Dinsdag 07/07/2020

Waarom we niet weten welke ziekenhuizen het best scoren

Dankzij de gegevens die de Christelijke Mutualiteit (CM) vrijgaf weten patiënten met slokdarmkanker eindelijk naar welk ziekenhuis ze het best gaan. De roep om transparantie weerklinkt al jaren en toch weten we vandaag nog steeds niet waar we met een ziekte het beste aankloppen. Vijf vragen over het meten van kwaliteit in de gezondheidssector. Sara Vandekerckhove

Wat heeft CM precies bekendgemaakt?

De Christelijke Mutualiteit heeft gisteren voor het eerst zijn leden geïnformeerd in welke ziekenhuizen ze zich het best laten behandelen voor slokdarmkanker. Het ziekenfonds publiceerde een lijst van het aantal CM-leden die voor die ziekte in behandeling zijn per ziekenhuis. Niet onbelangrijk als je weet dat het Kenniscentrum Gezondheidszorg (KCE) de norm legt op minstens twintig behandelingen per jaar.

Volgens de cijfers halen slechts twee ziekenhuizen, het UZ Leuven en UZ Gent, die norm. Andere centra doen het veel te weinig om van een kwaliteitsvolle zorg te kunnen spreken. Nochtans heeft onderzoek uitgewezen dat patiënten tot vier keer meer overlevingskans hebben in ziekenhuizen die de ingrepen frequent uitvoeren. "Een kwestie van leven of dood", rechtvaardigt CM de publicatie.

Toch is het niet helemaal toevallig dat het christelijke ziekenfonds nu met die gegevens komt aanzetten. "De CM wil een actievere rol spelen in de sector", zegt gezondheidseconoom Lieven Annemans. "Momenteel zijn ziekenfondsen louter een passief doorsluismechanisme. Geld van de sociale zekerheid gaat naar het Riziv, die stort het aan het ziekenfonds, die het op zijn beurt aan de patiënt geeft. In de toekomst willen ziekenfondsen echt kunnen zeggen: 'Als jullie niet voldoende kwaliteit leveren, sturen we onze leden niet meer.'"

In Zweden of Nederland kunnen patiënten al jaren de kwaliteit van hun ziekenhuis controleren. Waarom bestaat dit in ons land nog niet?

"Politiek getreuzel", zo menen verschillende bronnen. Vlaams minister van Welzijn Jo Vandeurzen (CD&V) nam twee jaar geleden de eerste initiatieven, maar daarvoor bleef het lange tijd opvallend stil. Vooral naar het federale niveau wordt door verschillende experts met een beschuldigende vinger gewezen. "Met de voorbije twee ministers van Volksgezondheid hebben we heel veel jaren verloren", zegt een gezondheidsexpert.

Bij ziekenhuizen en artsen is het wat dubbel. Sommigen zijn die net heel nadrukkelijk vragende partij, anderen houden het proces tegen. Wie goed scoort, vindt het uiteraard niet erg om dat bekend te maken. Wie bepaalde normen met de voeten treedt, ziet dat liever niet verschijnen. "Al denk ik dat er nu een beweging in gang is gezet, waardoor ze niet anders zullen kunnen dan meedoen", zegt Ilse Weeghmans, directeur van het Vlaams Patiëntenplatform.

Ook speelt mee dat het nu eenmaal niet eenvoudig is om kwaliteit te meten. "Zeker niet in de gezondheidszorg", benadrukt Annemans. "Heel veel verschillende factoren spelen een rol, niet alleen het aantal patiënten telt." Zo is het perfect mogelijk dat een chirurg in een klein ziekenhuis alle ingrepen voor zijn rekening neemt, en dus ervaring opbouwt, terwijl in grotere centra verschillende dokters de taken verdelen. En een ziekenhuis dat goed scoort voor hartchirurgie, haalt daarom geen goede punten voor knie- en heupprothesen.

Komt er een kwaliteitssysteem in ons land?

Ja. In 2011 lanceerde Vandeurzen de Quality Indicators Databank (QID). Sindsdien is het zogenaamde Kwaliteitsindicatorenforum er samen met de ziekenhuiskoepels en hoofdartsen in nauwe samenwerking met het Vlaams patiëntenplatform, de ziekenfondsen en meerdere wetenschappelijke verenigingen in geslaagd de basisindicatoren vast te leggen en die ook te gaan meten. Tegen het najaar van 2013 zouden de eerste resultaten bekend moeten raken.

Belangrijk nadeel: ziekenhuizen zijn niet verplicht om hieraan deel te nemen én ze mogen de resultaten op eigen initiatief met het publiek delen. Wie zijn slechte score liever voor zich houdt, kan in principe niets in de weg worden gelegd. De overheid zal enkel de algemene, ziekenhuisanonieme gegevens publiceren.

"Maar ik verwacht dat de meerderheid van de ziekenhuizen dit zal bekendmaken", zegt professor Dirk Ramaekers, voorzitter van het indicatorenforum. "Zeker als die verslagen een duidelijk, maar genuanceerd beeld geven van de kwaliteit." Voor cardiologische ingrepen komt er sneller transparantie. Tegen het najaar zullen hartpatiënten perfect te weten kunnen komen waar ze de beste hulp kunnen krijgen. Ziekenhuizen zullen dan verplicht hierover moeten rapporteren.

Hoe zullen we in de toekomst weten wie de beste kwaliteit levert?

Een online zoektocht zal ons waarschijnlijk de meeste informatie opleveren. Bij ziekenhuizen die meewerken, zal alle informatie op hun website te vinden zijn. Ook de verslagen van de Vlaamse Zorginspectie zullen vanaf 2014 in begrijpelijke taal op het internet staan.

Het Vlaams Patiëntenplatform pleit voor één centrale website die alle gegevens bundelt. "De overheid zou die moeten beheren", zegt directeur Ilse Weeghmans. "Enkel op die manier zullen patiënten gemakkelijk kunnen nagaan waar ze het best geholpen zijn." Of zo'n centrale website er komt, is nog niet duidelijk."

Hoe moeten patiënten nu de beste zorg vinden?

Door hun rechten op te eisen, meent Annemans. "Als patiënt zou ik aan het ziekenhuis vragen: 'Hoe kun je me de garantie geven dat je hier kwaliteit voor levert?' Laat ziekenhuizen zelf die bewijzen leveren. Wees mondig. Dan is het ziekenhuis verplicht om cijfers te geven. Cijfers uiteraard die rekening houden met alle factoren, niet alleen met de patiëntenaantallen."

Ook de huisarts kan in vele gevallen patiënten in de juiste richting wijzen, menen Annemans en Peter Degadt, directeur van Zorgnet Vlaanderen. "Vraag aan je huisdokter wat de goede centra zijn of welke specialisten een goede naam hebben", zegt Degadt. "Die hebben daar vaak een beter zicht op. Tot we alle indicatoren kennen, kunnen zij de perfecte gids zijn."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234