Donderdag 25/02/2021

Waarom we stilaan klaar zijn met 'first person shooters'

Activision gooit acteur Kevin Spacey in de strijd als slechterik met 'Call of Duty: Advanced Warfare'. Beeld YouTube/Call of Duty
Activision gooit acteur Kevin Spacey in de strijd als slechterik met 'Call of Duty: Advanced Warfare'.Beeld YouTube/Call of Duty

Net zoals ieder jaar op de Electronic Entertainment Expo (E3) in Los Angeles zetten gamegiganten Activision en Electronic Arts hun nieuwe 'first person shooters' tegenover elkaar. De eerste gooit acteur Kevin Spacey in de strijd als slechterik met 'Call of Duty: Advanced Warfare', de tweede katapulteert met 'Battlefield: Hardline' de bekende militaire actie uit zijn schietreeks naar zware politie-interventies. Maar er zijn meer en meer tekenen dat gamers stilaan klaar zijn met dit genre.

"Ik heb het echt helemaal gehad met militaire shooters", zegt een collega die voor een buitenlands videogameblad werkt, wanneer we naar een demo van 'Battlefield: Hardline' kijken, een nieuwe schietgame van het Amerikaanse gameconcern Electronic Arts.

We staan in de mezzanine van de Shrine Auditorium-evenementenhal in Los Angeles en horen een van de ontwerpers achter de game vertellen dat hun game "eerder een politiedrama op tv dan een shooter" is. Geloof het maar niet: de essentie van de game is schieten op aanstormende mannetjes, net als 'Call of Duty: Advanced Warfare', de grote concurrent van Activision, die andere Amerikaanse gamereus. Ook daar neemt het feit dat acteur Kevin Spacey de slechterik speelt niet weg dat de kern van de game - schieten - gewoon hetzelfde blijft.

Het is een dag voordat de jaarlijkse E3-videogamevakbeurs in de Amerikaanse grootstad een aanvang neemt, en opnieuw proberen de twee gamebedrijven met veel geweld hun 'first person shooters' onder de aandacht te brengen. Dat lukt minder goed dan ze durven toegeven: zowel de 'Call of Duty'- als de 'Battlefield'-reeks zagen hun verkopen de afgelopen jaren systematisch dalen. Waar 'Call of Duty' in 2012 nog bijna 30 miljoen exemplaren verkocht, deed opvolger 'Black Ops 2' dat al 4 miljoen stuks minder, en bij 'Call of Duty: Ghosts' ging het nog wat dieper, naar iets meer dan 21 miljoen exemplaren. Zelfde verhaal bij 'Battlefield': aflevering 3, uit 2012, geraakte nog in een fatsoenlijke 17 miljoen huiskamers, opvolger 'Battlefield 4' zakte een jaar later meteen al onder de 10 miljoen.

Hoe komt dat? Misschien omdat gamers ondertussen al genoeg vallende helikopters hebben gezien. Net als verwoeste grootsteden. Beide kreeg ik te zien tijdens korte demo's van 'Call of Duty: Advanced Warfare', waarin grote tuigen met vier propellers - reusachtige drones dus - ter aarde stortten, en zowel San Francisco als Seoel in de as liggen terwijl er een bloedige strijd woedt tussen het puin.

Sinds 2007, toen Activision een doodgewone Wereldoorlog II-shooterreeks omtoverde tot het moderne Hollywoodspektakel dat 'Call of Duty 4: Modern Warfare' was, groeiden shooters uit tot een genre dat een breed publiek bereikt, net als de voetbalreeks 'Fifa'. Maar het probleem is dat de games in kwestie zich een beetje hebben vastgezet in hun eigen stramien. Explosies, instortende bouwwerken, sequenties waarin het gewonde spelerpersonage zichzelf op zijn ellebogen moet voortslepen: het repertoire is beperkter dan de makers zelf beseffen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234