Donderdag 16/07/2020

Essay

Waarom we de IJslandse volksziel schattig vinden en ons schamen voor Vlaamse vlaggen

IJslandse voetbalfans eren hun EK-kwartfinalisten met de intussen beroemde 'vikingklap'.Beeld AFP

Referendum = niet cool. Nationalisme = soms toch cool. Hoezo? Hebben wij, weldenkenden, niet altijd juist het omgekeerde beweerd? Of hoe weldenkenden soms krom denken.

Stel. Sep Vanmarcke wint de Ronde van Vlaanderen. Op het podium voor het stadhuis van Oudenaarde wordt hij uitbundig gevierd in het bijzijn van Vlaams minister-president Geert Bourgeois (N-VA). Overal wapperen leeuwenvlaggen.

Plots roffelt een trom. Vanmarcke klapt in de handen. Sneller en sneller; de trommelaar geeft het bezwerende tempo aan. Het hele plein met in zwart-gele kleuren getooide supporters klapt mee in hetzelfde ritme. Bam, badabam bambam... Het beeld gaat de wereld rond.

Zouden wij dat ontroerend vinden? Allicht niet. De kans is groot dat we kritisch afstand zouden nemen van zo veel nationalistisch vlagvertoon.

Er zou afschuw uitgeschreeuwd worden. Vergelijkingen met de jaren 30 zouden niet uit de lucht zijn.

Vraagje. Waarom vinden we het dan wel cool als de IJslanders op exact die manier hun voetballers fêteren?

Vlaamse wielerfans op de Paterberg tijdens de Ronde van Vlaanderen 2016.Beeld BELGA

Ontroerende vikingklap

Op sociale media kan zelfs een blinde niet naast de druk gedeelde filmpjes kijken van de duizenden IJslanders die met patriottische vikingklap de nationale voetbalhelden ontvangen. IJsland is nu al de grote winnaar van het Europees Kampioenschap, wie er morgen ook wint. Tot de nogal roemloze uitschakeling door Frankrijk supporterde de neutrale Europese voetbalkijker voor het overigens erg matige spel van de bebaarde Aron Gunnarsson en de zijnen.

Het kille IJsland is hot. Toeristen zullen het eiland overspoelen op zoek naar het exotische wonder van dit eigenzinnige volkje. Dames op leeftijd zullen in workshops de vikingklap aangeleerd krijgen. Hun echtgenoten zullen een fles Brennivín meenemen voor thuis.

Ook vele van mijn kosmopolitisch en metropolitaan georiënteerde vrienden delen op Facebook de vreugdevolle IJsland-filmpjes. Ze vinden ze "schoon" of "ontroerend". Ze willen zelf IJslander worden, al was het maar om mee te kunnen klappen. Dat kan ik maar moeilijk begrijpen. Zelf ben (en blijf) ik hevig Rode Duivel-supporter, met tricolore schmink op de wangen toe. Maar geen volkslied, vlag of staatshoofd krijgt me recht in het gelid. Niet voor Vlaanderen, niet voor België, niet voor IJsland.

De IJslandse kwartfinalistenviering levert emotioneel sterke beelden op. Toch zijn het ook uitingen van een collectieve, krijgszuchtige veroveringsdrang. Om maar zelf even over de jaren 30 te beginnen: je wilt die beelden niet in zwart-wit gefilmd zien in een Duits atletiekstadion in regie van Leni Riefenstahl.

Dus. Waarom vinden we de IJslandse 'volksziel' schattig en kijken we tegelijk bang of beschaamd naar identieke assertieve sentimenten van nationalisme in eigen land of gewest? Misschien omdat Bart De Wever (N-VA) gelijk heeft als hij stelt dat "nationalisme geen ideologie" is. Nationalisme is de emotioneel sterk gekleurde overtuiging dat gemeenschap (volk) en politieke structuur (natie) zo nauw mogelijk elkaar moeten overlappen.

Soms is die overtuiging links aangedreven, soms rechts. En, afhankelijk van onze eigen ideologische positie, vinden we zo'n nationalisme blijkbaar soms cool en soms gevaarlijk.

Goede Schotten, slechte Engelsen

Inconsequent is het wel. Je hoeft evenwel geen voetballiefhebber te zijn om dezer dagen de inconsequente houding tegenover nationalisme op de staart te trappen.

Neem de zoveel belangrijkere brexit. Engels nationalisme heeft een belangrijke rol gespeeld bij de keuze van een (nipte) meerderheid van de Britten om uit de Europese Unie te stappen. Zij willen weer meer controle over het eigen lot en dus over hun land. Die controle is een illusie, maar dat is nu even het punt niet.

Voor nogal wat weldenkende Europeanen is dat voldoende reden om de leavers weg te zetten als bange, bekrompen en bejaarde Engelsmannetjes. Het gekke is dat diezelfde weldenkende Europeanen niet alleen ontroerd kunnen raken door een IJslandse oorlogsdans, maar ook de Schotse nationalisten plots als bondgenoten omarmen. Ze ondersteunen zelfs actief hun onafhankelijkheidswens.

Beeld BELGAIMAGE

Zo terughoudend als vele pro-Europese politici reageerden op de Schotse separatisten voor er van een brexit sprake was, zo enthousiast steunen ze de Schotse zaak vandaag. Het dreigement dat Schotland in het geval van onafhankelijkheid de procedure voor EU-lidmaatschap helemaal vanaf nul moet starten, is op mysterieuze wijze onder het tapijt verdwenen. Die hypocrisie is alvast goed nieuws voor de eveneens op afscheiding beluste Catalanen, zoals ze ook in de rest van Spanje nerveus vaststellen.

Hoewel de Schotse deelregering geen enkele bevoegdheid heeft om te onderhandelen met de EU, is minister-president Nicola Sturgeon toch al bloemrijk ontvangen in het Europees Parlement. Ook de liberale fractieleider Guy Verhofstadt biedt haar alle steun aan. Voor een man die in 2010 nog meende "dat de uiterste consequentie van het identiteitsdenken de gaskamers van Auschwitz zijn" is dat wel een scherpe bocht.

Het verschil? Sturgeon en co. zijn 'goede' Europeanen. Zij willen juist bij de EU, niet eruit. Dus is hun nationalisme ook 'goed', in tegenstelling blijkbaar tot het Engelse. De Engelsen die uit de EU willen, zijn bange xenofoben; de Schotten die uit het VK willen, oefenen hun onvervreemdbare recht op zelfbeschikking uit. Mja.

Het klopt dat de Schotten hun gemeenschapspolitiek linkser en socialer invullen dan de nationalisten in onze gewesten. Toch is ook die werkelijkheid genuanceerd. Een belangrijke drijfveer achter het succes van het Schotse nationalisme is de belofte dat bij onafhankelijkheid controle op de olie-inkomsten in de eigen gemeenschap kan worden gehouden. (En kijk, nu die inkomsten wat stokken, stokt ook de afscheidingsijver). In een andere context zouden we dat 'groepsegoïsme' noemen.

De technocraat weet het beter

Nog zoveel inconsequenter is de houding tegenover het referendum van sommige 'weldenkenden' - de term is niet beledigend bedoeld, maar ik vind geen betere om deze groep, waartoe ik ook zelf gerekend word, te omschrijven. Sinds de voor hen faliekant afgelopen brexit-volksraadpleging, lijkt er in deze groep een consensus te zijn ontstaan dat er van referenda niets goeds te verwachten valt.

Die eensgezindheid wordt treffend verwoord door commentator Felix Salmon op de progressieve Amerikaanse nieuwssite Fusion. Salmon noemt referenda "ten diepste ondemocratisch" en "een verraad van het hoogste doel van democratie". "Referenda vervangen een complexe representatieve democratie met checks-and-balances door iets dat veel minder stabiel is en veel meer onzeker."

Salmon betreurt de neergang van een visie op democratie die je alleen maar 'technocratisch' kunt noemen. Het volk heeft zich niet uit te spreken over EU-lidmaatschap of Schotse onafhankelijkheid; dat komt toe aan "de groep mensen die regeren ernstig neemt". Referenda zijn "een gijzeling van technocraten door het volk". En dat vindt Salmon gevaarlijk. "Democratie werkt niet tenzij je een kader niet-verkozen technocraten hebt die belangrijke instellingen leiden."

Natuurlijk, je kunt geen land leiden op basis van volksraadplegingen alleen. Dat je daarom het volk maar beter zo ver mogelijk weghoudt van belangrijke besluitvorming is niettemin een angstaanjagende stellingname. Eén voorbeeld slechts: de beslissing om mee ten oorlog te trekken in Irak heeft de Britse regering genomen op advies van haar technocratische adviseurs. 250.000 doden and counting. Ook dat model is dus niet bepaald zaligmakend.

Het is juist de vaststelling van zo'n democratisch deficit dat bij opeenvolgende Europese referenda het tegen-kamp wind in de zeilen geeft. Leugens en bangmakerij, aan weerszijden overigens, hebben het brexit-debat vervuild. Toch is het een fatale onderschatting van de drijfveren achter de leave-meerderheid om te stellen dat die kiezers zich enkel domweg hebben laten misleiden door het populistische bedrog van Nigel Farage en consorten.

Er zijn na de stembusgang onaanvaardbare, verwerpelijke racistische excessen geweest. Geen excuses of begrip daarvoor. Maar niet alle 52 procent leavers zijn racisten. Het gevoel van 'verlies' en 'achteruitgang' dat velen in Groot-Brittannië en daarbuiten associëren met de EU en haar geglobaliseerde eenheidsmarkt gaat veel dieper. Blijkbaar zelfs zo diep dat een grote groep mensen het irrationele risico wil nemen van een stap in het duister.

Zeker, een referendum is een riskant instrument in de besluitvorming. Alleen komt die kritiek uit progressieve hoek een beetje laat, nu de uitslag een keer tegenvalt. De volksraadpleging is sinds begin jaren 90 het snoepje van de aanhangers van politieke vernieuwing.

Proef de bittere ironie. De roep om het referendum in Vlaanderen kwam er nadat uit de verkiezingszeges van extreemrechts een toegenomen antipolitieke houding werd geconcludeerd. Directe democratie zou de kloof met de burger overbruggen. Nu blijkt dat ook referenda wel eens ongewenst resultaat opleveren, moet de directe democratie weer op de schop.

Nogmaals een gedachte-experiment. Stel je voor dat een regio met een reusachtig investeringsproject een mooie kans op meer welvaart krijgt: een groot viaduct. Plots steekt verzet op, gesteund door experts die met moeilijk te verifiëren gezondheidswaarschuwingen de bevolking boos en bang maken. In een referendum worden de plannen afgekeurd. In de commentaren domineert de ontzetting omdat de stadsmensen tegen de eigen economische belangen van de hele regio hebben gekozen.

De slimme lezer heeft al door wat hier gebeurd is: er is een sluwe draai gegeven aan het dominante frame over het Oosterweel-referendum in Antwerpen. Veel progressieven die nu waarschuwen voor het antidemocratische karakter van referenda, behoren tot de groep die zeven jaar geleden juist erg opgetogen was met het resultaat van die Antwerpse volksraadpleging. Sindsdien eisen ze - terecht - dat de volkswil zou uitgevoerd worden: geen stadsautostrade op het Oosterweel-tracé.

Weg met de eurofoob

De houding tegenover referenda is wel vaker een triomf van inconsequentie. Voor of tegen hangt af van de uitslag. Rechts is hier niet rechtlijniger dan links. De N-VA die in Antwerpen volksraadplegingen over mobiliteit maar niks vindt, is dezelfde partij als die die in Gent handtekeningen ronselt voor een volksraadpleging over mobiliteit. En bij sp.a en Groen is het krek omgekeerd.

Wat in het brexit-debat stoort, is dat aan de keuze een morele diskwalificatie wordt gehecht. Wie voor leave heeft gestemd, moet wel bang, dom, bejaard en/of egoïstisch zijn. Paul Goossens, oud-hoofdredacteur van deze krant, had het op Twitter over "het profiel van de Britse eurofoob: bejaard en weinig geschoold".

In de uitgebreide literatuurlijst van leave-veroordelingen steekt de bijdrage van Guardian-columnist Rhiannon Lucy Cosslett er wel boven uit. Ze biedt de jongeren, die wel in meerderheid voor remain hebben gestemd, troostende woorden aan. "Put moed uit het feit dat je meer dan waarschijnlijk deel uitmaakt van die optimistische, ruimdenkende bende, dat er een potentieel is dat pruttelt onder de oppervlakte. Voel je maar verbitterd en ellendig nu, en bezorgd over wat komen gaat, maar vat daarna weer moed: jij behoort tot de 75 procent, en waar jij voor gestemd hebt was nobel en zal dat op een dag weer zijn."

Oh dear. Het frame jong/oud en goed/kwaad wordt hier radicaal doorgetrokken. Dat jongeren per definitie vooruitstrevend en toekomstgericht handelen, is een populair politiek misverstand. Het volstaat een blik te werpen op het slagveld van afval en wegwerptenten op een festivalcamping om te genezen van de illusie dat de jeugd hoogstaander en duurzamer in het leven staat.

Maar blijkbaar hebben de "optimistische, ruimdenkende" remain-stemmers dus collectief en onbaatzuchtig voor het toekomstige algemeen belang gestemd, in tegenstelling tot de egoïstische leavers. Die worden ervan beschuldigd geen enkele solidariteit over de grenzen van hun generatie te tonen.

Dat is natuurlijk maar hoe je het bekijkt. Meer dan een leeftijdskloof toont het brexit-referendum een kloof in opleiding en achtergrond. Objectief gezien hebben de mensen die menen winst te hebben bij EU-lidmaatschap remain gestemd, en hebben zij die het gevoel hebben erbij te verliezen voor leave gestemd. Misschien is het ene slimmer dan het andere. Maar waarom is het ene meer solidair dan het andere?

Waar was de solidariteit van al die "optimistische, ruimdenkende" jongere stedelingen toen zij met opgedreven woonprijzen veel minder kansrijke gezinnen uit de gunstig gelegen Londense wijken verdreven? Waar was de solidariteit toen oudere en lager geschoolde medeburgers hun job verloren aan de wereldmarkt en in het beste geval vrede moesten nemen met een rotbaan, terwijl de kosmopolieten in het hippe, creatieve en bancaire Londen de ponden met honderdduizenden tegelijk binnenreven? Waar was de solidariteit toen arbeidsvoorwaarden, sociale zekerheid en bescherming aan de onderzijde precair werd en de ongelijkheid met de City-bovenlaag weer ging pieken?

Elitair tribalisme

De bittere waarheid is dat veel stedelijke kosmopolieten wel van zichzelf menen dat ze ruimdenkend, vooruitstrevend en solidair zijn, terwijl ze in werkelijkheid net zo op de eigen groep gericht zijn als elk ander. "Kosmopolitisme is een mythe", schreef Ross Douthat daarover afgelopen zondag in The New York Times.

De ware kosmopoliet aanvaardt het andere als wat het is, stelt hij: anders, ten goede en ten kwade. De meerderheid van de mensen die zichzelf vandaag kosmopoliet noemen, proberen alleen het beste, leukste of hipste uit die diversiteit te assimileren in één grote en homogene groep: hun groep.

Ik vrees dat Ross Douthat gelijk heeft. Kosmopolieten zoeken het comfortabele gezelschap van gelijkgezinden op, net zoals andere groepen dat doen. Ze hebben "hun eigen wereldbeeld, hun eigen waarden en overtuigingen en hun eigen zondebokken die ze vrezen, haten of verachten". Dat is wel gebleken uit de reactie op het brexit-referendum.

Kijk om je heen op de terrasjes van Zurenborg, in de concertzaal van de Vooruit of in de eettenten van de Brusselse theaterwijk. Het zit er vol vrolijke en vooruitstrevende mensen: hoog opgeleid, welgesteld en met een leuke job. Maar het zijn wel allemaal dezelfde mensen.

Ook hier werken onzichtbare uitsluitingsmechanismen. Het is de spiegel van een segregatie die niet etnisch maar wel sociaal bepaald is. Kosmopolitisme, besluit Douthat, is ook maar een vorm van tribalisme. Elitair tribalisme, maar wel tribalisme.

Losers

Daar is op zich niks verkeerd mee. Het is niet meer dan menselijk dat wij allemaal de verbintenis van de groep en het gezelschap van gelijkgestemden opzoeken. Maar dan moeten we wel de ander niet misgunnen waar we zelf zo naar trachten, louter omdat die andere groep vanuit een andere achtergrond met andere smaak en andere bekommernissen tot een ander standpunt komt.

Goed mogelijk dat de keuze voor een brexit de Britten rampspoed brengt. Politiek gezien is die catastrofe er zelf al. Maar dat maakt de mensen die ervoor gekozen hebben niet minderwaardig of slechter.

De brexit heeft wel met veel eruptieve kracht een latente maatschappelijke breuklijn aan de oppervlakte gebracht. Het is de breuklijn tussen wie met optimistische en met sceptische blik naar de geglobaliseerde wereld kijkt. Of nog: de breuklijn tussen wie voordeel en wie verlies ervaart of verwacht door die globalisering.

Die breuklijn is niet nieuw. Maar de brexit is wel schrikken voor veel van mijn weldenkende vrienden. Want voor een keer hebben de 'losers' gewonnen.

Terug naar het EK voetbal en de vikingklap. Het IJslandse voetbalnationalisme vinden we sympathiek omdat het het nationalisme van de underdog is. Die underdogpositie bevestigt onze eigen morele superioriteit. Maar als zo'n nationalisme echt een uitdager wordt voor het kosmopolitische wereldbeeld, dan sluiten we de rangen van de weldenkendheid. De underdog moet immers wel zijn plaats kennen.

Onderaan.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234