenen na haar dood moet duiden. Tomasa (vertolkt door Edwarda Gurrola) aanvaardt met tegenzin de rol van Moeder en Maagd maar wordt door de sekteleden al snel overtuigd van haar bovennatuurlijke gaven. Al spelend op haar Nintendo vaardigt ze de ene waanzinnige maatregel na de andere uit. Als de eerste regens zich aandienen terwijl de nieuwe Christus nog niet geboren is, besluit ze zich te laten nemen door iedere man uit de sekte.

In dit kort overzicht hebben we al te weinig aandacht besteed aan de verschillende bijrollen, zoals een poppenfetisjist met pedofiele inslag, een homofiele soldaat en zijn gefrustreerde oom. Het mag echter duidelijk zijn dat een bioscoopticket in dit geval toegang geeft tot een surrealistisch universum, vol vreemde personages en onverwachte wendingen. Voor verscheidene bezoekers zal de leefwereld van de millenniumgroep al te ver van hun bed liggen om erdoor geraakt te worden. Anderen, zoals ondergetekende, raken poëtisch van slag en neuriën bij het buitengaan het lijflied van de sekte: "Al cielo, al cielo, al cielo quiero ir (naar de hemel wil ik gaan)".

De maker van al dat moois timmert, zoals gezegd, al jaren aan de weg. Hij begon zijn carrière in het midden van de jaren zestig, een dalperiode na de gouden jaren vijftig van de Mexicaanse cinema. In het begin van de jaren zeventig trachtte president Luis Echeverria Alvarez de filmindustrie nieuw leven in te blazen door zijn broer Rodolfo aan het hoofd te plaatsen van de Banco Cinematografico.

"In die periode ontstond een nieuwe lichting waarvan enkel Jaime Humberto Hermosillo, Jorge Fons en ik overblijven," zo blikt Ripstein terug. "En eigenlijk kun je Fons en Hermosillo niet meer meerekenen, als je ziet hoeveel films ze recent nog gemaakt hebben." Een gebrek aan productiviteit valt Ripstein zeker niet te verwijten. Terwijl hij Divine overal ging voorstellen, was hij al bezig aan de postproductie van El Coronel no tiene quien le escriba.

Ripstein werkte samen met literaire grootheden als Gabriel García Márquez en Manuel Puig, maar voor Divine deed hij voor een zevende keer een beroep op scenariste Paz Alicia Garcadiego. "Zij hoeft als schrijfster niet onder te doen voor de bekendere namen met wie ik heb samengewerkt," aldus Ripstein. "Haar verbeelding is zeer complementair met de mijne. We zijn zeer verschillend, we hebben andere gevoeligheden maar vinden toch altijd een gemeenschappelijk draagvlak."

"Het verhaal van Divine is geïnspireerd op een apocalyptische sekte die in Mexico tijdens de jaren tachtig gesticht werd. Met de komst van het tweede millennium verwachtten ze de nieuwe Christus, ze noemden zichzelf Het Nieuwe Jeruzalem. Het was een dankbaar gegeven dat ons inspireerde voor deze film. Ik ben altijd gefascineerd geweest door dit soort ketterse groeperingen. Sinds het eerste millennium zijn er talloze apocalyptici geweest die het einde van de wereld voorspelden. Vaak gaat hun doemdenken gepaard met het geloof in een utopie, een betere maatschappij die in dit geval mystiek en religieus van aard is. Volgens mij zal religie nog aan belang winnen naarmate de onzekerheid en de angst in de wereld toenemen. De verschoppelingen en zij die geen hoop meer hebben zoeken daar hun laatste toevlucht."

Het Nieuwe Jeruzalem, gevestigd in een afgelegen citadel, wordt tot leven gebracht in een armtierige barokstijl. Flarden stof suggereren kostuums, felle kleuren contrasteren met doffe achtergronden. "Het is een visueel festijn dat haast onbeperkte mogelijkheden verschafte," aldus Ripstein. "Het op elkaar aanbrengen van niet bij elkaar passende modes, geput uit verschillende tijdsgewrichten beschouwde ik ook als iets zeer Mexicaans. Het is altijd een vrij arm land geweest waar men slechts uiterst zelden iets weggooit. Bij het betreden van een doorsnee keuken of woonkamer onderga je dan ook zeer uiteenlopende indrukken. Naast een stokoude stoel staat een ijskast van de jaren zestig met daarop een veelkleurig plastic niemendalletje uit de jaren zeventig. Alles wordt gecombineerd tot een veelkleurige mengeling met een intrigerende samenhang."

Ook de structuur van de film is intrigerend te noemen. Net als in bijvoorbeeld El Callejon de los Milagros van Jorge Fons wordt af en toe eenzelfde episode verteld vanuit het standpunt van een ander personage. Maar de negen delen, getiteld naar telkens een nieuw mysterie, verschuiven ook in de tijd vooruit en achteruit: "Mijn oorspronkelijke opzet bestond uit twaalf delen, die ik aftellend van twaalf naar één zou voorstellen. Zowel het budget als de speelduur kwamen op die manier op de helling te staan en de producenten lieten me al snel weten dat dit geen reële optie was."

Ripstein wijst er nogmaals op hoezeer het magisch realisme en het surrealisme van deze film behoren tot de eigenheid van zijn land: "De dood wordt in de sekte met de nodige vreugde verwacht, een contradictie die in weinig andere landen zo gemakkelijk overbrugd wordt. Bij ons wordt al gemakkelijk gelachen of zelfs de spot gedreven met de dood. De verkleedpartij van de sekteleden past ook in onze tradities. Zo vindt ons carnaval zijn oorsprong bij de Azteken, die maskers droegen tijdens een tiental dagen die overgeslagen moesten worden om hun maankalender weer te laten kloppen. Gedurende die tijd was men eventjes uit zijn eigen persoonlijkheid afwezig, leefde men als het masker dat gedragen werd. Het surrealisme is bij ons dan ook geen stijl, het is een levenshouding. Buñuel is naar ons land gekomen om te leren van ons ingeboren surrealisme, net zoals ik van hem geleerd heb. Ik had al op verscheidene filmsets gewerkt, maar ik dacht altijd: 'dat kan ik ook'. Tot ik bij El Angel Exterminador betrokken werd; wat ik Buñuel daar zag doen, wilde ik ook onder de knie krijgen. Het feit dat Francisco Rabal, die bij Buñuel debuteerde in Nazarin, hier een hoofdrol speelt, zou je in zekere zin kunnen beschouwen als een hommage."

De grijzende regisseur, geboren in 1943, kan het nog steeds niet laten om af en toe tegen een aantal schenen te schoppen. Op een bepaald moment duwt Papa Basilio een afstammeling van de Azteken nogal bruusk aan de kant, die moppert dat hij dat niet kan maken. "Hoezo, dat kan ik niet maken? Natuurlijk kan ik dat doen, en weet je waarom? Omdat ik een Spanjaard ben en een flink stel kloten aan mijn lijf heb!"

"Heerlijk toch, als een scène je in staat stelt om zo politiek incorrect uit de hoek te komen," mijmert Ripstein even weg. "Het is af en toe nodig de gevestigde waarden ter discussie te stellen. Die zijn soms nog surrealistischer dan deze film."

TITEL: Divine (El Evangelio de las Marevillas) REGIE: Arturo Ripstein. SCENARIO:Paz Alicia Garciadiego. FOTOGRAFIE: Guillermo Granillo. MUZIEK: David Mansfield. PRODUKTIE: Jorge Sanchez en Laura Imperiale. VERTOLKING: Francisco Rabal, Katy Jurado, Carolina Papaleo, Edwarda Gurrola, Bruno Bichir, e.a. Mexico, 1998, kleur, 112'. Gedistribueerd door CNC.

'Het surrealisme is in Mexico geen stijl, het is een levenshouding'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234