Maandag 21/10/2019

oorlog in Syrië

Waarom zelfs twee dode kleuters in plastic zakken ons niet meer raken

De lichamen van twee dode kinderen die omkwamen bij bombardementen op de Syrische stad Douma, in Oost-Ghouta. Beeld AFP

Zelfs de gruwelijkste beelden uit de Syrische stad Oost-Ghouta zijn niet in staat om de westerse apathie te doorbreken. Hoe komt dat? “In Syrië wordt niet meer aan echte oorlogsverslaggeving gedaan waardoor alleen nog maar ongefilterde en rauwe beelden op het publiek worden afgevuurd. Dat maakt een oorlog onbegrijpelijk.”

Burgers uit de gebombardeerde Syrische stad Oost-Ghouta verspreidden zondag gruwelijke foto’s van twee dode kleuters die in een zak van de VN-vluchtelingenorganisatie gewikkeld waren. De kinderen liggen op een kille vloer, en vanuit een van de hoofdjes loopt een bloedspoor.

Van dit soort foto’s zou je verwachten dat ze bij de internationale opinie, de media en de politici naast afschuw een grote urgentie creëren. Elke oorlog heeft zo van die beelden die voor een verhevigde aandacht zorgen en soms zelfs een ommekeer forceren. In Sarajevo zorgden beelden van de mortieraanval op een drukke markt voor het begin van het einde van het bloedige beleg.

Korter geleden waren er de foto’s van het lijkje van de driejarige Alan Kurdi op een Turks strand en de bebloede vijfjarige Omran Daqneesh op zijn oranje hospitaal-stoel in Aleppo die de verontwaardiging deden pieken.

Het beeld van de verdronken Aylan Kurdi ging in 2015 de wereld rond als symbool voor de vluchtelingencrisis. Beeld AP

Maar de hevige Syrische en Russische bombardementen op Oost-Ghouta en steden in de provincie Idlib, die honderden mensenlevens kostten, zorgen in het Westen blijkbaar vooral voor apathie en oorlogsmoeheid. Zelfs de foto van kleuterlijkjes in VN-zakken lijkt daaraan niets te veranderen.

Dat is ook het gevoel bij VRT-oorlogsjournalist Rudi Vranckx. “Toen De Morgen enkele jaren geleden op de voorpagina van een Syrië-bijlage een gruwelbeeld van een Syrisch kindje plaatste, was daarover veel ophef. Maar die fase zijn we allang voorbij. Er is sprake van gewenning en van moeheid. We lijden aan een overdosis aan schokkende beelden. Wellicht heeft dat te maken met het feit dat Islamitische Staat is verslagen. Zolang IS bestond konden journalisten een duidelijk verhaal brengen over een militaire macht die door en door slecht was en ook een bedreiging vormde voor het Westen. Nu dat verhaal is weggevallen, ebt ook de westerse aandacht weg en krijgen we bovendien de indruk dat de oorlog in zijn eindfase zit.”

Tegelijk zegt Vranckx dat hij zal blijven proberen om duidelijk te maken dat dit conflict in grote mate gaat over een burgerbevolking die slachtoffer is van oorlogsmisdaden en misdaden tegen de mensheid. “Maar ik verhul niet dat ik als journalist soms moedeloos word van de huidige apathie. Noem het een mengeling van moedeloosheid, verontwaardiging en boosheid.”

Daniel Demoustier, jarenlang oorlogscameraman voor het Britse ITN, wijst op een groot verschil met vorige brandhaarden. “Door meerdere journalisten te onthoofden, is Islamitische Staat erin geslaagd om van Syrië een no-gozone voor de grote internationale zenders te maken. Je hebt geen oorlogsjournalisten meer ter plaatse die informatie verifiëren, achtergrond geven en het conflict kunnen inschatten.”

De 5-jarige Omran Daqneesh zit in een ambulance nadat hij werd bevrijd van onder het puin na een luchtaanval op de Syrische stad Aleppo in augustus 2016. Beeld AP

Demoustier herinnert aan een massagraf dat hij in 1999 aan het begin van de Kosovo-oorlog filmde in het dorpje Racak. De beelden zorgden voor grote verontwaardiging en politieke daadkracht. “We gebruikten geen rauwe beelden, maar filmden voeten en handen van de lijken. Het belangrijke was dat we die beelden in een context plaatsen en dat is wat we nu missen met die stortvloed aan gruwelbeelden uit Syrië.”

Sandy Al Obaed, een Syrische journaliste die in de gebombardeerde stad Saraqib woont, vertelt een soortgelijk verhaal. “In Idlib of Ghouta zijn er eigenlijk geen echte media aanwezig waardoor er vooral bericht wordt over het aantal bommen en militaire aspecten. Het verhaal van de burgerslachtoffers wordt enkel in gruwelbeelden gebracht. Over de mentale situatie van de bevolking en de impact van de oorlog op mensenlevens en economie lees je zelden, terwijl het net die verhalen zijn die voor verheldering, empathie en bewustwording zorgen.”

“Maar dit alles betekent niet dat we de strijd voor meer bewustwording mogen opgeven”, zegt Anne Héry van de ngo Handicap International. “Ook wij maken ons grote zorgen over de gevoelens van gewenning en onmacht bij de westerse publieke opinie. Zo is het voor ons moeilijk om campagne te voeren tegen het gebruik van explosieve wapens in dichtbevolkte gebieden. Toch denken wij dat we met de campagne Stop Bombing Civilians een miljoen handtekeningen kunnen verzamelen om steeds meer landen rond een tekst te verzamelen die een einde moet maken aan het gebruik van bommen in dichtbevolkte burgergebieden. Een twaalftal landen als Noorwegen, Ierland, Oostenrijk en Nieuw-Zeeland neemt het voortouw en dat is toch wel een belangrijke evolutie die toekomstige gruwel kan verhinderen.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234