Vrijdag 03/04/2020

Zelfmoordterrorisme

Waarom zoveel jonge mensen zich de dood in willen werpen voor een ideologie

Bloemen, kaarsen, vlaggen en tekeningen op het beursplein in Brussel brengen hulde aan de slachtoffers van de aanslagen in Zaventem en Maalbeek op dinsdag 22 maart.Beeld photo_news

Precies een week geleden werd onze wereld - voor de zoveelste keer op rij - opgeschrikt door een bloedige aanslag. Net als in Parijs bleek het in Brussel te gaan om zelfmoordterrorisme, de meest fatalistische en daardoor ook moeilijkst bestrijdbare vorm van geweld. Maar wat maakt dat iemand zich de dood in wil werpen uit naam van ideologie? En waarom lijken steeds meer jongeren zich daar - onder invloed van extremistisch gedachtegoed - ook toe te laten overhalen?

Wat drijft jongens als Ibrahim en Khalid El Bakraoui of een Salah Abdeslam - geboren en getogen in Brussel - ertoe zich door het extremistische gedachtegoed van IS te laten overhalen om zichzelf de dood in te jagen, en daarbij zoveel mogelijk onschuldige slachtoffers in hun kielzog mee te nemen? Welke persoonlijke, maar vooral ook maatschappelijke elementen spelen daarin een rol?

En valt het tij nog te keren, of zijn we op weg naar een wereld waarin totaal nihilisme en fatalisme de overhand zullen nemen? Vier lastige vragen en antwoorden.

1. Hoe ziet het 'daderprofiel' van een zelfmoordterrorist eruit?

"Mensen durven al eens aannemen dat personen die in staat zijn tot zo'n gruwelijke daden als een terroristische aanslag wel psychopaten of geesteszieken moeten zijn, maar in realiteit is dat helemaal niet zo", zegt Rudy Verelst, forensisch psychiater aan het U.Z. Leuven. "Onderzoek toont aan dat de meeste plegers van extreem geweld - of dat nu politiek, religieus of ideologisch geïnspireerd is - geen opmerkelijke psychische afwijkingen vertonen. Ook wat sociale problemen - zoals armoede, een achtergesteld milieu of een moeilijke gezinssituatie - betreft, zijn er geen flagrante verschillen."

De kiemen voor radicalisme lijken dan ook meer te liggen in de 'normale' moeilijkheden waarmee de huidige cultuur ieder van ons confronteert. "Veel jongeren die zich laten overhalen tot jihadisme, worstelen met hun identiteit, met het vinden en zoeken van hun plaats in de wereld", zegt Verelst. "Op zich is die zoektocht naar identiteit normaal: elke jongere maakt die mee, maar in sommige gevallen zorgt een bepaalde context - zoals bijvoorbeeld de omgeving van het gezin en de vriendenkring of die van het geloof - ervoor dat die zoektocht bemoeilijkt wordt."

En hoe moeilijker de zoektocht, hoe meer kansen voor extremisme om zich in het hoofd van zo'n zoekende jongere te nestelen. "Hoe meer open plekken er in de identiteit van iemand blijven liggen, hoe makkelijker het wordt om die te laten invullen door extremistische ideologische ideeën. Zeker als die concreet worden aangereikt of ondersteund door invloedrijke individuen binnen het eigen milieu", merkt Verelst op. Doordat de antwoorden die extremisten bieden bovendien vaak erg simplistisch en hapklaar zijn, zijn ze voor de zoekende adolescent extra aantrekkelijk."

Khalid en Ibrahim El Bakraoui, twee zelfmoordterroristen die zichzelf opbliezen bij de aanslagen in Brussel.Beeld afp

2. Waarom zijn jongeren vandaag extra vatbaar voor indoctrinatie?

Dat mensen vandaag erg vatbaar lijken voor extremistische indoctrinatie, houdt dan ook verband met de grote vrijheid die we als individu krijgen om onze identiteit op te bouwen, en met de grote onzekerheid die dat met zich meebrengt. "Wie we zijn wordt niet langer bepaald door vaste structuren als gezin en klasse", zegt systeemtherapeut en psychiater Dirk De Wachter daarover.

Die vrijheid is mooi, maar ook zwaar. "Wie het immers niet maakt, en er niet in slaagt de door de samenleving gewenste identiteit bij elkaar te puzzelen, is daar zelf verantwoordelijk voor. Het gevoel dat daaruit voortkomt, is er niet alleen een van mislukking en schaamte, maar ook een van onrecht, zinloosheid en leegte. Een ondraaglijke leegte die mooi opgevuld kan worden door 'hapklare' zingeving zoals extremisten die aanbieden.

Beeld Stefaan Temmerman

3. Zijn jongeren uit allochtone milieus hier extra vatbaar voor?

"Ja, omdat zij het in hun zoektocht naar identiteit nog wat moeilijker hebben dan anderen", zegt Verelst. Ten eerste door de clash van hun (sub)cultuur met de westerse variant, die mogelijk vijandig staat tegenover die van hen." Maar ten tweede ook door de manier waarop die eigen cultuur in elkaar zit. "Jongeren van een allochtone afkomst leven vaak in gesloten gemeenschappen - zowel wat familie als vrienden betreft. En ook binnen hun geloof heerst er een zekere mate van geslotenheid", zegt Verelst.

"Islamitische jongeren zijn vaak de taal van moskeeën niet machtig, waardoor ze niet precies weten hoe hun geloof te belijden: ze willen een goede moslim zijn, maar weten niet hoe. Omdat ze met die vragen ook nergens anders terecht kunnen - noch bij familie, noch bij vrienden - gaan ze elders op zoek naar antwoorden, vaak via het internet. Daar komen ze al snel bij mensen extremistische ideeën prediken."

Beeld Karoly Effenberger

Die extremistische fanatici weten de zoekende jongere te indoctrineren. "Ze zoeken hun specifieke zwakke plek en spelen daar dan op in", zegt Verelst. "Die kan ideologisch of zingevend zijn, maar ook financieel of psychisch." Wat de jongeren extra kwetsbaar maakt is dat ze de informatie of de ideologie die ze aangereikt krijgen niet kunnen toetsen. "Ze leven binnen een cultuur waarin weinig kritische bevraging gebeurt, er sowieso al weinig dialoog is, en waar soms zelfs dingen onder de mat geveegd worden."

4. Hoe kunnen we het tij keren?

Het feit dat extremisme zich ent op bepaalde psychische kwetsbaarheden, stemt Verelst wel gunstig over de bestrijding ervan. "Doordat de kiemen voor radicalisering in bepaalde contextgebonden zwaktes liggen, maakt ook dat we door die kwetsbaarheden aan te pakken, de risico's op extremisme kunnen verkleinen."

"Voor extremistische leiders is het uiteraard te laat", zegt Verelst. "Daar kan enkel preventie de samenleving nog een dienst bewijzen, door ervoor te zorgen dat ze hun gedachtegoed niet kunnen verspreiden naar een vatbaar publiek." Bij volgers en sympathisanten kan er echter nog wel ingegrepen worden.

Volgens Verelst zijn er daarvoor dan ook dringend gerichte acties nodig. "Zo kan het onderwijs een belangrijke rol spelen in de identiteitsvorming van de zich ontwikkelende adolescent. Bij mensen die vatbaar zijn voor psychische problemen, kan de geestelijke gezondheidszorg een cruciale rol spelen. En voor sociaal kwetsbare groepen (armoede, etc.) kan vormingswerk het risico eventueel verkleinen."

Beeld Stefaan Temmerman

Om tot een meer dragende oplossing te komen, moet er volgens Verelst echter ook een kentering komen in de manier waarop onze samenleving zichzelf organiseert. "Uit onze manier van samenleven spreekt nog een groot 'wij versus zij'-denken", zegt hij. Zolang die duale attitude geen plaats kan maken voor een meer ééngemaakte visie op mens en wereld, zullen ook de kiemen voor aanvaring en conflict altijd blijven bestaan.

Beeld Photo News

Liever dan een wereld waarin mensen niet mét elkaar, maar náást elkaar doorleven, zou Verelst dan ook een écht multiclturele samenleving zien ontstaan. Een eerste concrete weg daarnaartoe ligt volgens hem in de ruimtelijke ordening. "Er bestaan urbanistische theorieën die adviseren om bevolkingsgroepen niet langer te segregeren, maar wel te integreren. Dit door mensen uit hun aparte wijken weg te halen en ze onder elkaar te doen wonen."

Een flexibel samenlevingsmodel dat zich inspireert op verbinding - eerder dan op verschil - daarin lijkt ook De Wachter wel iets te zien. Al blijft die idee tot op heden meer een idealistische utopie, dan een realistische werkelijkheid. "We moeten proberen om jongeren die zich ideologisch leeg of uitgestoten voelen, toch in het maatschappelijk weefsel te houden."

Dat kan door zo min mogelijk bevolkingsgroepen af te stoten, door niemand te stigmatiseren en door zeker geen mensen te gaan isoleren. "De kans dat mensen die gevoelens van onrecht, isolement of uitsluiting gaan compenseren door een act van zogenaamde grandiositeit, wordt op die manier een pak kleiner gemaakt."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234