Zaterdag 14/12/2019

Essay Joël De Ceulaer

Waarom Roetpiet straks ook genderneutraal plast

Beeld Eleni Debo

Nee, de titel hierboven verdient geen schoonheidsprijs qua woordspeling. Toch vat hij in één beeld een frappante trend: we houden steeds meer rekening met elkaars gevoelens. Daarom moest Zwarte Piet verdwijnen, en daarom verdwijnt ook de sanitaire segregatie tussen (m) en (v). Fijn! Zolang politieke correctheid maar niet tot negationisme leidt.

Het is er niet meteen de tijd van het jaar voor, maar toch: toen ik deze week las dat de Nederlandse Spoorwegen de reiziger voortaan op volstrekt genderneutrale wijze zullen toespreken, moest ik direct aan Zwarte Piet denken, of beter: aan zijn politiek correcte opvolger, de ondertussen welbekende Roetpiet. Aan beide maatschappelijke evoluties ligt hetzelfde mechanisme ten grondslag: de bekommernis om minderheden niet langer op hun ongemak te stellen of voor het hoofd te stoten. Dat is een nobele bekommernis, die ik ten volste wens toe te juichen.

Wat Zwarte Piet betreft, heb ik dat altijd al gevonden. Op woensdag 5 december 2012, lang voor het debat in Nederland en daarna bij ons het kookpunt bereikte, voorspelde ik in Hautekiet op Radio 1 dat de klassieke Piet het geen tien jaar meer zou uitzingen. Drie jaar later was het al zover en werd Sinterklaas bij zijn aankomst in Antwerpen geholpen door Pieten die duidelijk niet zwart waren, maar door het veelvuldige schoorsteenwerk zwarte roetvlekken hadden opgelopen. Zoals het hoort, en zoals de moderne versie van de kinderlegende het voorschrijft.

Er is een goede reden waarom die evolutie zich opdrong. Wij bevinden ons niet meer in het witte Vlaanderen van de jaren 50 en 60, toen Congolese kinderen nog werden tentoongesteld als behoorden ze tot een andere diersoort. Wij bevinden ons met beide voeten in het superdiverse Vlaanderen van de 21ste eeuw, waar niet alleen blanke kindjes op 5 december hun schoentje zetten voor de goede sint. Dat diens knecht nogal sterk aan een zwarte slaaf doet denken, stuit sommigen tegen de borst. Een minderheid, uiteraard, maar in een volwassen samenleving mag dat volstaan om een traditie een beetje aan te passen, zodat iedereen er zich lekker bij voelt.

Noem het een vorm van redelijke accommodatie, een term die ik leen bij filosoof Patrick Loobuyck: als er geen morele, maar alleen pragmatische redenen zijn om vast te houden aan een bepaalde traditie, is het een kwestie van redelijke accommodatie om tegemoet te komen aan de claims van minderheden. Zeker als niemand er schade door ondervindt. Dat was bij Zwarte Piet duidelijk het geval: geen enkel kind dat nog in Sinterklaas gelooft, zal protest aantekenen tegen de recente aanpassing. Het waren ouders die in een kramp schoten en zelfs boos werden – misschien uit nostalgie naar de eigen kindertijd, maar, wie weet, misschien ook een beetje uit nostalgie naar het witte Vlaanderen van weleer, toen van die vermaledijde superdiversiteit nog helemaal geen sprake was.

Beste reizigers (m/v/x)

En nu is er dus de genderkwestie, die ineens in een stroomversnelling raakt en dit jaar wellicht nog vaak het nieuws zal halen. Deze week hebben de Nederlandse Spoorwegen beslist dat klanten binnenkort niet meer worden aangesproken met ‘Dames en heren’, maar met ‘Beste reizigers’. Ook de stad Amsterdam zal voortaan het genderneutrale ‘Beste mensen’ hanteren bij contact met de burger, die bij openbaar toiletbezoek al niet meer hoeft te kiezen tussen het mannetje en het vrouwtje. Genderneutraal naar toilet: ook de Vlaamse overheid biedt haar bezoekers sinds kort die optie – u herinnert zich misschien nog dat men na twee jaar brainstormen over een geschikt logo de keuze finaal liet vallen op een bordje met – ga even zitten – ‘WC’ erop.

Heel eerlijk? Toen ik voor het eerst iets las over het concept genderneutraliteit, fronste ik onwillekeurig de wenkbrauwen. Is het nu werkelijk nodig, dacht ik in eerste instantie, om de zaken ingewikkelder te maken dan ze zijn? Iedereen is toch man of vrouw? Zelfs transgenders, want een man die vrouw geworden is, is een vrouw – en vice versa. Toch? Nee dus, moest ik snel toegeven. Blijkbaar is het niet zo eenvoudig, en voelen sommige mensen zich ongemakkelijk bij die veel te strakke tweedeling. Omdat ze bijvoorbeeld ‘in transitie’ zijn, zoals dat heet, en geen keuze kunnen maken, of bang zijn dat iemand hen zal zeggen dat ze de verkeerde toiletdeur hebben gekozen. Of om welke reden dan ook: in de 21ste eeuw heerst qua seksuele identiteit evengoed superdiversiteit.

Daarom geldt ook hier volgens mij het principe van de redelijke accommodatie. Sanitaire keuzes en aanspreekvormen zijn geen morele, maar pragmatische kwesties. Als we op die manier stress kunnen wegnemen bij een aantal medeburgers zonder anderen schade te berokkenen, moeten we dat gewoon doen.

In de Verenigde Staten verloopt die aanpassing niet zonder slag of stoot. Daar worden heuse bathroom wars of toiletoorlogen gevoerd over het genderneutraal sanitair. In een aantal zuidelijke staten willen Republikeinen wettelijk verbieden dat iemand een toilet bezoekt van het geslacht dat niet op zijn of haar geboorteakte staat. In North Carolina is zo’n wet zelfs even van kracht geweest. Ondertussen is die weer ingetrokken, onder meer na verzet van bedrijven zoals Apple en vedetten zoals Bruce Springsteen, die zijn optreden van 10 april 2016 in North Carolina uit protest afgelastte.

Het debat in de VS is ondertussen zo verhit dat voorstanders van genderneutraliteit de sanitaire opdeling in (m) en (v) vergelijken met oude rassenwetten die zwart en blank moesten scheiden. Dat president Trump onlangs per tweet liet weten dat transgenders niet meer welkom zijn in het Amerikaanse leger, is een duidelijke tegemoetkoming aan Republikeinse hardliners die al dat gendergedoe maar onzin vinden. Gevaarlijke onzin, vinden ze het zelfs, want hun argumenten zijn dezelfde als de argumenten die werden gebruikt om zwart en blank sanitair van elkaar te scheiden: de vrees dat onschuldige meisjes het slachtoffer zouden worden van “seksuele roofdieren”, om dominee Franklin Graham, zoon van de fameuze prediker Billy Graham, te citeren.

Komt daar nog bij dat de God waar de Grahams aan verknocht zijn de wereld nu net zo ordelijk heeft geschapen, met mannetjes en vrouwtjes die voorbestemd zijn om samen kindertjes maken, en dat het niet aan de mens toekomt om daarvan af te wijken, door seks te hebben met iemand van hetzelfde geslacht of door van geslacht te veranderen. God ziet u, hier gaat men gescheiden naar het toilet!

Moederdag is niet haram

Bij ons is er van zo’n heftige weerstand geen sprake. De invoering van genderneutraliteit verloopt een stuk gemoedelijker dan de invoering van Roetpiet. Zelfs van een rechtse, licht conservatieve partij als de N-VA, die danig heeft gejammerd over de teloorgang van Zwarte Piet, zullen we in dezen geen onvertogen woord horen. Integendeel, de partij zal in genderkwesties waarschijnlijk het voortouw willen nemen. De verklaring ligt voor de hand: het genderdebat heeft niet meteen een raciale, culturele of religieuze dimensie. Of wacht, toch wel: onze seksuele en gendersuperdiversiteit maakt deel uit van de normen en waarden die ‘het Westen’ onderscheiden van ‘de islam’ – daarom, en alleen daarom, is zelfs Vlaams Belang vandaag voor het homohuwelijk, bijvoorbeeld.

Denk aan het recente relletje over de directeur die zogezegd Moederdag had afgeschaft in zijn school. Omdat hij, zoals zovelen, aanvankelijk dacht dat het een tegemoetkoming aan moslims was, tweette N-VA’er Theo Francken prompt een filmpje van een radicale prediker die uitlegde waarom Moederdag ‘haram’ is – flauwekul, uiteraard, zoals talloze moslims meteen lieten weten. Toen later bleek dat de bewuste schooldirecteur gewoon de aandacht had willen vestigen op het feit dat steeds meer kinderen niet langer in het klassieke gezin opgroeien, met één mama en één papa, ging de storm meteen liggen. Als een maatregel niets te maken heeft met Vlamingen met een migratieachtergrond, dan is er geen vuiltje aan de lucht. Diversiteit is een probleem, genderdiversiteit niet.

Dat de officiële Zwarte Piet toch een Roetpiet is geworden, wijst op de nietsontziende kracht van het inclusieve denken. Beeld Eleni Debo

Dat de officiële Zwarte Piet – die van Hugo Matthysen, Bart Peeters en de VRT – toch een Roetpiet is geworden, wijst op de nietsontziende kracht van het inclusieve denken. Zelfs dwars tegen een deel van de bevolking in, rukt het respect voor minderheden almaar op. Dat blijkt ook uit ons taalgebruik. De ‘neger’ werd een ‘zwarte’, de ‘gehandicapte’ werd iemand ‘met een beperking’, ‘dik’ werd ‘volslank’, de ‘bejaarde’ werd een ‘senior’, en ga zo maar door. Dat is een vorm van politieke correctheid waarvan de meeste mensen op basis van rationele argumenten uiteindelijk het nut wel inzien.

Ik zou die voortschrijdende beleefdheid willen vergelijken met onze inspanningen om ongezond gedrag te vermijden. Zoals men de zwarte medemens geen neger meer noemt, zo steekt men geen sigaret meer op in het bijzijn van niet-rokers. Kwetsend gedrag, het weze lichamelijk dan wel geestelijk, wordt maximaal vermeden. En de overheid geeft het goede voorbeeld. Met een rookverbod op het werk. Met een Roetpiet op de openbare omroep. Met genderneutrale toiletten voor bezoekers. En zelfs met racismewetten die het systematische gebruik van haatdragende taal strafbaar stellen.

Ja, er wordt weleens gemord, soms lijkt het allemaal een tikje overdreven, maar het is een vorm van politieke correctheid waartegen op rationele gronden weinig of niets valt in te brengen – tenminste, als we de individuele vrijheid van meningsuiting maximaal beschermen, zodat we elkaar desgewenst toch kunnen blijven uitlachen en beledigen. De opmars van zachte omgangsvormen mag harde confrontaties nooit uitsluiten.

Vrouwen weten waarom

Dat genderneutrale toiletten en aanspreekvormen nog maar het begin zijn van de grote genderrevolutie bleek eerder deze zomer op het reclamefestival in Cannes. Daar namen een paar grote merken en multinationals zich voor om komaf te maken met vastgeroeste rolpatronen in de reclame. Zo sluiten onder meer Unilever, Facebook, Mars en Alibaba zich aan bij de ‘Unstereotype Alliance’ van de Verenigde Naties. De tijd van tv-spots met huisvrouw die opschrikt omdat er een rare man uit haar wasgoed tevoorschijn springt om te tonen hoe diep Dash wel niet doordringt in de vezels, is bijna voorbij. Hetzelfde geldt voor mannen die weten waarom, oma’s die het beste kunnen bakken en braden, en meisjes die keukentje spelen. Roetpiet zal straks niet alleen genderneutraal plassen, hij zal zich ook moeten bekwamen in de thuisbezorging van genderneutraal speelgoed.

Het mechanisme is opnieuw hetzelfde. Zoals veel gekleurde mensen Zwarte Piet beu waren, zo zijn veel vrouwen het beu dat ze in die suffe reclamespots nog altijd de was en de plas doen, terwijl mannen nog altijd in volle zon van een klif duiken om flesjes bier uit de kolkende stroom te vissen. Alsof het feminisme nooit heeft bestaan. Ik weet uit goede bron dat vrouwen ook bier drinken, en dat mannen ook strijken – te weinig, wellicht, dat strijken bedoel ik dan, maar toch. De wereld is volop in beweging.

Tijd voor het slechte nieuws, dan. Want er schuilt bij dit alles een fameuze adder onder het gras: politieke correctheid kan snel omslaan in een rare vorm van negationisme. En dat lijkt mij bepaald geen vooruitgang. Het is één zaak om te streven naar de volstrekte gelijkwaardigheid van man en vrouw, het is iets anders om ter wille van dat nobele doel de verschillen tussen man en vrouw te ontkennen. En dat is helaas ook een kenmerk van het oprukkende genderdenken, het is de lelijke kant van politieke correctheid.

De discussie is bekend. Trouwe lezers herinneren zich misschien nog de felle reacties op mijn recente artikel over de biologische grondslag van bepaalde verschillen tussen man en vrouw. Zo is het evolutionair verklaarbaar dat vrouwen – over het algemeen, dus niet alle vrouwen – minder ambitieus zijn dan mannen. Iets sympathieker geformuleerd: ze vertonen minder haantjesgedrag, jagen en kicken minder op status en zijn, om nog eens een andere verwante eigenschap te noemen, minder agressief. Ook wat geweldpleging betreft, bestaat er zoiets als een glazen plafond.

Volgens een aantal genderdenkers heeft dat allemaal niets met biologie te maken, en is ons gedrag puur een kwestie van opvoeding. Meisjes en jongens, zo luidt de redenering, worden geboren als een schone lei, het is de samenleving die daar een stempel op drukt. Meisjes leren dat ze zacht en zorgzaam moeten zijn, jongens leren dat ze moeten vechten en winnen. En dat is helaas een vorm van wensdenken: cultuur en opvoeding spelen een rol, een almaar grotere rol ongetwijfeld, maar er is wel degelijk zoiets als een biologische aanleg. Dat koudweg ontkennen, is een vorm van negationisme die vergelijkbaar is met de verwerping van de evolutietheorie door creationisten.

Foute politieke correctheid is niet het privilege van genderdenkers. In alle hoeken van het politieke spectrum ontkent men graag wat niet in het eigen ideologische kraam past. Er zijn linkse mensen die zo graag moslims plezieren dat ze blijven beweren dat de islam louter een religie van vrede is, en dat die terroristen er niets van hebben begrepen. Er zijn rechtse mensen die zo graag willen dat succes louter een kwestie is van persoonlijke verdienste dat ze ontkennen dat discriminatie op de arbeidsmarkt een probleem is. En er zijn dus genderdenkers (m/v/x) die zo graag willen dat verschillen tussen (m) en (v) louter cultureel bepaald zijn, dat ze ontkennen dat we ook maar zoogdieren zijn.

De mens is weliswaar niet met ingebouwd rolpatroon geschapen door God, zoals de Billy en Franklin Grahams dezer aarde denken, maar dat neemt niet weg dat ons biologische geslacht wel degelijk een invloed heeft op onze psyche en ons gedrag. Er bestaan naar verluidt tientallen genderschakeringen – van transgender via androgyn tot niet-binair – maar de overgrote meerderheid van de mensen voelt zich nog altijd gewoon (m) of (v).

Krant zonder safe space

Er zijn dus, vind ik tenminste, twee soorten politieke correctheid. Het is goed dat we steeds meer respect hebben voor elkaars gevoelens, ook voor die van minderheden. Het is goed dat we Roetpiet hebben en genderneutrale toiletten installeren, dat we niet meer roken op het werk, dat vrouwen topfuncties bekleden en mannen de was doen.

Maar. Het is niet goed als dat allemaal uitmondt in wetenschappelijk negationisme, het is niet goed als behalve onwenselijk gedrag ook onwenselijke inzichten worden bestreden. De oorsprong van het concept ‘politieke correctheid’ is in de mist van de tijd gehuld, maar over één ding lijken de definities het eens. In de jaren 30 zou het onder Amerikaanse communisten de gewoonte zijn geweest om op sarcastische wijze een onderscheid te maken tussen ‘feitelijk’ correct en ‘politiek’ correct. “Wat u zegt, is niet correct, collega.” “Nee, maar het is wel politiek correct.” De leugen diende de ideologie.

Daarom is de opmars van zogenaamde safe spaces zo zorgwekkend. Aan Amerikaanse en Britse universiteiten wordt het een enge gewoonte om mensen met onwelgevallige meningen te weren van debatten. Zo werd de Britse bioloog Richard Dawkins onlangs geschrapt uit een radiodebat in universiteitsstad Berkeley, omdat zijn felle islamkritiek onaangenaam had kunnen zijn voor een aantal luisteraars. Zelf hoorde ik ooit over een debat over vrije meningsuiting (!) dat de suggestie om filosoof Maarten Boudry uit te nodigen, was weggewuifd met het argument dat hij te scherp is – mijn klomp ligt sindsdien nog altijd bij de klompenmaker.

Universiteiten mogen geen safe spaces zijn. Kranten evenmin. Wel zeer integendeel: het is belangrijk dat de academische wereld en de media het zo onveilig mogelijk maken in onze hersenpan. Niets is zo verrijkend en verfrissend als jezelf eens terdege blootstellen aan ongemakkelijke waarheden en pijnlijke meningen. Het is aan tegenargumenten dat de geest zich slijpt, niet aan verbaal geknuffel.

Vandaar mijn voorstel: laten we de grens tussen die twee soorten politieke correctheid goed bewaken. Onze omgangsvormen gaan er grosso modo op vooruit, de samenleving wordt almaar inclusiever, je zou kunnen zeggen dat de wereld – correctie: ónze wereld, in het Westen – een steeds veiliger plek wordt, waar minderheden zich thuisvoelen. Maar die trend mag niet ontaarden in politieke correctheid van de minder fraaie soort: ideeën en inzichten mogen niet de toegang tot het debat worden ontzegd om emotionele of ideologische redenen. We moeten, kortom, leren om eerst grondig van mening te verschillen, om daarna samen een bezoekje te brengen aan het genderneutrale toilet. Het ene hoeft het andere niet uit te sluiten.

Zo. Dank, goede lezer, dat u wilde luisteren terwijl ik hardop zat na te denken. Daar komt een essay toch op neer: de gedachten ordenen in het bijzijn van de lezer. Uw reacties zijn welkom op Twitter of in mijn mailbox. Maar wees zuinig met scheldwoorden, alstublieft. Essayisten vormen een vaak veronachtzaamde minderheid die ook gevoelens heeft.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234