Zaterdag 27/11/2021

Waarom Walen zich wel goed voelen in België

Guido Fonteyn is journalist en Walloniëkenner. Zijn jongste boek Vlaanderen, Brussel, Wallonië: een ménage à trois verscheen deze week bij uitgeverij EPO.

Niet zozeer het verschil in taal bepaalde eeuwenlang de verhouding tussen Wallonië, Vlaanderen en Brussel, maar wel de aanwezigheid van delfstoffen in de Waalse ondergrond. Dat had ook gevolgen voor Vlaanderen en - vooral - voor Brussel. De stelling van mijn jongste boek kan nog korter worden samengevat: Wallonië had delfstoffen, Vlaanderen leverde arbeidsmigranten, en de winsten gingen altijd naar 'Brussel'. Wallonië werd verarmd achtergelaten en kon dus niet voor geldstromen naar Vlaanderen zorgen.

Wederzijdse verwijten tussen Vlaanderen en Wallonië over een gebrek aan solidariteit hebben geen zin. In deze driehoeksverhouding ging het Brussel van de holdings, van de banken, van de Vieille Montagne (nu Nyrstar), van de Société Générale vooral, met de winsten lopen.

En dat is nog altijd het geval - ook al worden de winsten nu elders gemaakt.

Wallonië is zijn delfstoffen kwijt. De Altenberg bij Neu-Moresnet was ooit een galmeiberg, waarvan zink wordt gemaakt. Maar de berg is een diepe put geworden, waarin enkel het zinkviooltje bloeit. Ooit was de Altenberg zo belangrijk dat Nederland en Pruisen - de overwinnaars van Waterloo, 1815 - elkaar het zink niet gunden, zodat Neu-Moresnet gedurende honderd jaar een zelfstandig staatje werd. Vergelijkbaar met de Maagdeneilanden of de Monaco's van onze tijd, met alle gemakken van dien, ook voor de kapitaalverschaffers. Wallonië is ook zijn ijzererts kwijt, zijn goud zelfs (bij Montenau, Duitstalig België), zijn marmer, zijn steenkool vooral.

Steenkool is een verhaal apart. Honderden jaren lang werd steenkool gedolven, vanaf 1800 - en zelfs eerder - op een industriële manier, tot de jaren zestig van de vorige eeuw. Dat heeft de Waalse arbeidersmaatschappij van toen vormen van welvaart gebracht, maar ze heeft er zwaar voor betaald, in mensenlevens: uit de Martyrologe Borain - een hallucinante lijst met slachtoffers van mijnrampen in de Borinage, het oudste Waalse mijnbekken - blijkt dat vrijwel alle slachtoffers Waalse namen droegen.

Migranten

Pas later werd een beroep gedaan op arbeidsmigranten, omdat er geen Walen genoeg waren om aan de behoeften van de delfstoffenindustrie te voldoen. Die eerste arbeidsmigranten kwamen uit het toen armoedige, hongerige Vlaanderen: slechts hier en daar herinnert een 'Hongerstraat' (Waregem) of een 'Poverstraat' (Oppem) aan deze periode, waaraan het welvarende en zelfbewuste Vlaanderen van vandaag niet graag wordt herinnerd.

De Martyrologe leert ons ook dat nog honderden, misschien meer dan duizend geraamten liggen ergens onder de vele sintelbergen in de Borinage, de Centre, het Luiker bekken, het bekken van Charleroi. Veel tijd voor redding was er niet, de productie ging voor: de vergelijking met toestanden in landen als Indonesië vandaag ligt voor de hand.

Maar het blijft mijn overtuiging dat de reden waarom de meeste Walen zich tot vandaag vrij goed voelen in België met hun langdurige glorieperiode te maken heeft, terwijl de afkeer bij vele Vlamingen voor alles wat België betreft een verwijzing bevat naar het hongerige Vlaanderen van een groot deel van de negentiende eeuw, getroffen als het werd door cholera en tyfus, en door honger, en door migratie.

Hieruit volgt ook dat Wallonië, veel eerder dan Vlaanderen, met migranten werd geconfronteerd, en heel geleidelijk met dit fenomeen leerde omgaan, terwijl Vlaanderen daar veel later mee geconfronteerd werd. De wijze waarop 'wij' of 'zij' met migranten omgaan heeft niets met een of andere 'volksaard' te maken, maar met een verschil in tijd. En er werd in de beginperiode van de Vlaamse migratie naar Wallonië vaak gespot met die onhandige, luidruchtige, vaak gewelddadige 'flamins'.

Maar na een paar generaties gingen hun nazaten, inmiddels volbloed Waal geworden, belangrijke posten bekleden in de Waalse maatschappij: kijk er maar het lijstje met de namen van de Waalse ministers-presidenten op na, van Spitaels over Van Cauwenberghe tot Demotte.

Minder geweten is dat de exploitatie van deze delfstoffenindustrie, in de eerste plaats van de steenkoolindustrie dan, werd geleid vanuit de Société Générale in Brussel: opgericht in 1822 door de Nederlandse koning Willem. België vormde immers van 1815 tot 1830 met Nederland een Verenigd Koninkrijk.

Kasteeltjes

De Société Générale (in die periode ook wel de 'Algemeene Maatschappy' genoemd) werd opgericht om te investeren in de kolenwinning. De helft van de oprichters van wat wij vandaag een holding zouden noemen had een adellijke naam, en de helft woonde in Brussel, de andere helft verspreid over kasteeltjes in Wallonië en Vlaanderen. Een direct gevolg van de oprichting van de 'Générale' was dat de investeerders van toen - die van de kasteeltjes - hun geld uit de (Vlaamse) textielindustrie terugtrokken, om het in de Waalse delfstoffenindustrie te investeren. Dit was de hoofdoorzaak van de hongersnood die Vlaanderen nadien zou treffen.

Ook bij sociale onrust kwamen de mijndirecties samen op de zetel van de Générale in Brussel. Zij beklaagden zich dan bij voorkeur over 'de loonlasten', en ik las ooit een citaat waarin een eigenaar erkende 'dat de arbeidersstand het soms zwaar te verduren had, maar dat dit nog meer gold voor het kapitaal'.

De kasteeltjes staan er nog, de discussie over 'de loonlasten' wordt nog altijd gevoerd, en de winsten gaan nog altijd naar 'Brussel'.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234