Vrijdag 20/05/2022

Waarom Shoshana Johnson geen gevierde heldin werd

Ze zaten in dezelfde legereenheid, raakten beiden gewond en vielen beiden in handen van de Irakezen. Toch kreeg Shoshana Johnson, die veel harder vocht, niet de eer en de massale publiciteit die Jessica Lynch te beurt viel. Laat staan dat ze een miljoen dollar ving voor een boek, waarmee 'heldin' Lynch vorige week op alle voorpagina's prijkte. De ene ex-krijgsgevange is de andere niet, zo lijkt het. De zwarte gemeenschap in de VS begint zich te roeren.

Ayfer Erkul

Zoveel zand had specialist Shoshana Johnson (25) niet verwacht. De geelbruine korrels knarsen overal: tussen de portieren van de Humvees, in de plooien van haar uniform, in de loop van haar geweer. Reinig je wapen zo vaak je kunt, was de soldaten aangeraden. Drie tot vijf keer per dag was ideaal. Maar wie drie dagen zonder slaap een konvooi probeert te volgen, heeft daar geen tijd voor.

Die 23ste maart vallen de voertuigen in het konvooi, dat even daarvoor de basis in Koeweit had verlaten, om de haverklap stil. Telkens weer moet een onderhoudsploeg van de 507de compagnie grote vrachtwagens uit het zand trekken of machines weer op gang proberen te brengen. Onderhoudscompagnie 507, die de derde infanteriedivisie volgt, rijdt op het einde van een rij van achtduizend voertuigen, met een totale lengte van bijna 150 kilometer.

Bij elke reparatie geraakt Shoshana's eenheid van 33 voertuigen een beetje meer achterop, tot zelfs alle radiocontact uitvalt. De 507de bestaat uit jonge onderhoudsmecaniciens, koks en andere bedienden. Geen getrainde soldaten dus, en evenmin zware wapens. De onderhoudsploeg weet dat ze in de richting van Bagdad moeten rijden, maar onderweg de stad Nasiriya moet vermijden wegens te gevaarlijk. Door een navigatiefout rijden de voertuigen toch Nasiriya binnen, waar Iraakse soldaten met AK47's en raketlanceerders hen onmiddellijk onder vuur nemen.

Shoshana Johnson is al even onervaren als de twee andere vrouwen in haar eenheid, Jessica Lynch (20) en die haar beste vriendin Lori Ann Piestewa (23). Net als de rest van hun collega's doen ze wat ze moeten doen wanneer ze worden beschoten: terugschieten. Jessica probeert, maar haar M16 weigert alle dienst: zandkorrels. In de Humvee, waar haar vriendin Lori Ann al met scherp schoot, rolt Jessica zich dan maar tot een bal en bidt ze tot God om levend uit de kogelregens te komen. Een granaat raakt de Humvee en het voertuig komt langs te weg tot stilstand. Lori Ann sterft aan haar verwondingen, terwijl Jessica, wier verhaal de hele wereld al kent, met een gebroken lichaam in een Iraaks ziekenhuis terechtkomt. Enkele voertuigen verder houdt Shoshana zo goed en kwaad als ze kan haar belagers al schietend op afstand. Doodsbang, maar met de tanden op elkaar vuurt ze in de verte, urenlang. En dan is alles voorbij. De doden blijven liggen, de anderen worden door de Irakezen krijgsgevangen genomen. Een van hen is Shoshana Johnson, in beide benen geraakt en hevig bloedend.

Goen Shoshana Johnson in 1998 solliciteerde bij het leger, was het niet haar ambitie om ooit in de woestijn rond te racen en doodsbang folteringen af te wachten. De vrouw wilde, met de gunstige financiële voorwaarden van het leger in het achterhoofd, chefkok worden. Ze had altijd al een boon gehad voor het militaire leven. Vader Claude Johnson was een veteraan van de Eerste Golfoorlog. Maar haar grote liefde was koken. Chicken enchilada maakte ze graag, en upside-down ananastaarten. Later wilde ze een eigen restaurantje of een tearoom beginnen.

Oefenen kon ze meer dan genoeg bij de 507de onderhoudscompagnie in Fort Bliss, Texas: ze moest iedere dag de maaltijden bereiden voor de eenheid. Dat veranderde toen in februari dit jaar het bericht kwam dat de compagnie naar de Golf moest. Praktisch als ze was, regelde Shoshana zo snel mogelijk haar geldzaken en vertrouwde haar tweejarige dochter Janelle toe aan haar ouders in El Paso, Texas. Voordat ze naar het front in Irak werd gestuurd, belde ze op 18 maart vanuit Koeweit nog een laatste keer naar huis. Zoals gewoonlijk vertelde ze amper iets over haar werkelijke gevoelens: "Er is hier heel veel zand", zei ze tegen haar zus Erika, om dan onmiddellijk naar Janelle te vragen.

Die 23ste maart verspreidde het Centraal Commando van de Amerikanen het nieuws dat een aantal soldaten van de 507de in handen was gevallen van de Irakezen. Hoeveel doden er waren en waar de levenden gevangen werden gehouden, bleef onduidelijk. Maar de volgende dag zag vader Claude Johnson zijn dochter.

Terwijl hij zappend op zoek was naar een tekenfilm voor Janelle, bleef de man plots verbijsterd staan kijken naar de flikkerende beelden op een Spaanstalige omroep. Die zond een Iraakse video uit, overgenomen van de Arabische zender Al-Jazeera. De krijgsgevangenen, die trots door de Irakezen voor de camera's werden geduwd, hadden van angst vertrokken gezichten en bloedende wonden. Ze keken verdwaasd om zich heen, terwijl ze zich identificeerden als leden van de 507de onderhoudscompagnie. Vier mannen en een vrouw werden door een Iraakse officier ondervraagd over hun bedoelingen in zijn land. De vrouw was Shoshana Johnson.

Dat was voor Claude en Eunice Johnson het laatste wat ze in weken over hun dochter zouden vernemen. Het leger bleef hen de volgende weken verzekeren dat Shoshana zou worden gevonden. Toen op 1 april Jessica Lynch met een spectaculaire actie uit het ziekenhuis in Nasiriya werd gered, haalde het echtpaar Johnson opgelucht adem: misschien was ook Shoshana nog in leven. Pas op 14 april kwam het verlossende bericht dat ook de andere krijgsgevangenen vrij waren. Maar de mankende Shoshana Johnson, die een tijd later terugkeerde naar de VS, was een schim van haar vroegere zelf: depressief, getraumatiseerd, met littekens op lichaam en ziel.

De thuiskomst van Jessica Lynch was een feest geweest, in de Amerikaanse betekenis van het woord. Het hele stadje Palestine, in West-Virginia, was versierd met linten en vlaggen. Vuurwerk werd afgestoken, de wereldpers verdrong zich om de bungalow van haar ouders. Jessica was de heldin van de Tweede Golfoorlog. Ze had zich in Nasiriya heldhaftig verweerd tegen de Irakezen en onmenselijke folteringen doorstaan in gevangenschap. Gala-avonden waren haar beloning - ze verscheen er in avondkleed en op krukken. Ze mocht medailles in ontvangst nemen alsof ze een heel regiment had gered. Ze prijkte op covers van tijdschriften en kranten, werd vereeuwigd in documentaires.

Het echte verhaal was toen al lang aan het licht gekomen: Jessica Lynch had, omdat haar wapen haperde, geen enkel schot gelost en het Pentagon had de jonge vrouw gebruikt in een grootse pr-stunt om de aandacht af te leiden van een oorlog die niet zo vlot verliep. Maar Jessica was jong en mooi en het echte verhaal deed niets af aan haar sterrenstatus. Integendeel, in september volgde de bekroning in de vorm van een boekencontract voor een miljoen dollar. Diane Sawyer, sterjournaliste van NBC, slijmde en zalfde vorige week in het eerste tv-interview dat Jessica gaf. En, zoals het een echte beroemdheid past: er waren naaktfoto's van haar in omloop. Larry Flynt, de legendarische uitgever van Hustler, kondigde aan dat hij ze had. "Nooit gebruikt, omdat ik wist dat dat meisje deel uitmaakte van een hele propagandastunt", zei Flynt, een uitgesproken tegenstander van de Irak-aanval, vorige week.

Het hele Jessica-verhaal is ondertussen een beetje zielig geworden. 'Patient of War' noemen sommige media haar al smalend, in plaats van 'Prisoner of War'. De roem is haar een beetje naar het hoofd gestegen, schrijven kritische pennen in de VS. Je moet het immers maar kunnen, een 'Bronze Star' in ontvangst nemen zonder ooit gevuurd te hebben en een heldin zijn zonder ooit een medemens gered te hebben. De propagandastunt van het Pentagon begint averechts te werken, want Jessica relativeert zelf ook naarstig en zegt in haar vorige week verschenen boek I'm a soldier, too dat ze de film over haar redding maar niets vond. Een uitspraak die goed was om weer enkele voorpagina's te sieren, net nu de bezetting van Irak steeds meer Amerikaanse levens eist en Bush alle steun goed kan gebruiken.

Misschien had Shoshana Johnson gewoon niet het juiste gezicht, was ze niet aantrekkelijk genoeg. Een Whoopi Goldberg-look, met vlechtjes en een glanzende bruine huid, doet het nu eenmaal veel minder goed op covers dan een blondharig, blauwogig all-American buurmeisje. "Jessica past in het profiel van het type dat de Amerikaanse televisie al jarenlang cast op televisie", zei Robert Thompson, een professor in televisie en populaire cultuur aan de Syracuse University in New York, afgelopen week aan verschillende kranten. "Ze is de vanzelfsprekende ster in de miniserie die deze oorlog is."

Feit is dat de thuiskomst van Shoshana, die wel van zich af vocht in Nasiriya en wellicht ook een aantal Irakezen doodde, een tikkeltje anders verliep. Terwijl Jessica de ogen dichtkneep voor de cameraflitsen en er zelfs een bergtop in Arizona werd vernoemd naar de gesneuvelde soldaat Lori Ann Piestewa, kreeg de zwarte vrouw niets. Of toch bijna niets: ze verscheen een keer bij Jay Leno, werd samen met Jessica door het tijdschrift Glamour uitgeroepen tot 'Women of the Year 2003' en mocht eind juni een plakkaat in ontvangst nemen tijdens een receptie te harer ere.

Toen al waren er geruchten dat een onderscheid werd gemaakt tussen zwart en blank: het Pentagon zou die receptie maar niets gevonden hebben, en de Republikeinen vonden dat een gezamenlijk eerbewijs aan de ex-krijgsgevangenen, dat eerder had plaatsgevonden, voldoende was. Shoshana, een verlegen, bescheiden vrouw, zat de dag van haar receptie ongemakkelijk te schuifelen op haar stoel. "Dit is een eer die ik niet verdien", zei ze zacht, toen ze het plakkaat en de Amerikaanse vlag in ontvangst nam. Misschien was het die bescheidenheid die Shoshana aanvankelijk de vergetelheid in duwde. Ze was liever thuis met haar dochter dan op een of ander etentje waar ze werd gevierd.

Maar hier en daar begonnen zwarte politici en prominenten in de VS al te morren over het verschil in behandeling tussen de blonde en de zwarte soldate. En toen enkele weken geleden bleek dat Shoshana minder geld zou ontvangen voor haar verwondingen dan Jessica, was het hek van de dam. "Shoshana wordt te grazen genomen en veel mensen zijn daar woedend om", klonk het op een radiotalkshow, die gebombardeerd werd met telefoontjes van verontwaardigde luisteraars. Columnisten, zwart en blank, schreven over de aperte ongelijkheid onder artikels met als parodiërende kop 'I'm a hero, too'.

Ook Claude en Eunice Johnson lieten daarna hun ongenoegen in het openbaar blijken. Jessica kreeg, met tachtig procent van haar loon, maar liefst 700 dollar meer per maand dan Shoshana, die slechts 30 procent zou ontvangen. Een verschillende categorie, verklaart het leger. Maar terwijl Jessica voorlopig arbeidsongeschikt is en haar toestand over vijf jaar opnieuw wordt geëvalueerd, kreeg Johnson onmiddellijk ontslag vanwege een permanente arbeidsongeschiktheid. De familie Johnson schakelde al de invloedrijke zwarte dominee Jesse Jackson in als bemiddelaar. "Ras is hier overduidelijk een factor", zei Jackson de afgelopen week. "Dit is een zaak van twee vrouwen uit dezelfde eenheid, dezelfde oorlog, met eenzelfde risicofactor. Toch is er een enorm contrast in de manier waarop het leger beide zaken heeft behandeld."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234