Donderdag 29/10/2020

Gezondheid

Waarom uit uw kot komen ook in coronatijden het gezondste is wat u kunt doen

Een work-out in het park.Beeld Bob Van Mol

Wilt u de herfstmaanden coronaproof trotseren? Blijf dan vooral niet in uw kot. En laat het natte of koude weer u niet afschrikken: ‘Dat je daar sneller ziek van wordt? Dikke zever is dat.’

Hebt u ook al heimwee? Naar die schijnbaar eindeloos durende Soirées Rosées op het terras van de buren, of toch tot de avondklok u met zachte dwang huiswaarts stuurde? Naar die barbecues in uw bubbel, de picknicks in het park, de wandelingen in de warme ochtendzon?

Sinds het weer een week geleden omsloeg, we de parka’s weer uit de kast haalden en het bestaan van kousen herontdekten, is het verzet tegen het aanzetten van de verwarming – nu toch nog niet! – nog onze enige halfhartige poging om de herfst nog even uit te stellen. Ook omdat het ons het afgelopen half jaar goed is ingepeperd: dat we geluk hadden met die mooie, lange zomer. Daardoor konden we onze familie anderhalvemetergewijs ontvangen in de tuin, met onze vrienden aperitieven op een terras en onze sportlessen op de parking van de fitnesszaal afwerken in plaats van in die zweterige hal. En daardoor kon het virus zich minder snel verspreiden, aldus de virologen.

Maar nu lonkt dus dat haardvuur weer, staan we op het punt om met zijn allen weer in ons kot te kruipen en rijst de mogelijk levensbelangrijke vraag: blijven we er eigenlijk niet beter uit?

“Dat is duidelijk aan te bevelen”, zegt professor in de virologie Marc Van Ranst (KU Leuven). “Je binnen opsluiten is een slecht idee. Meer buiten leven is altijd een onderdeel geweest van onze strategie in de strijd tegen het virus en dat heeft ook effect gehad.”

Allemaal goed en wel, zegt u nu, maar hoe doe ik dat met dat weer? Sporten in de gietende regen, onoverkomelijk is het niet – vraag dat maar aan de tienduizenden aspirant-voetballers, wielrenners en andere notoire buitensporters in dit land – maar leuk is anders. Om nog maar te zwijgen van pintjes drinken in de drup van een regenpijp.

Producenten van terrasverwarmers doen de komende maanden allicht gouden zaken.Beeld Bob Van Mol

“Uiteraard raadt niemand u nu aan om in de regen te gaan staan”, zegt Van Ranst. “Je mág natuurlijk binnenzitten. Maar pakweg voor de horeca schuilt hier wel een opportuniteit: wanneer je geen deftig ventilatiesysteem hebt binnen, maakt een overdekt terras met open wanden een enorm verschil. De bio-aerosolen die iemand uitademt of uithoest worden door de wind die door dat terras blaast onmiddellijk verdund. Dat is dus veel veiliger en mensen zullen daardoor misschien sneller geneigd zijn om toch nog op restaurant of café te gaan.”

En die wind dan? De koele temperaturen? Onthou dan deze Noorse levenswijsheid: det finnes ikke dårlig vær, bare dårlig klær. Oftewel: er bestaat niet zoiets als slecht weer, enkel slechte kleding. Een wandeling bij westenwind, een fietstochtje door de regen: allemaal dingen waar u zich perfect op kunt kleden. Zelfs voor een sneeuwstorm bestaat er een gepaste outfit. En ecologisch verantwoord is het niet – Frankrijk heeft bijvoorbeeld al beslist dat er een algemeen verbod komt vanaf de lente van 2021 – maar de verkopers van terrasverwarmers doen de komende maanden vast gouden zaken. Net zoals die van de fleece dekentjes.

‘Friluftsliv’

Leren leven met het virus, een mens moet er iets voor over hebben. Nochtans, in het Hoge(re) Noorden is bovenstaande gewoon de dagelijkse realiteit. Uit noodzaak, uiteraard, doordat de klimatologische omstandigheden er barrer zijn dan in ons kikkerlandje, maar ook omdat de Scandinaviërs de geneugten van het buitenleven al heel lang ontdekt hebben. Ze hebben er zelfs een woord voor: friluftsliv.

De term betekent niets meer of minder dan ‘leven in openlucht’, en wordt toegeschreven aan de Noorse theaterschrijver en dichter Henrik Ibsen, die midden 19de eeuw twee keer het woord gebruikte (één keer in een gedicht en één keer in een theatertekst). Het door hem samengestelde woord van ‘vrij’ + ‘lucht’ + ‘leven’ krijgt bij Ibsen een haast filosofische, spirituele lading. Hij heeft het over opgaan in de natuur, de bewoonde wereld achterlaten, en doelt ook ruimer op vrijheidsdrang, je verzetten tegen de verwachtingen van de maatschappij.

Vandaag is de term ingeburgerd als onderdeel van een levensstijl in Zweden, Noorwegen en Denemarken, met organisaties als Norsk Friluftsliv, die 5.000 organisaties overkoepelt. De voorzitter, Lasse Heimdal, zegt dat 9 op de 10 Noren op een of andere manier aan ‘friluftsliv’ doen – van lange wandelingen, kampeertochten maar ook een kort ommetje tijdens de middagpauze – al had hij daarbij wellicht niet een industrieterrein langs de A12 in gedachten.

Work-out in het park. ‘Al vanaf een kwartier in de buitenlucht ervaren mensen ook een positieve invloed op hun humeur.’Beeld Bob Van Mol

Maar het gaat verder dan dat: lunchen, vergaderen, duizend kilometer noordelijker vinden ze het perfect logisch dat dat buiten plaatsvindt. En dat heeft zo zijn redenen. “Onderzoek heeft al veelvuldig uitgewezen dat er een duidelijke link is tussen natuur en gezondheid”, zegt de Hasseltse psychotherapeut en klinisch orthopedagoog Cindy Huskens. “Idealiter ben je dagelijks 20 à 30 minuten buiten in de openlucht. Al vanaf een kwartier in de buitenlucht ervaren mensen de positieve invloed op hun humeur en hun stemming. Buiten zijn vermindert het niveau van het stresshormoon cortisol in ons bloed en het bevordert de aanmaak van serotonine, het gelukshormoon.”

Dat stelde ook de Universiteit Antwerpen vast. Vanuit de leerstoel Zorg en Natuurlijke Leefomgeving, die de connectie tussen onze gezondheid en de natuur onderzoekt, werd dit voorjaar een corona-natuuronderzoek gehouden. De resultaten: bijna 90 procent voelt zich nadat hij of zij in de natuur is geweest fitter, positiever, meer ontspannen, gelukkiger, minder angstig en minder kwetsbaar.

Gallowayrund

Huskens, zelf een buitenkind van nature en intussen ook natuurgids, volgde de wetenschappelijke literatuur al jaren op, maar geraakte helemaal overtuigd van de potentiële weldaden van de buitenlucht toen ze drie jaar geleden haar praktijk gedeeltelijk naar buiten verhuisde. Haar cliënten hebben sindsdien de keuze: een klassiek consult in haar kabinet, of eentje tijdens een wandeling in het bos.

“We zijn meer en meer binnenmensen geworden, zeker sinds de komst van de smartphone. Vorige generaties hadden nog veel meer buitenberoepen, ze leefden op het ritme van de seizoenen. Wij functioneren op kunstlicht. Niet dat we terug moeten naar voor de industriële revolutie, maar we zijn vergeten dat wij in feite deel uitmaken van de natuur en dat die natuur ons ook beter maakt.”

De natuur ontspant, brengt stilte en soms zelfs letterlijk stilstand, zegt Huskens. “Zoals die keer dat we geen kant meer uit konden, omdat gallowayrunderen het pad in het natuurgebied versperden. Mijn cliënte, een ontzettend gedreven vrouw die in therapie was voor een burn-out, begon meteen oplossingen te zoeken om onze route toch maar zo snel mogelijk voort te zetten. Stilstaan, daar werd ze gek van. En ineens besefte ze dat. Natuurlijk had ze dat besef ook kunnen krijgen tussen vier muren, maar tijdens die wandeling kwam dat heel natuurlijk en dat heeft een grote impact gehad. Haar behandeling is intussen al jaren afgelopen, maar soms stuurt ze me nog een foto van zo’n gallowayrund wanneer ze gaat wandelen.”

Het is meteen ook de reden waarom Apple-oprichter Steve Jobs wandelvergaderingen introduceerde. Niet dat hij daarmee het warm water uitvond: psycho-analyticus Sigmund Freud was een fervente wandelaar en beweerde tijdens die tochten zijn inspiratie op te doen om te kunnen schrijven. Aristoteles gaf volgens de legende al wandelend les.

Niet dat hij toen al vertrouwd was met de term, maar mogelijk hadden de Oude Grieken dus al last van wat vandaag het sickbuildingsyndroom wordt genoemd: die combinatie van vage symptomen die je binnen kunnen overvallen. Volgens de literatuur gaat het vooral om hoofdpijn, duizeligheid, vermoeidheid, geïrriteerde ogen, neus en keel, droge hoest, droge huid, concentratieverlies, verkoudheden en andere griepachtige symptomen. En het bijzonderste van alles: bij het gros van de slachtoffers van het sickbuildingsyndroom verdwijnen de klachten doorgaans geheel dan wel gedeeltelijk zodra de deur van het gebouw achter hen dicht valt en ze weer frisse lucht kunnen inademen.

De kleuters van de Guido Gezelleschool in Brugge hebben een klasje buiten in het bos.Beeld Bob Van Mol

Psychotherapeute Huskens kan zich daar iets bij voorstellen. “Ik heb als student in Leuven ontelbare uren gestudeerd in de Kruidtuin en het park. De buitenlucht maakt alerter en creatiever. Je zintuigen worden op een andere manier geprikkeld. En zeg nu zelf: waar word jij vrolijker van? Het gezoem van je computer in je afgesloten kamertje, of van het zien van een vogeltje dat de haag induikt in de tuin? Zulke impulsen zijn bevorderlijk voor onze prestaties.”

Iets dat ze in Edegem ook heel goed begrepen hebben. Daar ligt woon-zorgcentrum Immaculata te midden van een grote tuin, met bruggetje naar het nabij gelegen Fort V. De buitenlucht maakt deel uit van de visie van het woon-zorgcentrum, zegt woordvoerder Max Cassiers. Er zijn petanquebanen en een moestuin, het naar een dierlievende oud-bewoner genoemde dierenpark ‘Joske’ vol konijnen, geiten en kippen, een Bar Caravan tijdens de zomermaanden en tenten aan de inhuizige cafetaria Kletskop. “Door corona zijn we mensen nog meer gaan stimuleren om naar buiten te gaan en dat heeft gewerkt.”

Het is de bedoeling om dat ook in de wintermaanden door te trekken, zegt Cassiers. En dat hoewel de combinatie van ‘oude mensen’ en ‘koude’ niet altijd evident is. “Oude mensen hebben inderdaad sneller het gevoel dat ze kou hebben, omdat ze vaak minder vetmassa hebben, en meer stilzitten. Maar ook in de winter zorgen we ervoor dat we de residenten goed warm aankleden, en toch eens een wandeling te maken in een klein groepje, als het weer het toelaat. Met dikke jas en sjaal.”

Liever vuil dan te proper

Buitenlucht is dan wel aantoonbaar gezond voor ons mentale welzijn, maar is het ook bevorderlijk voor onze fysieke gezondheid? Bestaat het gevaar niet dat we sneller ziek worden in regen en wind? “Dikke zever is dat”, zegt viroloog Van Ranst. “Daar word je niet ziek van. Het is een urban legend die al meegaat uit de tijd van onze grootmoeders. Ja, boswachters die zes uur aan een stuk bij -20° Celsius buitenstaan, die kunnen misschien ziek worden door de koude. Maar verkouden, dat worden wij door contact te hebben met andere mensen en meestal in gesloten ruimtes. Niet door in je trui de post te gaan uithalen. Ik bezit zelfs geen jas.”

Immunoloog Joeri Aerts (VUB) legt dat verder uit. “Word je langdurig blootgesteld aan extreme koude, dan kan dat leiden tot onderdrukking van het immuunsysteem. Daar word je dan nog steeds niet rechtstreeks ziek door, maar je bent dan vatbaarder om een virus op te doen. Maar het klopt: de grootste kans om een infectie te krijgen, loop je door hele dagen binnen te zitten bij andere mensen. Neem het aan van iemand die getrouwd is met een Russische en ervaringsdeskundige is: er is niets gezonder dan een fikse wandeling bij -30 graden. Zeker niet wanneer je goed ingeduffeld bent.”

Marieke Hoozee van kinderdagverblijf De Groene Hazelaar: ‘Elke voormiddag doen we een wandeling met de grote kar naar een bos hier vlakbij.’Beeld Bob Van Mol

Enerzijds omdat bewegen altijd gezond is, uiteraard, maar ook omdat een winterzonnetje ons van vitamine D voorziet, en dat speelt ook weer een rol in ons immuunsysteem. En Aerts ziet nog een belangrijke reden. “We schermen ons meer en meer af van de natuur. Maar dat is eigenlijk niet goed, het verlaagt onze weerstand.”

Hij geeft voorbeelden: sinds de tv onze vrije tijd overnam en we binnenwezens geworden zijn, steeg het aantal astmapatiënten aanzienlijk. Studies wijzen eveneens uit dat kinderen die opgroeien op de boerderij veel minder last hebben van allergieën dan kinderen die hyperhygiënisch worden grootgebracht en wier ouders een halve paniekaanval krijgen bij het idee dat de kleine iets in zijn mond steekt dat op de grond heeft gelegen.

“Ik zeg mijn studenten steeds: liever een beetje te vuil dan te proper. Kijk naar de alcohol die we nu massaal op onze handen gieten. Die gels met 70 procent ethanol zijn gemaakt om zo veel mogelijk ziekmakende bacteriën te doden, maar we vergeten dat ze in een en dezelfde beweging ook al die bacteriën doden die op onze huid leven en ons juist moeten beschermen tegen slechte bacteriën en virussen. Natuurlijk moeten we onze handen goed wassen dezer dagen, maar we moeten ook niet overdrijven. Door dat excessieve schrobben wassen we uit angst voor het virus onze natuurlijke beschermlaag tegen virussen weg.”

Wachtlijst

Dat idee van terug naar de natuur, het vindt de laatste jaren meer en meer ingang en door corona heeft die tendens alleen maar aan kracht gewonnen. De eerste Brusselse openluchtschool BOS (Brussels Outdoor School, in het Zoniënwoud) kreeg de laatste week van augustus meer dan honderd aanvragen binnen, terwijl er voorlopig maar plaats is voor vijftien kinderen. De openluchtscholen in Schoten, Schilde en Brasschaat hebben daarentegen stuk voor stuk plaats voor 700 à 900 kinderen, maar ook zij zijn overbevraagd. De school in Schilde alleen al moet jaarlijks tussen de 80 en de 100 kinderen teleurstellen.

Net zoals kinderdagverblijf Groene Hazelaar in Brugge. Vergeet het maar als u daar nu nog een plekje wilt bemachtigen: tot januari 2022 staat de wachtlijst al bomvol. In Scandinavië en Nederland is het concept al veel meer ingeburgerd, maar Groene Hazelaar is een van de weinige kinderdagverblijven bij ons die zo focust op het antroposofische gedachtegoed: veel regelmaat, rust, een vast ritme, plus veel bewegen en buiten zijn.

Marieke Hoozee is een van de oprichters van het kinderdagverblijf, dat twee jaar geleden opende. “Elke voormiddag doen we een wandeling naar het bos, met de grote kar naar een bos hier vlakbij. Ja, ook bij regen of sneeuw. In 2 jaar tijd zijn we maar 4 dagen niet op wandeling kunnen gaan. Toen de plassen bevroren waren en het te glad was, bijvoorbeeld. Maar voorts: als we echt doornat zijn, korten we de wandeling wat in, maar de kindjes vinden het buiten zijn altijd geweldig. En de structuur en regelmaat die de vaste wandeling geeft, is ook belangrijk.”

Sommige kindjes van De Groene Hazelaar slapen warm ingeduffeld buiten in babyhuisjes.Beeld Bob Van Mol

Een aantal kindjes slaapt ook buiten, in de zogenoemde ‘lutjepotjes’ (Gronings voor ‘babyhuisje’), een slaapruimte die volledig is afgestemd op veilig buiten slapen en ontwikkeld door de Nederlandse arts Jitse Posthumus. Hij vond het een antwoord op de ongezonde lucht binnen. Op het eerste gezicht ziet het er wat vreemd uit: de kinderen (vanaf 1,5 jaar, van Kind en Gezin mogen kleinere baby’s niet in een afgesloten bedje liggen) liggen in iets dat meer weg heeft van een konijnenhok dan een babybedje.

Maar werken doet het, zegt Hoozee. “Als de kinderen binnen in de slaapzaal al wakker worden, liggen ze buiten nog in dromenland: ze slapen buiten langer en dieper. Terwijl er wel lawaai is van de speelplaats, en zelfs soms van de vuilniskar die passeert op straat – daar slapen ze allemaal door. Binnen in de slaapzaal zullen kindjes elkaar ook sneller wakker maken.”

IJsbeer

U hebt het allicht begrepen: als uw lijf en leden u lief zijn, begeeft u zich nu stante pede naar buiten. Weer of geen weer. Maar wat als je nu een doorgewinterde koukleum bent, zo eentje van de onverbeterlijke soort? Mogelijk valt er dan net ietsje minder vreugde te rapen, hoe warm en winddicht u zich ook verpakt. Of valt dat misschien te trainen?

Onderzoek heeft immunoloog Joeri Aerts er niet naar gedaan, maar hij zet zijn geld op: ja. “Zolang je het maar geleidelijk aan doet. Iedere dag de douche een graadje kouder zetten, u weet wel. Het is zoals het ietwat lugubere verhaal van de kikker: die merkt ook niet dat hij aan de kook gebracht wordt wanneer het water beetje bij beetje warmer wordt.”

Omdat we ons kunnen voorstellen dat dat voorbeeld misschien niet heel motiverend werkt, gaan we tot slot toch maar even te rade bij een echte ervaringsdeskundige. Een ijsbeer. Die moet toch wel immuun zijn voor de kou, nietwaar?

Een ijsbeer in de zwemvijver van het Antwerpse Boekenbergpark: ‘Soms komen we naar hier door regen, gure wind of kou; dat schrikt ons niet af.’Beeld Bob Van Mol

Al 37 jaar krijgt Paul Van Laer (75) in ieder geval te horen dat hij wel een beetje gek moet zijn, als hij vertelt dat hij samen met zijn vrouw minstens één keer per week een plons neemt in koud – soms ijskoud – water in openlucht. Hij lacht: “Mensen vinden ons raar, maar blijkbaar wil iedereen toch met ons meedoen.” Ondertussen is er een ledenstop bij de Deurnese ijsberen. Er zijn om en nabij de 900 leden. Voor het eerst in de geschiedenis van de club is er een wachtlijst aangelegd.

Van Laer snapt wel waarom. “Het is goed voor de bloeddoorstroming, je voelt dat je hart harder gaat kloppen. De meeste mensen gaan als opwarming eerst even wandelen of lopen of doen wat turnoefeningen voor ze het water ingaan. Wat je ook doet, bewegen is sowieso gezond, en zeker in de frisse lucht hier in het park.”

Maar volgens Van Laer zijn het vooral de mentale aspecten die niet te onderschatten zijn: “Het is telkens opnieuw een overwinning op jezelf. Iedereen die hier uit het water komt heeft een grote lach op het gezicht. ‘Wauw, dat hebben we toch weer gedaan’. Soms komen we naar hier door regen, sneeuw, gure wind of kou, dat schrikt de meeste ijsberen niet af. Naar de temperatuur kijk ik nooit. 10 graden is frisjes, 5 graden, dat noem ik koud.”

Maar dus die hamvraag: maakt ijsberen je ook tot een echte beer? Helaas. “Ik word nog af en toe verkouden”, bekent Van Laer. “En mijn vrouw is wat kouwelijk, dat is niet veranderd. Het is niet door te ijsberen dat je plots geen dikke trui of handschoenen meer moet dragen.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234