Vrijdag 29/05/2020

Waarom zijn het er niet meer?

Elke minuut worden zo'n tien mensen seropositief. In de meeste gevallen komt dat nog altijd neer op een doodvonnis binnen behoorlijk afzienbare tijd, bij gebrek aan antiretrovirale middelen. En toch gaat het de goede kant op, al zijn er nog tal van obstakels.

Brussel

Eigen berichtgeving

Catherine Vuylsteke

Een mens kan er zich fundamenteel weinig bij voorstellen: bij de 46 miljoen seropositieven op deze wereld, bij de drie miljoen doden, de zonen en vooral dochters die hun vaders of moeders eerst verplegen en uiteindelijk begraven. En wat weten we echt over de drugsspuiters in Iran, Rusland of Centraal-Azië, de kindprostituees in Zambia die voor driekwart aids-wezen zijn, de Zuid-Afrikaanse moeders die hun kinderen Memory Boxes nalaten opdat ze zouden herinneren en wortels hebben, of de Chinese boeren die hun bloedplaatjes verkochten en met aids werden betaald? Weinig.

Aids-verhalen zijn histories vol misère, frustratie, wanhoop, en een enkele keer: enige hoop. Mag het iets meer zijn? Wat doet de internationale gemeenschap om dat aanhoudend aanzwellende leger seropositieven een menswaardig en vooral langer leven te geven? Wie wordt geholpen en waar?

Momenteel zijn er wereldwijd zo'n 800.000 mensen die aids-remmers slikken. En dat terwijl er zo'n zes miljoen mannen, vrouwen en kinderen zijn die deze antiretrovirale middelen dringend nodig hebben. Bovendien woont meer dan driekwart van die relatief fortuinlijken in West-Europa en Noord-Amerika. Van de 250.000 mensen die aids-remmers krijgen in de ontwikkelingslanden, bevinden er zich 115.000 in Brazilië en enige tienduizenden in Botswana, twee landen waar de overheid gratis therapie verstrekt.

De overigen zijn mannen, vrouwen en kinderen die hier of daar het geluk hebben terecht te kunnen in een gezondheidscentrum van een organisatie als Artsen zonder Grenzen, die momenteel 9.000 patiënten heeft in 42 projecten in 19 landen. Tegen eind dit jaar moeten dat er overigens 11.000 zijn en tegen eind 2004 zo'n 25.000.

Recentelijk deden zich een aantal positieve ontwikkelingen voor. In november kondigden China en Zuid-Afrika gratis verstrekking van antiretrovirale middelen aan en bovendien lanceerde de Wereldgezondheidsorganisatie gisteren haar '3 by 5'-project. Concreet: tegen 2005 zou de helft van alle mensen die dringend aids-remmers behoeven, die ook moeten krijgen.

Tegelijk wordt internationaal vastgesteld dat het nodige geld geleidelijk wordt vrijgemaakt. In 2003, zo stelt Unaids, werd 4,7 miljard dollar uitgegeven, en dat is 23 keer zoveel als in 1996. Toch is het lang niet voldoende: in 2005 is 10 miljard nodig en tegen 2007 zelfs 15 miljard dollar.

Problematisch aan donorszijde is evenwel de VS, dat zijn hulp afhankelijk stelt van de garantie dat geen 'actieve abortussen worden gepromoot'. In dat kader verloor het VN-bevolkingsfonds UNFPA al zijn VS-steun.

Binnen de Wereldbank wordt tegelijk een contradictie vastgesteld, tussen enerzijds de oproep tot massalere investering om de aids-epidemie in te dijken en anderzijds de voorwaarde voor kwijtschelding van de schuld van de armste naties, dat de uitgaven voor gezondheidszorg onder een bepaald plafond moeten blijven.

Niet alleen is er meer geld in de strijd tegen aids beschikbaar, bovendien is de prijs van de antiretrovirale middelen, wegens de productie van generische medicijnen in onder meer India, fenomenaal gedaald. Kostte een therapie enige tijd geleden nog 10.000 dollar per patiënt per jaar, onderhand volstaat 300 dollar. Hoewel, ook dat behoeft enige nuancering. Hoe duur de behandeling is, heeft veel te maken met de inspanningen die de overheid in een bepaald land doet om goedkope medicijnen te importeren en te distribueren.

Dat slechts ongeveer één procent van de Afrikanen die ze nodig hebben, ook daadwerkelijk aids-remmers krijgt, heeft echter met meer dan de prijs alleen te maken. Een van de belangrijkste obstakels is de kwaliteit van de medische zorgen die worden geboden en de verregaande uitholling van de gezondheidssystemen door endemische corruptie. Neem een behoorlijk gunstige situatie: mevrouw Koulibaly woont in de Ivoriaanse stad Bouaké, tot voor het begin van het conflict in september van vorig jaar een van de welvarendste naties van Afrika. Ze woont in de stad, het ziekenhuis bevindt zich op tien minuten lopen, het is een universitaire instelling en als overheidsambtenaar zit ze in een mutualiteitssysteem, wat evenzeer uitzonderlijk is. En toch: er moet voortdurend en erg veel worden betaald voor alle medische tussenkomsten, de medicijnen verdwijnen via de achterdeur en het personeel is niet gemotiveerd. Met andere woorden: het probleem is niet dat mevrouw Koulibaly de discipline niet aan de dag kan leggen om haar aids-remmers in te nemen, wat vroeger werd beschouwd als obstakel in de verzorging van patiënten van Afrika, maar ze heeft de fortuinen niet die nodig zijn, en de aids-remmers bestaan alleen in theorie.

Slecht beheer, demotivatie en corruptie zijn enkele van de grootste verschrikkingen, die overigens niet alleen met armoede te maken hebben. Het ziekenhuis in kwestie bijvoorbeeld wordt nu door Artsen zonder Grenzen gerund, met een zesde van het vroegere personeel en er worden geheel gratis twee keer zoveel mensen geholpen, terwijl het sterftecijfer fenomenaal is gedaald. Wegens: er is controle op de werking, patiënten kunnen met hun klachten bij de directie terecht en wie toch inhalig is, gaat er zonder pardon uit.

Bovendien beschikt het zwarte continent over maar weinig universitaire ziekenhuizen, het gros van de aids-patiënten woont, als het meezit, niet al te ver van een districtsziekenhuis. "Als zo'n instantie aids-patiënten moet begeleiden, is een minimale investering nodig in laboratoriummateriaal en in de opleiding van het personeel, naast de kosten van de aids-remmers zelf", legt AzG-dokter Pierre Humblet uit. En toch is ook daarmee niet alles gezegd. "Een paar jaar geleden", legt professor Laga van het Tropisch Instituut in Antwerpen uit, "dachten we dat er een stormloop zou zijn naar de medische centra die aids-remmers in Afrika verstrekten. Wat blijkt nu? Mensen wachten tot ze ziek zijn voor ze zich laten testen, tot ze noodgedwongen patiënt zijn voor ze zich voor aids-remmers aanbieden. Het stigma omtrent seropositiviteit en aids is immers een torenhoge barrière voor behandeling."

Het stigmaprobleem, zo blijkt uit een nieuw rapport van Amnesty International, is overigens geen loutere zaak van persoonlijke gêne. Zo wijst een studie in vier Noord-Nigeriaanse deelstaten uit dat een op de tien dokters of verpleegsters aids-patiënten weigert te behandelen en hen zelfs de toegang dat het hospitaal ontzegt. Veertig procent van het ondervraagde medisch personeel zei te denken dat aids zichtbaar is, en een op de vijf meende dat de ziekte een gevolg is van een immoreel bestaan.

In de Filippijnen, zo wijst ander onderzoek uit, heeft de helft van de aids-patiënten last van discriminatie en in India treft die gesel zelfs zeven op de tien seropositieven. Het is vooral, zo blijkt, de familie en het gezondheidspersoneel dat zich daaraan schuldig maakt. Haast een op de drie Indiërs blijkt er bovendien geen controle over te hebben aan wie het resultaat van zijn/haar aids-test wordt meegedeeld. In Indonesië is dat zelfs 38 procent en in Thailand 40.

Met andere woorden: als het niet echt stormloopt voor aids-remmers, dan is het omdat mensen er alles aan doen om niet te worden geassocieerd met de dood in vier letters. Immers, nog voor ze in het graf belanden, riskeren ze sociale isolatie en zelfs uitsluiting. De isoleercel, vóór de executie.

Zes miljoen mannen, vrouwen en kinderen hebben dringend aids-remmers nodig, slechts 800.000 slikken ze werkelijk

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234