Donderdag 26/05/2022

Waarom we voor de nationalisering van Fortis moeten zijn. En waarom tegen

Een bank

van ons allemaal

Nu enkele belangrijke groepen van aandeelhouders, van Ping An tot Deminor, zich hebben uitgesproken tegen de verkoop van Fortis Bank aan BNP Paribas, komt scenario B dichterbij: Fortis blijft noodgedwongen in staatshanden. Een dergelijke nationalisering heeft even felle voor- als tegenstanders. Hun argumenten op een rij, met deskundig commentaar. Door Bart Eeckhout

Eigenlijk is het heel simpel. Bij een nationalisering neemt de overheid alle aandelen van een bedrijf over, of althans een zo grote meerderheid dat ze niet geblokkeerd kan worden door een minderheidsaandeelhouder. De overheid - wij, belastingbetalers dus - worden dan eigenaar van het betreffende onderneming of bank. Tot vorig jaar vond je pleidooien pro nationalisering enkel in geschriften van oud- of klein-links. De jongste decennia waren alle westerse regeringen immers in de ban van de tegengestelde beweging, de privatisering van overheidsinstellingen. In België bijvoorbeeld trok de overheid zich achtereenvolgens terug uit financiële instellingen als de ASLK, het NMKN, het Landbouwkrediet, het Beroepskrediet en - recenter, onder Verhofstadt I - het Centraal Bureau voor Hypothecair Krediet.

Maar dat was tot vorig jaar. Sinds de implosie van de financiële markten regent het wereldwijd overheids-bailouts, een Engelse term voor nationalisering die nogal adequaat uit het gevangeniswezen werd overgenomen. Zoals een verdachte in de VS met een borgsom zijn vrijheid kan afkopen, zo kunnen bedrijven die bedreigd worden met bankroet, overleven door overheidsinbreng.

Als de aandeelhouders van Fortis morgen op hun algemene vergadering de verkoop van Fortis Bank aan BNP Paribas afkeuren, biedt een nationalisering van de bank de meest logische uitweg. Volgt u even mee in dit - fors vereenvoudigde - stappenplan:

1. De aandeelhouders stemmen de verkoopsdeal weg, waardoor we terugkeren naar de situatie van eind september 2008. Dat wil zeggen dat de Staat nog 49 van de huidige 100 procent in Fortis Bank (verworven begin oktober) overhoudt. De andere 51 procent zou de Fortis Holding (waar de aandeelhouders zeggenschap over hebben) dan van de overheid moeten terugkopen.

2. Probleem, want de Holding heeft daar absoluut het geld niet voor. En dus blijft de bankafdeling voor de volle 100 procent van de regering.

3. Meer nog, ook de verzekeringstak zou dan in regeringshanden vallen. In ruil voor de oprichting van een 'bad bank' met de toxische financiële producten heeft de Holding het onderdeel Fortis Insurance als onderpand aan de Staat gegeven. Aangezien Fortis Holding zijn aandeel in de bad bank evenmin kan betalen, raakt het die waarborg dus ook kwijt.

4. En wat blijft er voor de aandeelhouders over? Wel, enkel een deel van de giftige bank en het onderdeeltje internationale verzekeringen. Niks dus eigenlijk, of toch niks dat een reële hoop biedt op toekomstige meerwaarde.

Merkwaardige gretigheid

Een belangrijk deel van de aandeelhouders dreigt morge niettemin met een tegenstem voor dit scenario te opteren, omdat ze hopen zo de regering te dwingen tot een betere deal, al dan niet met BNP Paribas. Omgekeerd voorspelt de regering - opvallend gretig - dat het onmogelijk is een betere prijs te bedingen en dat het dus deze deal is of niks - dat wil zeggen: een nationalisering waar ze geen trek in heeft en die ze als een 'catastrofe' beschouwt. Buiten de regering zijn de meningen over de wenselijkheid van een nationalisering evenwel veel genuanceerder. Voor- en tegenstanders hebben elk hun argumenten, die in het andere kamp even gemakkelijk worden omgedraaid. Want, zoals de grote beursgoeroe Johan Cruijff (verkozen tot Europees voetballer van de 20ste eeuw) zei: "Elk nadeel heb z'n voordeel."

Dus JA, laten we toch maar nationaliseren

1. Het goede Zweedse voorbeeld

Voorstanders van een nationalisering van Fortis grijpen graag terug naar internationale voorbeelden van een geslaagde overheidsovername. Daarbij wordt vooral verwezen naar de minikredietcrisis die Zweden trof in het begin van de jaren negentig. Ook toen leidde de ontploffing van een lokale hypotheekzeepbel tot een kredietcrisis die 's lands banken in de problemen bracht. De Zweedse regering kocht de banken op, maakte grote schoonmaak en uiteindelijk ook weer winst, die logischerwijs in de staatskas terechtkwam. Zodra de banken weer winstgevend waren, verkocht de regering ze aan privé-investeerders, opnieuw met een mooie winst. De oorspronkelijke bailout kostte de overheid ongeveer 4 procent van het bruto nationaal product van het land. Door de latere herprivatisering werd die investering min of meer terugverdiend.

Paul De Grauwe, professor economie aan de KU Leuven en een verrassend fervent voorstander van een nationalisering, gelooft dat een dergelijk Zweeds scenario ook bij ons mogelijk moet zijn. "De overheid moet het algemeen belang verdedigen, het belang dus van alle belastingbetalers en niet enkel van de aandeelhouders. Wij allemaal staan nu al als belastingbetaler garant voor de verliezen op deposito's. Het is niet meer dan logisch dat ook het uitzicht op winst, door na een tijdelijke nationalisering de bank weer te privatiseren, de belastingbetaler toekomt."

2. Uitverkoop van de NV België

Professor De Grauwe heeft ook een argument voor nationalisering dat specifiek op de Fortisdeal betrekking heeft. "De regering wil de bank voor een appel en een ei verkopen aan de Fransen. Het is een illusie om te denken dat Fortis daarmee definitief in een veilige haven terechtkomt. Ook BNP Paribas staat voor een grote downsizing. Als alle beslissingcentra naar Parijs verhuizen, weet je zo waar de zwaarste klappen zullen vallen."

Ook Ivan Van de Cloot, hoofdeconoom van denktank Itinera, is niet helemaal gerust in de Franse toekomst. "Als Fortis nieuwe liquiditeiten nodig heeft, zullen ze niet van BNP Paribas moeten komen, maar van de overheid. BNP is de slechtst gekapitaliseerde bank van Frankrijk. Qua kredietwaardigheid staat Fortis er eigenlijk zelfs beter voor."

Met de uitverkoop van Fortis dreigt volgens De Grauwe zelfs het hele economische weefsel van het land een zware klap te krijgen. "Fortis is een essentiële rader in de kredietverstrekking aan kleine en middelgrote bedrijven. Dat vergt een kennis van en interesse in de lokale markt. Het is zeer de vraag of we die sleutelrol, in deze tijden van protectionisme en nationalisme, aan Franse bankiers kunnen toevertrouwen."

3. Tewerkstelling

Een gelijkaardig argument houdt ook de vakbonden bij Fortis bezig. Als de macht over de bank naar Parijs verschuift, moet op niet te veel mededogen met de werknemers in België gerekend worden. Een zware herstructurering dreigt dan vooral in de nek van Fortis België geschoven te worden. "Sarkozy zal niet aarzelen om zijn macht in de bestuurskamer aan te wenden om Franse jobs te redden", voorspelt ook Paul De Grauwe. "Wij zullen enkel kunnen toekijken."

Het argument van de tewerkstelling wordt evenwel even gemakkelijk door de tegenstanders van een nationalisering gebruikt. Paul Van Rompuy, professor emeritus aan de KU Leuven en oud-bestuurder bij de Federale Participatie- maatschappij (die nu namens de Staat aandeelhouder is van Fortis) vreest dat de regering als eigenaar van de bank niet zal durven te saneren. "Voor de staat is het moeilijker om een herstructurering uit te voeren op een moment dat ze geacht wordt ook de werkloosheid te bestrijden", zegt hij. "Die herstructurering zal evenwel onvermijdelijk zijn, wil men de bank weer gezond maken."

4. Verlost van de beurs

Als Fortis genationaliseerd wordt, is het verlost van de fluctuaties van de beurs. Laten we immers niet vergeten dat de bank, net als ongeveer al zijn concurrenten, in zwaar weer is terechtgekomen door de afhankelijkheid van de beurs. Om de aandeelhouders tevreden te houden moesten de resultaten met steeds grotere hefbomen opgepompt worden. Die overdreven leverage - het verschil tussen uitstaande schuld en eigen kapitaal - zorgde uiteindelijk voor de wereldwijde implosie van de financiële instellingen .

"De vraag of banken wel op de beurs genoteerd mogen zijn, is een fundamenteel debat waard", vindt Ivan Van de Cloot, hoofdeconoom van de denktank Itinera. "De beurs is van een vehikel om investerders aan te trekken in de reële economie te veel opgeschoven naar speculatie in de financiële economie. Maar dat heeft op zich weinig met nationalisering te maken. Je kunt een notering ook van de beurs halen zonder dat een bedrijf in overheidshanden terechtkomt."

Of NEEN, laten we vooral niet nationaliseren

1. Aandeelhouders gedupeerd

Als Fortis genationaliseerd wordt, zijn de zekere verliezers bekend: de aandeelhouders. Zij houden dan zo goed als niets over van hun investering. "Jammer maar helaas, dat is inherent aan het systeem", meent professor De Grauwe.

Een simplistische culpabilisering van de aandeelhouder, vindt Paul Huybrechts van de Vlaamse Federatie van Beleggers (VFB) dan weer. "Sommigen wakkeren echt een hetze tegen aandeelhouders aan. Dat is gevaarlijk", schreef hij eerder in een repliek op De Grauwe. "Welvaart ontstaat wanneer een dromer een spaarder, bank of belegger tegenkomt. Nu onze welvaart bedreigd is, moeten we meer dan ooit dromers en investeerders bijeenbrengen. Dat doe je niet door beleggers te ruïneren, bovenop de enorme verliezen die ze al hebben geleden." Het risico op een nationalisering speelt mee in het advies dat de VFB geeft om enkel de verkoop van Fortis Nederland aan de Nederlandse staat te kelderen en de deal met BNP Paribas toch maar goed te keuren.

2. Marktverstoring

En wat met de andere banken? Kunnen zij ooit concurreren met een bank in staatshanden? Het is een vraag die ook de Europese Commissie bezighoudt. Europa ziet de staatsinbreng voorlopig door de vingers, gelet op de noodsituatie, maar is niet van plan om de uitzonderingen lang te blijven dulden zodra de economie in veiliger vaarwater terechtkomt.

"Als de staat alle banken dezelfde waarborgen voor financiering geeft, is er in principe geen probleem van concurrentievervalsing", zegt Paul Van Rompuy. "Een nuance daarbij is wel dat het voor een overheidsbank sowieso goedkoper zal zijn om geld te lenen omdat de risicopremie lager zal liggen voor een instelling die eigendom is van een staat, die per definitie niet failliet kan gaan."

3. De overheid als slechte manager

Vele tegenstanders van nationalisering waarschuwen voor het zwakke palmares van de (Belgische) overheid in haar bedrijfsvoering. Het is een argument dat met name door regeringsvertegenwoordigers zelf gretig gebruikt wordt. Daar zit - zeker in de omgeving van minister van Financiën Didier Reynders (MR) - een ideologische kant aan, maar niet alle (Vlaamse) liberalen denken daar even arbitrair over. Ook Luc Coene, vicegouverneur van de Nationale Bank, leidde de regering vlot weg van het nationaliseringspoor met 'goed bestuur' als argument. "De bank volledig nationaliseren was een bijzonder groot risico omdat je met een volledig ongeloofwaardig management zat, gezien alles wat er daarvoor was gebeurd", zei hij daarover op Kanaal Z. "Je kunt op één dag wel een nieuwe CEO en voorzitter inbrengen, maar die man moet onmiddellijk volledig operationeel zijn vanaf het moment dat de markten weer open zijn. Dat leek ons geen realistische oplossing."

"Het is een kwestie van efficiëntie", legt professor Van Rompuy uit. "Is de staat bij machte om in een hyperconcurrentiële omgeving de controle te voeren over een financiële instelling? Ik vrees ervoor. Het huidige bankieren vergt een kennis van risicobeheer die ik momenteel niet terugvind in de overheid." Van Rompuy waarschuwt ook op het gevaar van politieke inmenging. "Beslissingen over investeringen moeten het gevolg zijn van goed bedrijfsbeheer, niet van politieke afwegingen."

Ivan Van de Cloot van Itinera ontkracht het argument met evenveel overtuiging. "Niemand zegt dat politici de bank moeten leiden of in de raad van bestuur moeten gaan zitten. Dat zou kwalijk zijn. De overheid moet wel in staat zijn de juiste knappe koppen aan te trekken om de bank te leiden. Het argument tegen overheidsmanagement klinkt vandaag nogal vals. Het zijn per slot van rekening de privémanagers die het schip op de klippen hebben laten lopen."

4. Het IJslandscenario

Kan de overheid vanuit bestuurlijk oogpunt nog wel een grote bank besturen, dan lukt dat misschien om puur financiële redenen niet. Doemdenkers, en opnieuw zitten ze verrassend dicht bij de regering zelf, maken graag de vergelijking met IJsland. Het Scandinanische land zag zich verplicht om zijn drie grootste banken te nationaliseren, maar ging vervolgens zelf kopje-onder. De totale schuldgraad van de IJslandse banken bedroeg dan ook tien keer het bnp van het land. In België is die verhouding niet zo scheefgetrokken, maar de staatswaarborg van 150 miljard, die eventueel nodig zou zijn om de kredietlijnen voor Fortis open te houden, is toch ook al goed voor de helft van ons bnp.

Het argument overtuigt professor De Grauwe allerminst. "Elke vergelijking met IJsland is totaal uit de lucht gegrepen. De verhouding tussen schuldgraad van de banken en bnp is vergelijkbaar met die in het Verenigd Koninkrijk en daar zijn ook banken genationaliseerd", stelt hij. "Dit hoort bij de systematische vergiftiging van het debat. Ik vind het merkwaardig dat het de regering zelf is, toch nog altijd eigenaar van de bank, die dit soort doemscenario's verspreidt."

5. België verliest krediet

Wel is de kans groot dat de Belgische staat door een nieuwe zware investering van miljarden euro in Fortis zelf aan kredietwaardigheid verliest. Dat betekent dat ons land zelf fors meer rente moet gaan betalen op het geleende geld. Voor een land met een grote overheidsschuld is dat een zware dobber.

"De meerwaarde in de toekomst is niet zeker, op korte termijn loopt de schatkist en dus de belastingbetaler een groot risico", vreest Paul Van Rompuy. "Gelet op de nu al wankele budgettaire situatie van de federale overheid en op de noodzaak tot het aanleggen van reserves voor de meerkosten van de vergrijzing, moet je de vraag stellen of het wel verantwoord is om nu van een bank een staatsbank te maken, met een reële kans dat je ze in de nabije toekomst nog meer kapitaal moet verschaffen."

Ook Ivan Van de Cloot van Itinera ergert zich evenwel aan de angst die de regering daar zelf over verspreidt. "De overheid zelf creëert onrust op de markten. Het dossier van Fortis is heus niet zo hopeloos. Ik begrijp niet waarom de regering er zo op gebrand is om de eigen onderhandelingspositie zo te ondermijnen, alsof men geen andere keus heeft dan het aanbod van BNP Paribas te aanvaarden. Dat is niet fair tegenover de belastingbetalers, maar ook niet tegenover de aandeelhouders, die de indruk krijgen dat hun zaak niet goed verdedigd wordt."

Professor Paul De Grauwe:

Het is zeer de vraag of we de sleutelrol die Fortis speelt bij de kredietverstrekking aan onze kmo's, aan Franse bankiers kunnen toevertrouwen

Professor-emeritus Paul Van Rompuy:

Het huidige bankieren vergt een kennis van risicobeheer die ik momenteel niet terugvind bij de Belgische overheid

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234