Zaterdag 04/04/2020

Wolf Naya

Waarom we zo bang zijn voor de Grote Boze Wolf (en wat we daartegen kunnen doen)

Beeld thinkstock

Naya zwerft door de bossen van Limburg. De wolvin, door schapenhouders gevreesd en door ecologisten op handen gedragen, houdt het land in de ban. Waar komt onze fascinatie voor de wolf vandaan? 

Een hongerige Naya beet deze week twee schapen dood en verwondde een derde. De wolvin, de eerste sinds een eeuw die zich met zekerheid in onze contreien laat zien, kwam uit Noord-Duitsland en legde via Nederland 500 kilometer af. Toen streek ze in de bossen van Leopoldsburg neer. Naya, die van Duitse wetenschappers een zender om de hals kreeg, is twee jaar oud. Vermoedelijk zoekt ze een mannetje om een roedel mee te stichten.

Sinds het bloedbad van maandag is het hek van de dam. “U moet zowat de honderdste journalist zijn die mij deze week belt”, zegt Jan Loos, de wolvenexpert van Landschap vzw. Loos, die ook de website welkomwolf.be lanceerde, krijgt elke dag “tot 30 mails van allerlei aard” over Naya, “mensen die vragen hebben of de wolf denken te hebben gezien”.

Het is gekkenwerk, zegt Loos. Hij filtert de aannemelijke waarnemingen eruit en maakt ze over aan het Agentschap voor Natuur en Bos. “Maar eerlijk, soms krijg ik de indruk dat mijn werk interessanter is voor de faculteit psychologie van de KU Leuven dan voor de studie van de wolf.”

Schapenhouders die er niet gerust op zijn, natuurlijk. Maar ook bange mensen die, zo zegt Jan Loos, “in het roodkapjesyndroom vastzitten, terwijl daar echt geen reden voor is. De mens is geen prooi voor de wolf, wel een medejager die, net zoals de beer, op zijn twee achterste poten loopt. De wolf heeft een genetisch ingebouwde angst voor de mens.”

Toch: de beduchtheid is wederzijds. De figuur uit het dierenrijk die peuters het vaakst vrezen is nog altijd de wolf, zegt de gezaghebbende Franse kinderpsychologe Béatrice Copper-Royer, die er het boek Peur du loup, peur de tout (‘Bang van de wolf, bang van alles’) aan wijdde.

“Het is een angst die al tientallen eeuwen op onze collectieve verbeelding inwerkt en die we van de ene generatie op de andere doorgeven”, zegt Copper-Royer. “Dat doen we via volkslegenden die in de rurale gebieden zijn ontstaan en algauw gemeengoed werden. Iedereen kent Roodkapje, maar er zijn onnoemelijk veel verhalen waarin de boze wolf voorkomt. Franse kinderen weten allemaal wat er met de geit van mijnheer Seguin gebeurde (naar een verhaal uit de ‘Lettres de mon moulin’ van de 19de-eeuwse schrijver Alphonse Daudet, LD), toen die op een dag in haar eentje de bergen introk.”

Mensenvlees

Met zijn grote bek, scherpe tanden en likkebaardende tong is de wolf uiteraard een metafoor, vertelt de psychologe. “Hij staat voor de nacht, de duisternis, het moeilijke afscheid van mams of paps als het bedtijd is. De wolf verbeeldt het vreemde, het onbekende, de archaïsche kracht die onzichtbaar is maar toch aanwezig, het ­heulende silhouet in het maanlicht.”

Hoewel volwassenen heel andere angstgevoelens kennen dan kinderen, zijn zij het die hun oeroude wolvenangst aan hen doorgeven. Dan moet daar toch een grond voor zijn?

Trouwens, stond de Franse regio Lozère, vandaag opnieuw een van de bekendste wolvenhabitats in West-Europa, halfweg de 18de eeuw niet in rep en roer toen daar het Beest van Gévaudan, de Weerwolf zeg maar, tientallen mensen doodde? Het hele rijk was in de ban en de koning stuurde er zijn leger op af. Toen er finaal een wolf werd afgeknald, een van de vermoedelijke daders, werd hij met stro gevuld, opgezet en als een trofee naar Versailles verzonden.

Wolvenkenner Bernard De Wetter van het ­netwerk Prédateurs en Wallonie (‘roofdieren in Wallonië’) bevestigt: de wolf hééft inderdaad mensen gedood in West-Europa. “In de late middeleeuwen, toen er her en der epidemieën uitbraken en de pest woekerde, werden verzwakte of besmette personen uit de samenleving gebannen en de bossen ingedreven. Welnu, het is zeker dat wolven in die omstandigheden mensenvlees ­verorberd hebben.”

Ook hondsdolheid heeft danig meegespeeld. “Hondsdolle hondachtigen en wolven waren tot niet zo lang geleden de schrik van het platteland. Mensen die ver van de bewoonde wereld leefden, zijn daar het slachtoffer van geworden.”

Jan Loos beaamt, al neemt hij de middeleeuwse getuigenissen met een korrel zout. “Een groot deel van de oude verhalen is feitelijk onwaar. Oké, mensen werden door dieren aangevallen. Maar heel vaak sprak men van een wolf, terwijl het eigenlijk om een hond of hondswolf ging.”

Territoriumkunstenaar

Er is nog meer aan de hand: in Scandinavië of Siberië – denk aan Peter en de wolf van Prokofiev, een vertelling met een al bij al positieve eindnoot – heeft de wolf een minder grimmige bijklank dan bij ons. De voorouderlijke angst voor wolven is in de eerste plaats een West-Europees, zeg gerust katholiek fenomeen.

“De rol van de Kerk en de inquisitie is daar niet vreemd aan”, legt De Wetter uit. “Dorpspastoors hebben hun parochianen eeuwenlang ontraden om de wijde wereld te verkennen, daar konden ze immers de duivel tegenkomen. En wie was de ideale belichaming van die duivel? Juist, ja. Ook in andere cultuurgebieden is de wolf geen lieverd, al vervult hij er veeleer de rol die bij ons aan de vos wordt toegeschreven: sluw en gewiekst, maar in geen geval een mensenvreter.”

Oók in de Lozère, ten oosten van de Ardèche, werkt Sorbonne-filosoof en zoöloog Antoine Nochy. Nochy is de bezieler van Houmbaba, een project dat de relatie tussen mens en ‘wilde’ natuur moet verbeteren, nu die weer kansen krijgt.

Nochy, die in de leer ging bij het team Great Predators in Yellowstone, in de Verenigde Staten, doet aan wolvenmanagement. Zijn vakgebied ligt op het kruispunt van ethologie (‘gedragsbiologie’), ecologie en ethiek.

De wetenschapper zet geurige, in het zonlicht transpirerende vallen op, vol vlees. Hij bestudeert afdrukken in het woud, neemt stalen uit ­excrementen, ontwaart de wolf in het gedrag van andere dieren als hijzelf in geen velden of wegen te bekennen valt. Voor deze kenner is de wolf ­duivel noch doetje, maar lijkt hij net daarom op de mens.

“We moeten door de ogen van de wolf leren kijken”, oppert Nochy. “Bemiddelaars worden, tussen onze eigen soort en de wolf: half-mens, half-wolf proberen te zijn. Het is een geopolitieke kwestie. Waar de wolf voorbijkomt, daar lokt hij conflicten uit; de economische malaise tussen schapenteelt en wolf is reëel. Daar moet niet alleen het beleid een antwoord op bieden (van Nochy’s bevindingen hangt de schadevergoeding af waar boeren recht op hebben, LD), maar evengoed de mens zelf.”

In onze ontmoeting met de vreemdeling, de ultieme andere, meten we ons van oudsher twee rollen aan, zegt Nochy. De mens is óf soldaat óf diplomaat.

“Eeuwenlang is de Europese mens als strijder op de wolf afgegaan, en op de natuur tout court. Het is hoog tijd dat hij weer diplomaat wordt, de dialoog met hem aangaat, aan conflictbeheersing doet.”

Want nogmaals: de wolf lijkt op ons. “Hij is een ware territoriumkunstenaar. Een zeskoppige roedel controleert makkelijk 200 vierkante kilometer. Net als wij nemen wolven de kortste weg, zoals ook het water van een rivier de kortste weg kiest van bron naar monding. Wolven laten zich niet snel van de wijs brengen door hindernissen, zigzaggen nauwelijks en overbruggen in korte tijd grote afstanden” – zie Naya.

Kijken door de ogen van de wolf: het is wat ook de sjamanen doen bij de autochtone volkeren van Amerika. “Daar leven ze al duizenden jaren met de wolf samen”, vervolgt Nochy. “Weet je hoe de Lakota-etnie hem noemt? ‘De grote hond die ver van de mensen woont.’ Want wat anders dan een hond is een wolf? Als we door de ogen van een hond kunnen kijken, dan zijn we in staat om dat met de wolf te doen. Hij kan leren dat hij van de schapen weg moet blijven.”

Het is een paradox van de moderniteit, zegt Nochy, dat le sauvage terug is, het wilde – uitgerekend de figuur die het moderne denken met wortel en tak wilde vernielen. Maar juist daar zijn kansen weggelegd voor een nieuwe, ecologisch urgente beschavingsvorm.

Stadslegendes

Béatrice Copper-Royer, de kinderpsychologe, ziet er alvast steeds meer tekenen van opduiken. “De wolf blijft een hoofdrol spelen in de kinderliteratuur, maar hij wordt op een nieuwe, prettigere en meer ironische wijze voorgesteld. Vandaag hebben we steeds vaker de lieve en lachende wolf, de wolf die grappige streken uithaalt en altijd weer mislukt, de wolf als vriend.”

“Wij zijn veranderd, maar ook de wolf is veranderd”, licht Jan Loos toe. “Hij is de wolf van weleer niet meer, net zoals een wolf in West-Europa anders is dan zijn soortgenoot in Afghanistan. Onze wolf komt dichter bij de steden, gaat naar vuilnis op zoek, gebruikt menselijke infrastructuur zoals bruggen. Hij is een opportunist die zich stilaan leert aanpassen.”

Het is niet alleen dat: de wolf is een beschermd dier en die bescherming doet hem goed. De Benelux is de laatste regio in West-Europa waar hij nog niet terug van weggeweest was. Het was een kwestie van tijd voor hij ook hier weer opdook, twee eeuwen na zijn uitroeiing.

“We kijken graag nostalgisch terug naar vroeger,” voegt Loos toe, “maar het is niet omdat de landschappen toen intacter waren dan vandaag dat ook het wildbestand er beter aan toe was. Integendeel, adel en volk maakten volop jacht op respectievelijk groot en klein wild. De wolf raakte zijn prooien kwijt.”

Inmiddels liggen her en der in Europa miljoenen hectaren grond braak. Van een agrarische zijn we naar een stedelijke diensteneconomie geëvolueerd. In landen als Frankrijk zorgt de leegloop van de diepere binnengewesten voor een spectaculaire renaissance van prooien waar de wolf op aast. Zelf herstelt de wolf het ecologisch evenwicht op plaatsen waar andere diersoorten overlast veroorzaken. In een groep reeën bijt hij zich vooral in de zwakste exemplaren vast, ­waardoor de rest sneller voort kan.

Allemaal goed en wel, maar de schapenhouder zit er toch maar mee. Bernard De Wetter nuanceert: “In ons land hebben we nauwelijks grootschalige schapenteelt, waardoor het economische conflict minder speelt dan in Frankrijk. Het probleem daar is niet de schapenteelt op zich, wel het feit dat die geen rekening meer hield met de wolf. Dat verandert nu.”

Een logisch gevolg zou zijn dat ook het roodkapjesyndroom wegebt. Volgens onze deskundigen is er echter nog werk aan de winkel: in het Ardense dorpje Vielsalm brak enkele jaren geleden paniek uit na geruchten dat er een wolf gesignaleerd was; gelijkaardige broodjeaapverhalen doken in de buurlanden op.

“Uitsluiten dat er vroeg of laat opnieuw een menselijk slachtoffer valt, kunnen we niet”, denkt De Wetter. “En het zal ooit wel eens gebeuren. In afwachting daarvan moeten we de wolf gewoon de wolf weer laten zijn. Zonder veel tussenkomst. Zijn herintrede is een formidabel experiment. Als mens en wolf nu nog met elkaar leerden samen­leven, zou het helemaal prachtig zijn!”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234