Donderdag 15/04/2021

Waarom The Rolling Stones zo belangrijk zijn

Mick Jagger zingt nu met meer verve dan vroeger. Oude heks Keith Richards speelt weer als een jonge god. Ron Wood lijkt eindelijk echt geïntegreerd te zijn in de groep. En Charlie Watts is nog altijd cooler dan 10.000 koelkasten

In 1976 vroeg een zelfverklaarde brutale aap aan Mick Jagger waar hij die energie voor al die geweldige concerten vandaan bleef halen. En ook wanneer hij er in godsnaam eens mee zou ophouden. Die interviewer was Marc Didden. Enkele jaren later hield hij zelf de rockjournalistiek (min of meer) voor bekeken om films te maken. Nu en dan deed hij nog wel een interview voor Humo, met een andere rockliefhebber zoals regisseur Martin Scorsese. Naar aanleiding van de uitstekende 'rockumentary' Shine a Light legt Didden uit waarom de Stones en Scorsese of Scorsese en de Stones voor elkaar geboren zijn.

BRUSSEL l Shine a Light, de nieuwe concertfilm en documentaire die Martin Scorsese onlangs maakte over The Rolling Stones, is nog maar een paar minuten bezig als Keith Richards de Amerikaanse meesterregisseur even bij de arm neemt en hem een voorstel doet om een mooi shot te maken.

"Kijk", zegt Richards. "Ik ben de enige die dit ooit ziet en dat zou je eens moeten filmen." Hij wijst naar een opening in de basdrum waardoor met forse regelmaat de schaduw te zien is van de pedaal waarmee de voet van drummer Charlie Watts de beste rock-'n-rollgroep aller tijden al veertig jaar lang van een hartslag voorziet.

Scorsese knikt en mompelt iets als "interessant", maar als de film twee uur en twee minuten later afgelopen is hebben we ongeveer elk denkbaar en ondenkbaar soort shot aan ons voorbij zien dansen, behalve één: dat van de schaduw van Watts' pedaal door het gaatje in de basdrum. Het zit er niet in. Natuurlijk niet. Niemand vertelt Scorsese welk shot hij moet draaien. Net zoals niemand Keith Richards vertelt hoe hij een riff uit zijn vaak nog erger dan hemzelf gehavende gitaar moet halen.

De Stones en Scorsese, Scorsese en de Stones: ze zijn voor elkaar geboren. Dat is zonder meer duidelijk zolang de beeldenstorm van Shine a Light over je losgelaten wordt, maar de Stones waren natuurlijk ook al prominent aanwezig op de soundtracks van andere Scorsesefilms als Mean Streets, Goodfellas, Casino en The Departed. En Scorsese, dat is geweten, is een man die pure rock-'n-roll ademt, ook al heeft hij zijn leven lang al zwaar last van astma. Dat is zo bij zijn fictiefilms en dat is zeker zo bij de reeks muziekdocumentaires die hij recentelijk over bijvoorbeeld de blues en Bob Dylan maakte. Scorsese kan met zijn camera, net als Keith Richards met zijn gitaar, tegelijk wild en precies zijn, tot groot vermaak van jong en oud.

Scorsese: "De Stones en rock-'n-roll, dat is eigenlijk altijd hetzelfde geweest. Beeld je in dat er ergens een geheim hart van de rock zou bestaan, een inner sanctum, en je daar zou binnendringen, dan zou je hen daar vinden, daar ben ik zeker van. Ik heb ze pas voor het eerst live gezien in het begin van de jaren zeventig, maar ze zijn altijd in mijn leven geweest, ook al had ik niet duidelijk een mentaal beeld van hen toen ik jong was. Ik kende ze alleen van foto's in de kranten en de bladen. Maar ik kende hun muziek goed van hun platen en van de radio. Ik luisterde ernaar via jukeboxen of ik hoorde een song van hen gewoon opwellen uit een voorbijrijdende auto of luid weergalmen uit een openstaand raam. Dat bleef altijd lang in mijn hoofd hangen.

"De akkoorden, de structuur van hun songs, de vocalen, de attitude, de hele edge van hun muziek vind je rechtstreeks terug in mijn films. Ik durf te stellen dat ik de cineast geworden ben die ik nu ben door The Rolling Stones. Op de première van deze film, in Berlijn begin dit jaar, wees Jagger me er nog eens fijntjes op: 'Dit is je enige film waarin 'Gimme Shelter' niet voorkomt', zei hij schamper en ik moet zeggen dat ik hard geprobeerd heb om die song erin te wurmen, maar het is niet gelukt."

Is Shine a Light een goede film? Dat zult u een professionnel de la profession moeten vragen.

Heb ik ervan genoten ? Meer dan van de dame blanche aan het einde van de feestmaaltijd op mijn plechtige communie, dat zeker. Dat komt omdat de Stones, ook als ze slecht zijn heel goed kunnen zijn en in Shine a Light zijn ze zelfs een paar keer heel, heel goed. Ze zijn dan ook, met uitzondering van de bij het grote publiek veel minder bekende Grateful Dead, de enige megagroep die van liveoptredens haar handelsmerk heeft gemaakt. In die omstandigheden zijn ze dan ook ontegensprekelijk liver than you'll ever be, zoals een van hun betere bootlegplaten ooit terecht werd genoemd.

Mick Jagger, de man met de rubberen lippen, zei op 6 mei 1976, gezeten in een witlederen sofa in kamer 1602 van het Brusselse Hiltonhotel: "Rock-'n-roll alleen op plaat, dat bestaat niet. Dat is flauwekul. Maakwerk. Een groep die haar muziek live niet kan waarmaken is voor mij geen groep. Rock-'n-roll wordt elke avond opnieuw gemaakt en moet elke avond weer goed zijn. Daarom zing ik me ook elke avond in het zweet. Ik heb bovendien optredens nodig als persoonlijke lichaamshygiëne."

Aanleiding was een domme opmerking van een brutale aap van het weekblad Humo (yours truly!) die hem, ook toen al, dacht te moeten vragen waar hij al die energie toch bleef vandaan halen voor al die geweldige concerten en - new journalism oblige - wanneer hij er in godsnaam eens mee ging ophouden.

"Nooit", is inmiddels het bekende antwoord geworden en dat is maar goed ook. Want als de nieuwe film van Scorsese één ding duidelijk maakt, dan is het wel dat de overjarige Londense schoffies het nog altijd kunnen, ook al is het voor deze film gecapteerde optreden dat ze op allerheiligendag 2006 in het New Yorkse Beacon Theatre gaven wellicht niet het beste uit hun lange bestaan.

Het is wel van begin tot einde een spetterend feest waar de spelvreugde in bergstromen van afdruipt en waar Jagger, Richards, Watts en Wood af en toe warempel nog even de echte kwajongens uit hun begindagen kunnen worden, bijvoorbeeld als ze hun eigen held en een van de laatste levende blueslegendes Buddy Guy de loef proberen af te steken tijdens het geweldige, uit de buurt van Muddy Waters afkomstige 'Champagne & Reefer'.

Buddy Guys gastoptreden is overigens een hoogtepunt in Shine a Light, dit in tegenstelling tot de nogal slappe beurt die Jack White III maakt op het zelden opgediepte 'Loving Cup' en de uiterst vulgaire interventie van 'wereldster' Christina Aguilera, die tijdens haar duet met Jagger op 'Live with Me' minder charisma tentoonspreidt dan, om maar iemand te noemen, de verkoopster uit uw plaatselijke nederzetting van Panos.

Universeel irritant, zoals er nog wel meer momenten in de film zitten: de meet-and-greet met de onuitstaanbare Clintonfamilie bijvoorbeeld (even stuitend voor mijn rock-'n-rollhart als de manier waarop de Stones precies een jaar geleden in Vilvoorde als vier dashondjes rechtop gingen zitten ten behoeve van een photocall met een voor zijn doen wel zeer opportunistische Guy Verhofstadt).

Een andere kleine smet op een overigens voorbeeldige setlist is de wat slappe versie van het ooit toch echt gevaarlijk klinkende 'Sympathy for the Devil', maar dat wordt dan wel weer goedgemaakt door een aardige lezing van hun vroegere cadeau aan Marianne Faithfull ('As Tears Go by') als een weinig gehoorde, door Zuiderse tongval en steelgitaar gedreven countrypastiche als 'Faraway Eyes'.

En om vooral niet te vergeten: een pompend 'All down the Line' uit wat nog altijd hun beste lp is, Exile on Main Street, waaruit voor deze nieuwe film ook nog de titeltrack 'Shine a Light' en het al genoemde 'Loving Cup' en 'Tumbling Dice' gelicht werden.

"Over die playlist hebben we flink wat gediscussieerd", aldus Scorsese. "Het zou mijn film worden, maar die zou wel over de Stones en hun muziek gaan. Ik had de stad al mogen uitkiezen. New York, natuurlijk, want de Stones zijn voor mij in wezen een New Yorkse band. De locatie werd het prachtige Beacon Theatre aan de Upper West Side, maar het sprak voor zich dat Jagger zelf besliste wat ze zouden spelen. Hoe later hij dat vastlegde, hoe moeilijker het voor mij werd om mijn film te plannen. Ik ben van nature een ongeduldig type en ik vond het eerlijk gezegd een beetje vreemd dat ze zolang moesten nadenken over die playlist. Ik dacht dat ze die gewoon vanbuiten kenden. Ik begreep ook niet dat ze sommige nummers opnieuw moesten repeteren, ja zelfs opnieuw leren.

"De Stones waren mijn helden en je verwacht niet dat je helden hun eigen liedjes niet meer kennen. Je verwacht van je helden dat het goud zomaar uit hun vingers vloeit, maar als je er dan zo dichtbij staat besef je plots wat het is: werk, werk, werk. Ik werd er behoorlijk nerveus van, angstig zelfs. Op een bepaald moment, erg kort voor het doek omhoogging, wist ik alleen zeker dat ze op een moment 'Sympathy for the Devil' zouden spelen. Maar daar werd ik dan plots weer kalm van, omdat angst, spanning en onzekerheid dingen zijn die je altijd voelt als je aan een draaidag begint. Je weet nooit wat het zal worden. Je weet nooit of het zal lukken. Bij een concertfilm is dat nog erger, omdat je op voorhand weet dat je iets gaat vastleggen wat niet vast te leggen valt."

En toch is Scorsese erin geslaagd. Shine a Light is, voor wie ooit al eens een goed Stonesconcert heeft meegemaakt, the next best thing to being there. Dat komt natuurlijk omdat een man als Scorsese alles weet van cinema, maar ook alles van rock-'n-roll. Dat komt ook omdat hij zijn zeventien cameramannen en wie weet hoeveel geluidsmensen zo'n feest niet gewoon laat registreren als een soort dure homemovie, maar ook altijd een clash laat ontstaan tussen rock en film. De twee media van de vorige eeuw, die waarmee de Stones en Scorsese, en velen onder ons, opgegroeid zijn.

Mick Jagger zingt en danst nu met meer verve en vooral meer plezier dan twintig jaar geleden. Keith Richards mag er dan uitzien als een oude heks, hij speelt weer als een jonge god. Ron Wood lijkt eindelijk, na drie decennia, echt geïntegreerd te zijn in de groep. En Charlie Watts is natuurlijk nog altijd Charlie Watts. Preciezer dan een metronoom, cooler dan tienduizend koelkasten.

Daar komt nog bij dat de Stones live veel meer zijn dan de vier schijnbare oude kraaien die al eens met Verhofstadt op de foto gaan. Er is de altijd feilloze baslijn van eeuwige stagiair Darryl Jones, maar er zijn ook de zeer warme pianopartijen van Chuck Leavell die soms zelfs het toetsenwerk van de betreurde Ian Stewart even doet vergeten. Daarenboven zijn er de altijd goed uitgekiende backing vocals van Bernard Fowler, Blondie Chaplin en het ongetwijfeld avondvullende stuk Liza Fisher. En er is vooral die altijd voor kippenvel zorgende blazerssectie onder leiding van de geweldige Bobby Keys.

Samen zij ze, ik wik mijn woorden en ik vraag u om Sioen even te vergeten, met voorsprong de beste rock-'n-rollgroep ter wereld.

De concertfilm, een genre dat moelijk te slijten is aan mensen die geen kaas gegeten hebben van rock, kent filmhistorisch enkele hoogtepunten, meestal wanneer de film ook in handen is van grote regisseurs (The Last Waltz over The Band, ook al van Scorsese of Stop Making Sense over Talking Heads, van Jonathan Demme zijn schoolvoorbeelden), maar in het genre duiken ook veel stinkers op, zoals naar ik uit goede bron verneem ook het dezer dagen over onze schermen rollende stuk pretentie dat Julian Schnabel en Lou Reed samen Berlin genoemd hebben.

"Maar zijn ze nog wel relevant?", hoor ik mensen dan vaak vragen. Nou, voor Clinton en Verhofstadt blijkbaar wel, maar verder ook voor iedereen die zo slim wil zijn om in te zien dat Jagger, Richards, Wood en Watts niet alleen een goedgesmeerd bedrijf zijn dat in luide rock-'n-roll en warme openluchtfeesten handelt, maar ook eentje dat al veertig jaar jang de hobbyclub is van twee jongens uit Zuid-Londen die ooit iets wilden doen met hun grenzeloze verering voor een aantal zwarten uit Chicago en de meer zuiders gelegen deltastreek. En dat zullen ze blijven doen. Tot ze doodvallen. Net als die zwarten.

Daarom zijn The Rolling Stones belangrijk, waarvoor dank.

Door Marc Didden

Vanavond opent in Leuven het filmfestival Docville met de vertoning van Shine a Light. Op 27 mei volgt nog een avantpremière in het Paleis voor Schone Kunsten in Brussel. Vanaf 28 mei draait de concertfilm in de bioscoop.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234