Zaterdag 08/05/2021

AnalyseExitplan

Waarom we zo uitkijken naar de terrasjes: ‘Het is de plek bij uitstek om onze sociale boekhouding op te maken’

Tafeltjes, stoelen en passanten in Gent wachten in spanning op de heropening van de caféterrassen. Beeld Wouter Maeckelberghe
Tafeltjes, stoelen en passanten in Gent wachten in spanning op de heropening van de caféterrassen.Beeld Wouter Maeckelberghe

De terrasjes staan niet voor niets centraal in de exitplannen uit de lockdown. Behalve de boekhouding van de horeca-uitbaters moet ook onze sociale boekhouding op punt staan. ‘Ons brein wil anderen scannen. Nu is dat zoals een microgolfoven: als die leeg blijft draaien, gaat hij stuk.’

Terrasjesweer. Weinig woorden die een betere afspiegeling zijn van het goede leven. Meestal bepaalt Frank Deboosere wanneer we de term weer aan ons vocabularium kunnen toevoegen, maar de afgelopen maanden ontbreekt het simpelweg aan stoelen en tafels – en dat maakt het des te gruwelijker. De terrasjes zijn stilaan uitgegroeid tot een symboolstrijd in onze exitstrategie. Ze moeten en zullen weer volstromen vanaf 8 mei, het terrassenplan van de regering ligt zo goed als klaar.

Waarom neemt die terrascultuur eigenlijk zo’n primordiale plek in? De horeca-uitbaters zelf staan er niet echt voor te springen. In een bevraging van Horeca Vlaanderen gaf ruim de helft begin april aan het niet te zien zitten om enkel hun terras te openen, zelfs niet met blijvende of verhoogde steun. Eigen aan de Vlaming is het al zeker niet, die eer komt toe aan de warmbloedigen in zuiderse klimaten.

Psalmen verteren

Professor stadsgeschiedenis Ilja Van Damme (UAntwerpen) ziet de terrassen in onze contreien als “kinderen van de ontwikkelingen in de 18de en 19de eeuw”. De vrijetijdseconomie stond plots in bloei voor een steeds grotere groep mensen, en daarmee samenhangend het (dag)toerisme. “Het horecawezen is zich daarop beginnen te enten, met onder meer terrassen. Die kwamen er eerst in de rand van de steden of langs de invalswegen.” Hij verwijst naar een schilderij uit 1887, Een zondagmiddag op Sint-Anneke, waar de Antwerpse prominenten uit die tijd de psalmen kwamen verteren. “Pas nadien zie je een ruimtelijke clustering ontstaan in de stad, vooral rondom de publieke pleinen. Logisch, want daar heb je de meeste passage.”

De Nederlandse stadssocioloog Jan Oosterman beschrijft het in zijn proefschrift ­Parade der passanten uit de jaren 90 als volgt: het leven is een schouwspel en op het terras heeft men de beste zitplaatsen. Op de denkbeeldige rode loper beoefenen mensen de kunst van het flaneren, ook zo’n 19de-eeuwse stadsmode die is blijven hangen. Als we tegenwoordig al even onze blik neerslaan op het terras, is het meestal om het digitale alternatief te checken: sociale media.

In Heers schrobben uitbaters van een taverne alvast hun terras schoon. Beeld Wouter Van Vooren
In Heers schrobben uitbaters van een taverne alvast hun terras schoon.Beeld Wouter Van Vooren

“De terrascultuur draait om herkenning, het gezien worden”, zegt Hugo Camps, die het gevoel in zijn columns vaak probeerde te vatten. In 2014 schreef hij bijvoorbeeld in deze krant over het ‘groot terrasgeluk’: “Het ongewild afluisteren van gesprekken, die altijd gefluisterd worden, maar nooit intiem zijn. (...) Het gaat over miniaturen van het eigen leven: familietoestanden, kinderen, overspel, overgang, voetbal...”

Het is schaamteloos voyeurisme, maar wel met een specifieke functie, stelt gedragsbioloog Mark Nelissen. “We hebben lang in groepen geleefd van niet meer dan honderd à tweehonderd mensen. Iedereen hield er iedereen in het oog, op zoek naar vrienden, vijanden of een geschikte partner. Die noodzaak is natuurlijk verdwenen, maar ons brein heeft nog steeds de drang om voortdurend andere mensen te scannen. Om een sociale boekhouding op te maken van onze groep. Nu we zo geïsoleerd zijn, hebben we daar veel minder mogelijkheden toe.”

Suggestieve gemoedelijkheid

Het terras is het ideale kruispunt voor onze noden als sociaal dier. Enerzijds ontmoet je er vrienden, anderzijds kan je er “zonder gêne naar passanten kijken in de wetenschap dat je zelf ook wordt bekeken”, aldus stadsgeograaf Irina van Aalst in de Volkskrant. Het is volgens haar een plek waar je “onnadrukkelijk met elkaar verblijft”.

Meteen ook het grote verschil met toogcultuur. Daar heersen conventies, die bepaald worden door het vaste groepje hangers. Op het terras, een soort semipublieke ruimte, is de toegang veel breder en vluchtiger. “Er hangt een suggestieve gemoedelijkheid”, zegt Camps. “Mensen komen er dichter bij elkaar te staan dan ze vermoeden.”

Als je met vrienden aan een tafeltje zit en vijf meter verder zit een andere vriendenkring, is ons brein volgens Nelissen al onbewust aan het draaien: wie is daar het meest aan het woord? Wie neemt welke positie in? Die inschattingen zijn best belangrijk voor ons psychologische welzijn, zegt hij. “Een microgolfoven die leeg blijft draaien, gaat ook snel stuk.” Stukgaan zou je in deze context kunnen lezen als eenzaamheid. Niet hetzelfde als alleen zijn – nog zoiets wat Camps eerder beschreef: “Het terras maakt je letterlijk lid van een menigte, maar doorbreekt niet de zelfgekozen afzondering.”

Status

Nog een functie, aldus de Rotterdamse bestuurssocioloog Mark van Ostaijen, is sociale controle: “Vreemde ogen van mensen op het terras dwingen bij voorbijgangers een bepaald gedrag af. In de buurt van een terras gebeurt per saldo minder rottigheid dan op plekken waar men zich onbespied waant”, vertelt hij in de Volkskrant.

Toch heeft die drang naar terrasjes ook een keerzijde, zegt stadsgeograaf Mattias De Backer (KU Leuven). “Het kadert in een stijgende privatisering van de publieke ruimte. Terrasjes zijn een exclusieve plaats voor wie het zich kan permitteren. Zeker in de steden, maar ook op het strand van Blankenberge, is er steeds minder plaats voor de have-nots.” De terrascultuur is ook een statuscultuur. “En zoals zo vaak het voorbije jaar is het debat erover helemaal op maat van de betere middenklasse.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234