Vrijdag 29/05/2020

Waarom werdDaniel Pearlvermoord?

Voor hij in de Pakistaanse miljoenenstad Karachi werd ontvoerd, was Daniel Pearl, 38, een gelukkig man. Hij was redelijk succesrijk als journalist bij de Wall Street Journal, hij was jonggetrouwd en wachtte blij de geboorte van zijn eerste kind af. Ook tijdens de ontvoering bleef hij in de mate van het haalbare optimistisch, geïnteresseerd in zijn ontvoerders, die uiteindelijk ook het onderwerp van zijn volgende artikel hoorden te zijn: moslimextremisten. Na ongeveer een week van opsluiting doodden de ontvoerders hem, ze sneden hem de keel door - daarvoor werden specialisten uit Jemen overgebracht. Ze sneden zijn lijk in stukken maar reconstrueerden het geheel alvorens het lichaam te begraven. In zijn boek Qui a tué Daniel Pearl? probeert de Franse filosoof Bernard-Henri Lévy te achterhalen waarom de Amerikaanse journalist werd gedood. Hij wist te veel, luidt het antwoord, hij stelde de verkeerde vragen in 'de grootste schurkenstaat ter wereld'.

Rudi Rotthier

Bernard-Henri Lévy (BHL), 54, is in Frankrijk een mini-Sartre geworden, naast een mini-Hemingway en een mini-Alain Delon. Hij maakt deel uit van de jetset met zijn barbiepopachtige echtgenote Arielle Dombasle, maar wordt ook onherroepelijk aangetrokken tot de rioolgebieden van deze wereld - daar waar de barbarij in opmars is. Hij schrijft romans, maakt reportages, films en theaterstukken, geeft zijn mening over diverse onderwerpen en dient bij tijd en wijle als adviseur van de president. Vorig jaar publiceerde hij op vraag van president Chirac en toenmalig premier Jospin een rapport over de heropbouw van Afghanistan, waar hij trouwens sinds jaar en dag komt.

Hij publiceerde, net na de aanslagen van 11 september, een gecombineerd reportage- en filosofieboek over het kwade. En nu is hij, de afgelopen tien dagen, alomtegenwoordig op de tv en in magazines met zijn nieuwe boek. Hij discussieert met de Pakistaanse minister van Buitenlandse Zaken, met de gewezen Franse minister van Buitenlandse Zaken Hubert Védrine, met journalisten en terrorismespecialisten. Frankrijk neemt zijn boeken ernstig, of doet dan toch alsof.

BHL irriteert even vaak als hij fascineert - waarom zit de inhoud van deze nouveau philosophe verpakt in het uiterlijk van een blaaskaak? Waarom lukt alles hem zo makkelijk? Waarom is hij zo alomtegenwoordig? Waarom is hij zo obsessief bezig met zijn eigen rol in de geschiedenissen die hij beschrijft (Bernard Pivot, legendarisch presentator van cultuurprogramma's, telde 29 keer het woordje ik op één BHL-boekpagina).

Maar met dit boek over zijn 'postume vriend' Daniel Pearl toont BHL ook zijn talent om een fascinerende, lugubere anekdote uit te spitten, in een bredere context te plaatsen en een verlangen om absurditeiten in een logisch kader te dwingen.

Om te beginnen beperkt hij zich niet tot Pearl - hij plaatst Pearl tegenover het brein achter de ontvoering, de nu dertigjarige Omar Sheikh die in eerste aanleg al ter dood is veroordeeld maar die, via zijn advocaat, branieachtig liet weten dat degenen die hem ter dood willen brengen eerder zelf zullen sterven.

Omar Sheikh is, in weerwil van zijn naam, een geslaagde Europeaan, in 1973 geboren in Londen, waar zijn Pakistaanse ouders in 1968 waren geland. Sheikh was geen arme migrantenzoon. Zijn vader exploiteerde met Perfect Fashions een goeddraaiend bedrijf. Zoonlief kon naar de beste scholen, in Londen en ook even in Pakistan.

Omar, had zijn vader gesuggereerd, zou ooit een adellijke titel ontvangen uit handen van de koningin. Hij redde een vrouw die op de metrosporen was gesukkeld. Hij verdiende met financiële transacties ten voordele van zijn vader tot 1.500 euro per dag. Hij ging aan de gerenommeerde London School of Economics studeren, het instituut van de billijkheid en de integratie, waar hij wiskunde en statistiek als specialisaties uitkoos.

Omar blonk niet alleen uit in zijn studies. Hij schaakte competitief en deed mee aan wedstrijden voor armworstelaars. Lévy beschrijft beelden die van de armwedstrijden bestaan, hoe de relatief tengere Omar het opnam tegen kolossen van skinheads met vervaarlijke tatoeages en een bierbuik, die op een makkelijke overwinning leken af te stevenen. Maar Omar putte hen uit en won op de valreep. Hij stond tactisch sterker dan zij, hij was koppiger dan zij.

Een van de theorieën voor de ideologische ommezwaai die Omar zal ondergaan, hangt met dat armworstelen samen: hij zou in de pubs, waar de armworstelwedstrijden werden uitgevochten, tussen de pinten en het gebral, een degout voor het Brits-Europese leven hebben opgedaan.

BHL houdt het bij een andere stelling. Het conflict in Bosnië schudde de niet eens twintigjarige Omar door elkaar. Hij woonde de vertoning bij van een documentaire over het lot van de moslims (BHL vreest even dat het een documentaire is die hijzelf heeft gedraaid), een billijke documentaire, geen propaganda, die Omar ertoe noopte zelf de handen uit de mouwen te steken. Hij sloot zich begin 1993 aan bij een islamitisch hulpkonvooi, maar onderweg werd hij ziek en hij geraakte niet in het conflictgebied. Misschien keerde hij later terug, want BHL vindt in Bosnië iemand die meent herinneringen aan Omar te hebben en Omar zelf heeft altijd uitvoerig over herinneringen aan Bosnië gepraat. Niet voor het laatst staat enige mythomanie bij Omar een klaar begrip van zijn parcours in de weg.

Tijdens dat konvooi argumenteerde Omar nog tegen het integrisme. Hij had voordien nooit veel belangstelling voor religie laten blijken. Maar bij zijn terugkeer in Londen gaf de jonge Omar de indruk dat hij, fysiek en mentaal, helemaal veranderd was. De welwillende, behulpzame Omar werd een Omar die het verschil wilde maken.

BHL wordt er weemoedig van: de zaak van het verscheurde Bosnië, die volgens hem zoveel goeds en eerbaars in mensen heeft losgemaakt, leidt ook tot het tegendeel. En nog: "Zou het terrorisme het bastaardkind kunnen zijn van een duivelskoppel: Europa en de islam?"

Omar schoot bij zijn terugkeer in Londen in actie. Hij riep zijn beste vriend in Londen op om echt iets te doen ten voordele van de Bosniërs. Wat dan, vroeg die. Kidnappingen, suggereerde Omar, de ambassadeur van India, of de zoon van een Pakistaanse minister. Er kwam van deze plannen niets terecht, maar de vriend zal er later vaak aan terugdenken.

Het volgende jaar maakte Omar zijn opwachting in Afghanistan, waar hij trainingen volgde. Ook hier werd hij eerst ziek, maar hij herstelde zich en klom gaandeweg op tot instructeur. Nog in datzelfde jaar werd hij naar de Indiase hoofdstad Delhi overgebracht, als hulpje bij geplande kidnappings. Hij moest, als jongeman met een westers profiel en accentloos Engels, nietsvermoedende toeristen zo ver brengen dat ze uit zichzelf een eind meegingen. Hij bleek de ideale verleider, die ook na de kidnapping zijn verleiding voortzette. Omar legde aan zijn slachtoffers, drie Britten en een Amerikaan, uit dat ze zich gelukkig mochten prijzen uitverkoren te zijn - hij wou enkel lui kidnappen die hij intelligent vond en met wie hij tijd wou doorbrengen. Daarna versloeg hij hen bij het schaken. Hij verdiepte zich in Mein Kampf. Hij klaagde erover dat de Britse regering door joden werd gerund.

De gekidnapten zijn later niet heel negatief over hem.

Omar liet de opeising bij een "vrij aardige" receptioniste van het lokaal BBC-kantoor achter en noteerde in zijn dagboek: "Vanavond zal ze aan de hele wereld uitleggen dat die grote, monsterlijke, terroristische kerel persoonlijk bij haar is langsgeweest. Morgen bel ik haar op om te zeggen: 'Eigenlijk, schatje, ben ik helemaal niet zo.'"

Deze kidnapping, bedoeld om enkele leiders van gewapende islamitische groepen vrij te krijgen, liep slecht af. In oktober 1994 kwam de Indiase politie het schuiloord van de kidnappers op het spoor. Bij een vuurgevecht werden twee agenten en een kidnapper gedood. De vier toeristen werden bevrijd. Omar Sheikh was tijdens de schermutseling in de schouder geraakt. Hij werd zonder proces opgesloten en vijf jaar lang vastgehouden. Niet zonder belang: de Pakistaanse inlichtingendienst ISI financierde, via de Pakistaanse ambassade in Londen, een advocaat voor deze Brit, die trouwens vaker bezoek kreeg van leden van de Pakistaanse diplomatie in Delhi dan van de Britse.

BHL zoekt een celgenoot van hem op, een Brit die wegens cannabishandel vastzat, die enerzijds getuigt van de transformatie van de jongeman die nu echt over niets anders dan religie en gerechtigheid praat (en die, in tegenstelling tot vroeger, alleen nog de koran leest; eerder had hij met grote belangstelling The Clash of Civilizations van Samuel Huntington doorgenomen) en die anderzijds iets laat vallen wat helemaal in het kraam van de schrijver past. Omar was geobsedeerd door zuiverheid en vooral: hij was als de dood voor vrouwen. Hij vertelde op een bepaald moment dat er geen moed voor nodig was om zijn leven te geven voor een waardevolle zaak. Echte moed was nodig om een meisje aan te spreken en haar uit te nodigen voor een kop koffie. Daar was hij, Omar, knappe jongen nochtans, gewiekst verleider van potentiële kidnapslachtoffers, nooit in geslaagd. BHL noemt het tijdens een tv-interview "seksuele paniek", "schrik voor het vrouwenlichaam, eigen aan alle vormen van fascisme". "Op zijn 29ste was Omar nog maagd."

Omar beschreef in zijn gevangenisdagboek ook erg plastisch de band tussen militante actie en erotiek: hij geloofde dat gedode helden en martelaren ejaculeren op het moment dat ze beseffen dat ze in het paradijs zijn beland, wat betekent - want martelaren gaan onmiddellijk naar de hemel - dat ze ejaculerend sterven.

Omar kwam op 31 december 1999, na een andere, beroemde kidnapping, vrij. Een vlucht van Indian Airlines werd vanuit Kathmandu naar Kandahar afgeleid. 155 passagiers en bemanningsleden werden daar, onder het tolerante oog van de Taliban, vastgehouden. De kidnappers sneden de keel over van een jonge hindoezakenman op huwelijksreis. De situatie in het vliegtuig werd gaandeweg ondraaglijk. Na bijna een week bonden de Indiase autoriteiten in. Ze lieten onder meer Omar Sheikh vrij, plus de mensen die Omar met zijn eigen kidnappingsactie had proberen vrij te krijgen.

Op de luchthaven van Kandahar werd hij opgevangen door de ISI, die hem later ook in Lahore, Pakistan, zal helpen installeren.

Omar verbleef eerst een tijdlang in Afghanistan, waar Osama bin Laden hem "mijn favoriete zoon" zou hebben genoemd. Hij nam bepaalde financiële verantwoordelijkheden binnen Al-Qaeda, waar hij werkte aan de website van de organisatie. Hij zou in Dubai het overtollige geld zijn gaan ophalen dat de kapers van 11 september naar hun organisatie hadden teruggestuurd - en al is dat niet zeker, dat Omar enkele keren vrij aanzienlijke sommen incasseerde is dat wel.

Tussen Al-Qaeda en Omar boterde het misschien niet al te lang zeer goed. Ook hier verstoorde volgens sommigen de mythomanie van Omar de relaties. Hij vertelde voortdurend sterke verhalen over exploten - zo beweerde hij dat hijzelf aanwezig was bij het gevecht waarbij Mullah Omar, de leider van de Taliban, een oog verloor. Hij zou op dat tijdstip - berekende een toehoorder - 10 jaar zijn geweest...

Omar keerde even terug naar Londen, vestigde zich, met behulp van de ISI, in Pakistan, waar hij trouwde en een kind kreeg. Waar hij vragen beantwoordde over zijn terrorisme. Deed het hem niets, vroeg men hem geregeld, dat hij mensen vermoordde of hielp vermoorden? In dergelijke gevallen, zo stelde hij, dacht hij terug aan de slachtoffers van Bosnië en Kasjmir, en dan ging het weer wel. Of hij echt zelf zo vaak heeft gedood, is niet zeker. Er is sprake van één slachtoffer dat hij de keel oversneed, er wordt verteld dat hij eerder met gif werkte.

In januari 2002, frisgeschoren, en zich oefenend in zijn beste Britse tongval, kwam hij in contact met de Amerikaanse journalist Daniel Pearl, die hij in de val zou lokken.

Het verhaal van Pearl is minder bewogen. Hij was een telg van Europese joden die na een tijd in Israël naar de VS verhuisden. Hij blonk uit in muziek, maar maakte carrière bij de Wall Street Journal, de Amerikaanse beurskrant die meer en meer internationaal gaat. Pearl, zelf veeleer links, voelde zich nochtans thuis bij deze rechtse krant. Hij werd bureauchef in Delhi.

Hij toonde een voorliefde voor onderwerpen die ingingen tegen de vooroordelen van Amerikanen. Religieuze tolerantie stond hoog in Pearls vaandel. Hij droomde met name van goede relaties tussen moslims en joden. Hij trouwde met een boeddhistische Française.

Na 11 september vertelde hij herhaaldelijk dat hij de extremisten in de ogen wilde kijken en "begrijpen waarom ze ons haten". Om dat te bereiken reisde hij naar Pakistan - niet naar Afghanistan - dat land vond hij te gevaarlijk voor een aanstaande vader.

Hij ging onder meer op zoek naar Sheikh Gilani, een extremistische leraar die ooit zou hebben beweerd dat de islam zich enkel door gebruik van geweld kan zuiveren. Gilani werd genoemd als de spirituele leider van Richard Reid, die toen in het nieuws stond omdat hij op de vlucht tussen Parijs en Boston betrapt was met een bom in de hiel van zijn schoen.

Pearl hoorde dat ene Bashir hem hierbij kon helpen. Omar Sheikh, alias Bashir, nodigde hem op 11 januari 2002 uit naar kamer 411 van het Akbar hotel in Rawalpindi, waar de twee enkele uren keuvelden. Sheikh, nog altijd de verleidingskunst zelve, wist Pearl te intrigeren. Enkele dagen later liet hij weten dat een ontmoeting met Gilani mogelijk zou zijn in Karachi, waar Pearl op 23 januari om zeven uur 's avonds voor een restaurant afgehaald zou worden.

Omar Sheikh was eigenlijk bezig met de voorbereiding van een andere aanslag, maar de 'hyperactieve' Pearl trok de aandacht en was een aantrekkelijke prooi, en dus hapte Omar toe.

Over het verloop van de kidnapping is weinig bekend. Pearl overtrad een van de stelregels van de journalistiek in Pakistan. Hij stapte heel alleen in een auto met onbekenden. Die auto, vergezeld van een motorfiets, bracht hem naar het ontvoeringsadres. Omar ontkent dat hij bij de kidnapping zelf een rol speelde.

BHL beschrijft de foto's die via het internet van de gevangen Pearl werden verspreid, foto's met een krant om te bewijzen dat hij nog in leven was, foto's met een pistool tegen zijn hoofd om te bewijzen dat het de ontvoerders ernst was.

Er werd een vreemd eisenpakket doorgemaild (uitlevering van Pakistaanse gevangenen in Guantanamo, vrijlating van de Taliban-ambassadeur in Pakistan, deblokkering van de verkoop van de F16-vliegtuigen die de VS achter de hand hielden omdat ze zich zorgen maakten over de nucleaire programma's van Pakistan; dit alles gesteld in een taal die opvallend vrij is van Allah Akbars en verwijzingen naar zionistische complotten - suggestie van BHL: dit zou weleens het eisenpakket van de ISI kunnen zijn).

Bij dergelijke kidnappings worden de slachtoffers zelden vermoord. Pearl leek af en toe down, maar doorgaans zou hij een zeker optimisme hebben behouden. Men besloot, behalve de foto's, ook een video te verspreiden. Pearl werd geacht te herhalen wat een kidnapper hem voorzegde.

"Ik stam langs mijn vaders kant uit een familie van zionisten. Mijn vader is joods, mijn moeder is joods, ik ben joods." Hij voegde er ook aan toe dat in het Israëlische plaatsje Bnei Brak een straat genoemd is naar zijn overgrootvader.

Hoe wisten de kidnappers dat detail, vraagt BHL aan Pearls vader Judea. Dat konden ze niet weten, repliceert die: "Hier is Daniel zelf aan het woord, niemand dwingt hem nog tot iets." Zijn zoon, zegt Judea, toont hoe trots hij is op zijn afstamming.

De kidnappers verstuurden op 30 januari een ultimatum: als aan hun eisen niet binnen de 24 uur werd voldaan, zou hun gegijzelde geliquideerd worden.

Wanneer de terechtstelling precies gebeurde is niet duidelijk, wellicht op 31 januari of begin februari. De omstandigheden zijn ook onduidelijk. Enkele veroordeelde aanwezigen gewaagden van een vluchtpoging, tijdens dewelke ze Pearl doodden.

Voor de buitenwereld werd een laatste video gemaakt. Drie Jemenieten, die speciaal met dat doel werden overgevlogen, sneden de keel van Daniel Pearl over. Een van hen hield zijn hoofd stil. Deskundigen vermoeden dat het slachtoffer op dat ogenblik al overleden was, zelfs met extreme verdoving zou hij enige reactie vertoond hebben. Er is geen bloed te zien op de video, maar het snijwerk gebeurde volgens een vast ritueel, waarbij eerst de stembanden worden doorgesneden om de protesten van het slachtoffer te smoren.

Toen het mes al in de keel zat, bleek dat de camera niet naar behoren werkte. Men herstelde de camera en herbegon. Het lijk werd in stukken gesneden en later, gereconstrueerd, begraven.

Dat laatste is een van de dingen die de ouders van Pearl blijft bezighouden. Waarom werd hun zoon eerst in stukken gesneden? En waarom werden de stukken later toch weer samengelegd ter begraving? "Misschien heeft op het einde toch iemand voor hem willen zorgen", oppert moeder Ruth.

Het zou maanden duren eer het lijk wordt gevonden.

De video, beweert BHL, wordt aan enkele moskeeën in Karachi als een soort trofee te koop aangeboden. "Daden die we vroeger aan het nihilisme toeschreven", verklaarde BHL op Antenne 2, in Tout le Monde en Parle, "blijken evengoed mogelijk in een systeem dat beweert het absoluut goede te vertegenwoordigen."

Na de moord werd nog een tijdlang de schijn opgehouden dat alles goed zou aflopen.

De Pakistaanse president Musharaf bezocht op 14 februari zijn VS-collega Bush. Hij pleitte, zoals de kidnappers, voor de deblokkering van het F16-dossier (intussen is dat inderdaad gedeblokkeerd). Hij voorspelde dat Pearl binnen enkele uren vrij zou komen. Wat des te verwonderlijker is omdat de bedenker van de kidnapping, Omar Sheikh, op dat moment al gearresteerd was en bekentenissen had afgelegd. Officieel vond de arrestatie plaats op 12 februari, in werkelijkheid had Omar zichzelf op 5 februari aangemeld bij bekenden van de ISI, de geheime dienst.

Waarom Musharaf een onwaarheid sprak? Misschien wist hij niet beter. Waarom de ISI eerst Omar zeven dagen vasthield? Om de snaren gelijk te stemmen, zegt BHL. Want volgens hem is de verweving van ISI en Al-Qaeda en andere terreurgroepen groot. "Je voert een onderzoek naar Al-Qaeda en je komt bij de ISI uit; je onderzoekt de ISI en je komt bij Al-Qaeda uit." De ISI wilde kopstukken uit de wind zetten, ze had enige tijd nodig om enkele van de daders uit het land te transporteren, en om het bewijsmateriaal weg te werken.

Het onderzoek naar de ontvoering, dat intussen vier veroordelingen heeft opgeleverd (waaronder de doodstraf in eerste aanleg tegen Omar), bevat inderdaad meer gaten dan een zeef. Kidnappers ontsnapten. De drie Jemenieten konden Pakistan verlaten.

Voor zover bekend kwamen de kidnappers uit de meest diverse terroristische bewegingen, wat uitzonderlijk is, want doorgaans zijn deze groepen competitief. Omar beweerde dat het nooit de bedoeling was Pearl te vermoorden. Hij had met een gecodeerde boodschap de opdracht gegeven de journalist vrij te laten, maar uit het gecodeerde antwoord bleek dat het slachtoffer op dat moment al dood was. Waarom? Telkens wordt het verhaal van de vlucht herhaald.

Er zijn, op zich, drie evidente en afdoende redenen voor de kidnapping en de moord. Daniel Pearl was journalist (en die halen automatisch een grote publiciteit), Amerikaan en jood. Hem werd bovendien verweten dat hij voor de CIA en (later) de Mossad zou hebben gewerkt, beschuldigingen die altijd met klem zijn tegengesproken.

Volgens BHL ligt de ware reden elders. Pearl trapte met zijn onderzoek op zere tenen van bezorgde machthebbers, met name binnen de ISI. Hij zocht materiaal bijeen over de banden tussen de makers van de Pakistaanse atoombom en Al-Qaeda. De wetenschappers die de bom produceerden zijn allen, beweert BHL, gewonnen voor een extremistische ideologie. Ze beschouwen hun bom als een islamitische bom, niet als een Pakistaanse, sommigen van hen hadden zeker contacten met Al-Qaeda. Pearl had enkele gesprekken gevoerd over deze contacten, had al een eerste artikel aan het onderwerp gewijd.

De al genoemde Sheikh Gilani is in Pakistan leider van een kleine groep, met hoop en al tweehonderd aanhangers, maar in de VS was hij de drijvende kracht achter een serie moslimgemeenten in landbouwzones, "groene kolchozen, islamitische kibboetsen", waar moslims ongestoord volgens hun regels kunnen leven (wat dan betekent: Gilani's regels). Daarnaast was hij in de VS ook betrokken bij enkele hulporganisaties die een cover konden bieden voor financiële transacties ten voordele van wereldwijd actieve terreurgroepen. BHL argumenteert ook dat Gilani een spirituele leider was voor Osama bin Laden, een soort mentor.

BHL weidt ook uit over de eigenaar van het pand waar Pearl naar alle waarschijnlijkheid werd vastgehouden en vermoord. Dat behoort toe aan een Pakistaanse multimiljardair, Saud Memon, die intussen ook op de vlucht is, maar die lang na de aanslagen ongemoeid werd gelaten, hoewel hij overduidelijk in allerlei terreurcampagnes betrokken was. BHL probeert hem te ontmoeten. Aan de vooravond van die (trouwens mislukte) ontmoeting verschijnen er ineens beelden van een kind op zijn computerscherm - het kind van Omar Sheikh, zo blijkt, verstuurd van een adres dat onmiddellijk zichzelf heeft geliquideerd. De boodschap is niet duidelijk, zoals het niet duidelijk is waarom de Pakistaanse ambassade in Parijs ineens probeert BHL's eerste boek, over Bangladesh, te pakken te krijgen.

BHL argumenteert dat Pearls poging om te achterhalen wat nu precies de band was tussen de ISI en terreurgroepen, en hoe ver de contacten tussen de nucleaire specialisten van het land en de terreurgroepen waren gevorderd, geleid heeft tot diens kidnapping en liquidatie.

Want Pakistan, stelt hij, is, achter de façade van vriendschap voor de VS, de grootste van de schurkenstaten. In tegenstelling tot Irak heeft dat land gebruiksklare massavernietigingswapens, en in groeiende mate de ideologie om die wapens te gebruiken. Momenteel, onder Musharaf, zal de bom allicht niet verspreid worden, maar met een regimeverandering, en regimes zijn heel wisselend in Pakistan, kan hierin snel verandering komen.

Hij pleit voor een scherpe monitoring van de atoomwapens in de regio, een soort Hans Blix voor Pakistan.

De plejade van bezoeken en onthullingen in het boek is indrukwekkend en gedetailleerd weergegeven. BHL bezoekt een extremistische moskee/koranschool, waar de wijze mannen wapens dragen en waar een grote foto van Bin Laden is aangebracht.

Af en toe fantaseert BHL, in deze romanqueeste, bijvoorbeeld over de gedachten van Pearl in diens gevangenschap, maar voor het overige beschrijft hij naar eigen zeggen niets dan feiten die hij voorstelt alsof hij ze zelf ontdekt heeft. Daarin overdrijft hij ook weleens. Wie het artikel naleest dat het Amerikaanse maandblad Vanity Fair in augustus 2002 publiceerde, vindt daarin een aantal van BHL's 'scoops' terug: onder meer de arrestatie van Omar op 5 februari in plaats van 12 (die BHL, in zijn eigen relaas, verneemt terwijl hij met dichtgeknepen billen samen met een politieofficier rondjes rijdt door Karachi).

De scoops zijn misschien niet alle zo nieuw (waarmee BHL zijn reputatie van blaaskaak weer eer aandoet, en waaruit blijkt dat hijzelf niet vrij is van mythomanie), maar de gedetailleerde opsomming van de wirwar van belangen en groepen in Pakistan, en vooral het relaas over de twee hoofdfiguren uit dit drama leveren een beklijvend boek op.

Waaruit we leren, volgens BHL, dat de duivel niet in de kleinigheden schuilgaat, maar in de grote ideeën en in de Geschiedenis te vinden is. De mensheid, voerde hij in een van de vele tv-uitzendingen aan, is niet ziek, zoals de terreurgroepen beweren. Ze is evenmin perfect, natuurlijk, maar ze is niet ziek. Er moet niet aan gesleuteld worden.

'Qui a tué Daniel Pearl?' van Bernard-Henri Lévy is uitgegeven bij Grasset, telt 540 pagina's en kost 20 euro.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234