Dinsdag 22/10/2019

Reportage

Waarom thuiswerken werkt (voor wie genoeg zelfdiscipline heeft)

Laure Van Hoecke geeft vormingen voor Mediawijs en werkt soms van thuis uit. Beeld Illias Teirlinck

In de VS roepen megabedrijven hun telewerkers bij duizenden terug naar kantoor, in België groeit het leger thuiswerkers nog aan. Logisch, vinden ze zelf. "Op kantoor moet je vaker zeggen: nu wil ik even doorwerken."

Decennialang ging IBM prat op zijn pioniers­rol inzake telewerk: de Amerikaanse technologie­reus liet zijn personeel massaal meestal thuis werken, veeleer dan het naar kantoor te ­sommeren. Dat scheelde op creativiteit, innovatie en productiviteit, zo heette het. E-mail, webcam, chat­kanalen en video­conferenties deden ­wonderen, de mobiliteits­kost werd gedrukt, de kantoor­ruimte slonk jaar na jaar.

De strategie legde IBM geen wind­eieren: de onderneming maakte naam inzake personeels­beleid, haar model werd wereldwijd gekopieerd, overal kreeg thuiswerk de wind in de zeilen.

Tot de nieuwe chief marketing officer Michelle Peluso er vorig jaar plots anders over besliste. Op de snelst vernieuwende afdeling van IBM, de marketing, haalde ze 2.600 telewerkers terug naar kantoor.

Peluso’s argument? “Fysieke samenwerking tussen collega’s rendeert beter. De communicatie gaat sneller, het scheelt op wendbaarheid, creativiteit en reële leer­ervaringen.”

Om het met een boutade te stellen: een goed idee wordt aan de koffie­automaat geboren. En bij IBM werd zo te zien niet genoeg koffie meer gedronken. Om gelijk­aardige redenen haalden ook Yahoo, Facebook en Google een deel van hun thuiswerkers terug.

Niet op zijn retour

Het einde van het telewerk, dit alles? Menig hr-paus riep van wel; het kantoortje thuis scheen ten dode opgeschreven. Maar de werkelijkheid is anders: nog altijd evolueren veel meer bedrijven richting telewerk. Heel wat experts begrijpen de strategie van IBM niet of fronsen de wenk­brauwen bij het terug­roep­beleid.

Ook in België is telewerk niet op zijn retour. Volgens cijfers van de FOD Economie werkte in 2010 13,4 procent van de loontrekkenden occasioneel of regelmatig thuis, in 2016 ging het al om 16,7 procent. De cijfers voor 2017 verschijnen over enkele weken, maar verwacht wordt dat de trend zich doorzet.

“De toename is gestaag”, bevestigt onderzoeker Stan De Spiegelaere van het European Trade Union Institute. “Maar ze is wel niet exponentieel. Dat komt omdat thuiswerk weliswaar voordelen, maar zeker ook nadelen heeft. Uit onderzoek is ruimschoots gebleken dat twee dagen per week telewerk de limiet is. Blijven mensen langer thuis, dan wegen de nadelen snel door. En ja, sommige mensen lopen thuis de muren op en werken gewoon liever op kantoor.”

Pro's en contra's

Tot de positieve gevolgen voor werkgever en werknemer behoren de motivatie, de productiviteit en de geringere kans op conflicten met collega’s. Wie thuis werkt, voelt zich vrijer, wordt minder vaak gestoord en bereikt sneller het vereiste resultaat.

Nadelen blijken onder meer dat oversten een stuk controle uit handen moeten geven, dat bedrijven thuiswerk gebruiken om stille besparingen door te voeren, dat werknemers onzichtbaar worden en zo promotie­kansen mislopen, of nog, dat er een kloof groeit tussen wie vaak thuis werkt en wie het zelden of nooit doet.

Cathy Geerts, hr-vrouw bij SD Worx. Beeld Illias Teirlinck

Neem J. (50). Hij wil niet met zijn naam in de krant, maar is bij een grote overheids­dienst aan de slag. En ja, J. heeft het gehad met al die thuiswerkers.

“Het is wat ze the empty office noemen, hè. (zucht) Ikzelf zit op kantoor omdat mijn functie dat min of meer vereist. Met mijn collega die wél thuis kan werken, loopt het niet altijd vlot: zij begint haar werkdag later, haalt tussen vier en vijf haar kinderen van school – alle begrip natuurlijk, daar doet ze het ook voor! – en werkt daarna door tot zeven uur.”

Officieel zit J.’s kantoortijd er om vijf uur op, maar doordat hij voor bepaalde dingen op collega­lief is aangewezen, loopt meermaals per week ook zíjn arbeids­tijd uit. “Op die manier valt de zaak wat uit elkaar.”

Koudwatervrees

Geen weg terug nochtans, hier in België. Of ­correcter: in de hele verschuiving van industriële naar kennis­economie, met een ICT-omgeving waarbij thuiswerk perfect mogelijk is, timmert ons land nog volop aan de weg.

“Ik ben zelfs verwonderd dat veel bedrijven hier, en zeker bepaalde pockets van de organisatie, zoveel koudwatervrees hebben”, zegt Jean-Paul Nauwelaers (57), managing partner en consultant bij het Merelbeekse consultancy­bedrijf Stanwick.

Nauwelaers, die zelf telewerkt, wijt een en ander aan een hiërarchische cultuur in nog al te veel bedrijven. “Ik merk dat veel werkgevers het moeilijk hebben om hun medewerkers los te laten, zich vragen stellen bij hun productiviteit – en dat terwijl de troeven van telewerk inmiddels echt bewezen zijn.”

Stanwick begon in 1990 al met telewerk.

In 2000, toen het bedrijf van Kortrijk naar Merelbeke verhuisde, werden ook voor de twee secretaresses schikkingen getroffen opdat ze deels thuis aan de slag konden.

“Intussen zijn we jaren verder en kan ik zeggen: het verloopt vlekkeloos. Onze mensen, ook ikzelf, werken wekelijks een halve, één of twee dagen thuis. Dat doen we uiteraard in onderling overleg. We hebben alle instrumenten om met elkaar te communiceren, de kosten brengen we in.”

Een veelgehoord argument tegen telewerk is fear of missing out: het niet langer mee zijn met wat er op de werkvloer reilt en zeilt. Nauwelaers: “Ik voel een natuurlijke behoefte om na enkele dagen thuiswerk naar kantoor terug te keren, ja. Het sociaal contact met collega’s en met klanten is noodzakelijk, voor sommige zaken moet je gewoon fysiek aanwezig zijn. Maar dan nog kun je teams zelf­sturend maken en de arbeid op een innovatieve manier organiseren.”

Wederzijds vertrouwen

Consultancy is een typische sociaal-professionele branche waarin telewerk al vergevorderd is. Net zoals financiën en ICT. Alleszins spannen de zogenoemde kennisberoepen de kroon.

Sébastien Guillaume (47), chemicus van ­opleiding, is clinical scientist bij het Jules Bordet Instituut, dat pioniert in kanker­bestrijding. Toen het Brusselse onderzoeks­centrum een achttal jaren geleden met een gebrek aan kantoor­ruimte kampte, kreeg het personeel de kans om twee dagen per week thuis te werken.

“Het ruimtelijk probleem is allang opgelost, maar toch werd de maatregel niet terug­geschroefd”, zegt Guillaume. “We zijn met een vijftigtal mensen en iedereen krijgt vaste thuiswerkdagen. Ik koos voor dinsdag en donderdag. Thuis volg ik zo veel mogelijk het ritme van een kantoordag, zij het dat ik wel vroeger begin doordat ik geen tijd verlies met woon-werk­verkeer. Omdat ik thuis iets langer pauzeer over de middag, werk ik ook ’s avonds langer door. Maar ik blijf binnen mijn 38-uren­werkweek: niemand verwacht dat ik laat op de avond de telefoon nog opneem.”

Guillaume zou niet meer naar het oude stelsel terugwillen. “Onder collega’s hebben we een prima band, maar complex werk waarbij ik niet gestoord wil worden, gaat me beter af als ik thuis ben. Op kantoor word je al snel afgeleid door allerlei gesprekken.”

Kleine klussen, de loodgieter die langskomt, een korte boodschap: het zijn dingen die sneller voor elkaar komen als je een paar keer per week thuis bent. “Maar je moet er geen misbruik van maken. Het is belangrijk dat je een goede vertrouwens­relatie met je chef hebt, dat het gevraagde werk op tijd wordt opgeleverd en dat je op kantoor bent als de toestand het vereist. Sowieso hebben wij een vaste dag per week, de maandag, waarop ons hele team aanwezig is en waarop de vergadering plaatsvindt.”

Controle lossen

Juniors die minder dan twee jaar bezig zijn, ­verwacht Bordet wel dagelijks op kantoor. Ook bij Stanwick moeten beginnende medewerkers ­voldoende mee zijn in het bedrijfs­verhaal voor ze thuis aan de laptop mogen.

“Iemand die nog maar pas in dienst is, leert de collega’s en het bedrijf gewoon beter kennen op de werkvloer zelf”, vindt ook Cathy Geerts (42), hr-directeur bij SD Worx.

Het is een van de weinige beperkingen in een voor de rest heel vrij stelsel. “Ik geef mijn mensen binnen een aantal krijtlijnen zo veel mogelijk flexibiliteit en autonomie”, zegt Geerts. “Van 100 procent telewerk zoals IBM dat deed, ben ik geen voorstander, maar tot twee dagen thuis werken is prima. Wie vaak thuis werkt, is productiever en meldt zich minder gauw ziek. Wel moet je mensen alle tools meegeven die ze nodig hebben: digitale toegankelijkheid, het delen van documenten, het opzetten van video­conferenties. Mensen die liever op kantoor werken, omdat ze bijvoorbeeld bang zijn om werk en privé te vermengen, mogen dat natuurlijk ook.”

Chemicus Sébastien Guillaume werkt twee dagen per week van thuis uit. Beeld Illias Teirlinck

In haar eigen team zorgt Geerts ervoor dat alle collega’s op dinsdag aanwezig zijn. “Dat is nodig voor de samenhang. Dan gaan we bijvoorbeeld met z’n allen lunchen.”

Voor leiding­gevenden, geeft Geerts toe, is ­telewerk aanpassen geblazen. “Zij moeten wat visuele controle lossen. Leidinggeven op afstand betekent dat er vertrouwen is, maar om vertrouwen te krijgen moet je open communiceren en dingen bespreekbaar maken. Thuiswerk vereist dus niet minder, maar juist méér communicatie en terug­koppeling. Anders vang je veel dingen niet op. En je moet uiteraard kijken naar het resultaat: een goed performance-­management is essentieel.”

Traditionele reflex

Twee jaar geleden werd 6 procent van de arbeids­tijd door telewerk ingevuld, vandaag haalt SD Worx al 12 procent. Van de 1.850 werknemers doen er 1.275 aan telewerk, goed voor 69 procent. SD Worx scoort met andere woorden vele malen hoger dan ons landelijk gemiddelde.

“Als we de mensen meerekenen die minder dan één dag per week thuiswerken, mensen die dus niet élke week een dag thuis werken, dan nog komen we in België hooguit aan 17 procent”, zegt Bart Cambré, vice­decaan onderzoek van de Antwerp Management School. “Dat betekent dat er veel meer over telewerk gepraat wordt dan dat het effectief gedaan wordt; 82 procent in de publieke sector en 87 procent in de privé­sector werkt nooit thuis. Thuiswerken heeft dan ook met cultuur te maken, en bij ons is die cultuur minder doorgedrongen dan in Nederland. Daar wordt veel meer telewerk (33 procent volgens het Centraal Bureau voor Statistiek, LD) verricht.

“Neem het element controle: veel werkgevers blijven het gevoel hebben dat ze een stuk macht uit handen geven. Ze vergeten te snel dat ze die macht op de werkvloer óók niet hebben. Heeft een baas op kantoor echt zicht op alles wat zijn medewerkers doen? Zijn de uren die een ­werknemer op kantoor doorbrengt echt wel ­productieve uren? Niet altijd.”

Belgen denken ietsje anders over arbeids­organisatie dan hun noorderburen, zeggen veel experts, het interpersoonlijke vertrouwen ligt er wat lager, de reflexen blijven traditioneler.

“Al speelt er in Nederland ook een institutionele factor mee”, vult Cambré aan. “Het feit dat crèches er zoveel duurder zijn dan bij ons, ­bijvoorbeeld. Alleen daarom al kiezen veel ­vrouwen er voor telewerk.”

Skypen en bellen

Ze zijn moeilijk te vinden, de Belgische of Vlaamse werknemers die van meer naar minder telewerk zijn overgegaan, al bestaan ze wel.

Laure Van Hoecke (34), die geschiedenis en filosofie studeerde, is bij het kenniscentrum Mediawijs aan de slag. Ze geeft er vormingen en opleidingen. Tot voor kort verscheen Van Hoecke maar één dag per week ten kantore, terwijl ze vandaag nog maar één dag per week telewerkt.

“Maar onze situatie was wat specifiek. Wij zijn een team dat vaak de weg op moet, en ons vroegere kantoor was niet optimaal bereikbaar. Toen werd er één dag vast vergaderd, waarna we meestal ook nog in een centraal gelegen koffiebar bijeenkwamen. Nu zitten we aan Brussel-Centraal. De betere bereikbaarheid maakt dat we vaker op kantoor zijn en dat mijn regeling veranderd is. Al blijf ik wel flexibele werk­uren hebben.”

Zoveel verschil met toen is er niet, vertelt Van Hoecke, “al is de betrokkenheid tussen collega’s wel toegenomen. Niet dat ik informatie miste vroeger, maar nu weet ik eerder waar iedereen mee bezig is. Je ziet ook dat sommige issues op kantoor sneller ter sprake komen, terwijl we ze vroeger vaker zouden hebben opgespaard.”

Toch is Van Hoecke blij dat ze nog altijd een dag thuis kan werken. “Het feit dat ik me niet hoef te verplaatsen, vind ik toch wel winst. Voor mijn productiviteit is het goed dat ik in mijn cocon zit, niet gestoord word. Op kantoor moet je net iets vaker zeggen: ‘Nu wil ik even doorwerken’.”

Thuiswerk, zegt Van Hoecke, vereist hoe dan ook een keurige organisatie. “Je moet kunnen ­skypen, bellen, bereikbaar zijn. Je moet in de agenda aangeven waar je mee bezig bent, en resultaat afleveren. Je hebt zelf­discipline nodig. Thuiswerk functioneert prima als je goed ­zelfstandig kunt werken. Als je thuiswerk weinig oplevert, zal er gekeken worden waar het fout loopt.”

Hoewel Van Hoecke bij het telewerken weleens naar buiten gaat voor een koffie, voelt ze vooral “de neiging om te blijven gaan. Ik vind het bijvoorbeeld moeilijk om mijn middag­pauze te nemen.”

Van Hoecke is moeder, kan tijdens de werk­uren de was doen en haalt haar spruit op in de crèche. “Maar zodra mijn kind thuis is, is het ook afgelopen. Dan maak ik er een erezaak van niet meer te werken.” (lacht)

Nieuwe economie

Telewerken: er blijft ruimte voor groei. Van een IBM-verhaal lijkt in ons land geen sprake. Ook bij werkgevers­organisatie Voka kon men zo snel geen onderneming vinden die niets met telewerk op heeft.

Volgens Erik Henderickx, hoogleraar aan de Universiteit Antwerpen (TEW), levert dat soort bedrijven hoe dan ook een achterhoede­gevecht. “Ondernemingen evolueren meer dan ooit naar open kantoren, de thuisbasis wordt meer en meer een satelliet van het bedrijf. Wie dat niet doorheeft, snapt niet dat we van de ‘oude’ naar de ‘nieuwe’ economie verschoven zijn. Wie thuis aan de slag is, heeft meer greep op zijn werk, produceert meer en voelt zich meer gemotiveerd. Daar gaat het ook om in wat we de ‘total work innovation’ zijn gaan noemen. Organisaties moeten meer dan ooit wendbaar en flexibel zijn, agility, trust en engagement vooropstellen.”

Toch pleit ook Henderickx voor een maximum­grens van twee dagen per week. “Wie meer telewerkt, zal de organisatie en cultuur van zijn bedrijf missen, en zich meer een freelancer gaan voelen. Niet iedereen kan ook gaan ­telewerken, het is beter geschikt voor hoog- dan voor laag­opgeleiden. Veel hangt ten slotte af van je persoonlijkheid: wie behoefte heeft aan een krachtige structuur, zal zich minder gauw ­gelukkig voelen in thuiswerk.”

Oorlog om talent

‘The boss wants you back in the office!’ kopte The Wall Street Journal naar aanleiding van de berichten bij IBM. Opkomst en ondergang van het thuiswerken, heette het bij Bloomberg. Echt wel?

“Een conservatieve reflex”, besluit Henderickx. Zo gauw ziet hij de kantoren niet weer volstromen: “Op een steeds meer gespannen arbeids­markt proberen bedrijven het verschil te maken met andere organisaties die jagen op jong talent. Naast aantrekkelijke arbeids­voorwaarden is de mogelijkheid om een dag thuis te werken een van de strategieën om de beste krachten te werven. Thuiswerk zit in de lift, zeker, maar een zwart-wit­verhaal is het ook weer niet.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234