Maandag 30/01/2023

Waarom ze elkaar haten

De oorlog tussen soennieten en sjiieten stort Irak in chaos. De vrees bestaat dat het geweld zich over het Midden-Oosten verspreidt. Maar waarom staan deze twee stromingen binnen de islam elkaar zo naar het leven?

Door Frank Schlömer

Kerbala l De aanslag op de Gouden Moskee in Samarra, begin vorig jaar, joeg een enorme golf van religieus geweld over Irak. Deze week kwam er een dramatisch hoogtepunt met een moorddadige aanslag op sjiitische pelgrims op weg naar Kerbala.

In de wijken van de Iraakse hoofdstad Bagdad leefden beide religieuze groepen decennia vreedzaam naast elkaar. Dat lijkt nu tot het verleden te behoren, hoewel men toch in dezelfde god Allah gelooft en enkel in de beleving van de religie wat andere accenten plaatst.

Het geschil gaat terug tot de dood van de profeet Mohammed in 632, die zelf niet voor zijn opvolging had gezorgd. Een deel van de gelovige moslims vond dat de profeet moest worden opgevolgd door zijn neef Ali ibn Abi Talib, die ook met Mohammeds dochter Fatima was getrouwd. Zij noemden zich de Partij van Ali of Sjiat Ali, vandaar de naam die tot op de dag van vandaag bestaat.

Maar de meerderheid vond dat de opvolger (kalief) van de profeet zijn vriend Abu Bakr moest zijn, gekozen door de hoogste schriftgeleerden, en dat zorgde voor het begin van de onenigheid. Die werd alleen nog maar groter toen Ali in 661 door de Ommajadendynastie in Damascus werd vermoord. Als beide kampen elkaar in 680 in de buurt van Kerbala bloedig bevechten, is het schisma definitief.

De grote meerderheid van de moslims in de wereld zijn soennieten, schattingen spreken van 85 tot 90 procent van de islamitische wereldbevoklking. Beide groepen zijn het eens over een aantal basisgegevens zoals de eenmaligheid van God (er is maar één God en dat is Allah), over het feit dat Mohammed zijn profeet is en dat bidden, vasten (ramadan) en een pelgrimstocht naar Mekka een plicht is. De verschillen liggen in de doctrine, het ritueel, de wetgeving en de religieuze organisatie. Dat maakt dat beiden zich vaak als rivalen gedragen.

In veel moslimlanden leven de twee gemeenschappen van elkaar gescheiden, al kwam het in Irak voor dat er gemengde huwelijken waren. De soennieten beschouwen zichzelf als de orthodoxe en traditionele tak van de islam, de enige ware zoals sommigen zeggen. Het woord soenniet komt van Ahl al-Sunna, het volk van de traditie. Het woord traditie verwijst dan naar de woorden en daden van de profeet als enig bindende maatstaf. Soennieten geloven in alle profeten die in het heilige boek (Koran) vermeld staan en aanvaarden de laatste profeet, Mohammed, als de hoogste. Wetgeving en onderwijs zijn op de religie gebaseerd.

De sjiieten waren in de vroege dagen eigenlijk een politieke groepering, zoals hun naam (Sjiat Ali, de Partij van Ali) al zegt. Voor hen is de eigenlijke leider van de islam Ali, de schoonzoon van de profeet Mohammed. Ali werd in de machtsstrijd om de opvolging van de overleden profeet vermoord en vanaf dan ontstond een ware cultus rond hem. Zijn dood ligt aan de basis van martelaarschap en rouw, die tot op vandaag beleden worden. Binnen de sjiitische geestelijkheid bestaat een strikte hiërarchie, die het de vertegenwoordigers van de clerus toelaat zelf de islamitische teksten te interpreteren.

Het aantal sjiieten binnen de islambevolking op aarde wordt tussen de 120 en de 170 miljoen geraamd, wat ongeveer een tiende van alle moslims is. Ze vormen een meerderheid in Iran, Irak, Bahrein en Jemen en er zijn grote gemeenschappen in Afghanistan, India, Koeweit, Pakistan, Libanon, Syrië en Turkije.

In de landen waar ze een minderheid vormen worden ze vaak verdacht gemaakt en gediscrimineerd. In Saoedi-Arabië wordt openlijk gezegd dat een soenniet beter zijn handen kan wassen als een sjiiet hem heeft aangeraakt.

De soennieten (het woord 'soenna' is Arabisch voor traditie) hechten veel waarde aan wat in de Koran geschreven staat en leven daar zeer strikt naar; de sjiieten hebben en 'vrijere' interpretatie. Soennieten zijn minder georganiseerd dan de sjiieten, die een met de katholieken vergelijkbaar systeem van onfeilbaarheid hebben. Net zoals de paus is de ayatollah het hoogste gezag en worden diens woorden niet in twijfel getrokken. Voor beiden verwoorden de imams de wil van Allah en is het bijwonen van het vrijdaggebed een absolute must.

De plaats van deze imam is niet onbelangrijk. Deze islamitische geestelijke is binnen het soennisme de voorganger van de vrijdagse gebedsdienst in de moskee, maar binnen het sjiisme is zijn rol een geestelijk gezag veel groter. Hij wordt geacht de gelovigen streng te leiden in hun strijd voor de islam en diens eventuele wereldheerschappij, en hij wordt gezien als spreekbuis op religieus, sociaal, politiek en maatschappelijk vlak.

Toen Saddam Hoessein in 1979 aan de macht kwam in Bagdad was hij bang dat in Irak hetzelfde zou gebeuren als in buurland Iran, waar de radicale sjiitische leider ayatollah Khomeini de macht had gegrepen. Hij liet prompt een heel aantal sjiitische geestelijke leiders vermoorden en sloot hen in elk geval uit van de regering en militaire posten.

Na zijn nederlaag in de Golfoorlog in 1991 ontstond er een sjiitische opstand tegen hem, maar die werd bloedig neergeslagen. Naar schatting heeft Saddam toen alleen al driehonderdduizend Iraakse sjiieten vermoord. Het is een trauma dat tot vandaag boven de Iraakse samenleving hangt en waar de buitenlandse bezetter nauwelijks iets van begrijpt. Saddam liet ook wel soennieten vermoorden, maar die waren minder uitgesproken zijn tegenstanders.

Vorig jaar werden soennieten en sjiieten in het Midden-oosten even dichter bij elkaar gebracht, maar in Irak behoort dat alweer tot het verleden. De militaire overval van Israël op Libanon en de beelden van de verwoestingen die werden aangericht, deden ook in soennitische kringen de sympathie groeien voor de sjiitische militie Hezbollah, die Israël onschadelijk wilde maken.

"Verzet wordt belangrijker dan godsdienstige verschillen. De soennitische massa's staan er niet meer bij stil dat Iran, de Syrische leiders en Hezbollah sjiieten zijn; ze juichen hen toe omdat ze standvastig zijn en zelfs voor hun zaak willen sterven", schreef Graham Fuller, een Midden-Oostenexpert van de CIA, destijds. En Jean-François Seznec, een kenner van de Arabische wereld van de Colombia University, zei: "Je ziet een toenadering tussen soennieten en sjiieten."

Dat bleek evenwel maar een tijdelijk verschijnsel, zolang Israël de twee moslimgemeenschappen dichter bij elkaar bombardeerde. De jongste golf van sektarisch religieus geweld in Irak toont aan dat deze tendens afgebroken is. In Irak alvast staan beide groepen weer lijnrecht tegenover elkaar en gunnen ze elkaar het licht in de ogen niet. Het is een bijkomend element in de gecompliceerde situatie in het bezette Irak en het lijkt al op voorhand uitgesloten dat de vandaag beginnende 'veiligheidsconferentie' daar iets zal kunnen aan veranderen.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234